Van herstellen tot herfabriceren: vijf Living Labs tonen de toekomst van circulaire elektro en machines
Hoe zorgen we ervoor dat elektrische toestellen, fietsen, warmtepompen en machines langer meegaan? En hoe maken we van herstel, hergebruik en dienstverlening ook een haalbaar verdienmodel? De afgelopen jaren ondersteunde VLAIO vijf Living Labs die deze vragen in de praktijk onderzochten. Ze brachten bedrijven, kennisinstellingen, maatwerkbedrijven, herstellers, sectororganisaties en andere ketenpartners samen. Hun resultaten tonen dat er heel wat circulaire kansen zijn, maar ook dat technologie alleen niet volstaat.
Langer waarde behouden wordt de nieuwe norm
De vijf Living Labs vertrekken vanuit hetzelfde principe: een product of onderdeel zo lang mogelijk op een zo hoog mogelijk waardeniveau houden. Dat kan door hergebruik, herstel, refurbishment en remanufacturing, samen ook ReX-strategieën genoemd.
De projecten tonen tegelijk hoe breed het toepassingsgebied is. Het gaat van huishoudelijke elektro en fietsbatterijen tot warmtepompen en industriële machines. Ondanks de verschillen tussen die producten keren dezelfde vragen terug. Hoe ontwerpen we producten die makkelijker te onderhouden en te demonteren zijn? Hoe organiseren we herstel en terugname? Wie blijft eigenaar? Wie draagt de kosten, risico’s en opbrengsten? En welke gegevens moeten tussen partners worden gedeeld?
Herstel Eerst: repareren vóór recycleren
Het Living Lab Herstel Eerst onderzocht hoe kapotte elektrische en elektronische apparaten vaker kunnen worden hersteld en hergebruikt, in plaats van onmiddellijk te worden gerecycleerd. De focus lag op klein huishoudelijk elektro. Partners uit de hele waardeketen werkten aan drie sporen: het herstelaanbod versterken, de vraag bij burgers stimuleren en een ondersteunend kader voor herstel ontwikkelen.
Het living lab bracht een belangrijk knelpunt scherp in beeld: elektro herstellen is voor herstellers vandaag vaak moeilijk rendabel te maken. Daarom werden vijf strategische lijnen en vijftien beleidsaanbevelingen opgesteld. Die gaan onder meer over het hergebruik van goede producten en onderdelen, de herstelreflex bij burgers, rendabele herstelactiviteiten en bijkomende kansen voor herstellers in de sociale en reguliere economie.
Ook in de praktijk kwam er beweging. Het project testte een betere instroom van toestellen naar hergebruikcentra, onderzocht digitale inzameltools, bevroeg 1.000 Belgen over hun herstelgedrag en lanceerde de website herstelmij.be. In Leuven ontstond bovendien een Herstel Hub en een stedelijk ecosysteem voor reparatie.
Ramanumaat: maakbedrijven en maatwerkbedrijven vinden elkaar
Bij productbouwers zijn de processen doorgaans ingericht op de productie en verkoop van nieuwe goederen. Teruggenomen producten inspecteren, reinigen, sorteren en demonteren vraagt andere, vaak manuele activiteiten. Precies daar kunnen maatwerkbedrijven een belangrijke rol opnemen. REMANUMAAT onderzocht hoe maakbedrijven en maatwerkbedrijven beter kunnen samenwerken rond herstel, hergebruik en herfabricage.
Zo’n samenwerking ontstaat niet vanzelf. Knelpunten zijn onder meer aansprakelijkheid, een variabele instroom, onderling vertrouwen en een eerlijke verdeling van kosten en baten. Het Living Lab toont dat succesvolle ReX-initiatieven behoefte hebben aan duidelijke keuzes, gemotiveerde trekkers, ruimte om te experimenteren en een gedeelde businesscase. Partners moeten hun doelen, rollen en verwachtingen expliciet afstemmen en samen inzicht krijgen in de proceskosten en waardecreatie.
Remanumaat vertaalde de lessen naar een uitgebreide publicatie met praktische hulpmiddelen en een blogreeks. Daarnaast groeide uit het project een formele samenwerking tussen Groep Maatwerk en Agoria, met een concept voor bedrijfsgerichte netwerkevents dat ook na afloop kan worden herhaald.
Circular Machine Building: van machines verkopen naar gebruik aanbieden
Het Living Lab Circular Machine Building hielp Vlaamse machinebouwers experimenteren met Product-as-a-Service. In zo’n model blijft de producent eigenaar van de machine en betaalt de klant voor het gebruik. Dat geeft de producent een direct belang bij een lange levensduur, efficiënt onderhoud en maximaal waardebehoud. De deelnemende bedrijven onderzochten via design thinking concrete scenario’s rond levensduurverlenging, service, hergebruik en klantenbinding.
Een Product-as-a-Service-model vraagt wel ingrijpende aanpassingen. Inkomsten worden over een langere periode gespreid, machines moeten onderhoud en remanufacturing toelaten en producenten hebben data nodig om het gebruik op te volgen en onderhoud te plannen. Ook de samenwerking tussen producent, klant en servicepartners wordt belangrijker.
Om die inzichten toegankelijk te maken, ontwikkelde het project de interactieve Robomove-game. Spelers maken daarin keuzes over onder meer herstelbaarheid, logistiek, dienstverlening en waardebehoud. Zo kunnen ook andere kmo’s kennismaken met de mogelijkheden en uitdagingen van circulaire machinebouw.
CaDaNS: circulaire e-bikes als dienst
CaDaNS bracht spelers uit de e-bikeketen samen rond circulaire Bike-as-a-Service-modellen. Het project ontwikkelde twee modellen voor flexibele werknemersfietslease en bedrijfsvlootlease. Daarnaast kwamen er een scenariotool om milieu-impact en totale gebruikskosten te vergelijken, een circulair e-bikeconcept, een operationeel digitaal productpaspoort en een impactanalyse van circulaire lease.
Een belangrijke les is dat dienstverlening alleen werkt als fietsen, motoren en batterijen robuust, modulair en betaalbaar te onderhouden zijn. Digitale informatie kan onderhoudspartners ondersteunen en van het digitale productpaspoort een zakelijke meerwaarde maken. CaDaNS werkte onder andere een blauwdruk uit voor het oogsten van bruikbare onderdelen uit afgedankte fietsbatterijen. Die componenten kunnen vervolgens worden ingezet om andere batterijen te herstellen.
HeatReX: van de warmtepomp naar het volledige systeem
HeatReX startte vanuit de vraag hoe hergebruik, herstel, refurbishment en remanufacturing de materiaal- en koolstofvoetafdruk van warmtepompen kunnen verlagen. Tijdens het project bleek dat de haalbaarheid van circulaire oplossingen niet alleen afhangt van de techniek. Ontwerp, eigenaarschap, regelgeving, businessmodellen en relaties in de waardeketen zijn nauw met elkaar verweven. Het project verschoof daarom de focus naar een generieke methodologie voor systeemmapping en systeemanalyse.
Die methodologie helpt bedrijven, sectorfederaties en ecosystemen om barrières, hefbomen en prioritaire acties te identificeren. Ze werd toegepast in de warmtepomp-, fiets- en windenergiesector. Het project leverde daarnaast handleidingen voor demontageworkshops, inzichten in componentdegradatie en herstelbaarheid, en voorstellen voor terugname, refurbishment, selectieve demontage en digitale productpaspoorten.
Vijf lessen voor de circulaire maakindustrie
Over de vijf Living Labs heen tekenen zich vijf duidelijke lessen af:
- Ontwerp voor een volgende levenscyclus. Herstel, upgrading en herfabricage worden haalbaarder wanneer producten modulair, demonteerbaar en onderhoudsvriendelijk zijn.
- Combineer product- met businessmodelinnovatie. Circulaire producten hebben ook aangepaste financiering, eigenaarschap, dienstverlening en inkomstenmodellen nodig.
- Deel data in de waardeketen. Monitoring en digitale productinformatie ondersteunen onderhoud, terugname en de beoordeling van onderdelen.
- Bouw complementaire partnerschappen. Producenten, herstellers, servicebedrijven, maatwerkbedrijven en inzamelorganisaties beschikken elk over een deel van de oplossing.
- Werk op systeemniveau. Bedrijven kunnen experimenteren en pionieren, maar opschaling vraagt ook aangepaste regelgeving, sectorale samenwerking en ondersteunend beleid.
De vijf Living Labs maken de circulaire toekomst tastbaar. Ze leverden niet alleen inzichten op, maar ook games, tools, methodieken, businessmodellen, beleidsaanbevelingen en praktijkcases. Hun belangrijkste boodschap: de omslag begint bij een beter ontwerp, maar krijgt pas echt impact wanneer de hele waardeketen samenwerkt rond langdurig waardebehoud.
En verder?
In de laatste oproep voor VLAIO Living Labs Circulaire Economie (2025) bouwen we verder op de realisaties van de Living Labs en krijgen volgende gerelateerde projecten steun: Repair Academy Elektro en Circular ReX Navigator. Zo blijft VLAIO inzetten op een toekomstbestendige, circulaire maakindustrie – met impact op milieu, klimaat, economie én samenleving.
De uitdaging voor de komende jaren? Deze innovatiegolf nog verder opschalen, zodat circulaire oplossingen de nieuwe standaard worden in Vlaanderen.
Meer weten?
De leerlessen van de vermelde Living Labs en verdere verwijzingen kan je vinden in de projectendatabank:
De impact en resultaten van alle Living Labs zijn gebundeld in het Impactrapport Living Labs Circulaire Economie. Nog meer informatie over samenwerkingen rond circulaire maakindustrie vind je ook via de werkagenda van Vlaanderen Circulair.
In het living lab Circular Machine Building werd de podcast De Circkel Rond gemaakt. Aflevering 2 gaat over levensduurverlenging van machines. Je maakt kennis met een ondernemer die kiest om het roer volledig om te gooien en zijn machines niet langer te verkopen, maar te verhuren. Zo worden de machines intensiever gebruikt en wordt de levensduur verlengd.
Heb je nog andere vragen, dan kan je ons ook steeds contacteren via circulair@vlaio.be of VLAIO-bedrijfsadviseurs.
Met de oproep Circulaire Acceleratoren ondersteunt VLAIO het uitbouwen en versterken van een circulair innovatie-ecosysteem binnen een specifiek domein/thema. De Circulaire Acceleratoren zorgen voor samenwerkingen van de ondernemingen en andere actoren in circulaire waardeketens met oog op groei van ondernemingen. Zo dragen ze bij aan de Vlaamse ambitie om te evolueren naar een circulaire economie. Deze ambitie stelt tegen 2030 broeikasgasuitstoot drastisch te verminderen en onze materiaalafdruk met 30% te reduceren.