Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Laatst gewijzigd op 9 apr 2021 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
ondernemingen
Voor wat
bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van bepaalde werknemers
Vrijstelling doorstorting
het percentage varieert per maatregel

Wat houdt de maatregel in

Werkgevers kunnen in bepaalde gevallen gedeeltelijk worden vrijgesteld om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van bepaalde werknemers door te storten aan de fiscus. Hierbij een overzicht van de meeste mogelijkheden.

Om werkgevers aan te moedigen meer opleidingen te voorzien voor hun werknemers, werd er een nieuwe fiscale vrijstelling ingevoerd. Voor werknemers die al minstens 6 maanden aan de slag zijn, moet de werkgever vanaf 1 januari 2021 een bedrag van 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet meer doorstorten naar de Schatkist bij het volgen van bepaalde opleidingen tijdens een bepaalde periode. De opleiding zelf moet minstens 10 dagen bedragen tijdens een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen. Voor kleine vennootschappen geldt hier een versoepeling (5 dagen opleiding gedurende een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen). Meer informatie in de nieuwe rubriek Opleiding werknemers

Investering in een steunzone

Omschrijving maatregel

Kmo's en grote ondernemingen die investeren in een afgebakende steunzone (ook wel ‘ontwrichte zone’ genoemd) kunnen een vrijstelling van 25% van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing bekomen, gedurende een periode van 2 jaar per extra arbeidsplaats die als gevolg van deze investering werd gecreëerd en die gedurende ten minste drie jaar (kmo's) of vijf jaar (grote ondernemingen) behouden blijft.

Overheden mogen maatregelen nemen om zones die getroffen worden door zware collectieve ontslagen economisch te ondersteunen. Vlaanderen heeft momenteel drie steunzones afgebakend: rond Genk, Turnhout en Zaventem-Vilvoorde.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in steunzones.

IPA-korting

Omschrijving maatregel

Sinds 1 oktober 2007 genieten werkgevers, zowel vennootschappen als zelfstandigen, van de zogenaamde IPA-korting. Deze korting is ingevoerd in het kader van een loonlastenvermindering vastgelegd in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2007-2008. Deze korting houdt in dat werkgevers een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij inhouden op het loon van hun werknemers, niet dienen door te storten naar de fiscus.

Omvang steun
  • Profit sector: Voor zelfstandigen en kleine vennootschappen (die beantwoorden aan de criteria van kleine vennootschap volgens artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) wordt de werkgever vrijgesteld van het doorstorten van een deel van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op het loon van de werknemers. Dit deel komt overeen met 0,12% van de bruto bezoldigingen vóór inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen, betaald of toegekend vanaf 1 april 2016.
  • Non-profit sector: Voor deze sector bedraagt de algemene korting 1%. Voor werkgevers die voldoen aan de criteria van kleine vennootschap wordt het tarief opgetrokken tot 1,12%.
Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de 'FAQ – Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing – Looncorrectie en sociale maribel' op MyMinFin.

Onderzoek en ontwikkeling

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de privé sector en kennisinstellingen kunnen worden vrijgesteld om 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van bepaalde onderzoekers die zij tewerkstellen door te storten aan de fiscus. Ook voor een aantal bachelordiploma's geldt er sinds 1 januari 2018 een dergelijke vrijstelling maar in beperktere vorm:

 
kleine vennootschappen
andere vennootschappen
Masterdiploma’s
vrijstelling van 80% vrijstelling van 80%
Bachelordiploma’s

vrijstelling van 80%*(beperkt tot 50% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)

vrijstelling van 80%* (beperkt tot 25% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)

* De vrijstelling is vanaf 2020 opgetrokken van 40% tot 80% (evenwel beperkt tot 25 of 50% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma).

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers.

Opleiding werknemers

Omschrijving maatregel

Om de werkgevers aan te moedigen om meer opleidingen te voorzien voor hun werknemers werd er een nieuwe fiscale vrijstelling ingevoerd vanaf 1 januari 2021. 

