GREEN: steun voor groener en efficiënter energiegebruik

Laatst gewijzigd op 10 jul 2024 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
ondernemingen
Voor wat
investeringen in vergroening en verhoging energie-efficiëntie
Subsidie
van 20 tot 40% op de ecologische meerkost t.o.v. een standaardinvestering

Zoek je steun voor zonnepanelen? Dan is dit niet de geschikte maatregel. Een overzicht vind je hier

Wat houdt de maatregel in

Met de oproep GREEN (Groener en Efficiënter Energiegebruik in de industrie) voorziet de Vlaamse overheid financiële steun voor ondernemingen die investeren om de transitie te maken van fossiele brandstoffen naar groene energiedragers (vergroening en elektrificatie) en/of om de totale energievraag van de onderneming te reduceren door verhoging van de energie-efficiëntie van een kernactiviteit/-proces (energie-efficiëntie). Zowel nieuwe als vervang-investeringen komen in aanmerking.

Deze steun is er zowel voor kmo's, grote ondernemingen als vzw's met een economische activiteit.

Vanaf 9 juli kunnen er opnieuw aanvragen worden ingediend voor de drie instrumenten van de ecologiesteun (GREEN, STRES en EP+). Sinds 1 juli 2024 is de nieuwe ecologiesteunregelgeving van kracht (BVR ecologie-uitgaven van 19 april 2024 en MB oproep thema's vergroening, elektrificatie en verbetering energie-efficiëntie (GREEN) van 30 juni 2024).

Wie komt in aanmerking

Alle kmo's en grote ondernemingen (go) die investeren in een (toekomstige) exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest en een aanvaardbare rechtsvorm hebben. 

  • Wie hier nog geen exploitatiezetel heeft, moet ten laatste één jaar na de goedkeuring van de steunaanvraag in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel vestigen. 
  • Als je tot de doelgroep van EBO Vlaanderen behoort, moet je ook toegetreden zijn tot de energiebeleidsovereenkomst. 
  • Uitgesloten zijn investeringen voor primaire landbouw, visserij en aquacultuur en ondernemingen met een overheidsaandeel vanaf 50% (behalve voor investeringen in warmtenetten, walstroom, enertgiedelen en waterzuivering), ondernemingen in moeilijkheden (OIM) of ondernemingen tegen wie een procedure voor terugvordering van steun loopt. 
  • Vzw's met een economische activiteit als hoofdactiviteit. 

Voor de omvang van de ecologiesteun wordt er een onderscheid gemaakt tussen kmo's en grote ondernemingen. Hierbij dient de onderneming te beantwoorden aan de Europese kmo-definitie met het zelfstandigheidscriterium.

Criteria
kmo
go
Tewerkstellingminder dan 250 VTE vanaf 250 VTE
ofwel jaaromzet
ofwel balanstotaal
maximum €50 miljoen
maximum €43 miljoen
 meer dan €50 miljoen
 meer dan €43 miljoen
Zelfstandigheidscriterium
Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden (vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen.

Financiering via een patrimoniumvennootschap is mogelijk onder bepaalde voorwaarden.

Wat komt in aanmerking

Thema ‘vergroening’: overstappen naar elektriciteit of groene energie

We spreken van ‘vergroening’ als de eindgebruiker investeringen doet om fossiele brandstoffen (zoals aardgas, diesel, stookolie, …) te vervangen door het gebruik van groene warmte, groene koude, groene stroom, groene waterstof, blauwe waterstof, restwarmte of restkoude.

Groene energiedragers die in deze oproep gesteund kunnen worden, zijn vormen van:

  • warmte afkomstig van:
    • hernieuwbare energiebronnen: thermische zonne-energie, geothermie, de omgeving, de getijden, de golfslagen en andere energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa die voldoet aan de duurzaamheidscriteria van RED III (Europese richtlijn hernieuwbare energie), gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas. 
    • groene waterstof (geproduceerd uit groene stroom) of blauwe waterstof (geproduceerd uit fossiele brandstoffen met opvang van koolstofemissies (carbon capture) en permanente opslag (carbon storage) of gebruik van de opgevangen koolstofemissies (carbon utilization))
    • restwarmte
  • elektrificatie (voorbeeld: een proces op aardgas elektrisch maken)

Zijn uitgesloten:

  • vaste en vloeibare biomassa die niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria van RED III
  • omgevingslucht (voorbeeld: warmtepomp op buitenlucht)
  • stortgas
  • PV-panelen, windturbines, of andere manieren om elektriciteit te produceren
Thema ‘energie-efficiëntie’

De eerste stap naar duurzamer energieverbruik is minder energie verbruiken. Daarom steunen we ook de ondernemingen die energie-efficiënte maatregelen nemen om de totale energievraag van kernactiviteiten te verminderen. Kernactiviteiten zijn investeringen die in hoofdzaak productiegerelateerd zijn.

Specifieke aanpassingen aan het productieproces of aan de warmte-koude opslag komen in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan specifieke investeringen aan je productieproces waarbij je plots veel efficiënter kan verwarmen. De technologieën waarin geïnvesteerd wordt, moeten echter standaardtechnologieën overschrijden. Het is niet de scope van deze oproep om standaardinvesteringen te steunen. Zo worden bijvoorbeeld volgende investeringen uitgesloten:

  • thermische isolatie
  • efficiëntere verlichting
  • toerentalregeling van compressoren
  • gebouwbeheerssystemen
  • verduurzaming van het wagenpark
  • aansturen van zonnepanelen
  •   …

Ook investeringen enkel gerelateerd aan het gebouw, het wagenpark, ... komen niet in aanmerking. 
Investeringen in nieuwe fossiele technologieën komen eveneens niet in aanmerking, tenzij het over opwaardering van restwarmte gaat.

Investeringen die wettelijk verplicht zijn, komen niet in aanmerking voor GREEN-steun. Denk hierbij aan investeringen om te voldoen aan:

  • Europese of Vlaamse normen
  • verplichtingen in het kader van energiebeleid Vlaanderen (zie het Energiebesluit van 19 november 2010, bijv. energie-audit of energiebalans)
  • de voorwaarden opgenomen in de omgevingsvergunning 
  • investeringen moeten duidelijk verder gaan dan wat wettelijk verplicht is om steunbaar te zijn.

Omvang steun

De steun is afhankelijk van de grootte van de onderneming (kmo of go) en van de ecoklasse. De nettosteun is het steunpercentage op de meerkost van subsidiabele kosten ten opzichte van de kosten van een standaardinvestering. 

 Steunpercentages
Vergroening   
kmo
go
Ecoklasse A55%45%
Ecoklasse B45%35%
Energie-efficiëntiekmogo
Ecoklasse A40%30%
Ecoklasse B30%20%
  • Ecoklasse A: projecten die een hoge kosteneffectiviteit (KE) behalen (hoge milieubaten per geïnvesteerde euro, KE ≥ 1,5) behoren tot ecoklasse A en krijgen een hoger steunpercentage. 
  • Ecoklasse B: projecten die een lagere (maar nog steeds voldoende) kosteneffectiviteit behalen (iets lagere milieubaten per geïnvesteerde euro, KE < 1,5 maar > 0) behoren tot ecoklasse B en krijgen een lager steunpercentage.

De terugverdientijd dient minstens 2 jaar te zijn voor energie-efficiëntie.

Subsidiabele kosten

De projectkosten omvatten alle kosten die nodig zijn om het project uit te voeren: de kosten voor engineering, investeringen (afschrijving over minstens 3 jaar), installatie, voorstudie, operationele kosten en infrastructuurkosten moeten samen minstens € 50.000 bedragen. Niet alle kosten worden aanvaard.

figuur Green

De in aanmerking komende kosten omvatten de volgende componenten: 

  • Engineeringskosten: berekeningen en dimensioneringen van de gekozen technologie
  • Investeringskosten: de effectieve kost van het nieuwe toestel
  • Installatiekosten: de kosten om de installatie te plaatsen

Operationele kosten en studiekosten behoren niet tot de in aanmerking komende kosten, evenmin als kosten voor infrastructuur werken.

