Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Laatst gewijzigd op 2 jun 2026 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
ondernemingen
Voor wat
bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van bepaalde werknemers
Vrijstelling doorstorting
het percentage varieert per maatregel

Wat houdt de maatregel in

Als werkgever kan je in bepaalde situaties een gedeeltelijke vrijstelling krijgen van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de lonen van specifieke werknemers. Hieronder vind je een overzicht van de meeste fiscale vrijstellingen.

De Programmawet van 30 mei 2026 brengt enkele belangrijke wijzigingen aan in de fiscale vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 
1. Vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw een vrijstelling voor de gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt. De eerdere regeling werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof, wordt nu opnieuw ingevoerd en uitgebreid tot uitzendkantoren. Je berekent die vrijstelling door € 1,30 (aanslagjaar 2027) te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde uren. De maatregel geldt voor prestaties vanaf 1 januari 2026. 
2. De regeling voor ploegen- en nachtarbeid wordt inhoudelijk aangepast. De fiscale definitie van nachtarbeid wordt afgestemd op de arbeidswet van 16 maart 1971 en de vaste tijdsgrens (20u–6u) verdwijnt. Enkel prestaties die volgens de arbeidswet als nachtarbeid gelden, komen nog in aanmerking voor de vrijstelling. Deze nieuwe regels zijn van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 juni 2026.
3. Vanaf 1 januari 2027 worden deze fiscale voordelen afgetopt om de totale kostprijs van deze vrijstellingen te beperken. Je zal dan een correctiefactor moeten toepassen van 97% in 2027, 93,35% in 2028 en 95,9% vanaf 2029. 

Investering in een steunzone

Omschrijving maatregel

Investeer je als werkgever in een vestiging in een erkende steunzone (of ‘ontwrichte zone’)? Dan kan je een vrijstelling van 25% van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing krijgen. Dit geldt per extra arbeidsplaats die je creëert door de investering. De vrijstelling loopt gedurende twee jaar. Ben je een kmo, dan moet je deze arbeidsplaats gedurende ten minste drie jaar behouden. Ben je een grote onderneming, dan bedraagt de termijn vijf jaar (zie kmo's artikel 2758 en grote ondernemingen artikel 2759 WIB 92).

Om de economie te ondersteunen, kunnen de gewesten steunzones afbakenen in regio’s die zwaar getroffen zijn door collectieve ontslagen. Sinds 1 november 2024 zijn in Vlaanderen vier nieuwe steunzones afgebakend. Zij bevatten alle bedrijventerreinen binnen een straal van 40 km rondom Lanaken, Turnhout-Beerse, Machelen-Vilvoorde en Wielsbeke. Ook de incubatoren en businesscenters en enkele gebieden met een brownfieldconvenant in deze regio's komen in aanmerking voor deze steunmaatregel. Daardoor bestrijken de huidige steunzones quasi heel Vlaanderen.

Meer informatie

Meer informatie vind je in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in steunzones.

IPA-korting

Omschrijving maatregel

Sinds 1 oktober 2007 kan je als werkgever gebruikmaken van de zogenaamde IPA‑korting. Deze korting is ingevoerd in het kader van een loonlastenvermindering vastgelegd in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2007-2008. Deze korting houdt in dat je als werkgever een deel van de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op het loon van jouw werknemers, niet moet doorstorten aan de fiscus (zie artikel 2757, WIB 92).

Omvang steun
  • Profit sector: Ben je zelfstandige of een kleine vennootschap (volgens de fiscale definitie, zie VLAIO-pagina 'Kmo-definitie? Verschil Europese en fiscale definitie' > Fiscale definitie) dan moet je 0,12% van de bruto bezoldigingen vóór inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen, niet doorstorten.
  • Non-profit sector: In deze sector geldt een algemene korting van 1%. Ben je een werkgever die voldoet aan de fiscale definitie van kleine vennootschap dan wordt het tarief opgetrokken tot 1,12%.
Meer informatie

Meer details vind je in de FAQ – Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing – Looncorrectie en sociale maribel op MyMinFin.
Zie ook Commentaar van art. 275^7, WIB 92. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak, enz. 

