Overslaan en naar de inhoud gaan

Strategische Transformatiesteun (STS)

Laatst gewijzigd op 22 feb 2018 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kmo's (Vlaams Gewest) & grote ondernemingen (ontwikkelingszone)
Voor wat
investeringen én opleidingsinspanningen in het kader van een strategisch transformatieproject
Subsidie
van max. 10% (investering) en 25% (opleiding). Plafond per project: € 1mln.

Wat houdt de maatregel in

Ondernemingen of groepen van ondernemingen, kunnen voor de uitvoering van een strategisch transformatieproject (investeringen én opleidingsinspanningen) in het Vlaams Gewest financieel worden ondersteund door Agentschap Innoveren & Ondernemen. De minimum investerings- en opleidingsdrempels variëren in functie van de grootte van de onderneming en bedragen minstens € 1 miljoen voor investeringen en € 100.000 voor opleidingen.

In een eerste fase wordt het transformatieproject enkel beoordeeld op het "innovatief karakter" en de "kwaliteit van het management". Om in aanmerking te komen voor steun moet een project van een kmo minstens aan het volgend innovatiecriterium voldoen: indien het gericht is op de introductie van een bestaand product, dienst of proces, moet het sterk vernieuwend zijn voor de sector. Voor projecten van grote ondernemingen zijn de innovatie vereisten strenger (zie Evaluatieprocedure).

Wie komt in aanmerking

Zowel individuele ondernemingen alsook minstens drie samenwerkende ondernemingen kunnen een dossier indienen. Bij samenwerking mogen de ondernemingen geen partner- of verbonden ondernemingen zijn in de zin van de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen. Ze mogen dus geen deel uitmaken van dezelfde bedrijvengroep.

Voor opleidingssteun komen zowel kmo's als grote ondernemingen uit gans het Vlaams Gewest in aanmerking. Voor investeringssteun wordt er een onderscheid gemaakt tussen kmo' s en grote ondernemingen:

Kmo's

In geheel Vlaanderen komen kleine ondernemingen (ko's) en middelgrote ondernemingen (mo's) in aanmerking voor investeringssteun, op voorwaarde dat ze cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen (gedurende de laatste 2 opeenvolgende boekjaren voorafgaand aan het moment van indiening):

Criteria
ko 
mo 

Tewerkstelling

minder dan 50

minder dan 250

ofwel jaaromzet
ofwel balanstotaal

maximum €10 miljoen
maximum €10 miljoen

maximum €50 miljoen
maximum €43 miljoen

 Zelfstandigheidscriterium

Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden (vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen (zie vlaio.be/nl/subsidies-financiering/strategische-transformatiesteun/voorwaarden/voldoe-jij-aan-de-kmo-definitie)

Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming.

Grote ondernemingen 

Grote ondernemingen komen voor opleidingssteun in geheel Vlaanderen in aanmerking, doch voor investeringssteun komen ze enkel in aanmerking wanneer ze gevestigd zijn in een gemeente die voorkomt op de door Europa goedgekeurde 'regionale steunkaart 2014 - 2020' en indien hun investeringsproject geen betrekking heeft op dezelfde of vergelijkbare activiteit van de onderneming in het betrokken steungebied.

Indien uw onderneming onder de classificatie van grote onderneming valt (zie tabel hierboven), wordt aangeraden om ook op de website van Agentschap Innoveren & Ondernemen de verdere voorwaarden af te toetsen (op vlaio.be/nl/subsidies-financiering/strategische-transformatiesteun/voorwaarden wordt nl. in detail verduidelijkt wat beschouwd wordt als een 'initiële investering ten behoeve van nieuwe economische activiteiten').

  De 'regionale steunkaart 2014 - 2020' (waar ook grote ondernemingen investeringssteun mogen krijgen) bevat de volgende gemeenten:

Antwerpen

Balen, Dessel, Mol;

Limburg

As, Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Maaseik, Maasmechelen, Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Tongeren, Zutendaal;

Oost-Vlaanderen

Ronse en het arrondissement Eeklo (Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate)

West-Vlaanderen

Diksmuide, Ieper, Lo-Reninge, Middelkerke, Oostende, Wervik

Bijkomende voorwaarden

Enkel kmo's en grote ondernemingen die een aanvaardbare hoofdactiviteit uitoefenen kunnen steun aanvragen. Algemeen kan gesteld worden dat het overgrote deel van de economische sectoren in aanmerking komt voor deze steunmaatregel. Vzw's komen niet in aanmerking.