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Enkel de werknemers die al minstens 6 maanden aan de slag zijn bij de werkgever komen in aanmerking.
  • Niet alle opleidingen komen in aanmerking voor deze subsidie: 
    • het moet gaan om formele of informele opleidingen zoals bepaald door de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk;
    • de opleiding mag niet door wettelijke of andere reglementaire bepalingen opgelegd zijn. Ook de opleidingen voorzien in een collectieve arbeidsovereenkomst worden uitgesloten;
    • de opleiding vormt een beroepskost voor de werkgever;
  • De opleiding zelf moet minstens 10 dagen bedragen tijdens een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen. Hierop gelden 2 uitzonderingen:
    • Voor kleine vennootschappen (zoals gedefinieerd in artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) komen ook opleidingen van 5 dagen gedurende een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen in aanmerking;
    • Voor werkgevers die kunnen genieten van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het kader van nacht- of ploegenarbeid, mag de opleiding van 10 dagen plaatsvinden tijdens een ononderbroken periode van 60 kalenderdagen. Om van de vrijstelling in het kader van opleidingen te kunnen genieten, moet de werknemer een ploegenpremie krijgen tijdens de periode van 60 kalenderdagen. 
  • De voorwaarde van 10 dagen is van toepassing op een voltijdse werknemer (proratisering kan voor deeltijdse werknemers);
  • Een werknemer heeft maximaal recht op 10 ononderbroken periodes van 30 kalenderdagen bij dezelfde werkgever;
  • Een opleidingsdag wordt berekend als 7,6 uur. De werknemer moet de opleiding ook effectief hebben gevolgd.
Omvang steun

De vrijstelling bedraagt 11,75 % van het geheel van de in aanmerking genomen bezoldigingen.

Enkel de basisverloning komt in aanmerking voor de berekening van de vrijstelling.
 
De belastbare bezoldiging die in aanmerking komt wordt beperkt tot € 3.500 per (voltijdse) werknemer. 

Er geldt tevens geen cumulverbod, m.a.w. de vrijstelling kan gecombineerd worden met andere vrijstellingen van voorstorting bedrijfsvoorheffing.

Aanvraagprocedure

Er moeten twee aangiftes ingediend worden. De tweede aangifte moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten:

  • In het vak “aard van inkomsten”: code 64.
  • In het vak “belastbare inkomsten”: het bedrag van betaalde of toegekende bezoldigingen door de werkgever voor deze periode die tegemoetkomen aan de voorwaarden van artikel 27512, §4 van het Wetboek van inkomstenbelastingen op dewelke de aangifte betrekking heeft.
  • In het vak “verschuldigde bedrijfsvoorheffing”: een negatief bedrag gelijk aan 11,75% van het geheel aan bezoldigingen zoals bedoeld in artikel 27512, §4 van het Wetboek van inkomstenbelastingen, op de inkomsten van alle werknemers die in aanmerking komen voor de maatregel.

De werkgever moet de administratie een nominatieve lijst kunnen voorleggen die specifieke informatie bevat van elke werknemer die de toestemming kreeg om een opleiding te volgen. Het gaat om de volgende gegevens:

  • de identiteit van de werknemer;
  • zijn of haar rijksregisternummer;
  • de gevolgde opleiding;
  • de data waarop deze opleiding gevolgd werden;
  • het bedrag van betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen van de kalendermaand waarin de opleiding afgerond werd;
  • het bedrag van bedrijfsvoorheffing dat ingehouden werd op deze bezoldigingen en een gedetailleerde berekening van deze bedrijfsvoorheffing.
Meer informatie 

Meer informatie en een voorbeeld kan je terugvinden op FOD Financiën Programmawet > Opleiding van werknemers.

Er moet wel nog een Koninklijk Besluit worden gepubliceerd om een aantal regels en modaliteiten vast te leggen in verband met de bewijslevering bij aangifte in de bedrijfsvoorheffing.

Informatie over de formaliteiten kan je terugvinden in het koninklijk besluit van 14 maart 2021.

Overwerk in de horecasector

Omschrijving maatregel

Werkgevers die in hoofdzaak een activiteit uitoefenen in de horecasector kunnen van een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing genieten op de gepresteerde overuren door hun personeel.

Omvang steun

Het percentage van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bedraagt momenteel 41,25%, zowel voor overuren met een wettelijke overwerktoeslag van 50% als voor overuren met een wettelijke overwerktoeslag van 100%.

De-minimis

Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimissteun aan bedrijven over drie jaar gespreid niet meer dan € 200.000 bedragen. Voor meer info zie Veelgestelde vragen over de minimis.

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden op FAQ Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in de Horecasector, van toepassing op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.12.2015 en op de technische fiche overwerk op MyMinFin.

Ploegen- en nachtarbeid

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de privé sector en vzw’s (het betreft hier dezelfde werkgevers die kunnen gebruik maken van de eerste categorie van de structurele vermindering) worden vrijgesteld van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op het loon van de werknemers die ploegen- en nachtarbeid verrichten onder bepaalde voorwaarden.

Omvang steun

Deze vrijstelling bedraagt 22,8% van het totale belastbare loon, inbegrepen de premies voor ploegen- of nachtarbeid. De vrijstelling geldt niet voor het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. 

De vrijstelling bedraagt 25% (22,8% + 2,2 %) voor ondernemingen die in een volcontinu arbeidssysteem werken.

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden in de technische fiche ploegen- en nachtarbeid op MyMinFin.

Ploegenarbeid in de bouw- en aanverwante sectoren (Werken in onroerende staat)

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de bouw- en aanverwante sectoren (= sectoren die 'werken in onroerende staat' verrichten) moeten 18% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van de tewerkgestelde werknemers in ploegverband op werven, niet doorstorten aan de fiscus.

Omvang steun

De vrijstelling van doorstorting bedraagt 18% vanaf 1 januari 2020 van de belastbare bezoldigingen (lonen, wedden, ploegenpremies, voordelen van alle aard) van de groep van werknemers die in aanmerking komt voor deze vrijstelling. 

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden in de 'Circulaire 2020/C/38 over de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die werken in onroerende staat, in ploegenarbeid op locatie verrichten' en de 'Circulaire 2018/C/73' op MyMinFin.

Ploegenarbeid in de systeemvaart

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de binnenscheepvaart die werken onder het regime van systeemvaart moeten 22,80 % van de in aanmerking komende bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019 niet doorstorten aan de fiscus.

Omvang steun

De gedeeltelijke vrijstelling bedraagt 22,80 % van de in aanmerking komende bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019.

De berekeningsgrondslag bestaat uit het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen, inclusief premies met uitzondering van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen.

De-minimis

Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimissteun aan bedrijven over drie jaar gespreid niet meer dan € 200.000 bedragen. Voor meer info zie Veelgestelde vragen over de minimis.

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden in de 'Circulaire 2019/C/69 over de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid – invoering van een specifieke maatregel voor de systeemvaart' op MyMinFin.

Startende ondernemingen

Omschrijving maatregel

Kleine vennootschappen moeten 10% van de bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op bezoldigingen die ze vanaf 1 augustus 2015 betalen of toekennen aan haar werknemers niet langer doorstorten aan de fiscus. Dit percentage wordt verhoogd tot 20% voor microvennootschappen. Ook natuurlijke personen die voldoen aan deze definitie komen in aanmerking.

Deze maatregel geldt enkel voor werkgevers die sinds ten hoogste 48 maanden zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen.

Overige Vrijstellingen

Ook voor deze sectoren bestaan er specifieke regelingen met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 

  • bezoldigingen in de koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector;
  • bezoldigingen in de sector van de zeevisserij;
  • bezoldigingen van sportbeoefenaars. 

Meer informatie kan je terugvinden in de technische fiches op MyMinFin.

Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing (coronavirus)

Deze maatregel is afgelopen.

Omschrijving maatregel

Alle werkgevers die in de periode tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 gedurende één ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen een beroep deden op 'Tijdelijke werkloosheid' kunnen een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing bekomen.

Werkgevers zijn echter uitgesloten wanneer zij tijdens de periode van 12 maart tot en met 31 december 2020:

  • een deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs of die betalingen aan deze vennootschappen verrichten, tenzij de betaling gerechtvaardigd is;
  • uitkering verrichten aan hun aandeelhouders.

De werkgever kan voor al zijn werknemers aanspraak maken op deze steunmaatregel. Zij is niet beperkt tot de werknemers die effectief tijdelijk werkloos waren.

Omvang steun

De vrijstelling van doorstorting bedraagt 50% van het positieve verschil tussen:

  • de bedrijfsvoorheffing van de maanden juni, juli en augustus 2020 en
  • de bedrijfsvoorheffing van de referteperiode mei 2020

De bedrijfsvoorheffing is het saldo van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing dat nog doorgestort moet worden na toepassing van de andere vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
 
De vrijstelling mag niet meer bedragen dan € 20 miljoen voor de drie maanden samen.

Aanvraagprocedure

Voor de periode waarin de werkgever bezoldigingen heeft toegekend waarvoor deze vrijstellingsregeling wordt toegepast moeten twee afzonderlijke aangiftes in de BV worden ingediend:

  • De eerste aangifte vermeldt de voor de betrokken periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen en het totaal van de 'ingehouden bedrijfsvoorheffing.
  • De tweede aangifte heeft betrekking op de vrijstellingsregeling, waarin o.m. in het vak 'aard der inkomsten' de code "71 COVID-19"  moet worden vermeld. In het vak 'verschuldigde bedrijfsvoorheffing' moet een negatief bedrag worden vermeld gelijk aan 50 % van het voormeld 'surplus'.

De toepassing van deze vrijstelling blijkt administratief zwaar te zijn. Daarom kunnen werkgevers kiezen om deze vrijstelling van doorstorting te bekomen in de vorm van een verrekening met de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020 (bij maandaangifte) of voor het derde trimester 2020 (bij kwartaalaangifte). Meer hierover kan je raadplegen in het Koninklijk Besluit van 27 september 2020.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in