Jonge werknemers aangeworven in het laatste kwartaal van het jaar

Werf je een jonge werknemer aan in het vierde kwartaal? Dan kan je onder bepaalde voorwaarden een volledige vrijstelling van bedrijfsvoorheffing krijgen.

De jonge werknemer moet wel voldoen aan de voorwaarden in de werkloosheidsreglementering. Dit houdt in dat:

  • ze niet meer onderworpen zijn aan de leerplicht;
  • een studie met een volledig leerplan of leertijd hebben stopgezet;
  • alle activiteiten hebben stopgezet die door een studie-, leertijd- of opleidingsprogramma of om het even welk programma zijn opgelegd.

Bovendien mag deze jonge werknemer pas in het laatste kwartaal (oktober, november of december) beginnen werken op basis van een arbeidsovereenkomst én mag het maandelijks belastbare inkomen van deze jonge werknemer niet hoger zijn dan € 4.875 (bedrag inkomstenjaar 2025).

Nog een bijkomende voorwaarde is dat de jongere in dat jaar nog niet heeft gewerkt bij een andere werkgever en daar een inkomen hebben opgebouwd. Je vraagt best om dit schriftelijk te bevestigen.

De jongere blijft onder de belastingvrije grens en betaalt dus geen personenbelasting. Daardoor moet je als werkgever ook geen bedrijfsvoorheffing inhouden op het loon.

Je vindt de details in bijlage III (punt 72) van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Natuurramp

Omschrijving maatregel

Word je als werkgever getroffen door een natuurramp (aardbeving, lawine, grondverschuiving, overstroming, tornado, orkaan, vulkaanuitbarsting of natuurbrand met een natuurlijke oorzaak) die vanaf 1 juli 2021 heeft plaatsgevonden, dan kan je een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing krijgen op het loon van je werknemers die werken in een vestiging die schade heeft geleden (zie artikel 2759/1, WIB 92).

Omvang steun

Deze vrijstelling van doorstorting bedraagt 30% op het loon van je werknemers die werken in een inrichting (of inrichtingen) die schade heeft (hebben) geleden. Bezoldigingen van bedrijfsleiders komen niet in aanmerking.

De vrijstelling geldt voor prestaties binnen een periode van 40 maanden vanaf de maand na de natuurramp en uiterlijk tot de 47e maand na die maand.

Cumulering: Je kan deze vrijstelling niet combineren met volgende de fiscale vrijstellingen: Koopvaardij; bagger- en sleepvaartsector; Onderzoek en ontwikkeling; sector van de Zeevisserij; Ploegen- en nachtarbeid en ploegenarbeid op werven; Sportbeoefenaars; Investering in een steunzone; Startende ondernemingen; Startersjobs en Opleiding werknemers. Dus wel met de vrijstelling inzake Overwerk (overuren) en de IPA-korting. 

Aanvraagprocedure

Niet elke natuurramp komt automatisch in aanmerking. De procedure verloopt in stappen: het betrokken gewest moet de natuurramp eerst erkennen en een goedkeuring bekomen van de minister van Financiën om deze steunmaatregel te mogen toepassen. Vervolgens wordt er een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen het gewest en de minister van Financiën in geval van een positief antwoord. Daarna bepaalt het gewest de schade en bezorgt een attest aan FOD Financiën. Tenslotte moet je van FOD Financiën een positieve beslissing ontvangen om de vrijstelling te kunnen toepassen.     

Meer informatie

Meer informatie vind je in de Circulaire 2025/C/30 over de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor werkgevers die getroffen worden door een natuurramp met o.m. informatie over de formaliteiten van dit fiscaal voordeel.

