Investeringsaftrek

Laatst gewijzigd op 27 apr 2018 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
zelfstandigen & vennootschappen
Voor wat
bepaalde investeringen
Fiscaal voordeel
3 tot 20,5 % van de investeringen mag worden afgetrokken van de belastbare winst

Wat houdt de maatregel in

Een onderneming, die bij de oprichting of uitbreiding van haar activiteiten een investering uitvoert, kan onder bepaalde voorwaarden een investeringsaftrek verkrijgen. Dit is een fiscaal voordeel waarbij men een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de investeringen uitgevoerd tijdens het belastbaar tijdperk, mag aftrekken van de belastbare winst. Het percentage past men éénmalig toe op de aanschaffings-of beleggingswaarde van de goederen. In enkele gevallen mag men de aftrek spreiden over de afschrijvingsperiode van de investeringen. Vooral de verhoogde aftrekken zijn belangrijk. 

Indien de winst onvoldoende is, mogen de investeringsaftrekken die niet kunnen worden verricht, onder bepaalde voorwaarden overgedragen worden op de winsten van de volgende belastbare tijdperken.

Om nieuwe investeringen aan te moedigen werd de eenmalige investeringsaftrek van 8% verhoogd tot 20% voor nieuwe investeringen uitgevoerd vanaf 1 januari 2018 tot 31 december 2019. Dit tarief geldt zowel voor kleine vennootschappen als voor eenmanszaken en vrije beroepen.

Wie komt in aanmerking

De investeringsaftrek kan, afhankelijk van de categorie, genoten worden door eenmanszaken, kleine en grote vennootschappen die winsten ontvangen uit een industriële, commerciële of landbouwactiviteit. Ook de beoefenaars van vrije beroepen komen in aanmerking. Vzw’s zijn bijgevolg uitgesloten.

Sinds 1 januari 2016 zijn kleine vennootschappen (zoals gedefinieerd in §§1 tot 6 van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen) vennootschappen die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • Jaargemiddeld personeelsbestand: 50 werknemers;
  • Jaaromzet exclusief btw: € 9.000.000;
  • balanstotaal: € 4.500.000.

Wanneer meer dan één van de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het daaropvolgende boekjaar.
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld. 
Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie (verhoging van de drempels met 20% tot € 10,8 miljoen omzet en € 5,4 miljoen balanstotaal).

Wat komt in aanmerking

In de algemene regel moet het gaan om materiële vaste activa die in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand gebracht en om nieuwe immateriële vaste activa. Deze activa moeten in België uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en ze moeten ten minste over drie jaar afschrijfbaar zijn. ‘Leasing’ komt ook in aanmerking.

Volgende investeringen zijn uitgesloten van de investeringsaftrek:

  • niet uitsluitend voor het beroep gebruikte activa;
  • activa die geen rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid
  • de gebouwen aangeschaft in het vooruitzicht van wederverkoop;
  • de bijkomende lasten indien ze niet samen met de activa waarop ze betrekking hebben, worden afgeschreven;
  • de personenwagens en de wagens voor dubbel gebruik;
  • activa waarvan het recht van gebruik op een andere wijze dan leasing, erfpacht, ... (bvb. via een huurovereenkomst) aan een derde wordt verleend. Een uitzondering wordt echter gemaakt als de gebruiker een natuurlijk persoon is of een vennootschap die het gehuurde goed gebruikt voor de uitoefening van de beroepsactiviteit.
  • activa waarvan het recht van gebruik van een leasing-, erfpacht-, opstal-, of gelijkaardige overeenkomst aan een derde worden overgedragen;
  • activa die niet afschrijfbaar zijn of worden afgeschreven over een termijn van minder dan 3 belastbare tijdperken.

Gewone en gespreide investeringaftrek

Investeringen in 2018 (aj 2019)
Gewone investeringen
Gespreide aftrek
Natuurlijke personen 20%* 10,5%**
Kleine vennootschappen 20%* /
Andere vennootschappen / /

*Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

  • tot 31 december 2017 (aj 2018): 8%; 
  • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

Deze aftrek geldt enkel onder bepaalde voorwaarden:

  • de investering in de vaste activa moet rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheden die de vennootschap werkelijk uitoefent;
  • activa die uitgesloten zijn van de notionele intrestaftrek (of aftrek van risicokapitaal) zijn ook hier uitgesloten;
  • als men kiest voor de investeringsaftrek heeft men voor datzelfde boekjaar geen recht op de notionele intrestaftrek;
  • bij geen of onvoldoende winst is de overdracht van het saldo enkel mogelijk naar het eerstvolgende boekjaar.