Grote ondernemingen uit de vervoersector komen evenwel niet in aanmerking voor deze regionale investeringssteun. Onder vervoersector moeten volgende activiteiten (nace codes tussen haakjes) worden verstaan:

  • Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen (49), met uitzondering van Exploitatie van taxi’s (49.32),  Verhuisbedrijven (49.42) en Vervoer via pijpleidingen (49.5);
  • Vervoer over water (50);
  • Luchtvaart (51), met uitzondering van  Ruimtevaart (51.22).

Als ontvankelijkheidscriterium wordt tevens nagekeken of de financiële gezondheid van de onderneming een dergelijk transformatieproject toelaat. Hiervoor dient te worden nagekeken of de ratio's voor zowel liquiditeit alsook solvabiliteit van de onderneming (gemiddelde over de drie laatste jaren) minimaal vastgelegde ondergrenzen overschrijdt. U kan deze drempels (die per NACE-code worden bepaald) terugvinden in de rubriek aanvraagprocedure (stap 3 ontvankelijkheid) vlaio.be/nl/subsidies-financiering/strategische-transformatiesteun/aanvraagprocedure.

Een onderneming in moeilijkheden wordt uitgesloten van steun ingevolge Europese regelgeving.

Wat komt in aanmerking

Aangezien de Vlaamse regering de subsidies voor ondernemingen gericht wil inzetten, ondersteunt ze met deze maatregel risicovolle projecten die een onderneming in het kader van een geplande transformatie opzet.

Transformatieproject

Als transformatieproject wordt beschouwd:

  • een gepland veranderingsproces in een onderneming of in een groep van samenwerkende ondernemingen, dat betrekking heeft op de implementatie van de strategie in de processen en de organisatie van de onderneming of ondernemingen wat betreft innovatie, internationalisering en verduurzaming;
  • een transformatieproject werkt in op de bedrijfspraktijken zoals de implementatie en de vermarkting van innovaties, de invoering van nieuwe businessmodellen, de samenwerking met andere bedrijven of kennisinstellingen, het bewerken van nieuwe internationale markten met groeipotentieel, het efficiënter werken met materialen en energie en met een meer optimale benutting van menselijk potentieel;
  • het transformatieproject draagt bij tot een duurzame versterking van het economische weefsel in Vlaanderen en leidt tot een versterking van de diverse waardeketens of clusters en zorgt voor een duurzame werkgelegenheid.
Transformatieplan

Het plan dat deze transformatie beschrijft, dient te bestaan uit 4 onderdelen, met name:

  • de omschrijving van het transformatieproject zelf, waarin ook voor investeringsdossiers steeds een opleidingsluik aanwezig dient te zijn;
  • de bijdrage en effecten ervan op de onderneming;
  • de impact van het transformatieproject op de Vlaamse economie;
  • de beschrijving van de uitwerking van het project in termen van management en de kwaliteitsbewaking binnen het project.

Het transformatieplan moet worden opgesteld conform de 'Leidraad voor de opmaak van het transformatieplan', zoals terug te vinden in de rubriek 'aanvraagprocedure' op de website van het Agentschap (zie stap 3 'ontvankelijkheid').

De aanvragende onderneming toont in het transformatieplan ook aan dat de gevraagde steun noodzakelijk is en een stimulerend effect heeft voor hetzij het opleidingsluik, hetzij het investeringsluik.

Minimum instapdrempels

De aanvaarde opleidingskosten en investeringsbedragen moet over een periode van 3 jaar minstens gelijk zijn aan bepaalde instapdrempels. De instapdrempels variëren van het soort steun (opleiding- of investeringssteun), de grootte van de onderneming en van het feit of de steunaanvraag al dan niet wordt ingediend door samenwerkende ondernemingen:

Project ingediend door
Min. in aanmerking komende opleidingskosten over 3 jaar
Min. in aanmerking komend investeringsbedrag over 3 jaar

een individuele ko

€ 100.000 per onderneming

€ 1 miljoen per onderneming

een individuele mo

€ 200.000 per onderneming

€ 2 miljoen per onderneming

een individuele go

€ 300.000 per onderneming

€ 3 miljoen per onderneming

samenwerkende ondernemingen, allemaal ko

€ 300.000 per project*

€ 3 miljoen per project**

samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één mo

€ 400.000 per project*

€ 4 miljoen per project**

samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één go

€ 700.000 per project*

€ 7 miljoen per project**

* minimum € 50.000 per onderneming  ** minimum € 500.000 per onderneming

Welke investeringen en opleidingen 

Enkel de investeringen en opleidingen die essentieel zijn voor het doorvoeren van het transformatieproject komen in aanmerking.