Onderzoek en ontwikkeling

Omschrijving maatregel

Ben je een werkgever uit de privé sector of een kennisinstelling dan moet je bij dit fiscaal voordeel 80% van de bedrijfsvoorheffing op het loon van bepaalde onderzoekers niet doorstorten aan de fiscus (zie artikel 2753, WIB 92). Sinds 1 januari 2018 geldt er ook voor een vrijstelling voor een aantal bachelordiploma's, maar in beperktere vorm:

 
kleine vennootschappen*
andere vennootschappen
Masterdiploma’s
vrijstelling van 80%vrijstelling van 80%
Bachelordiploma’s
vrijstelling van 80%**(beperkt tot 50% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)vrijstelling van 80%*(beperkt tot 25% van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor de werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma)

Hier moet je voldoen aan de fiscale definitie van een kleine vennootschap (zie VLAIO-pagina Kmo-definitie? Verschil Europese en fiscale definitie > Fiscale definitie

** De vrijstelling is sinds 2020 opgetrokken van 40% tot 80% (evenwel beperkt tot 25% of 50% van het totale bedrag van de vrijstelling die je toepast voor onderzoekers met een master- of doctordiploma).

Meer informatie

Meer informatie vind je in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers.

Opleiding werknemers

Omschrijving maatregel

Wil je als werkgever investeren in opleidingen voor je werknemers dan kan je gebruikmaken van deze fiscale vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (zie artikel 27512, WIB 92). Deze maatregel geldt sinds 1 januari 2021 en werd aangepast vanaf 1 januari 2022.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Je werknemer is al minstens zes maanden ononderbroken bij jou in dienst.
  • Sportbeoefenaars komen niet in aanmerking (zij vallen onder een aparte regeling, zie cumulering).
  • Niet alle opleidingen komen in aanmerking voor deze subsidie. De opleiding moet:
    • een formele of informele opleiding zijn volgens de wet werkbaar en wendbaar werk van 5 maart 2017;
    • niet verplicht zijn door wetgeving of andere regels. Ook de opleidingen voorzien in een collectieve arbeidsovereenkomst worden uitgesloten;
    • een beroepskost zijn voor jou als werkgever.
  • De opleiding moet een minimale duurtijd hebben van 76 uur. Voor kleine vennootschappen (fiscale definitie) komen ook opleidingen met een minimale duurtijd van 38 uur in aanmerking.
  • Die 76 uur (of 38 uur) moeten gevolgd worden binnen één ononderbroken periode van 30, 60 of 75 kalenderdagen. Je kan meerdere opleidingen combineren om die minimumduur te halen. Eén opleiding mag je maar één keer meetellen. Per werknemer kan je de vrijstelling maximaal voor 10 opleidingsperiodes toepassen.
  • Een opleidingsdag telt altijd als 7,6 uur, ongeacht het werkelijke aantal uren.
  • Je moet als werkgever de volledige kosten van de opleiding dragen (de kost van de opleiding zelf en de loonkost van de opleidingsuren, als de werknemer de opleiding tijdens de werkuren volgt). 
Omvang steun

De vrijstelling bedraagt 11,75% van de in aanmerking komende bezoldigingen. Je berekent dit enkel op de basisverloning. Bovendien wordt het loon waarop je de vrijstelling berekent, beperkt tot € 3.500 per (voltijdse) werknemer.

Cumulering: Deze vrijstelling kan je niet combineren met de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor sportbeoefenaars (zie artikel 2756, WIB 92. 

Meer informatie 

Meer informatie vind je in de Circulaire 2022/C/69, aangevuld door de Circulaire 2023/C/24. De gecoördineerde versie van beide circulaires vind je in bijlage 1. Zie ook Commentaar van art. 275^12, WIB 92. Hier vind je informatie over nieuwe circulaires, rechtspraak, enz. 

Overwerk (overuren)

Overuren met overwerktoeslag

Omschrijving maatregel

Er geldt een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor werkgevers op een aantal gepresteerde overuren door hun personeel (zie artikel 2751, WIB 92). 

Dit fiscaal voordeel geldt voor de werkgevers uit de privésector (inclusief vzw’s) alsook de erkende uitzendbedrijven. Ook bepaalde overheidsbedrijven kunnen dit toepassen.

De werkgever kan deze vrijstelling enkel genieten voor overuren waarvoor het (minimum) wettelijk overloon (20%, 50% of 100%), verschuldigd is. De overwerktoeslag moet dus verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of volgens het KB nr. 213 van 26 september 1986 (bouwsector).

Als de werkgever meer betaalt dan wettelijk verplicht is, dan komen deze overuren ook in aanmerking voor de vrijstelling. Maar als de werkgever een overwerktoeslag betaalt als deze niet wettelijk verschuldigd is, dan kan de vrijstelling niet worden toegepast.

Het aantal overuren waarvoor deze vrijstelling geldt, werd beperkt tot 130 overuren per jaar, per werknemer. Dit werd vanaf 1 juli 2021 verhoogd tot 180 overuren per jaar tot en met 31 december 2025. Er zijn plannen om dit contingent van fiscaalvriendelijke overuren definitief vast te leggen op 180 uur met ingang van 1 januari 2026, maar dit is nog niet officieel (zie Wetsontwerp van 17 december 2025 tot hervorming van de personenbelasting, Hoofdstuk 2 Overwerk met belastingvermindering en vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing in document 56K1243001).

Voor bepaalde sectoren gelden er hogere drempels.

fiscaalvriendelijke overurenmaximale grens per jaar per werknemersinds
de bouwsector en aanverwante sectoren (werken in onroerende staat) als er gebruik wordt gemaakt van een aanwezigheidsregistratiesysteem180 uur1 januari 2014
de bouwsector (wegen- en spoorwegwerken) als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan  280 uur1 januari 2024
de horecasector360 uur1 december 2015
andere sectoren130 uur (180 uur vanaf 1 januari 2026 - nog niet officieel) 

Omvang steun

Het percentage van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de werkgever bedraagt momenteel:

  • 32,19% van het brutoloon dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon (voor overuren waarop een wettelijke overurentoeslag van 20% verschuldigd is);
  • 41,25% van het brutoloon dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon (voor overuren waarop een wettelijke overurentoeslag van 50% of 100% verschuldigd is).

Meer informatie 

Meer informatie kan je terugvinden op de technische fiche overwerk op MyMinFin en de website van FOD Financiën > Vrijstellingen. Zie ook Commentaar van art. 275^1, WIB 92. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak, enz. 

Relance overuren

Naast een basiscontingent van 100 vrijwillige overuren, van toepassing in alle sectoren, bestaat tijdelijk ook het regime van de 'relance-uren'. Hierbij kan een werknemer 120 bijkomende vrijwillige overuren presteren per kalenderjaar. De relance-uren geven geen recht op de uitbetaling van overloon en inhaalrust. Deze overuren zijn zowel vrijgesteld van sociale bijdragen, van bedrijfsvoorheffing als van personenbelasting.

Voorafgaand aan het presteren van deze overuren moet er wel een schriftelijk akkoord worden gesloten tussen de werkgever en werknemer. Dit akkoord is slechts geldig voor zes maanden en kan nadien telkens hernieuwd worden.

Meer informatie kan je terugvinden in de Circulaire 2023/C/87 over de fiscale vrijstelling van de relance-uren en de Circulaire 2025/C/51 over de verlenging van de fiscale vrijstelling van relance-uren.

Deze regeling werd al eens verlengd tot eind december 2025 via de Programmawet van 18 juli 2025 en vervolgens tot 31 maart 2026 via de Wet van 10 februari 2026 houdende diverse bepalingen in afwachting van de volledige hervorming die wordt vermeld in het regeerakkoord (zie p.18). Opgelet! De relance-uren die in het eerste kwartaal van 2026 worden gebruikt, zullen in mindering moeten worden gebracht van het nieuwe contingent van 240 uren voorzien in het nieuw stelsel vanaf 1 april 2026.

Nieuw regime vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026

Vanaf 1 april 2026 wordt voor alle sectoren één uniform systeem ingevoerd van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar. Deze uren tellen niet mee voor het bepalen van de overschrijding van de interne grens van de arbeidsduur. De vrijwillige overuren en relance-uren die gepresteerd werden tussen 1 januari en 31 maart 2026 worden in mindering gebracht van dit nieuwe jaartotaal van 360 uren. Voor 240 van de 360 uren is geen overloon verschuldigd. Deze uren zijn vrijgesteld van zowel socialezekerheidsbijdragen als bedrijfsvoorheffing. Vrijwillige overuren waarvoor wel een overloon betaald wordt, zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, maar niet van bedrijfsvoorheffing. Deze tussentijdse mededeling geldt onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de betreffende wet en het koninklijk besluit tot vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen van deze 240 vrijwillige overuren.
Meer informatie vind je op de website van de RSZ Vrijwillige overuren.   

