Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Laatst gewijzigd op 12 aug 2022 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
ondernemingen
Voor wat
bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van bepaalde werknemers
Vrijstelling doorstorting
het percentage varieert per maatregel

Wat houdt de maatregel in

Werkgevers kunnen in bepaalde gevallen gedeeltelijk worden vrijgesteld om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van bepaalde werknemers door te storten aan de fiscus. Hierbij een overzicht van de meeste mogelijkheden.

Investering in een steunzone

Omschrijving maatregel

Kmo's en grote ondernemingen die investeren in een afgebakende steunzone (ook wel ‘ontwrichte zone’ genoemd) kunnen een vrijstelling van 25% van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing bekomen, gedurende een periode van 2 jaar per extra arbeidsplaats die als gevolg van deze investering werd gecreëerd en die gedurende ten minste drie jaar (kmo's) of vijf jaar (grote ondernemingen) behouden blijft (zie artikel 2758 en artikel 2759, WIB 92).

Overheden mogen maatregelen nemen om zones die getroffen worden door zware collectieve ontslagen economisch te ondersteunen. Vlaanderen heeft momenteel drie steunzones afgebakend: rond Genk, Turnhout en Zaventem-Vilvoorde.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in steunzones.

IPA-korting

Omschrijving maatregel

Sinds 1 oktober 2007 genieten werkgevers, zowel vennootschappen als zelfstandigen, van de zogenaamde IPA-korting. Deze korting is ingevoerd in het kader van een loonlastenvermindering vastgelegd in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2007-2008. Deze korting houdt in dat werkgevers een deel van de bedrijfsvoorheffing die zij inhouden op het loon van hun werknemers, niet dienen door te storten naar de fiscus (zie artikel 2757, WIB 92).

Omvang steun
  • Profit sector: Voor zelfstandigen en kleine vennootschappen (die op overeenkomstige wijze beantwoorden aan de criteria van kleine vennootschap volgens artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) wordt de werkgever vrijgesteld van het doorstorten van een deel van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op het loon van de werknemers. Dit deel komt overeen met 0,12% van de bruto bezoldigingen vóór inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen, betaald of toegekend vanaf 1 april 2016.
  • Non-profit sector: Voor deze sector bedraagt de algemene korting 1%. Voor werkgevers die voldoen aan de criteria van kleine vennootschap wordt het tarief opgetrokken tot 1,12%.
Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de 'FAQ – Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing – Looncorrectie en sociale maribel' op MyMinFin.
Zie ook Commentaar van art. 275^7, WIB 92. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak enz. 

Onderzoek en ontwikkeling

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de privé sector en kennisinstellingen kunnen worden vrijgesteld om 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van bepaalde onderzoekers die zij tewerkstellen door te storten aan de fiscus (zie artikel 2753, WIB 92). Ook voor een aantal bachelordiploma's geldt er sinds 1 januari 2018 een dergelijke vrijstelling maar in beperktere vorm:

 
kleine vennootschappen*
andere vennootschappen
Masterdiploma’s
vrijstelling van 80% vrijstelling van 80%
Bachelordiploma’s

vrijstelling van 80%**(beperkt tot 50% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)

vrijstelling van 80%* (beperkt tot 25% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)

Een kleine vennootschap die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de de criteria opgenomen in artikel 1:24, §§ 1 tot 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. 

** De vrijstelling is vanaf 2020 opgetrokken van 40% tot 80% (evenwel beperkt tot 25 of 50% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma).

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers.