De gespreide aftrek voor gewone investeringen (de aftrek wordt gespreid over de afschrijvingsperiode van de investeringen) kan enkel worden toegepast indien de onderneming minder dan 20 werknemers tewerkstelt. 
Sinds het aanslagjaar 2007 is de gespreide aftrek voor vennootschappen afgeschaft. Indien die aftrek echter werd verleend voor een vroeger aanslagjaar, dan blijft de investeringsaftrek lopen voor de resterende periode ervan.

Deze tabel wordt aangepast zodra de percentages voor aanslagjaar 2019 bekend zijn. 

Digitale investeringen

Investeringen in 2018 (aj 2019)
 
Natuurlijke personen  20%*
Kleine vennootschappen 20%*
Andere vennootschappen /

*Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

  • tot 31 december 2017 (aj 2018): 13,5%; 
  • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

De toepassing van het tarief van 20% heeft wel beperkingen voor kleine vennootschappen: verzaking aan de notionele interestaftrek en overdracht beperkt tot het volgend belastbaar tijdperk.

Hier komen de digitale vaste activa in aanmerking die dienen voor de integratie en de exploitatie van digitale betalings- en factureringssystemen en de systemen die dienen voor de beveiliging van informatie- en communicatietechnologie. Ook eenmanszaken moeten hier beantwoorden aan de criteria van artikel 15 §§ 1 tot 6 van de vennootschappenwet .
Ook de investering in een witte kassa of in een webshop voor e-commerce komen in aanmerking voor het fiscaal voordeel.

Energiebesparende investeringen

Investeringen in 2018 (aj 2019)
 
Natuurlijke personen 20%*
Kleine vennootschappen 20%*
Andere vennootschappen 13,5%

*Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

  • tot 31 december 2017 (aj 2018): 13,5%; 
  • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

De toepassing van het tarief van 20% heeft wel beperkingen voor kleine vennootschappen: verzaking aan de notionele interestaftrek en overdracht beperkt tot het volgend belastbaar tijdperk.

Om te kunnen genieten van de verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen moeten deze investeringen opgenomen zijn in een bepaalde categorie (zie bijlage). Bovendien moet er een attest bij de belastingaangifte worden toegevoegd.

Dit attest wordt digitaal aangevraagd binnen drie maanden na de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de activa zijn verworven, via: www.energiesparen.be/inleiding-formulier-verhoogde-investeringsaftrek .
Facturen moeten, samen met een ondertekende verklaring op erewoord en een automatische gegenereerde samenvatting van de dossiergegevens, verstuurd worden naar:

Vlaamse Overheid
Vlaams Energie Agentschap
Koning Albert II-laan 20, bus 17
1000 Brussel
T 02 553 46 00
F 02 553 46 01
E-mail: energie@vlaanderen.be
Website: www.energiesparen.be

Investeringen in beveiliging

Investeringen in 2018 (aj 2019)
 
Natuurlijke personen 20,5%
Kleine vennootschappen 20,5%
Andere vennootschappen /

Deze categorie betreft de investeringen voor de beveiliging van de beroepslokalen of bedrijfsvoertuigen en is enkel van toepassing voor kleine vennootschappen.

Investeringen voor de beveiliging van de beroepslokalen

Volgende investeringen van nieuw materiaal komen in aanmerking:

  • anti-ramkraaksystemen;
  • toegangscontrolesystemenvertragingselementen op de parking;
  • specifiek inbraakwerend glas;
  • specifiek inbraakwerende rolluiken;
  • beveiligingssystemen voor deuren, ramen, luiken, garagepoorten, lichtkoepels, dakvensters, keldergaten en hekkengepantserde deuren;
  • materieel voor de detectie van diefstal;
  • goederenkluis met een inbraakvertragend slot;
  • kassa’s met beschermkap of een anti-graaikap;
  • neutralisatiesysteem van waarden (light-CIT);
  • specifiek inbraakwerende afrastering voor bouwwervensloten en andere beveiligingssystemen van materieel op een bouwwerf;
  • alarmsystemen camerasystemen;
  • volgsystemen.

De aannemer moet aangeven in welke beroepslokalen de werken werden uitgevoerd en een verklaring afleggen over de kwaliteit ervan. De aannemer moet dus aantonen dat de investeringen en materialen voldoen aan de wettelijke vereisten. Gratis advies hieromtrent kan men inwinnen bij de preventie-ambtenaar in de betrokken politiezone. Zie besafe.jdbi.eu/ondernemers/investeringsaftrek-beveiliging.

