HEATReX > resultaten
Doelstellingen
Geen klimaattransitie zonder materiaaltransitie. Om de Vlaamse klimaatdoelstellingen met betrekking tot groene warmte te realiseren, moeten tegen 2030 jaarlijks 50000 bijkomende warmtepompen geïnstalleerd worden. Nav de Russische invasie in Oekraïne en de daaraan gekoppelde stijgende gasprijzen konden sommige componentenleveranciers binnen de waardeketen van residentiële warmtepompen de vraag niet volgen.
Bovendien mikt Vlaanderen op een afname van de materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie met 30%. Echter, de materiaalvoetafdruk van een warmtepomp vandaag is groter dan die van een aantal klassieke verwarmingstoestellen. Groene warmte zal dus circulair zijn, of niet zijn. Het toepassen van circulaire strategieën gericht op hoog waardebehoud (Re-X: Re-use, Re-pair, Re-manufacture, Re-furbish) leidt niet alleen tot een sterke reductie van de materialenvoetafdruk maar ook tot een sterk gereduceerde koolstofvoetafdruk ten opzichte van materiaalrecyclage. Binnen het ecosysteem rond warmtepompen ontbreekt het momenteel aan inzichten over Re-X strategieën -zowel op niveau van individuele componenten, als van de warmtepomp zelfen hun impact op de waardeketen. In HeatReX wilden we uitzoeken welke strategieën haalbaar en betaalbaar zijn én resulteren in een sterk gereduceerde voetafdruk per geïnstalleerde KW(h) warmte. Daarnaast willen we de leerlessen ook uitbreiden naar gelijkaardige sectoren. Aldus beogen we op lange termijn een impact zowel op een versnelde transitie naar het gebruik van groene warmte, als op een significante reductie van de materiaalvoetafdruk voor mechatronische systemen die via dealers geïnstalleerd en onderhouden worden.
Halfweg het project werd het duidelijk dat succesvolle ReX-strategieën afhangen van meer dan technische haalbaarheid alleen. Ontwerpkeuzes, businessmodellen, regelgeving en waardeketendynamieken bleken sterk met elkaar verweven. De analyses van ReX-scenario’s, de teardown-oefeningen en de identificatie van technische, economische en juridische barrières maakten zichtbaar welke systeemfactoren circulaire transities beïnvloeden. Het project werd daarom geheroriënteerd naar de ontwikkeling van een generieke methodologie voor systeemmapping en systeemanalyse. Deze koerswijziging beoogde de opgebouwde inzichten breder toepasbaar te maken over sectoren heen.
Leerlessen
1/ Leerlessen m.b.t. beleid en beleidsaanbevelingen
Relatie tussen klimaatbeleid en circulariteit: Het project stelde vast dat stimuleringsmaatregelen voor nieuwe duurzame technologie soms onbedoeld vervanging aantrekkelijker maken dan herstel, upgrading of refurbishment van bestaande producten. Beleidsinstrumenten houden daarom best rekening met zowel koolstofreductie als materiaalgebruik en levensduurverlenging.
2/ Leerlessen m.b.t. het realiseren van nieuwe levensvatbare circulaire businessmodellen in bestaande “lineaire” waardeketens
De grootste drempels voor circulaire transities zijn vaak niet technologisch maar organisatorisch zijn. Veel bedrijven beschikken over sterke processen voor product- en procesinnovatie, maar hebben minder ervaring met businessmodelinnovatie rond leasing, refurbishment, remanufacturing of nieuwe waardeketenrollen. Succesvolle circulaire transities vereisen daarom niet alleen technologische innovatie, maar ook nieuwe vormen van samenwerking, eigenaarschap en waardecreatie.
3/ Leerlessen met betrekking tot circulair productontwerp
Het samenbrengen van componentontwerpers en machineontwerpers in een vroege ontwerpfase kan vaak nieuwe concepten opleveren die makkelijker te ReX-en zijn dan de klassieke manier van werken (uitwisselen van specificaties).
4/ Leerlessen mbt ReX strategiën
Een belangrijke leerles is dat ReX-strategieën niet los van hun context kunnen worden beoordeeld. Wat haalbaar lijkt voor één actor, blijkt niet noodzakelijk haalbaar op systeemniveau. Deze vaststelling vormde de basis voor de ontwikkelde methodiek.
5/ Leerlessen mbt de realisatie van een systeemverandering
Een systeemverandering lijkt zelden gerealiseerd te worden door individuele bedrijven alleen. Voor de opschaling van circulaire strategieën spelen sectorfederaties, ecosystemen en andere intermediaire organisaties vaak een belangrijkere rol.
6/ Leerlessen mbt Theory of Change
Een Theory of Change alleen biedt onvoldoende houvast voor complexe systeemtransities. Het project stelde vast dat eerst inzicht nodig is in de onderliggende systeemdynamieken, actoren, barrières en hefbomen. Pas daarna kunnen realistische veranderpaden en interventies worden bepaald. Deze vaststelling lag mee aan de basis van de verschuiving naar systeemmapping en systeemanalyse.
Belangrijkst resultaten
- Een praktische handleiding en templates voor de organisatie van disassembly workshops
- Tear-down workshops, end-of-life analyses en interacties met installateurs leverden inzichten op rond componentdegradatie, ontwerpbarrières, herstelbaarheid, modulariteit en generatiecompatibiliteit.
- Identificatie van de randvoorwaarden voor circulaire strategieën; waaronder regelgeving, eigenaarschap, traceerbaarheid, businessmodellen en waardeketensamenwerking.
- Proof-of-concept voorstellen rond onder meer meer refurbishment, take-back van end-of-life toestellen, Digital Product Passports (DPP), selectieve demontage en samenwerking met externe remanufacturers.
Na de project-heroriëntatie: - De ontwikkeling en validatie van een methodologie voor systeemmapping/ systeemanalyse, aangevuld met templates, richtlijnen en workshopformats. De aanpak ondersteunt bedrijven, sectorfederaties en ecosystemen bij het identificeren van systeembarrières, hefbomen en prioritaire circulaire interventies waardoor bijgedragen wordt tot het introduceren c.q. opschalen van ReX in het kader van mechatronische systemen.
- Toepassing van de methodologie in de warmtepomp-, fiets- en windenergiesector en resulteerde in concrete systeemmaps, een prioritering van interventies en generieke leerlessen rond systeemdenken, stakeholderbetrokkenheid, businessmodellen en regelgeving.
- Realisatie van de beoogde end-of-projectverandering: een praktisch instrument om circulaire transities te analyseren en te ondersteunen. De methodologie, cases en leerlessen worden verder verankerd via Flanders Make, Sirris, de projectwebsite en toekomstige sectorinitiatieven.