Nog aan te passen.

Strategische transformatiesteun

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor strategische transformatiesteun

De strategische transformatiesteun is er voor kmo’s en grote ondernemingen die individueel of gezamenlijk een strategisch transformatieproject willen realiseren.

Ontvankelijkheid: welke ondernemingen kunnen steun aanvragen?

Onderneming in moeilijkheden

Een onderneming in moeilijkheden komt niet in aanmerking volgens de Europese regels.

Hoofdactiviteit

De hoofdactiviteit van de onderneming behoort tot de in aanmerking komende sectoren. Er wordt gewerkt met een lijst van aanvaardbare nace codes die geldt voor opleidingen en investeringen. Grote ondernemingen uit de vervoersector komen niet in aanmerking voor regionale investeringssteun. Onder de vervoersector vallen de activiteiten met volgende nace codes:

  • nace code 49: Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen, met uitzondering van nace code 49.32 Exploitatie van taxi’s, 49.42 Verhuisbedrijven en 49.5 Vervoer via pijpleidingen
  • nace code 50: Vervoer over water
  • nace code 51: Luchtvaart, met uitzondering van nace code 51.22 Ruimtevaart

Ondernemingsgrootte

Kleine en middelgrote ondernemingen komen in aanmerking voor investerings- en/of opleidingssteun in het hele Vlaamse Gewest. Grote ondernemingen komen in aanmerking voor opleidingssteun in het hele Vlaamse Gewest. Grote ondernemingen komen enkel voor investeringssteun in aanmerking als de investering in een regionale steunzone gebeurt. Hieraan zijn enkele bijkomende voorwaarden verbonden.

Is jouw onderneming een kmo? Lees hier hoe je de Europese kmo-definitie moet interpreteren.

Klimaatplan

Voor de opmaak van de toelichting van het klimaatplan kan er gebruik gemaakt worden van het VLAIO-sjabloon dat terug te vinden is bij de documenten.

Het staat je als onderneming echter vrij om een eigen format te gebruiken, maar er dient wel voldaan te worden aan volgende randvoorwaarden:

  • het moet toelaten te beoordelen dat het transformatieplan in overeenstemming is met de aanpak beschreven in het klimaatplan;
  • in het bijzonder moeten de maatregelen die de onderneming in rekening wil brengen voor de beoordeling van het 'criterium m.b.t. verduurzaming' in het beoordelingsrooster (criterium 3) kunnen verbonden worden met de beschreven acties;
  • het behandelt minstens de directe impact van de activiteiten van de onderneming, maar neemt indien relevant ook de impact mee van activiteiten voor of na het eigen proces;
  • het behandelt een deel mitigatie (minstens energieverbruik, broeikasgassen en circulariteit) en een deel adaptatie (bijvoorbeeld waterverbruik).

Indien je meer duiding wenst, kan je contact opnemen met onze bedrijfsadviseurs.

Ontvankelijkheid: welke projecten kunnen steun aanvragen?

Projectperiode

De projectperiode heeft een duur van maximaal drie jaar en loopt vanaf de werkelijke startdatum van het project. De vroegst mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

De Vlaamse minister bevoegd voor Economie kan uitzonderlijk een verlenging van de projectperiode toestaan op advies van het Agentschap Innoveren & Ondernemen. Het agentschap geeft een positief advies als je aantoont dat de reden waarom een verlening wordt aangevraagd, een onvoorzienbaar karakter heeft en dus als overmacht kan worden beschouwd.

Instapdrempels

Over een periode van drie jaar zijn de in aanmerking komende opleidingskosten en het in aanmerking komend investeringsbedrag minstens gelijk aan de instapdrempels. De instapdrempels hangen af van het type steun (opleidings- of investeringssteun), van de grootte van de onderneming (ko, mo of go) en van het feit of de steunaanvraag al dan niet wordt ingediend door samenwerkende ondernemingen.

Project ingediend door Min. in aanmerking komende opleidingskosten over 3 jaar Min. in aanmerking komend investeringsbedrag over 3 jaar
een individuele ko € 100.000 per onderneming € 1.000.000 per onderneming
een individuele mo € 200.000 per onderneming € 2.000.000 per onderneming
een individuele go € 300.000 per onderneming € 3.000.000 per onderneming
samenwerkende ondernemingen, allemaal ko € 300.000 per project* € 3.000.000 per project**
samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één mo € 400.000 per project* € 4.000.000 per project**
samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één go € 700.000 per project* € 7.000.000 per project**

* minimum € 50.000 per onderneming
** minimum € 500.000 per onderneming

Je kan een aanvraag indienen voor investeringssteun, een aanvraag voor opleidingssteun of beide. Het transformatieproject beschreven in het transformatieplan moet altijd een investerings- en opleidingsdeel bevatten, ook al zou je voor of de investeringen of de opleidingen geen steun aanvragen. De opleidingen en de investeringen zijn essentieel voor het doorvoeren van het transformatieproject.

    Inhoudelijk: waaraan moet een project voldoen?

    Opleidingen

    Volgende opleidingen kunnen, behoudens enkele uitzonderingen, in aanmerking genomen worden.

    opleidingscategorie in aanmerking komende opleidingen
    1 personeelskosten van de opleiders
    2 verplaatsingskosten van opleiders en opgeleiden
    3 andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden
    4 afschrijving van werktuigen en uitrusting
    5 kosten van diensten voor begeleiding en advisering
    6 personeelskosten van de opgeleiden*

    * Voor de vaststelling van de totale subsidiabele opleidingskost mag het bedrag van de aanvaarde kosten onder categorie 6 niet hoger liggen dan de som van de aanvaarde kosten onder categorie 1 tot 5.

    Investeringen

    De investeringen moeten in het actief van de ondernemingsbalans worden opgenomen en als vaste activa afgeschreven worden. Volgende investeringen kunnen, behoudens enkele uitzonderingen, in aanmerking genomen worden:

    rubriek jaarrekening in aanmerking komende investeringen
    21 immateriële vaste activa*
    22 deels: gebouwen
    23 installaties, machines en uitrusting
    24 meubilair en rollend materiaal
    25 (on balance) leasing en soortgelijke rechten
    26 overige materiële vaste activa
    27 activa in aanbouw en vooruitbetalingen

    * Enkel de volgende immateriële investeringen kunnen in aanmerking worden genomen: activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.

    Regionale steunkaart

    Op 18 juli 2022 keurde de Europese Commissie de regionale steunkaart 2022-2027 voor België goed. Voor Vlaanderen gaat het om volgende gemeenten:

    • Limburg: Bilzen, Heers, Hoeselt, Lanaken, Maasmechelen, Tongeren, Dilsen-Stokkem, Hechtel-Eksel, Houthalen-Helchteren, Lommel, Oudsbergen, Pelt, Beringen, Genk, Ham, Leopoldsburg, Lummen, Tessenderlo, Zutendaal
    • Oost-Vlaanderen: Ronse, Geraardsbergen, Ninove
    • West-Vlaanderen: Middelkerke, Oostende, Diksmuide

    Grote ondernemingen komen enkel voor investeringssteun in aanmerking als de investeringen in een regionale steunzone gebeuren. Daarbij moet het gaan om een initiële investering ten behoeve van nieuwe economische activiteiten.

    De regionale steunkaart is een Europese benaming en geeft aan in welke regio’s grote ondernemingen in aanmerking kunnen komen voor investeringssteun. “Ontwrichte gebieden/zones” of de “steunzone” zijn geen officiële “EU” termen, maar zijn benamingen die in België gebruikt worden om de steungebieden aan te duiden die via de federale fiscale maatregel voor vrijstelling belastingen van de loonkosten worden toegekend. Een grote onderneming komt slechts in aanmerking komt voor de federale fiscale steun als ze zowel in de regionale steunkaart als in de steunzone/ontwrichte gebieden ligt.

    Wat wordt bedoeld met initiële investering ten behoeve van nieuwe economische activiteiten?
    Dat is een investering in materiële en immateriële activa die verband houdt met de oprichting van een nieuwe vestiging, of de diversificatie van de activiteit van een vestiging, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is als of vergelijkbaar met de activiteit die voordien in die vestiging werd uitgeoefend.

    Of de overname van activa die behoren tot een vestiging die is gesloten of zou zijn gesloten indien zij niet was overgenomen en die wordt verworven door een investeerder zonder banden met de verkoper, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is als of vergelijkbaar met de activiteit die in die vestiging werd uitgeoefend vóór de overname ervan.

    Wat wordt bedoeld met dezelfde of vergelijkbare activiteit?
    Dat zijn activiteiten die behoren tot dezelfde klasse (viercijferige code) van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE.

    Wanneer een grote onderneming voor de eerste keer investeert in één van de regionale steunzones of wanneer een grote onderneming investeert in een andere regionale steunzone dan degene waar zij al een economische activiteit heeft, dan mag de initiële investering betrekking hebben op een activiteit die dezelfde is als of vergelijkbaar met de activiteit die zij nu uitoefent.

    Wanneer een grote onderneming investeert in de regionale steunzone waar zij al een economische activiteit heeft, dan mag de initiële investering betrekking hebben op een activiteit die dezelfde is als of vergelijkbaar met de activiteit die zij nu uitoefent maar moet de nieuwe afdeling of unit technisch gezien op zichzelf kunnen staan.

    Wanneer de nieuwe afdeling of unit technisch gezien afhangt van de bestaande vestiging, dan zal de activiteit die wordt uitgeoefend in de nieuwe afdeling of unit een andere viercijferige nace code moeten hebben dan de activiteit in de bestaande vestiging. 

    De afbakening van de regionale steunzones gebeurt op NUTS 3-niveau (= het arrondissement).

    Inhoudelijk: welke impact verwachten wij van het project?

    Beoordeling

    Bij de beoordeling van de dossiers wordt rekening gehouden met de grootte van de vestigingseenheid waarin het transformatieproject wordt uitgevoerd.

    Het gaat om de volgende types vestigingseenheden:

    • kleine vestigingseenheid (KV) (minder dan 50 werknemers in VTE); 
    • middelgrote vestigingseenheid (MV) (50 tot 249 werknemers in VTE); 
    • grote vestigingseenheid (GV) (250 of meer werknemers in VTE). 

    De vijf parameters waaraan de transformatie wordt getoetst zijn: 

    1. de mate waarin het project innovatief is; 
    2. de mate waarin het project bijdraagt tot de internationale competitiviteit van de onderneming; 
    3. de mate waarin het project bijdraagt tot de verduurzaming op ecologisch vlak of tot het terugdringen van de broeikasgasuitstoot of aan de adaptatie aan klimaatverandering en tot de verduurzaming op sociaal vlak; 
    4. de mate waarin het project bijdraagt tot de verankering van de onderneming en de tewerkstelling en de algemene versterking van de onderneming in haar interne en externe waardeketen; 
    5. de mate waarin het project bijdraagt tot de versterking van de waardeketen of cluster die voor Vlaanderen van strategisch belang is, en tot de versterking van de Vlaamse economie.

    Onderstaande tabel bevat de minimumscores afhankelijk van de grootte van de vestigingseenheid.

    Parameter Vestigingseenheid Minimumscore
    1. de mate waarin een project innovatief is KV goed
      MV excellent
      GV excellent
    2. de mate waarin het project bijdraagt tot de internationale competitiviteit van de onderneming KV goed
      MV excellent
      GV excellent
    3. de mate waarin het project bijdraagt tot de verduurzaming op ecologisch vlak of tot het terugdringen van de broeikasgasuitstoot of aan de adaptatie aan klimaatverandering en tot de verduurzaming op sociaal vlak KV goed
      MV goed
      GV excellent
    4. de mate waarin het project bijdraagt tot de verankering van de onderneming en de tewerkstelling en de algemene versterking van de onderneming in haar interne en externe waardeketen KV neutraal
      MV goed
      GV goed
    5. de mate waarin het project bijdraagt tot de versterking van de waardeketen of cluster die voor Vlaanderen van strategisch belang is, en tot de versterking van de Vlaamse economie KV neutraal
      MV goed
      GV goed

    De scores die kunnen worden toegekend, variëren van hoog naar laag tussen excellent, goed, neutraal en negatief. Het project dient op elke parameter de vereiste minimumscore te behalen.

    Het volledige beoordelingskader voor de transformatietoets kan je vinden in de bijlage 1 van het ministerieel besluit.

    De projecten die over de parameters de vooropgestelde basisscore behalen, kunnen gunstig beoordeeld worden. De projecten die niet voldoen aan de vooropgestelde basisscores, komen niet in aanmerking voor steun.

    Tewerkstelling

    De bepaling van de bijkomende directe tewerkstelling in het Vlaamse Gewest wordt beoordeeld in parameter 4 ‘Verankering van de onderneming en de tewerkstelling en de algemene versterking van de onderneming in haar interne en externe waardeketen’.

    Om deze tewerkstellingsrealisatie objectief te kwantificeren wordt gebruik gemaakt van de Birch-index. De berekening van de Birch-index en van de absolute groei gebeurt per kwartaal op basis van het aantal personen (niet aantal VTE) op de loonlijst van de steunaanvragende onderneming.

    De minimaal vereiste bijkomende tewerkstelling is afhankelijk van de grootte van de onderneming en van het beschikken over een aanvangstewerkstelling en wordt bepaald overeenkomstig volgende tabel: 

     

    Birch-index (bij aanvangstewerkstelling ≠ 0) 

    Absolute groei (bij aanvangstewerkstelling = 0) 

    KO 

    ≥ 7,2 

    ≥ 6 personen 

    MO 

    ≥ 18 

    ≥ 15 personen 

    GO 

    ≥ 54 

    ≥ 50 personen 

    Als de steunaanvraag wordt ingediend door meerdere ondernemingen die samenwerken, gelden de minima in de bovenstaande tabel voor de ondernemingen gezamenlijk.  

    Een onderneming heeft maximaal 45 maanden de tijd vanaf de vroegst mogelijke startdatum van het project om de minimaal vereiste bijkomende tewerkstelling te realiseren. Als de opleidings- of investeringsperiode wordt verlengd, wordt de maximale termijn van 45 maanden met dezelfde periode verlengd.

    De volledige informatie met betrekking tot tewerkstelling kan je vinden in de bijlage 2 van het ministerieel besluit.

    Een project dat leidt tot de creatie van een bepaalde minimale bijkomende directe tewerkstelling in het Vlaamse Gewest komt voor steun in aanmerking. Een steunbaar project kan leiden tot een strategische en duurzame verankering van aanzienlijke tewerkstelling in het Vlaamse Gewest. Om de vereiste bassiscore te behalen, volstaat het om aan één van beide subcriteria te voldoen.   

    Een onderneming heeft maximaal 45 maanden de tijd vanaf de vroegst mogelijke startdatum van het project om de minimaal vereiste bijkomende tewerkstelling te realiseren. De onderneming toont de aanvangstewerkstelling en de eindtewerkstelling aan via een RSZ-kwartaalattest met vermelding van het aantal verzekeringsplichtige werknemers op het einde van betreffende kwartalen of aan de hand van de specifieke attesten voor havenarbeiders.

    Er wordt een onderscheid gemaakt tussen globale tewerkstelling en projectgebonden tewerkstelling. Alleen de toename van de globale tewerkstelling wordt in rekening genomen, tenzij het transformatieproject uitsluitend betrekking heeft op een bepaalde vestigingseenheid van de steunaanvrager.

    Als de steunaanvraag wordt ingediend door meerdere ondernemingen die samenwerken, gelden de minima zoals vermeld in bijlage 2 van het ministerieel besluit voor de ondernemingen gezamenlijk.

    De minimaal vereiste bijkomende tewerkstelling is afhankelijk van de grootte van de onderneming (kleine, middelgrote of grote onderneming) en van het beschikken over een aanvangstewerkstelling.

    Contact

    Adres
    Agentschap Innoveren & Ondernemen

    Koning Albert II-laan 35 bus 12
    1030 Brussel
    België

    Telefoon
    E-mail