De investeringen dienen onder de posten 21 t.e.m. 27 op de balans geactiveerd te worden: 21. immateriële vaste activa (enkel activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.), 22. deels: gebouwen, 23. installaties, machines en uitrusting, 24. meubilair en rollend materiaal, 25. (on balance) leasing en soortgelijke rechten, 26. overige materiële vaste activa, 27. activa in aanbouw en vooruitbetalingen.

Niet subsidiabel zijn: grond, alsook getrokken materieel voor goederenvervoer over de weg voor derden (tenzij dit materieel bestemd is voor gecombineerd vervoer waarbij verschillende transportmodi betrokken zijn). 

De opleidingskosten die in aanmerking komen zijn:

  • personeelskosten van de opleiders;
  • verplaatsingskosten van opleiders en opgeleiden;
  • andere lopende uitgaven voor materieel en benodigdheden;
  • afschrijvingen van werktuigen en uitrusting;
  • kosten van diensten voor begeleiding en advisering;
  • personeelskosten van de opgeleiden, ten belope van maximaal het bedrag van de vorige rubrieken samengeteld.

Startdatum: De opleidingen en investeringen dienen te starten uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangstmelding. De vroegst mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Omvang steun

De steun wordt opgesplitst in een basissteun (voor het transformatieproject) en een bonussteun (voor de creatie van bijkomende tewerkstelling).

Basissteun

De basissteun bedraagt 8% voor investeringen en 20% voor opleidingen. De basissteun wordt geplafonneerd op maximum € 1 miljoen per onderneming.

Bonussteun

De bonussteun bedraagt maximaal 25% van de basissteun. Dit betekent dus max. 5% extra steun voor opleidingen en max. 2% extra steun voor investeringen, waarbij voor grote ondernemingen ook bekeken zal worden of ze eventueel in cumulatie met andere regionale investeringssteun (zoals steunzones) niet meer dan 10% investeringssteun krijgen. 

De hoogte van de bonussteun gaat trapsgewijs omhoog en hangt af van de tewerkstellingstoename die verbonden is aan het transformatieproject:

  • Om een bonus te kunnen krijgen moeten kleine ondernemingen minimaal 5 extra werknemers in dienst nemen èn een relatieve stijging bereiken van minimum 20%. 
  • Bij middelgrote ondernemingen begint de bonussteun vanaf extra 25 werknemers èn 10% relatieve aangroei.
  • Bij grote ondernemingen begint de bonussteun vanaf 50 extra werknemers.

Als de aanvraag wordt ingediend door verschillende ondernemingen samen, wordt de bonussteun bepaald op basis van de aanvangstewerkstelling en de eindtewerkstelling per onderneming.

Een overzicht van de bonussteun wordt weergegeven in bijlage 2 van het ministerieel besluit.

In principe geeft alleen de toename van de globale tewerkstelling op ondernemingsniveau recht op bonussteun. Als het transformatieproject echter uitsluitend betrekking heeft op een bepaalde entiteit of afdeling van de steunaanvrager, zal er gekeken worden naar de toename van de projectgebonden tewerkstelling op dat niveau. 

Als de vooropgestelde tewerkstellingsvooruitzichten niet of niet volledig worden gerealiseerd, kan de bonussteun respectievelijk niet worden uitbetaald of trapsgewijs worden verminderd.

Wanneer meerdere verbonden ondernemingen elk een aparte aanvraag indienen voor deelprojecten die passen in één globaal transformatieplan, dan zal de totale steun (= basissteun + bonussteun) over de verschillende aanvragen worden beperkt tot € 1,250 miljoen.

Aanvraagprocedure

De steun moet worden aangevraagd via het online aanvraagformulier, beschikbaar op vlaio.be/nl/subsidies-financiering/strategische-transformatiesteun/aanvraagprocedure (Stap 1).
Agentschap Innoveren en Ondernemen verstuurt na aanmelding een link naar de onderneming. Via deze link kan de aanvraag verder aangevuld worden en kan het transformatieplan (binnen de 15 werkdagen) worden opgeladen via de webapplicatie.
De aanvraag moet worden ingediend vóór de start van het transformatieproject. De vroegst mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Een onderneming kan om het jaar een transformatieproject indienen.

Evaluatieprocedure

Agentschap Innoveren en Ondernemen stuurt een elektronische 'ontvangstmelding' naar de onderneming waarmee wordt bevestigd dat de steunaanvraag goed werd ontvangen en is geregistreerd. Ook de vroegst mogelijke startdatum van het project wordt daarin meegedeeld.

Nadien wordt het dossier beoordeeld op ontvankelijkheid (volledigheid, voldoende financieringscapaciteit, transformatieplan) en zal het dossier vervolgens ook inhoudelijk worden beoordeeld door een commissie, die een gemotiveerd steunvoorstel doet aan de Vlaamse minister bevoegd voor Economie.

Via een transformatietoets zal worden nagegaan of het project voldoet aan de kenmerken van transformatie. Er zijn drie niveaus bepaald voor de beoordeling van de potentiële output, resultaten en impact van het transformatieproject, telkens volgens de verschillende parameters van de beoogde transformatie. Deze niveaus zijn:

  • het project zelf;
  • de onderneming of ondernemingen waarbinnen het project wordt uitgevoerd;
  • de Vlaamse economie.

Elk projectvoorstel wordt beoordeeld in twee fasen, zoals in onderstaande tabel wordt weergegeven.

Bij de beoordeling van de dossiers wordt rekening gehouden met de omvang en het type van de onderneming. Voor kleine entiteiten (KE: minder dan 50 werknemers in VTE) en middelgrote entiteiten (ME: 50 tot 249 werknemers in VTE) zijn de beoordelingscriteria minder streng dan voor grote entiteiten (ME:250 of meer werknemers in VTE). Scores die kunnen worden toegekend per beoordelingsparameter zijn 'negatief', 'neutraal', 'goed' en 'excellent'.

Een project dat op beide parameters in fase 1 niet minstens de vereiste basisscore behaalt (zie tabel) worden negatief geadviseerd. Voor de parameters in fase 2 die te maken hebben met de impact op de onderneming, dient op parameter B.1 minstens de basisscore te worden behaald en dient minstens op één van de parameters B.2 of B.3 de basisscore te worden behaald (zonder dat één van deze beide criteria negatief mag worden beoordeeld).

 
Niveau
Parameter
KE
ME
GE
Fase 1 Projectniveau A.1 Innovatie goed goed excellent
    A.2 Kwaliteit management goed goed excellent
Fase 2 Impact op de onderneming B.1 Versterking onderneming goed goed excellent
    B.2 Internationalisering goed goed excellent
    B.3 Verduurzaming goed goed excellent
  Impact op Vlaamse economie C.Vlaamse economie neutraal goed

goed

Gezien het belang van de parameter innovatie en gezien de vereiste basisscore hier 'goed' moet zijn, hernemen we uit het M.B. even hoe de score 'goed' omschreven wordt: "Het project is duidelijk gericht op de introductie van een bestaand product, een bestaande dienst of een bestaand proces, maar is sterk vernieuwend voor de sector. Het beschrijft goed hoe de vermarkting van het vernieuwde aanbod zal verlopen en er is duidelijk marktpotentieel aanwezig. De nodige resources om de vermarkting te realiseren zijn aanwezig".
Grote ondernemingen dienen op dit criterium 'excellent' beoordeeld te worden, wat inhoudt dat zij bovenop bovenvermelde ook moeten aantonen dat zij "zelf een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de ontwikkeling van het nieuwe product, de nieuwe dienst of het nieuwe proces" en dat zij moeten aantonen dat het gaat over een "zowel voor de onderneming als voor de sector volstrekt nieuw product, nieuwe dienst of nieuw proces".

Uitbetalingsprocedure

Voor de basissteun moet de onderneming de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen twaalf maanden na het beëindigen van het totale transformatieproject. De uitbetaling van de basissteun verloopt in drie schijven:

  • een eerste schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de onderneming heeft aangetoond dat 30% van het transformatieproject is gerealiseerd;
  • een tweede schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de onderneming heeft verklaard dat 60% van het transformatieproject is gerealiseerd;
  • een derde schijf (40%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en wanneer de in aanmerking komende transformatieopleidingen en de in aanmerking komende transformatie-investeringen volledig zijn gerealiseerd, wat moet blijken uit een controle door het Agentschap Innoveren & Ondernemen.

Voor de bonussteun moet de onderneming afzonderlijk de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen zes maanden na realisatie van de voorgestelde tewerkstellingsvooruitzichten.

Contact

Afdeling / Dienst
Afdeling Bedrijfs- en omgevingssteun
Adres

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
vlaio-loading-full