Ploegen-, nacht- of volcontinu-arbeid

Ben je een werkgever uit de privé sector, een vzw of een erkend uitzendbedrijf, dan moet je onder bepaalde voorwaarden, slechts een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op het loon van je werknemers doorstorten. Dit is bijvoorbeeld het geval voor jouw werknemers die in ploegen, 's nachts of volcontinu werken (zie artikel 2755, WIB 92).

Arbeidsregime

Afhankelijk van het arbeidsregime gelden er andere voorwaarden.

Ploegenarbeid

De belangrijkste voorwaarden voor ploegenarbeid zijn: 

  • Je beschikt over minstens twee ploegen van minstens twee werknemers per ploeg.
  • De ploegen doen hetzelfde werk, zowel qua inhoud als qua omvang (zie ook de tijdelijke regeling 'Ploegenarbeid-bis').
  • De ploegen volgen elkaar op zonder onderbreking of met een maximale onderbreking van 15 minuten.
  • Tussen de opeenvolgende ploegen is er geen overlapping van meer dan een vierde van hun dagtaak.

Ploegenarbeid in de bouw- en aanverwante sectoren (Werken in onroerende staat) 

Sinds 1 januari 2020 (taxshift) kan je ook in de bouw- en aanverwante sectoren dit fiscaal voordeel verkrijgen. Dit zijn onder andere alle werken die betrekking hebben op het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden,… van een onroerend goed. 

De belangrijkste voorwaarden hierbij zijn:

  • Je moet in de onderneming het werk verrichten in één of meerdere ploegen van minstens twee personen.
  • De ploegen doen hetzelfde werk, zowel qua inhoud als qua omvang.
  • Het gaat om werknemers die werken in onroerende staat verrichten op locatie (op werven).

Nachtarbeid

Voor nachtarbeid wordt voor bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juni 2026, de definitie gevolgd in de arbeidswet van 16 maart 1971 (zie  artikel 35, §§ 2 tot 5). Enkel prestaties die volgens die regelgeving als nachtarbeid kwalificeren, komen nog in aanmerking voor de vrijstelling (zie Programmawet van 30 mei 2026, artikel 34 en 35) 

Volcontinuarbeid

De belangrijkste voorwaarden voor volcontinuarbeid zijn:

  • Je beschikt over minstens vier ploegen van minstens twee werknemers.
  • De ploegen doen hetzelfde werk, zowel qua inhoud als qua omvang (zie ook de tijdelijke regeling 'Volcontinuarbeid-bis').
  • Je voorziet een continue bezetting tijdens de gehele week en het weekend.
  • Er is geen onderbreking tussen de opeenvolgende ploegen en er is geen overlapping van meer dan een vierde van hun dagtaak.
Bijkomende voorwaarden

Om de gedeeltelijke vrijstelling te kunnen toepassen moet je een bepaalde minimum ploegen-/ nachtpremie betalen. Het gaat om een minimumpremie van 2% voor ploegenarbeid en 12% voor nachtarbeid. Sinds 1 april 2024 moet die premie vastgelegd zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst, in het arbeidsreglement of in een arbeidsovereenkomst.

Voor de ploegenarbeid in de bouw- en aanverwante sectoren (werken in onroerende staat) geldt een uitzondering: een bruto uurloon van minstens € 17,64 (bedrag 2026) wordt gelijkgesteld met een ploegenpremie.

Daarnaast moet je werknemer minstens een derde van de arbeidstijd in dit regime werken (de één derde-norm). 

Ook uitzendkantoren kunnen de vrijstelling toepassen, op voorwaarde dat de klant-gebruiker hiermee akkoord gaat (zie Koninklijk Besluit van 16 september 2024 voor de voorwaarden van toepassing op bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2025). 

Omvang steun

Maak je gebruik van de regeling voor ploegen- en nachtarbeid dan bedraagt de vrijstelling 22,8% van het totale belastbare loon, inclusief de ploegen- of nachtpremies. De vrijstelling geldt niet voor het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. (Sinds 1 april 2022 zijn er twee aparte vrijstellingen. Je moet dus afzonderlijk nagaan of je voldoet aan de voorwaarden voor ploegenarbeid en voor nachtarbeid.)

Werk je als onderneming in een volcontinu arbeidssysteem dan bedraagt de vrijstelling 25% (22,8% + 2,2%).

Voor ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat) geldt er een vrijstelling van 18%.

Cumulering

Je kan de vrijstelling voor ploegenarbeid en nachtarbeid niet combineren op dezelfde bezoldiging. Kies dus één van beide (ploegenarbeid of nachtarbeid) per loon.

Combineer je ploegenarbeid met een volcontinu arbeidssysteem? Dan mag je de hogere vrijstelling voor volcontinu alleen toepassen op de prestaties die effectief voldoen aan de voorwaarden van dat systeem.

Daarnaast kan je niet cumuleren in hoofde van dezelfde werknemer en voor dezelfde maand:

  • ofwel de vrijstelling voor ploegen- en nachtarbeid;
  • ofwel de vrijstelling voor ploegenarbeid bij werken in onroerende staat.
Meer informatie 

De laatste wijzigingen kan je vinden in de Programmawet van 30 mei 2026.

Meer informatie kan je terugvinden op de website van FOD Financiën en de Circulaire 2021/C/99 over de berekening van de 'één derde-norm'. Zie ook Commentaar van art.275^5, WIB. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak, enz. 

Meer informatie over de ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat) kan je terugvinden in de Circulaire 2020/C/38 over de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die werken in onroerende staat, in ploegenarbeid op locatie verrichten en de Circulaire 2018/C/73 op Fisconetplus.

Tijdelijke invoering van bis-regelingen

Ploegenarbeid-bis

Eén van de toepassingsvoorwaarden van de huidige ‘Vrijstelling voor ploegenarbeid’ is dat de ploegen hetzelfde werk doen qua inhoud en qua omvang. Deze voorwaarde werd nooit strikt gedefinieerd. Begin 2024 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de fiscus deze voorwaarde streng mag interpreteren en de vrijstelling uitsluitend mag aanvaarden voor ondernemingen waar letterlijk aan deze voorwaarde voldaan is. Hierdoor konden veel ondernemingen geen gebruik meer maken van deze regeling. Daarom wordt er tijdelijk (van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026) een regeling 'Ploegenarbeid-bis' ingevoerd.

Je zal als werkgever dus moeten kiezen tussen het huidige systeem van de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid of de nieuwe 'Ploegenarbeid-bis'.

In deze laatste is in de definitie het criterium dat opeenvolgende ploegen hetzelfde werk qua omvang moeten verrichten, niet meer opgenomen. Daardoor kan de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid ook worden toegepast als de omvang van het werk niet identiek is.

De steun is een pro rata-regeling waarbij de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing wordt beperkt in functie van het verschil in omvang van het werk tussen de verschillende ploegen. Hoe groter het verschil tussen de ploegen, hoe lager de vrijstelling zal zijn. 

Hiervoor moet je als werkgever per maand één correctiefactor berekenen die geldt voor de hele onderneming. Deze correctiefactor moet je toepassen op zowel 22.8% of 25% van de kwalificerende bezoldigingen en anderzijds de werkelijk ingehouden bedrijfsvoorheffing op deze bezoldigingen. Het fiscaal voordeel wordt vervolgens beperkt tot het laagste van beide bedragen.

Meer informatie over de praktische werkwijze vind je in de Circulaire 2025/C/50 over de 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid', wat betreft de voorwaarde 'de ploegen doen hetzelfde werk zowel qua inhoud als qua omvang' (zie punt III. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor 'ploegenarbeid-bis'), de Wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen (1) en het Koninklijk besluit van 20 december 2024 tot wijziging van de bepalingen inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het KB/WIB 92.

