Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen

Laatst gewijzigd op 20 mrt 2018 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
zelfstandigen & micro- en kleine vennootschappen van max. 4 j. oud
Voor wat
bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van de werknemers
Vrijstelling doorstorting
10% (kleine) of 20% (micro) moet niet worden doorgestort aan de fiscus

Wat houdt de maatregel in

Een kleine vennootschap moet 10% van de bedrijfsvoorheffing die ze inhoudt op bezoldigingen die ze vanaf 1 augustus 2015 betaalt of toekent aan haar werknemers niet langer doorstorten aan de fiscus. Dit percentage wordt verhoogd tot 20% voor microvennootschappen. Ook natuurlijke personen die voldoen aan deze definitie komen in aanmerking.

Deze maatregel geldt enkel voor werkgevers die sinds ten hoogste 48 maanden zijn ingeschreven in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen).

Wie komt in aanmerking

Deze maatregel richt zich tot de werkgevers die voldoen aan volgende drie voorwaarden:

  • onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5/12/68 betreffende de cao’s en de PC;
  • voldoen aan de definitie van kleine vennootschap of microvennootschap (zie verder), of een natuurlijk persoon die aan dezelfde voorwaarden voldoet;
  • maximaal 48 maanden ingeschreven zijn in de KBO. Deze termijn van 48 maanden vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op die inschrijving.

Wanneer de werkgever een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, vangt de termijn van 48 maanden aan op de eerste dag van de maand volgend op de eerste inschrijving in de KBO door die natuurlijke of rechtspersoon.

Kleine vennootschap 

Een kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in §§1 tot 6 van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen) mag voor het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers;
  • jaaromzet, exclusief btw: € 9.000.000;
  • balanstotaal: € 4.500.000.

Wanneer meer dan één van de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het daaropvolgende boekjaar.
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie (verhoging van de drempels met 20% tot € 10,8 miljoen omzet en € 5,4 miljoen balanstotaal).

Een vennootschap die zijn activiteit start, en dus niet beschikt over deze cijfers, moet de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten.

Microvennootschap 

Een microvennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 15/1 van het Wetboek van vennootschappen) is een kleine vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap is en die niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelbestand: 10 werknemers;
  • jaaromzet, exclusief btw: € 700.000;
  • balanstotaal: € 350.000.

Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Omvang steun

De vrijstelling bedraagt 10% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van kleine vennootschap.

De vrijstelling bedraagt 20% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van microvennootschap.

Deze maatregel geldt voor de lonen die vanaf 1 augustus 2015 worden uitbetaald. Er is geen terugwerkende kracht van toepassing op de vóór deze datum betaalde bezoldigingen.

Een werkgever kan de vrijstelling slechts toepassen gedurende de opstarttermijn van 48 maanden. Deze termijn van 48 maanden vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op de eerste inschrijving van de werkgever in de KBO.

De berekening van de vrijstelling gebeurt per werknemer d.w.z. dat de vrijstelling enkel kan toegepast worden op de bedrijfsvoorheffing die ingehouden is op de bezoldigingen van de betrokken werknemer.

Aanvraagprocedure

Er moeten twee aangiftes in de bedrijfsvoorheffing worden opgesteld:

1ste aangifte

In de eerste aangifte komt in het vak 'Belastbare inkomsten' het bruto belastbaar inkomen en in het vak 'Verschuldigde BV' de ingehouden bedrijfsvoorheffing.

2de aangifte

In de tweede aangifte komt in het vak 'Belastbare inkomsten' eveneens het bruto belastbaar inkomen.

In het vak 'Verschuldigde BV' komt een negatief bedrag, afhankelijk van de groep waaronder de werkgever valt, gelijk aan respectievelijk 10% of 20% van de ingehouden bedrijfsvoorheffing. Naargelang de groep waaronder de werkgever valt, verschilt de te gebruiken code in het vak 'aard inkomen'.

De werkgever moet een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin, voor elke werknemer:

1. de volledige identiteit;
2. het nationaal nummer;
3. het bedrag van de betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen;
4. het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing.

Tevens moet de werkgever het bewijs ter beschikking van de administratie houden dat hij voldoet aan de voorwaarden, afhankelijk van de vrijstelling die hij gevraagd heeft, van respectievelijk een startende kleine vennootschap of een startende micro-vennootschap.

Contact

Bijkomende informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de website van Financiën (zie ondernemingen > personeel en loon > bedrijfsvoorheffing > vrijstellingen > startende ondernemingen (zie FAQ). Om te kunnen doorklikken op de FAQ dient u zich echter eenmalig te registreren op de homepagina van www.fisconetplus.be . U kan de circulaire vanaf de homepagina van fisconetplus  terugvinden via  FISCALITEIT > Inkomstenbelastingen > Administratieve richtlijnen en commentaren > FAQ - Inkomstenbelastingen > FAQ - Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing - Startende ondernemingen. 

Afdeling / Dienst
Contactcenter
Adres

Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
België

Telefoon