Berekening ecologische meerkost

De ecologische meerkost is de kost van de extra investeringen (exclusief btw) noodzakelijk voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden.

De extra investeringen worden berekend door de ecologie-investering te vergelijken met een klassieke investering die in technisch opzicht vergelijkbaar is, maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming bereikt kan worden (= de standaardinvestering). De vergelijking gebeurt op basis van een gelijke productiecapaciteit. 

Berekening steunbedrag

Steunbedrag = ecologische meerkost x subsidiepercentage.

De steun bedraagt per onderneming maximum € 1.000.000 in totaal in de steunperiode van GREEN. Dit kan worden verdeeld over meerdere steunaanvragen.

Cumulatieverbod

GREEN-steun mag niet gecumuleerd worden met andere overheidssteun. Dat betekent dat de onderneming geen steun mag aanvragen voor dezelfde in aanmerking komende investeringskosten (bijvoorbeeld geen overlap tussen oproepen van VLAIO en VEKA, geen overlap tussen premies van Fluvius en steun via VLAIO, ...). 

Aanvraagprocedure

Aanvraag in 2 stappen
  • Je vraagt via het aanmeldingsformulier eerst een voorbespreking aan. Tijdens dit gesprek wordt nagegaan of jouw investeringsplannen kans maken op subsidiëring. Na dit gesprek ken je de aandachtpunten zodat een goede subsidieaanvraag kan worden opgemaakt. 
  • de subsidieaanvraag gebeurt online op de VLAIO website www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/green-investeringssteun. In de aanvraag dient een projectbeschrijving en de Excel GREEN ingevuld, opgeladen te worden. Je vindt deze documenten en meer informatie op de pagina Aanvraagprocedure.
Opgelet
  • Een project mag pas starten vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de subsidieaanvraag werd ingediend. Als startdatum geldt de vroegste datum, hetzij van de eerste factuur bij aankoop, hetzij van de datum van de akte bij verwerving van een onroerend goed, hetzij de ondertekeningsdatum van een financiële leasingovereenkomst. 
    Bijvoorbeeld: je dient de subsidieaanvraag in op 24 juli. In dat geval mag de investering ten vroegste starten op 1 augustus. Dien je in op 8 augustus, dan mag de investering ten vroegste beginnen op 1 september. Dat staat los van een eventuele goedkeuring van de subsidie.
  • Het project dient te starten binnen de twaalf maanden na goedkeuring van de subsidie. Als deze termijn overschreden wordt, kan mits grondige motivatie de minister beslissen over de verlenging van deze termijn. 
  • Het project moet uitgevoerd zijn ten laatste drie jaar na beslissingsdatum tot steuntoekenning. Als deze termijn overschreden wordt, kan mits grondige motivatie de minister beslissen over de verlenging van deze termijn. 

Uitbetalingsprocedure

Jouw project zal worden beoordeeld op basis van een criteria: zie de rubriek Vervolgstappen op de VLAIO website.

De steun wordt na goedkeuring uitbetaald in twee schijven van 50% op basis van de aangereikte facturen en/of financiële leasecontracten en de bewijsstukken van activering van de uitgaven (de afschrijvingstabellen of een uittreksel uit de grootboekrekeningen van de steunaanvrager).

 

Vrijgesteld van vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2006 geldt er een vrijstelling van vennootschapsbelasting voor kapitaal- en interestsubsidies die door de gewesten in het kader van de economische expansiewetgeving toegekend worden aan ondernemingen om “immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen”.

Ook voor deze maatregel geldt deze vrijstelling. Voor meer informatie zie Veelgestelde vragen: welke subsidies worden vrijgesteld van belasting.

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.