Wijzigingen aan Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing
De Programmawet van 30 mei 2026 brengt enkele belangrijke wijzigingen aan in de fiscale vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 1. Vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw een vrijstelling voor de gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt. De eerdere regeling die werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof, wordt nu opnieuw ingevoerd en uitgebreid tot uitzendkantoren. Je berekent die vrijstelling door € 1,30 (aanslagjaar 2027) te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde uren. De maatregel geldt voor prestaties vanaf 1 januari 2026. 2. De regeling voor ploegen- en nachtarbeid wordt inhoudelijk aangepast. De fiscale definitie van nachtarbeid wordt afgestemd op de arbeidswet van 16 maart 1971 en de vaste tijdsgrens (20u–6u) verdwijnt. Enkel prestaties die volgens de arbeidswet als nachtarbeid gelden, komen nog in aanmerking voor de vrijstelling. Deze nieuwe regels zijn van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 juni 2026. 3. Vanaf 1 januari 2027 worden al deze fiscale voordelen afgetopt om de totale kostprijs van deze vrijstellingen te beperken. Je zal dan een correctiefactor moeten toepassen van 97% in 2027, 93,35% in 2028 en 95,9% vanaf 2029.
Werkgevers kunnen een volledige vrijstelling van bedrijfsvoorheffing krijgen bij de aanwerving van bepaalde jonge werknemers in het vierde kwartaal van het jaar. Deze jonge werknemers moeten wel voldoen aan de voorwaarden in de werkloosheidsreglementering. Dit houdt in dat: 1. ze niet meer onderworpen zijn aan de leerplicht. 2. een studie met een volledig leerplan of leertijd hebben stopgezet. 3. alle activiteiten hebben stopgezet die door een studie-, leertijd- of opleidingsprogramma of om het even welk programma zijn opgelegd. Bekijk alle overige voorwaarden in de rubriek Jonge werknemers (aangeworven in kwartaal 4) binnen deze maatregel in de Subsidiedatabank.
Zowel het fiscaal voordeel van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de 180 overuren met overwerktoeslag als het fiscale gunstregime van de 120 relance overuren werd verlengd van 30 juni tot 31 december 2025. Dit werd nu ook verduidelijkt in twee nieuwe Circulaires die de fiscus publiceerde in augustus: Circulaire 2025/C/51 over de verlenging van de fiscale vrijstelling van relance-uren en Circulaire 2025/C/53 over de belastingvermindering en de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het kader van overwerk – verlenging tijdelijke verhoging van het aantal fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag.
1. Zowel het fiscaal voordeel van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de 180 overuren met overwerktoeslag als het fiscale gunstregime van de 120 relance overuren werd verlengd van 30 juni tot 31 december 2025. Dit werd opgenomen in de Programmawet van 18 juli 2025 (BS van 29 juli 2025) in Hoofdstuk 9. Dit is een tijdelijke oplossing tot de volledige hervorming, vermeld in het regeerakkoord (zie p.18), wordt doorgevoerd. 2. Werkgevers kunnen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op het loon van de werknemers die ploegen- en nachtarbeid verrichten. Na bezwaren van het Grondwettelijk Hof over de klassieke regeling werd er tot en met 31 december 2026 de regeling 'Ploegenarbeid bis' ingevoerd. De praktische werkwijze van deze regeling werd nu verduidelijkt in de nieuwe Circulaire 2025/C/50 (zie punt III. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor 'ploegenarbeid-bis').
Zowel het fiscaal voordeel van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de 180 overuren met overwerktoeslag als het fiscale gunstregime van de 120 relance overuren werd verlengd van 30 juni 2025 tot 31 december 2025. Dit werd opgenomen in de Programmawet van 18 juli 2025 (BS van 29 juli 2025) in Hoofdstuk 9. Dit is een tijdelijke oplossing tot de volledige hervorming die wordt vermeld in het regeerakkoord (zie p.18) wordt doorgevoerd.