Terug naar Voorwaarden

Onderneming in moeilijkheden

Ondernemingen in moeilijkheden komen niet in aanmerking.

Volgens de Europese regels mag een onderneming op het moment van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden zijn.

De definitie van onderneming in moeilijkheden is terug te vinden in artikel 2, punt 18 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Een onderneming is in moeilijkheden als zich minstens één van de omstandigheden voordoet zoals vermeld in hogervermelde definitie. Punten a) tot d) zijn voor iedereen van toepassing; punt e) is bijkomend voor grote ondernemingen van toepassing. Dit impliceert onder meer het volgende:

  • een onderneming die in een gerechtelijke procedure zit, wordt de facto als een onderneming in moeilijkheden beschouwd
  • een kmo die minder dan 3 jaar bestaat wordt in genoemd artikel 2 punt 18 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening evenwel uitgezonderd en in de gegeven definitie niet als onderneming in moeilijkheden beschouwd.

Met betrekking tot de steuntoekenning – in afwachting van aanpassing van de regelgeving voorlopig enkel in het kader van Onderzoeksprojecten en Ontwikkelingsprojecten – is te vermelden dat een onderneming in moeilijkheden wel in aanmerking komt voor steun ingeval dit een kleine onderneming (KO) is met leeftijd tussen 3 en 5 jaar. Bedoelde steun wordt dan toegekend als steun op basis van art. 22 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Deze steun is evenwel geplafonneerd. De onderneming dient er dus over te waken het betrokken plafond niet te overschrijden bij het ontvangen of genieten van andere steunvormen. De VLAIO-adviseur zal de concrete toepassing voor ondernemingen in deze situatie verder bekijken bij de behandeling van de aanvraag voor VLAIO-bedrijfssteun. 

De bepaling van de grootte van de onderneming gebeurt volgens de Europese kmo-definitie.

Verloop bij een subsidieaanvraag

  • Bij de indiening van de subsidieaanvraag verklaart de onderneming dat ze wel of geen onderneming in moeilijkheden is, naargelang de situatie.
  • Ze verklaart bovendien dat ze de administratie onmiddellijk op de hoogte zal brengen als ze tussen het moment van projectindiening en projectbeslissing alsnog gecatalogeerd wordt als onderneming in moeilijkheden.

Onderstaande criteria en procedure zijn te volgen bij het opstellen van bovenbedoelde verklaring van al dan niet onderneming in moeilijkheden bij de indiening van een subsidieaanvraag.

Praktisch

1. Voor alle ondernemingen

berekenen we de criteria uit punten a) en b) van de definitie van de GBER op basis van de volgende gegevens uit de laatst afgesloten jaarrekening, al of niet neergelegd, van de steun aanvragende onderneming1:

criterium: eigen vermogen (EV) minder dan 50% van geplaatst kapitaal (GK)

Code

Omschrijving

10/15 + 101

EV2

100 + 11 GK³

2. Voor de grote ondernemingen

berekenen we bijkomend de criteria uit punt e) van de definitie van de GBER op basis van de volgende gegevens uit de laatste twee afgesloten jaarrekeningen, al of niet neergelegd, van de steun aanvragende onderneming1:

criterium 1: verhouding vreemd vermogen (VV) eigen vermogen (EV) meer dan 7,5

 

Code

Omschrijving

+

16

Voorzieningen en uitgestelde belastingen

+

17/49

Schulden

=

 

VV

 

10/15 + 101

EV2

criterium 2: rentedekkingsgraad EBITDA/rentelast minder dan 1,0

 

Code

Omschrijving

+

9903

Winst/verlies van het boekjaar, voor belastingen

-

750

Opbrengsten uit financiële vaste activa

- 751

Opbrengsten uit vlottende activa

- 752/9

Andere financiële opbrengsten

+

650

Kosten van schulden

+

652/9

 

Andere financiële kosten

-

769

Andere niet recurrente financiële opbrengsten

+

668

Andere niet recurrente financiële kosten

+

630

 

Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

+

631/4

Waardeverminderingen op voorraden , op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)

+

660

Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

- 760

Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa

+ 651

Waardeverminderingen op vlottende activa

+ 661

Waardeverminderingen op financiële vaste activa

- 761

Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa

=

 

EBITDA

+

650

Kosten van schulden (= rentelast)

Enkel in volgend geval, als beide verhoudingen ontoereikend zijn in de laatste 2 afgesloten boekjaren, is de onderneming in moeilijkheden volgens punt e) van de definitie:

Boekjaar

x-2

x-1

Verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen

>7,5 

>7,5

Rentedekkingsgraad

<1

<1

Zodra één van de verhoudingen positief is, zie voorbeeld hier onder, is de onderneming niet in moeilijkheden volgens punt e) van de definitie: 

Boekjaar

x-2

x-1

Verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen

>7,5

>7,5

Rentedekkingsgraad

>=1

<1

U kan zelf de berekening maken met behulp van de hieronder bijgevoegde tabellen.

1 Indien uw onderneming deel uitmaakt van een groep, dient de analyse ook te gebeuren op groepsniveau (hoogste consolidatieniveau)

2 Het eigen vermogen wordt berekend op basis van het geplaatst kapitaal. Het niet-opgevraagde en niet-volgestorte kapitaal wordt dus mee in rekening gebracht bij de bepaling van het eigen vermogen.

³ Te vermeerderen met uitgiftepremies. 

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Dienst bedrijfssteun

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail