Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in steunzones

Laatst gewijzigd op 21 nov 2019 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kmo's & grote ondernemingen
Voor wat
bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van bijkomende tewerkstelling ingevolge investeringen in een bepaalde steunzone
Vrijstelling doorstorting
van 25% voor een periode van 2 jaar

Wat houdt de maatregel in

Bedrijven die investeren in een afgebakende steunzone (ook wel ‘ontwrichte zone’ genoemd) kunnen een vrijstelling van 25% van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing bekomen, gedurende een periode van 2 jaar per extra arbeidsplaats die als gevolg van deze investering werd gecreëerd en die gedurende ten minste drie jaar (kmo's) of vijf jaar (grote ondernemingen) behouden blijft.

Overheden mogen maatregelen nemen om zones die getroffen worden door zware collectieve ontslagen economisch te ondersteunen. Vlaanderen heeft momenteel drie zones afgebakend (rond Genk, Turnhout en Zaventem-Vilvoorde) waardoor de maatregel in een groot gedeelte van Vlaanderen van toepassing is.

Het voordeel komt overeen met een besparing van 4 à 5% op de loonkost en geldt ook indien er werkgelegenheid wordt overgenomen als gevolg van investeringen bij overname van een onderneming die anders mogelijk zou verdwijnen.

Sinds 1 december 2018 is de steunzone rond Zaventem-Vilvoorde van toepassing, waardoor de maatregel nu ook van toepassing is in Vlaams-Brabant, quasi de gehele provincie Antwerpen en ook het oostelijk deel van de provincie Oost-Vlaanderen. Op het zelfde moment werden in de bestaande steunzones rond Genk en Turnhout ook extra bedrijvencentra en incubatoren opgenomen, waardoor de maatregel nog ruimer toepasbaar is geworden.

Wie komt in aanmerking

Het voordeel geldt voor kmo's (en in bepaalde gemeenten ook voor grote ondernemingen) die in de afgebakende steunzone investeren én nieuwe werkgelegenheid creëren.

Afgebakende steunzones

De 3 zones die momenteel in Vlaanderen zijn afgebakend, bevatten alle bedrijventerreinen binnen een straal van 40 km rondom Ford Genk, rondom de getroffen vestigingen van Philips en Heinz in Turnhout en rondom de gemeente rondom Zaventem-Vilvoorde waar ook enkele bedrijven hun werkgelegenheid zwaar hebben afgebouwd. Ook de incubatoren en businesscenters en enkele gebieden met een brownfieldconvenant in al deze regio's komen in aanmerking voor deze steunmaatregel. Hierdoor omvatten de huidige steunzones zowel:

  • de gehele provincie Limburg,
  • de provincie Vlaams-Brabant,
  • quasi de gehele provincie Antwerpen,
  • alsook de oostzijde van de provincie Oost-Vlaanderen. 

Een overzichtskaart met afbakening van de 3 steunzones kan je vinden op de kaart Vlaanderen. De detailkaarten van de afzonderlijke zones kan je hier raadplegen: kaart steunzone Antwerpen - kaart steunzone Limburg - kaart steunzone Vlaams-Brabant

Op de website www.geopunt.be kan je zelf opzoeken of jouw bedrijf gelegen is in een steunzone. Klik hiervoor rechts op 'bouwen en wonen', vervolgens op 'bedrijven' en vervolgens op 'steunzones...' en je ziet de inkleuring op de kaart verschijnen. Je kan vervolgens ook in de zoekbalk jouw adresgegevens ingeven voor gedetailleerde info.

Definitie kmo's en grote ondernemingen

Kmo’s hebben in deze gehele zone recht op steun. Opgelet echter! Voor de definitie van kmo hanteert deze wetgeving haar eigen criteria, die voornamelijk gebaseerd zijn op de Europese kmo-definitie, doch waarbij de berekeningsmethode voor bepaling van het zelfstandigheidscriterium rekening houdt met de Belgische fiscale kmo-definitie. Concreet betekent dit:

  • dat het criterium tewerkstelling (max. 250 VTE) en het criterium omzet (max. € 50 miljoen) of balanstotaal (max. € 43 miljoen), in ten minste twee van de laatste drie afgesloten belastbare tijdperken niet mogen overschreden worden;
  • voor de berekeningsregels inzake zelfstandigheidscriterium, wordt verwezen naar de (nieuwe) federale bepalingen van de fiscale kmo-definitie (artikel 1:24 § 3 tot 6 WVV), wat belangrijk is inzake het bekijken van de samenhang met andere vennootschappen:
    • Voor verbonden ondernemingen (i.c. meerderheidsbelang) dienen de gegevens van tewerkstelling opgeteld te worden en de gegevens van balanstotaal en omzet geconsolideerd te worden;
    • Voor geassocieerde ondernemingen (vanaf 1/5de stemrechten) dienen de gegevens van tewerkstelling, omzet en balanstotaal enkel stroomopwaarts (moederfirma's) opgeteld te worden in relatie tot het percentage van de stemrechten, dan wel in relatie tot aandelenparticipatie (hoogste van de twee).
  • ondernemingen waarvan 25% of meer van het kapitaal of stemrechten in handen is van een overheid, kunnen geen kmo zijn.

Grote ondernemingen komen normaliter niet in aanmerking voor deze steunmaatregel (aangezien Europa geen investeringssteun toelaat voor grote ondernemingen), doch in bepaalde gemeenten die door Europa zijn opgenomen op de 'regionale steunkaart' laat Europa een uitzondering toe (aangezien het steunvoordeel voor ontwikkeling van achtergebleven gebieden opweegt tegen het concurrentienadeel dat kan berokkend worden door subsidies). Indien de investering betrekking heeft op nieuwe vestigingen en nieuwe activiteiten van bestaande vestigingen kunnen grote ondernemingen wel steun in het kader van deze steunmaatregel krijgen in:

  • provincie Antwerpen: Balen, Dessel en Mol;
  • provincie Limburg: As, Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Maaseik, Maasmechelen, Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Tongeren, Zutendaal;

Op de hierboven vermelde kaarten worden deze gemeenten lichtbruin ingekleurd.

Bijkomende voorwaarden

Ondernemingen komen enkel in aanmerking indien ze bijkomende arbeidsplaatsen creëren op een vestiging die in de afgebakende zone is gelegen. Eveneens dient er een duidelijke link te zijn tussen enerzijds de investering en de betrokken vestiging en anderzijds de extra jobs en de betrokken vestiging.

Indien de investering wordt gerealiseerd (geactiveerd) bij een andere firma dan degene die de extra tewerkstelling zal realiseren, dan moeten deze firma's deel uitmaken van dezelfde groep van ondernemingen.

Ondernemingen mogen niet in een wco-procedure zitten (‘wet op de continuïteit van ondernemingen’) en komen ook niet in aanmerking indien ten gevolge van geleden verlies het netto actief is gedaald tot minder dan de helft van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal;

Enkele sectoren worden uitgesloten: visserij- en aquacultuur en productie van landbouwproducten. Voor grote ondernemingen gelden er ook uitsluitingen voor de ijzer- en staalsector, synthetische vezels industrie, kolenindustrie, scheepsbouw, vervoerssector en daarmee verband houdende infrastructuur en de energieproductie, -distributie en energie-infrastructuur.

Indien tijdens de periode van toepassing van deze steunmaatregel de exploitatie van de investering wordt overgedragen aan een andere vennootschap (bijvoorbeeld ingevolge een fusie, splitsing, ...), dan kan het steunvoordeel toch verder worden toegepast door de andere entiteit mits vooraf volgend formulier wordt overgemaakt aan FOD Financiën: formulier in te vullen in het geval de exploitatie van de investering wordt overgedragen aan een andere vennootschap.

Wat komt in aanmerking

Om in aanmerking te komen dienen de investeringen in materiële of immateriële vaste activa, verband te houden met:

  • De oprichting van een nieuwe inrichting;
  • De uitbreiding van capaciteit van een bestaande inrichting (dit geldt niet voor grote bedrijven);
  • De diversificatie van de productie naar producten die voordien niet werden vervaardigd (voor grote bedrijven in de regionale steunkaart wordt dit vermeld als: ‘diversificatie van de activiteit van een inrichting, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is als, of vergelijkbaar is met de activiteit die voordien werd uitgeoefend’);
  • Een fundamentele verandering in het totale productieproces van bestaande bedrijven (dit geldt niet voor grote bedrijven);
  • De overname van materiële of immateriële vaste activa van een (niet-geassocieerde) derde-werkgever wegens sluiting, gerechtelijke reorganisatie of faillissement (alle arbeidsplaatsen worden als nieuw beschouwd).

Omvang steun

De steun betreft een tijdelijke vrijstelling van het doorstorten van 25% bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen die betrekking hebben op nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen:

  • die ontstaan ten gevolge van een investering;
  • die het totaal aantal werknemers verhoogt t.o.v. het gemiddeld aantal werknemers over 12 maanden voorafgaand aan de indiening van de steunaanvraag (voor aanvragen die ingediend werden vóór 1 september 2018 werd de referentieperiode berekend op basis van de 12 maanden voorafgaand aan de voltooiiing van de investering);
  • die ingevuld worden nà indiening van de steunaanvraag en binnen 36 maanden na de voltooiingsdatum van de investering;
  • die uitbetaald worden binnen de 2 jaar vanaf het ogenblik van invulling van de nieuwe arbeidsplaats.

Ter indicatie kan onderstaande berekening dienen, waarbij een bediende in dienst wordt genomen, die voltijds is tewerkgesteld, gehuwd is met een partner met beroepsinkomsten, geen personen ten laste heeft en recht heeft op vakantiegeld en een eindejaarspremie ter waarde van één maandwedde:

Brutoloon per maand
€ 2.000 € 3.000 € 4.000
Totaal steunbedrag over 24 maanden (incl. vakantiegeld en premie)
€ 3.006,85 € 5.734,14 € 8.736,24

Deze steun kan worden gecumuleerd met het systeem van ploegen- en nachtpremies, met het systeem van de gedeeltelijke vrijstelling in de vorm van een algemene structurele lastenverlaging (IPA-korting) en met de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen, doch niet met andere vrijstellingen inzake doorstorting van bedrijfsvoorheffing (overwerk, onderzoekers, sportbeoefenaars, koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector, zeevisserij).

De vrijstelling is per investering beperkt tot maximum € 7,5 miljoen.

Voor grote ondernemingen dient er tevens rekening te worden gehouden met Europese steunplafonds indien de onderneming ook investeringssteun krijgt onder de vorm van Strategische Transformatiesteun (aangezien het maximum plafond van 10% investeringssteun niet overschreden mag worden).

Wat met uitzendkrachten

Ook indien men voor invulling van de extra arbeidsplaatsen beroep doet op uitzendkrachten, kan het voordeel van deze steunmaatregel worden toegepast.

Het is dan wel noodzakelijk dat er, voorafgaand aan de start van de uitzendarbeid, een aanvullend formulier wordt ingediend door het uitzendkantoor (formulier voor ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid). Op die manier kan het uitzendkantoor de vermindering van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing toepassen tijdens het uitzendcontract en kan de onderneming ook nadien, bij eventuele indienstneming van deze werknemer, het voordeel verder toepassen. Zowel de onderneming als het uitzendkantoor zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van bewijs van deze tewerkstelling.

Aanvraagprocedure

De aanvraag voor deze tegemoetkoming moet ingediend worden uiterlijk binnen de 3 maanden nà voltooiing van de investering, maar steeds vooraleer de extra werknemers in dienst komen (aanvraagformulier).

Het aanvraagformulier moet bij voorkeur per mail per verzonden worden naar de documentatiedienst van FOD Financiën (kmo.aalst.bv@minfin.fed.be ). Het (mail)adres kan je ook terugvinden op de eerste pagina in het aanvraagformulier. Vrij snel nà de indiening verstuurt deze dienst een ontvankelijkheidsmail, waarna de maatregel mag worden toegepast (aangeraden wordt om deze mail ook te bezorgen aan jouw sociaal secretariaat).

De vrijstelling wordt definitief nadat aangetoond wordt dat de nieuwe arbeidsplaats gedurende ten minste 3 jaar behouden is gebleven (voor grote ondernemingen wordt de termijn bepaald op 5 jaar).

De vrijstelling zal niet verleend worden indien de timing van de verwachte voltooiing van de investering ruim overschreden wordt (voor dossiers die ingediend worden nà 1 september 2018 werd de maximale overschrijdingsduur op 6 maanden bepaald), of indien niet wordt aangetoond dat de nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen betrekking hebben op de investering.

Sinds 1 september 2018 is het dan ook - meer dan vroeger - belangrijk om een goede keuze te maken i.v.m. de indieningsdatum van de aanvraag.

Procedure definitieve verwerving vrijstelling

De onderneming geniet dit fiscaal voordeel vanaf de aanvang van de de nieuwe arbeidsplaats gedurende 2 jaar. De vrijstelling wordt echter pas definitief verworven, nadat de werkgever (of het uitzendkantoor) nà afloop van de termijn van 3 (kmo) of 5 jaar (grote onderneming) heeft aangetoond dat de nieuwe arbeidsplaatsen gedurende deze termijn behouden zijn gebleven.

Het bewijs hiervan wordt geleverd door een ingevuld formulier (beschikbaar op www.myminfin.be (thema bedrijfsvoorheffing)  toe te voegen bij de aangifte in de vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting of belasting van niet inwoners/vennootschappen, van het aanslagjaar dat betrekking heeft op de het tijdperk waarin de minimale houdperiode van de arbeidsplaats is verstreken:

  • Voor kmo's:  formulier 274APT-8: Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in het kader van investeringen verricht in een inrichting gelegen in een steunzone - Behoud van de nieuwe gecreëerde arbeidsplaatsen;
  • Voor grote ondernemingen: 274APT-9: Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in het kader van investeringen verricht in een inrichting gelegen in een steunzone - Behoud van de nieuwe gecreëerde arbeidsplaatsen (nog niet beschikbaar).

Een kmo die haar boekhouding voert per kalenderjaar heeft in 2015 bijvoorbeeld aanwervingen uitgevoerd in het kader van deze steunmaatregel. Om het behoud van deze arbeidsplaatsen aan te tonen, moet het bovenvermelde formulier worden toegevoegd bij de aangifte in de vennootschapsbelasting van aanslagjaar 2019. 

Indien de voorziene arbeidsplaatsen gespreid over meerdere jaren werden ingevuld: per aanslagjaar (vanaf moment dat eerste bijlage moet worden toegevoegd) moet dan ook voor de volgende aanslagjaren bekeken worden voor welke arbeidsplaatsen de bewijsperiode voorbij is.

Indien een werknemer die op een nieuw gecreëerde arbeidsplaats tewerkgesteld werd, vervangen wordt door een andere werknemer, loopt de gunstperiode van twee jaar door. Er is geen schorsing van de tussenperiode waarin de werkgever nog geen vervanging heeft gevonden.

Indien de werkgever de nieuw gecreëerde arbeidsplaats niet gedurende de minimale tewerkstellingstermijn kan behouden, dient er een corrigerende aangifte te worden ingediend.

Meer informatie hierover kan je terugvinden in de FAQ – Tijdelijke en gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing – Nieuwe arbeidsplaatsen creëren in een steunzone (rubriek 28, 29 en volgende) op Fisconetplus (Opgelet doorklikken op deze link kan enkel als je ingelogd bent op de website www.fisconetplus.be).

Contact

Afdeling / Dienst
Contactcenter
Adres

Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
België

Telefoon