Investeringen voor de beveiliging van bedrijfsvoertuigen 

Bedrijfsvoertuigen worden hierbij gedefinieerd als:

  • voertuigen aangewend voor bezoldigd personenvervoer, met name autobussen, autocars en de autovoertuigen die uitsluitend worden aangewend hetzij tot een taxidienst, hetzij tot verhuring met bestuurder;
  • voertuigen aangewend voor goederenvervoer, met name trekkers en vrachtwagens, en aanhangwagens en opleggers met een maximum toegelaten massa van minstens 4 ton.

Voor de investeringen in beveiligingen komt het volgende in aanmerking: 

  • immobilisatiesystemen die het starten van het bedrijfsvoertuig beletten;
  • alarmsystemen die de inbraak of geweldsuitoefening in het bedrijfsvoertuig detecteren;
  • alarmsystemen die door de chauffeur van het bedrijfsvoertuig kunnen worden ingeschakeld bij het opmerken van een poging tot inbraak of geweldpleging;
  • nadiefstalsystemen die erop gericht zijn te verhinderen dat een gestolen voertuig verdwijnt of die een gestolen bedrijfsvoertuig kunnen positioneren en volgen;
  • sloten en andere beveiligingssystemen die de toegang tot het bedrijfsvoertuig verhinderen of vertragen.

De alarmsystemen moeten geplaatst worden door een erkende beveiligingsonderneming. Deze onderneming moet een factuur uitreiken die aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo moet de installateur op de factuur verklaren dat het geïnstalleerd materieel gecertificeerd is volgens het kwaliteitslabel INCERT of volgens een gelijkaardige kwaliteitsnorm. Daarnaast moet hij verklaren dat het geplaatst materieel het stelen van het bedrijfsvoertuig beoogt te verhinderen of te vertragen of  dat het geplaatst materieel een slot of een ander beveiligingssysteem is die op het bedrijfsvoertuig wordt geplaatst.

Belastingaangifte

De belastingplichtige moet een formulier 275U bij de aangifte in de vennootschapsbelasting voegen.

De uitgaven moeten opgenomen worden in de belastingaangifte. Volgende documenten moeten ter beschikking worden gehouden voor de FOD financiën:

  • Facturen van de investering;
  • Betalingsbewijzen van deze facturen;
  • Verklaring van de aannemer op de factuur of bijlage die de kwaliteit van het materiaal garandeert;
  • Voor de alarmsystemen en de volgsystemen, het bewijs van een geschreven overeenkomst met een goedgekeurde alarmcentrale;
  • Voor de camerasystemenen, het attest dat bewijst dat het systeem werd aangegeven bij de Commissie ter Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer.

Voor bijkomende inlichtingen:

FOD Binnenlandse Zaken
Algemene Directie Veiligheid en Preventie
Directie Locale Integrale Veiligheid
Waterloolaan 76
1000 Brussel
T 02 557 35 55
E-mail: sliv@ibz.fgov.be
Website: www.besafe.be

Investeringen in O&O

Investeringen in 2018 (aj 2019)
 investeringen in O&O
gespreide aftrek
Natuurlijke personen 20%* 20,5%
Kleine vennootschappen 20%* 20,5%
Andere vennootschappen 13,5% 20,5%

*Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

  • tot 31 december 2017 (aj 2018): 13,5%; 
  • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

De toepassing van het tarief van 20% heeft wel beperkingen voor kleine vennootschappen: verzaking aan de notionele interestaftrek en overdracht beperkt tot het volgend belastbaar tijdperk.

Deze aftrek geldt voor 'milieuvriendelijke' investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Dit zijn investeringen in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect op het leefmilieu hebben of die het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk proberen te beperken. Om van deze aftrek te kunnen genieten, moet het bedrijf een R&D-afdeling hebben. Om dit milieuvriendelijk karakter van de investering te bewijzen moet een attest worden gevoegd bij de aangifte van de inkomstenbelastingen van het tijdperk waarin de bedoelde bestanddelen zijn aangeschaft of tot stand gebracht.

Een aanvraagformulier tot het verkrijgen van dit attest wordt aangevraagd bij:

Vlaamse Overheid
Departement Omgeving
Afdeling Partnerschappen met Besturen en Maatschappij
Koning Albert II-laan 20, bus 8 
1000 Brussel
T 02 553 85 03
E-mail: attestOenO.omgeving@vlaanderen.be  
Website: www.omgevingvlaanderen.be

Voor de gespreide aftrek voor milieuvriendelijke investeringen in O&O (de aftrek wordt gespreid over de afschrijvingsperiode van de investeringen) is de voorwaarde van een tewerkstelling van minder dan 20 werknemers niet van toepassing.

Sinds het aanslagjaar 2007 kunnen vennootschappen opteren voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. Het fiscale voordeel wordt hierbij niet toegekend in de vorm van een aftrek van het fiscale resultaat, maar op de verschuldigde vennootschapsbelasting wordt er een belastingvermindering toegepast. Vennootschappen die kiezen voor dit belastingkrediet kunnen nooit meer de investeringsaftrek toepassen voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling (zowel de éénmalige als de gespreide).

Verwerving van Octrooien

Investeringen in 2018 (aj 2019
 
Natuurlijke personen 20%*
Kleine vennootschappen 20%*
Andere vennootschappen 13,5%

*Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

  • tot 31 december 2017 (aj 2018): 13,5%; 
  • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

De toepassing van het tarief van 20% heeft wel beperkingen voor kleine vennootschappen: verzaking aan de notionele interestaftrek en overdracht beperkt tot het volgend belastbaar tijdperk.

Deze aftrek is van toepassing op de 'verwerving' van octrooien. Deze verwerving moet worden gestaafd door:

  • een afschrift van het contract op grond waarvan de onderneming het octrooi of het recht tot exploitatie ervan heeft aangeschaft;
  • het bewijs dat het octrooi of het recht tot exploitatie ervan nooit door een andere onderneming voor het uitoefenen van haar beroepswerkzaamheid in België is gebruikt.

Sinds het aanslagjaar 2007 kunnen vennootschappen opteren voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. Het fiscale voordeel wordt hierbij niet toegekend in de vorm van een aftrek van het fiscale resultaat, maar op de verschuldigde vennootschapsbelasting wordt er een belastingvermindering toegepast. Vennootschappen die kiezen voor dit belastingkrediet kunnen nooit meer de investeringsaftrek toepassen voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling (zowel de éénmalige als de gespreide).

    Investeringen ter bevordering van herbruikbare verpakkingen

    Investeringen in 2018 (aj 2019)
     
    Natuurlijke personen /
    Vennootschappen 3%

    Investeringen met betrekking tot productie en recyclage van herbruikbare verpakkingen geven recht op een aftrek van 3% voor 'andere' vennootschappen. Voor natuurlijke personen en kleine vennootschappen is dit immers niet relevant gezien het percentage van 3% veel lager is dan de gewone investeringsaftrek.

    Investeringen in rookafzuig- of verluchtingssystemen

    Investeringen in 2018 (aj 2019)
     
    Natuurlijke personen 20%*
    Kleine vennootschappen 20%*
    Andere vennootschappen 13,5%

    *Voor de investeringen verkregen of tot stand gebracht:

    • tot 31 december 2017 (aj 2018): 13,5%; 
    • tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

    De toepassing van het tarief van 20% heeft wel beperkingen voor kleine vennootschappen: verzaking aan de notionele interestaftrek en overdracht beperkt tot het volgend belastbaar tijdperk.

    Deze investeringsaftrek is specifiek voor horeca-inrichtingen die investeren in een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem in een rookkamer.

    Investeringen in zeeschepen

    Investeringen in 2017 (aj 2018)
     
    Natuurlijke personen /
    Vennootschappen 30%

    De investeringsaftrek voor investeringen in zeeschepen is enkel van toepassing op vennootschappen die uitsluitend winst uit zeescheepvaart verkrijgen.

    Aanvraagprocedure

    Natuurlijke personen moeten een ingevuld, gedateerd en ondertekend formulier 276U (beschikbaar op www.myminfin.be) bij hun aangifte in de personenbelasting voegen of het ter beschikking houden van de administratie.

    Ondernemingen moeten het vak 275U in Biztax invullen als zij hun aangifte in de vennootschapsbelasting indienen. 
    Bij een vrijstelling van de verplichting tot elektronische indiening moeten de ondernemingen het formulier 275U gebruiken (beschikbaar op www.myminfin.be).

    Daarnaast moet er per categorie van vaste activa, een opgave ter beschikking van de administratie worden gehouden die voor elk activum de volgende gegevens vermeldt:

    • de datum van de aanschaffing of van de totstandkoming
    • de juiste benaming
    • de aanschaffings- of beleggingswaarde
    • de normale gebruiksduur en de afschrijvingsduur

    In voorkomend geval moeten ook de volgende documenten ter beschikking houden:

    • de vereiste afschriften en bewijzen voor de octrooien;
    • het vereiste attest voor de energiebesparende investeringen;
    • de verschillenden vereiste documenten (aanvraag tot erkenning, rechtvaardigende nota, attest van de bevoegde Gewestregering, enz.), voor de milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling.