Ecologiepremie+

Laatst gewijzigd op 12 jan 2023 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kmo's & grote ondernemingen
Voor wat
investeringen in ecologische technologieën vermeld op de LTL-lijst
Subsidie
van 30-55 % ( kmo) of 15-45 % (go) op de vermelde ecologische meerkost

Zoek je steun voor zonnepanelen? Dan is dit niet de geschikte maatregel. Een overzicht vind je hier.

Wat houdt de maatregel in

Ondernemingen in het Vlaamse Gewest kunnen van VLAIO een subsidie verkrijgen voor een aantal ecologische investeringen. Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de vermelde meerkost van de essentiële investeringscomponenten, het type (milieuvriendelijk, energiebesparend, hernieuwbaar), de ecoklasse/ecogetal en de grootte van de onderneming. Dit resulteert in een nettosteunpercentage per technologie vermeld op de limitatieve technologieënlijst (LTL EP+) naargelang de grootte van de onderneming (kmo of go).

Met de ecologiepremie wil de Vlaamse overheid ondernemingen stimuleren om hun productieproces duurzaam, klimaatvriendelijk, circulair en energiezuinig te organiseren en zij neemt daarbij een gedeelte van de extra investeringskosten, die een dergelijke investering met zich meebrengt, voor haar rekening.

Naast de ecologiepremie is er de strategische ecologiesteun (STRES) die tegemoet komt aan ondernemingsspecifieke en grotere investeringsprojecten.

Wie komt in aanmerking

Alle ondernemingen met een exploitatievestiging in het Vlaamse Gewest (vermeld in de kruispuntbank ondernemingen) en die een in aanmerking komende hoofdactiviteit (activiteit met de grootste omzet) uitvoeren (op basis van de NACE-code lijst ecologiepremie) komen in aanmerking voor een ecologiepremie plus.

Voor de omvang van de ecologiesteun wordt wel een onderscheid gemaakt tussen kmo's en grote ondernemingen (go). Een kmo dient te beantwoorden aan volgende Europese kmo-definitie:

Criteria
kmo

Tewerkstelling

minder dan 250

ofwel jaaromzet
ofwel balanstotaal

maximum € 50 miljoen
maximum € 43 miljoen

Zelfstandigheidscriterium

Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden (vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen (zie ook de Europese kmo-definitie)

Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming. Voor de bepaling van de grootte van de onderneming wordt gekeken naar de 2 boekjaren voorafgaand aan het moment van indiening.

Vzw’s zijn geen aanvaardbare juridische vorm.

Ondernemingen met één of meer grote energie-intensieve vestigingen (primair energieverbruik ≥ 0,1 PJ en behorende tot de doelgroep) in het Vlaamse Gewest kunnen enkel een ecologiepremie plus krijgen als deze vestigingen zijn toegetreden tot de Vlaams energiebeleidsovereenkomsten (EBO) en deze ook naleven.

Grote ondernemingen moeten het stimulerend effect van de steun voor het investeringsproject bewijzen door aan te geven welke investering sowieso zal gebeuren, en tot welk extra de onderneming mits steun bereid is te investeren.

De investeringen kunnen worden uitgevoerd door een patrimoniumvennootschap die behoort tot dezelfde groep als de steunaanvragende onderneming.
Dit is in de volgende gevallen:

  • de patrimoniumvennootschap participeert voor ten minste 25% in de steunaanvragende onderneming;
  • de steunaanvragende onderneming participeert voor ten minste 25% in de patrimoniumvennootschap;
  • een natuurlijke persoon of rechtspersoon participeert voor ten minste 25% in beide vennootschappen.

Een onderneming in moeilijkheden wordt uitgesloten van steun ingevolge Europese regelgeving.

Wat komt in aanmerking

Thema's

Een ecologiepremie wordt toegekend aan de technologieën die opgenomen zijn in een limitatieve technologieënlijst (afgekort LTL EP+). Voor aanvragen ingediend vanaf 3 januari 2023  (LTL-epplus-2023-01-thema) zijn er 47 technologieën geselecteerd voor steun. De technologieën zijn opgedeeld in volgende drie categorieën en zes thema's:

  • milieutechnologieën;
  • energiebesparende technologieën;
  • hernieuwbare energie;
  • koeling;
  • transport;
  • verlichting;
  • warmte/verwarming;
  • water;
  • diverse.

De volledige LTL EP+ is te vinden op vlaio.be/nl/subsidies-financiering/ecologiepremie/voorwaarden

Uitgesloten

Volgende technologieën komen niet voor op de LTL en zijn bijgevolg uitgesloten van een ecologiepremie:

  • ecologie-investeringen die in aanmerking kunnen komen voor steunverlening via warmtekrachtcertificaten als vermeld in het elektriciteitsdecreet.
  • ecologie-investeringen die in aanmerking kunnen komen voor steunverlening via groenestroomcertificaten als vermeld in het elektriciteitsdecreet
Aanpassingen LTL lijst 

De LTL EP+ met 47 technologieën is van toepassing voor steunaanvragen ingediend vanaf 3 januari 2023. Ten opzichte van de vorige LTL EP+ (van kracht van 5 september 2022 t.e.m. 2 januari 2023) zijn volgende toevoegingen, aanpassingen en schrappingen gebeurd:

Geothermische warmte

  • T 201050: van toepassing bij aanwending als proceswarmte; aanpassing naam, uitleg, meerkost en essentiële componenten.
  • T 201091: nieuwe technologie 'Aanwenden van geothermische warmte voor klimatisatie'.

Warmtepompen

  • T 201061: schrapping, de geothermische warmtepomp wordt geïntegreerd in de essentiële componenten van de technologieën T 201050 en T 201091;
  • T 201063: toevoeging engineering- en installatiekosten als essentiële component;
  • T 201067: schrapping beperking vermogen, wijziging ecoklasse naar klasse A en toevoeging installatiekosten als essentiële component.

Biomassa

  • T 201052: van toepassing bij aanwending als proceswarmte; aanpassing naam, uitleg, meerkost en essentiële componenten;
  • T 201092: nieuwe technologie 'Productie van warmte op basis van de vergisting van biomassa of afvalwater waarbij de geproduceerde warmte ingezet wordt voor klimatisatie'.

Restwarmte

  • T 100078: schrapping van het plafond kostprijs, aanpassing naam, uitleg en essentiële componenten.

Warmtenet

  • T 201039 en T 201044: integratie van beide technologieën door aanpassing van aanpassing naam, uitleg en essentiële componenten in T 201039 en de schrapping van T 201044.

Warmte

  • T 201093: nieuwe technologie 'Zonneboiler'; 
  • T 201094: nieuwe technologie 'Warmteleiding tussen twee bedrijven voor de benutting van restwarmte uit het proces of groene warmte van het naburige bedrijf'.

Aanpassing van aandachtspunt 9 ‘Voorwaarden proceswarmte’ door toevoeging van de term klimatisatie.

Verder in aanmerking komen onder andere: koelsystemen op alternatieve koudemiddelen (CO2, propaan, ...) en ammoniak, tankinfrastructuur voor waterstof, struvietrecuperatie, aanwenden expansie-energie, ORC (Organic Rankine Cycle) op procesrestwarmte, walstroomvoorziening, elektrisch laadstation, actieve daglichtkoepels en daglichtbuizen, autonoom elektrisch koelaggregaat, chemische warmtepomp, batterij elektrische vrachtwagens en autobussen/cars enz..

Omvang steun

De ecologiepremie wordt toegekend in de vorm van een subsidie. Het bedrag van de ecologiepremie wordt bepaald door:

  • de grootte van de onderneming (kmo of go);
  • het type technologie (milieu, energie, hernieuwbaar);
  • de ecoklasse/ecogetal (A of B / 6 of 9);
  • het meerkostpercentage van de technologie en de essentiële componenten.

De uiteindelijke steun is het vermelde nettosteunpercentage op het investeringsbedrag van de vermelde essentiële componenten.

De steun is steeds van toepassing op de essentiële componenten exclusief installatiekosten behalve waar vermeld bij de technologie. De investeringen moeten steeds geactiveerd worden op de balans en over minimum 3 jaar afgeschreven worden. De investeringen moeten ook minimum 5 jaar na realisatie in het bedrijf behouden te worden en mogen niet ter beschikking van derden worden gesteld.