Volcontinuarbeid-bis

Ook voor de Volcontinuarbeid bestaat er een 'volcontinuarbeid-bis'. Dezelfde principes die gelden voor ploegenarbeid-bis zijn ook hier van toepassing (zie hoger).  

Ploegenarbeid in de systeemvaart

Werk je als werkgever in de binnenscheepvaart onder het regime van systeemvaart? Dan moet je 22,8% van de in aanmerking komende bezoldigingen niet doorstorten aan de fiscus. Deze vrijstelling geldt voor bezoldigingen die betaald of toegekend worden vanaf 1 januari 2019.

Opgelet! Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimis verordening. In artikel 2755, § 4, WIB 92 werd niet verwezen naar de voorwaarde over een maximumgrens van deze Europese verordening, maar naar het bedrag van € 200.000 als maximum drempel. Hierdoor blijft de oude drempel van € 200.000 van toepassing tot de wettekst wordt aangepast. De nieuwe verordening die momenteel geldig is waarin de drempel werd verhoogd tot € 300.000 over drie jaar, zoals beschreven bij Veelgestelde vragen over de-minimis, is hier dus nog niet van toepassing. Je kan de verklaring op eer de-minimis terugvinden op de website van FOD Financiën > Systeemvaart.

Meer informatie vind je in de 'Circulaire 2019/C/69 over de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid – invoering van een specifieke maatregel voor de systeemvaart' op Fisconetplus. Zie ook Commentaar van art.275^5, WIB. Hier vind je informatie over Circulaires, rechtspraak, enz.  

Startende ondernemingen

Omschrijving maatregel

Werf je als jonge onderneming personeel aan, dan hoef je misschien een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing niet door te storten. Voldoe je aan de fiscale definitie van 'kleine vennootschap', dan gaat het om een vrijstelling van doorstorting van 10% van de bedrijfsvoorheffing. Voldoe je aan de fiscale definitie van microvennootschap, dan bedraagt deze vrijstelling 20%. Ook als je een zelfstandige bent en je voldoet één van deze definities dan kom je in aanmerking (zie artikel 27510, WIB 92).

Jouw onderneming mag wel maximaal 48 maanden ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Meer informatie

Meer informatie vind je terug in de maatregel Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen

Startersjobs

Omschrijving maatregel

Werf je een jongere van 18, 19 of 20 jaar aan zonder werkervaring? Dan mag je onder bepaalde voorwaarden een lager brutoloon toepassen (startersjob). In ruil voor het loonverlies ontvangt deze jonge werknemer een compenserende toeslag die vrijgesteld is van inhoudingen, bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen (zie artikel 27511, WIB 92).

Meer informatie

Meer informatie vind je terug in de maatregel Starterslonen voor jongeren (startersjob).

Fruit en groententeelt

Omschrijving maatregel

Ben je een werkgever in de fruit- en groenteteelt (Paritair Comité 145.05 en 145.06), dan kan je voor gelegenheidsarbeiders een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bekomen (zie artikel 27513, WIB 92). Je berekent die vrijstelling door € 1,30 (aanslagjaar 2027) te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde uren. De maatregel geldt voor prestaties vanaf 1 januari 2026. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari.

Ook uitzendkantoren kunnen voortaan van deze regeling gebruikmaken. Zij mogen de vrijstelling alleen toepassen als de gebruiker (de klant) daar expliciet mee instemt. De precieze regels worden nog vastgelegd in een Koninklijk Besluit.

Meer informatie

Meer informatie vind je in de Programmawet van 30 mei 2026 (artikel 36 en 37).

Overige Vrijstellingen

Ook voor deze sectoren bestaan er specifieke regelingen met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 

  • bezoldigingen in de koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector (zie artikel 2752, WIB 92);
  • bezoldigingen in de sector van de zeevisserij (zie artikel 2754, WIB 92);
  • bezoldigingen van sportbeoefenaars (zie artikel 2756, WIB 92). 

Meer informatie kan je terugvinden in de technische fiches in de Fisconetplus databank van FOD Financiën.

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.