Opleiding werknemers

Omschrijving maatregel

Om de werkgevers aan te moedigen om meer opleidingen te voorzien voor hun werknemers werd er een nieuwe fiscale vrijstelling ingevoerd (zie artikel 27512, WIB 92) vanaf 1 januari 2021. Deze maatregel werd gewijzigd vanaf 1 januari 2022.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Enkel de werknemers die gedurende een ononderbroken periode van minstens 6 maanden tewerkgesteld zijn bij de werkgever komen in aanmerking.
  • Sportbeoefenaars worden uitgesloten van deze regeling (zij genieten reeds van een andere vrijstelling in het kader van artikel 275^6 WIB 92). 
  • Niet alle opleidingen komen in aanmerking voor deze subsidie: 
    • het moet gaan om formele of informele opleidingen zoals bepaald door de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk;
    • de opleiding mag niet door wettelijke of andere reglementaire bepalingen opgelegd zijn. Ook de opleidingen voorzien in een collectieve arbeidsovereenkomst worden uitgesloten;
    • de opleiding vormt een beroepskost voor de werkgever;
  • De opleiding moet een minimale duurtijd hebben van 76 uren. Voor kleine vennootschappen ( die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de de criteria opgenomen in artikel 1:24, §§ 1 tot 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) komen ook opleidingen met een minimale duurtijd van 38 uren in aanmerking.
  • Die minimale duurtijd van 76 uren (of 38 uren bij kleine vennootschappen) moet vallen binnen een ononderbroken periode van naargelang het geval 30, 60 of 75 kalenderdagen. Hierbij wordt het aantal ononderbroken periodes waarin een in aanmerking komende opleiding is gevolgd, beperkt tot tien periodes voor eenzelfde werknemer bij eenzelfde werkgever (een werknemer kan slechts maximaal 10 keer door dezelfde werkgever in de vrijstellingsgrondslag worden opgenomen).
  • Een volledige opleidingsdag wordt berekend als 7,6 uur, ongeacht het effectief aantal opleidingsuren.
  • Een combinatie van meerdere opleidingen is toegelaten om de minimumduur van de opleidingsuren te bereiken. Eén opleiding kan slechts éénmaal in rekening worden gebracht.
  • De werkgever moet de volledige kosten van de opleiding (de kost van de opleiding zelf en de loonkost van de opleidingsuren, indien de werknemer de opleiding tijdens de werkuren volgt) dragen om de vrijstelling te kunnen toepassen. 
Omvang steun

De vrijstelling bedraagt 11,75% van het geheel van de in aanmerking genomen bezoldigingen.

Enkel de basisverloning komt in aanmerking voor de berekening van de vrijstelling.
 
De belastbare bezoldiging die in aanmerking komt wordt beperkt tot € 3.500 per (voltijdse) werknemer. 

Er geldt geen cumulverbod, m.a.w. de vrijstelling kan gecombineerd worden met andere vrijstellingen van doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Meer informatie 

FOD Financiën publiceerde op 15 juli 2022 een Circulaire 2022/C/69 over deze fiscale vrijstelling. 

Overwerk (overuren)

Omschrijving maatregel

Er geldt een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor werkgevers op een aantal gepresteerde overuren door hun personeel (zie artikel 2751, WIB 92). 
Dit fiscaal voordeel geldt voor de werkgevers uit de privésector (inclusief vzw’s) alsook de erkende uitzendbedrijven. Ook bepaalde overheidsbedrijven kunnen dit toepassen.

De werkgever kan deze vrijstelling enkel genieten voor overuren waarvoor het (minimum) wettelijk overloon (20%, 50% of 100%), verschuldigd is. De overwerktoeslag moet dus verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of volgens het KB nr. 213 van 26 september 1986 (bouwsector).

Als de werkgever meer betaalt dan wettelijk verplicht is dan komen deze overuren ook in aanmerking voor de vrijstelling. Als de werkgever echter een overwerktoeslag betaalt wanneer deze niet wettelijk verschuldigd is, dan kan de vrijstelling niet worden toegepast.

Het aantal overuren waarvoor deze vrijstelling, werd beperkt tot 130 overuren per jaar per werknemer. Dit werd vanaf 1 juli 2021 verhoogd tot 180 overuren per jaar tot en met 30 juni 2023.
Voor de horeca sector geldt er echter een verhoogd plafond van maximaal 360 uren. Voor de bouwsector en aanverwante sectoren (werken in onroerende staat) geldt er een verhoogd plafond van maximaal 180 overuren op voorwaarde dat er gebruik wordt gemaakt van een aanwezigheidsregistratiesysteem.

Omvang steun

Het percentage van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de werkgever bedraagt momenteel:

  • 32,19% van het brutoloon dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon (voor overuren waarop een wettelijke overurentoeslag van 20% verschuldigd is);
  • 41,25% van het brutoloon dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon (voor overuren waarop een wettelijke overurentoeslag van 50% of 100% verschuldigd is).
Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden op de technische fiche overwerk op MyMinFin en de website van FOD Financiën > horecasector. Zie ook Commentaar van art. 275^1, WIB 92. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak enz. 

Ploegen- en nachtarbeid

Omschrijving maatregel

Werkgevers uit de privé sector en vzw’s (alsook erkende uitzendbedrijven) kunnen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op het loon van de werknemers die ploegen- en nachtarbeid verrichten (zie artikel 2755 ,WIB 92).

Omvang steun

Deze vrijstelling bedraagt 22,8% van het totale belastbare loon, inbegrepen de premies voor ploegen- of nachtarbeid. De vrijstelling geldt niet voor het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. 

De vrijstelling bedraagt 25% (22,8% + 2,2 %) voor ondernemingen die in een volcontinu arbeidssysteem werken.

Vanaf 1 april 2022 wordt deze vrijstelling opgesplitst in twee afzonderlijke vrijstellingen. De voorwaarden die gelden voor de vrijstelling voor ploegenarbeid en deze die gelden voor de vrijstelling in het kader van nachtarbeid worden vanaf 1 april 2022 afzonderlijk beoordeeld.

Cumul

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het kader van ploegenarbeid kan niet worden verleend indien de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het kader van nachtarbeid op dezelfde bezoldiging wordt toegekend (en omgekeerd).

Bij de combinatie van ploegenarbeid en een volcontinu arbeidssysteem, mag de verhoogde vrijstelling voor een volcontinu arbeidssysteem enkel toegepast worden voor de bedrijfsvoorheffing die verband houdt met de prestaties van ploegen die voldoen aan de voorwaarden inzake een volcontinu arbeidssysteem.

Er is geen cumul mogelijk tussen enerzijds de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid, en anderzijds de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat, in hoofde van eenzelfde werknemer voor de betrokken maand

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden op de website van FOD Financiën en de Circulaire 2021/C/99 over de berekening van de 'één derde-norm' . Zie ook Commentaar van art.275^5, WIB. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak enz. 

Ploegenarbeid in de bouw- en aanverwante sectoren (Werken in onroerende staat) 

In het kader van de taxshift werd deze bijzondere regeling ingevoerd zodat ook de bouw- en aanverwante sectoren kunnen genieten van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat). Vanaf 1 januari 2020 genieten deze sectoren van een vrijstellingspercentage van 18% op de lonen van de tewerkgestelde werknemers in ploegverband op werven.

Meer informatie kan je terugvinden in de 'Circulaire 2020/C/38 over de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die werken in onroerende staat, in ploegenarbeid op locatie verrichten' en de 'Circulaire 2018/C/73' op MyMinFin.

Ploegenarbeid in de systeemvaart

Werkgevers uit de binnenscheepvaart die werken onder het regime van systeemvaart moeten 22,80 % van de in aanmerking komende bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019 niet doorstorten aan de fiscus.

Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimissteun aan bedrijven over drie jaar gespreid niet meer dan € 200.000 bedragen. Voor meer info zie Veelgestelde vragen over de-minimis.

Meer informatie kan je terugvinden in de 'Circulaire 2019/C/69 over de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid – invoering van een specifieke maatregel voor de systeemvaart' op MyMinFin.

Zie ook Commentaar van art.275^5, WIB. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak enz. 

Startende ondernemingen

Omschrijving maatregel

Kleine vennootschappen (die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de de criteria opgenomen in artikel 1:24, §§ 1 tot 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) moeten 10% van de bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op bezoldigingen die ze vanaf 1 augustus 2015 betalen of toekennen aan haar werknemers niet langer doorstorten aan de fiscus. Dit percentage wordt verhoogd tot 20% voor microvennootschappen. Ook natuurlijke personen die voldoen aan deze definitie komen in aanmerking (zie artikel 27510, WIB 92).

Deze maatregel geldt enkel voor werkgevers die sinds ten hoogste 48 maanden zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen.

Startersjobs

Omschrijving maatregel

Werkgevers die jongeren aanwerven van 18, 19 of 20 jaar zonder werkervaring, mogen onder bepaalde voorwaarden een verminderd brutoloon toekennen. In ruil voor het loonverlies ontvangt deze jonge werknemer een compenserende toeslag die vrijgesteld is van inhoudingen, bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen (zie artikel 27511, WIB 92).

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in de maatregel Starterslonen voor jongeren (startersjob).

Overige Vrijstellingen

Ook voor deze sectoren bestaan er specifieke regelingen met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 

  • bezoldigingen in de koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector (zie artikel 2752, WIB 92);
  • bezoldigingen in de sector van de zeevisserij (zie artikel 2754, WIB 92);
  • bezoldigingen van sportbeoefenaars (zie artikel 2756, WIB 92). 

Meer informatie kan je terugvinden in de technische fiches op MyMinFin.

Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing (coronavirus)

Deze maatregel is afgelopen.

Omschrijving maatregel

Alle werkgevers die in de periode tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 gedurende één ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen een beroep deden op 'Tijdelijke werkloosheid' kunnen een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing bekomen.

Werkgevers zijn echter uitgesloten wanneer zij tijdens de periode van 12 maart tot en met 31 december 2020:

  • een deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs of die betalingen aan deze vennootschappen verrichten, tenzij de betaling gerechtvaardigd is;
  • uitkering verrichten aan hun aandeelhouders.

De werkgever kan voor al zijn werknemers aanspraak maken op deze steunmaatregel. Zij is niet beperkt tot de werknemers die effectief tijdelijk werkloos waren.

Omvang steun

De vrijstelling van doorstorting bedraagt 50% van het positieve verschil tussen:

  • de bedrijfsvoorheffing van de maanden juni, juli en augustus 2020 en
  • de bedrijfsvoorheffing van de referteperiode mei 2020

De bedrijfsvoorheffing is het saldo van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing dat nog doorgestort moet worden na toepassing van de andere vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
 
De vrijstelling mag niet meer bedragen dan € 20 miljoen voor de drie maanden samen.

Aanvraagprocedure

Voor de periode waarin de werkgever bezoldigingen heeft toegekend waarvoor deze vrijstellingsregeling wordt toegepast moeten twee afzonderlijke aangiftes in de BV worden ingediend:

  • De eerste aangifte vermeldt de voor de betrokken periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen en het totaal van de 'ingehouden bedrijfsvoorheffing.
  • De tweede aangifte heeft betrekking op de vrijstellingsregeling, waarin o.m. in het vak 'aard der inkomsten' de code "71 COVID-19"  moet worden vermeld. In het vak 'verschuldigde bedrijfsvoorheffing' moet een negatief bedrag worden vermeld gelijk aan 50 % van het voormeld 'surplus'.

De toepassing van deze vrijstelling blijkt administratief zwaar te zijn. Daarom kunnen werkgevers kiezen om deze vrijstelling van doorstorting te bekomen in de vorm van een verrekening met de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020 (bij maandaangifte) of voor het derde trimester 2020 (bij kwartaalaangifte). Meer hierover kan je raadplegen in het Koninklijk Besluit van 27 september 2020.

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden in

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.