Op de lijst zijn enkel technologieën vermeld die een positieve kosteneffectiviteit hebben volgens de Recipe-methode. Technologieën met een kosteneffectiviteit vanaf 1,5 of hoger hebben hogere steunpercentages (ecoklasse A/ecogetal 9) dan technologieën met een kosteneffectiviteit lager dan 1,5 (ecoklasse B/ecogetal 6). Om het nettosteunpercentage te bepalen moet het steunpercentage in de tabellen hieronder vermenigvuldigd worden met het meerkostenpercentage van de gekozen technologie vermeld in de LTL-lijst:

Energiebesparende technologieën

Ecoklasse

Ecogetal

kmo

go

A 9 40% 30%
B 6 30% 15%
Milieutechnologieën

Ecoklasse

Ecogetal

kmo

go

A 9 50% 40%
B 6 30% 15%
Hernieuwbare energie

Ecoklasse

Ecogetal

kmo's

go

A 9 55% 45%
B 6 30% 15%

Het totale bedrag aan toegekende ecologiepremie bedraagt maximaal € 1 miljoen per onderneming over een periode van 3 jaar te rekenen van de indieningsdatum van de eerste positief besliste steunaanvraag.

Aanvraagprocedure

Meer informatie over de aanvraagprocedure is terug te vinden op vlaio.be/nl/subsidies-financiering/ecologiepremie/aanvraagprocedure.

Om de persoonlijke gegevens maximaal te beveiligen moet men zich aanmelden via een federaal token, een elektronische identiteitskaart (eID) of itsme-app, ... Wie gebruik wil maken van de elektronische identiteitskaart, heeft uiteraard een kaartlezer en de nodige software nodig. Wie liever gebruik maakt van het federale token, kan dit aanvragen via www.belgium.be. Hou hierbij uw rijksregisternummer, SIS-kaartnummer en identiteitskaartnummer bij de hand. Het federale token is persoonlijk en wordt naar het thuisadres gestuurd. Wettelijke functiehouders (zaakvoerders, bestuurders, ...) van een onderneming kunnen een aanvraag doen. Anderen dienen eerst via het Vlaams toegangsbeheer een machtiging te krijgen via een functiehouder. Meer info hierover bij de Vlaamse Infolijn op het telefoonnummer 1700.

Opgelet! De onderneming mag nog niet gestart zijn met de investeringen bij de indiening van de aanvraag. De vroegst mogelijke startdatum van het investeringsproject is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Als startdatum geldt de datum van de eerste factuur bij aankoop of de datum van ondertekening van het financieel leasingcontract. De ecologie-investeringen moeten ook starten binnen de 6 maanden na de beslissing tot toekenning van de steun en moeten binnen een termijn van 3 jaar na de beslissingsdatum beëindigd zijn. Ten vroegste na de beslissingsdatum en ten laatste 12 maanden na de laatste factuur bij aankoop of na de datum ondertekening financieel leasingcontract, kan de steun opgevraagd worden in drie schijven of in zijn geheel.

Vanaf 16 juli 2020 werden in de digitale aanvraag per technologie een aantal vragen toegevoegd over de technische kenmerken van de installatie (vermogens, verbruik, enz.). Dit is nodig voor het opvolgen van de klimaatefficiëntie van de ecologiesteun. Ook is het vanaf 16 juli 2020 verplicht de bestelbon/offerte van de ecologie-investering op te laden in de digitale aanvraag. Een handleiding hierover is te vinden op vlaio.be/nl/subsidies-financiering/ecologiepremie/aanvraagprocedure.

Uitbetalingsprocedure

De steun wordt in drie schijven uitbetaald (ten vroegste één maand na de beslissing tot toekenning):

  • een eerste schijf (30%) nadat 30% van de investeringen zijn gerealiseerd;
  • een tweede schijf (30%) nadat 60% van de investeringen zijn gerealiseerd;
  • een derde schijf (40%) na beëindiging van de investeringen en na controle van het dossier.
De uitbetaling van een schijf dient via de webapplicatie te worden aangevraagd. Opgelet! De steun dient ten laatste 12 maanden na het beëindigen van het investeringsproject (laatste factuurdatum bij aankoop of ondertekeningsdatum financieel leasecontract) opgevraagd te worden.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een KMO-vleesverwerkingsbedrijf installeert een nieuwe koelinstallatie voor productkoeling op 4°C met 100 kW koelvermogen op basis van alternatieve koelmiddelen ter waarde van € 50.000 excl. plaatsingskosten. De nieuwe koelinstallatie en de bestaande koelinstallaties (tussen -1°C en 9°C productkoeling) in het bedrijf hebben samen een koelvermogen van minder dan 300 kW.

  • NACE-code:10130 “Vervaardiging van producten van vlees of van vlees van gevogelte” is opgenomen: ok.

  • Technologie: zie LTL-technologie nr.1300:“Een nieuw koelsysteem op basis van alternatieve koudemiddelen (uitgezonderd ammoniak) met een totaal koelvermogen (binnen de onderneming) tussen 50 en 300 kW”. Totaal koelvermogen in het bedrijf met deze investering erbij is niet hoger dan 300 kW : ok.

  • uitleg:

    • “Een nieuw koelsysteem voor het koelen van ruimten, producten of processtromen op basis van CO2 of niet-gehalogeneerde koolwaterstoffen zoals propaan, (iso)butaan, propyleen, ethyleen en ethaan. Comfortkoeling en huishoudelijke koeling komen niet in aanmerking voor deze technologie. Een nieuw koelsysteem op basis van ammoniak is weergegeven in T1301. Het totale koelvermogen (binnen de onderneming) van de verschillende installaties moet groter zijn dan 50kW en kleiner dan of gelijk aan 300 kW (ongeacht het aantal koelkringen). Indien er een temperatuursverschil is van minimum 5°C, mogen de verschillende koelsystemen opgesplitst worden voor de berekening van het totale vermogen (om in aanmerking te komen voor steun). Het koelmeubel zelf komt niet in aanmerking voor steun"
    • meerkost: 30%
    • ecologiegetal: 6 - ecoklasse: B
    • steunpercentage : kmo 30% - go 15%
    • nettosubsidie : kmo 9% - go 4,5%
    • essentiële componenten: koelsysteem met alternatief koudemiddel (compressor, condensor, leidingen, appendages, expansieventiel en verdamper).
  • Subsidiepercentage: stel dat dit een kmo is: subsidie= 30%

  • Omvang subsidie = bedrag essentiële componenten (excl. plaatsing en excl. btw) x meerkostpercentage x subsidiepercentage
    =  € 50.000 x 30% x 30%
    =  € 4.500

Voorbeeld 2

Een 50% dochter van een multinational in de voedingsindustrie in diepgevroren voedingsproducten zal 3 nieuwe vrachtwagens aankopen op 100% elektriciteit van € 410.000 per vrachtwagen zonder opbouw.

  • NACE-code:10393 “Productie van diepgevroren groenten en fruit" is opgenomen: ok
  • Technologie :zie LTL-technologie nummer 201071 : “Batterij elektrische vrachtwagen”
  • uitleg:
    • “Nieuwe vrachtwagen (meer dan 3,5 ton) met 100% elektrische aandrijving (geen hybride), zonder opbouw en met een maximum in aanmerking komend investeringsbedrag van € 400.000 per vrachtwagen. Per onderneming komen maximum twee vrachtwagens in aanmerking voor steun”
    • milieutechnologie
    • meerkost: 80%
    • ecologiegetal: 9 - ecoklasse A
    • steunpercentage kmo: 50% - go : 40%
    • nettosubsidie kmo: 40% - go 32%
    • essentiële componenten: vrachtwagen met 100% elektrische aandrijving (zonder opbouw)
  • Subsidiepercentage: stel dat dit een 50% dochter is van een grote onderneming dan is de onderneming zelf ook een grote onderneming.
  • Omvang subsidie= bedrag essentiële componenten x subsidiepercentage
    = € 800.000* x 80% x 40%
    = € 256.000

* maximaal € 400.000 per vrachtwagen en maximaal twee vrachtwagens op te geven (€ 410.000 > € 400.000 x 3 > 2  =  € 800.000)

Vrijgesteld van vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2006 geldt er een vrijstelling van vennootschapsbelasting voor kapitaal- en interestsubsidies die door de gewesten in het kader van de economische expansiewetgeving toegekend worden aan ondernemingen om “immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen”. Ondernemingen als natuurlijke persoon (zelfstandigen, éénmanszaken, ...) zijn niet vrijgesteld van belasting op de ecologiepremie plus.

Ook voor deze maatregel geldt deze vrijstelling. Voor meer informatie zie Veelgestelde vragen: welke subsidies worden vrijgesteld van belasting.

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.

Contact

Afdeling / Dienst
Afdeling Steun Ondernemingen - Ecologiesteun
Adres

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon