Gewijzigde maatregelen

Je kan als werkgever een vrijstelling krijgen van de basiswerkgeversbijdrage boven een bepaald kwartaalloonplafond: als een werknemer meer dan € 86.700 per kwartaal verdient, dan geniet de bezoldiging boven dat plafond een vrijstelling van deze basisbijdrage.

Momenteel kan je deze maatregel ook voor betaalde sportbeoefenaars toepassen, terwijl je als werkgever van deze sporters reeds recht hebt op de Doelgroepvermindering betaalde sportbeoefenaars. Om dit dubbel voordeel te vermijden wordt deze doelgroep vanaf 1 juli 2026 via de Programmawet van 30 mei 2026 (artikel 109 en 110) uitgesloten van het toepassingsgebied van deze maatregel.

Verminder je de arbeidsduur van je personeel met minstens één uur per week, dan kan je een forfaitaire vermindering van je werkgeversbijdragen krijgen. De forfaitaire vermindering geldt gedurende een periode van 4 tot 16 kwartalen.

Deze doelgroepvermindering wordt door de Programmawet van 30 mei 2026 (artikel 111 en volgende) vanaf 1 juli 2026 stopgezet. Als je het recht op de vermindering vóór 1 juli 2026 hebt geopend, kan je dit wel nog toepassen voor de resterende kwartalen. 

Ben je een nieuwe werkgever, dan kan je voor je eerste werknemer een RSZ-korting krijgen van maximum € 3.100 zonder beperking in tijd. Voor de aanwerving van de volgende twee werknemers bedraagt de vermindering van € 1.550 tot € 450, beperkt tot maximum 13 kwartalen. Je kan ook een tussenkomst in de kosten van het sociaal secretariaat ontvangen.

Deze doelgroepvermindering wordt via de Programmawet van 30 mei 2026 (artikel 103 en volgende) gewijzigd vanaf 1 juli 2026: 1. De korting voor de eerste werknemer wordt verlaagd tot maximaal € 2.000 per kwartaal. Ze blijft wel onbeperkt in de tijd. Dit nieuwe bedrag wordt ook toegepast op de al lopende kortingen. 2. Voor de tweede en derde werknemer wordt de korting beperkt tot maximaal € 1.000 per kwartaal gedurende 12 kwartalen, te kiezen binnen een periode van 20 kwartalen. Voor de verminderingen die al vóór 1 juli 2026 zijn geopend, blijven echter de huidige regels van toepassing. 3. Voor de vierde en vijfde werknemer wordt er opnieuw een korting ingevoerd, identiek aan de korting van de tweede en derde werknemer.

Ben je als werkgever actief in de horecasector en werf je vaste werknemers aan? Dan kan je onder bepaalde voorwaarden een vermindering van de werkgeversbijdragen krijgen voor maximaal vijf vaste voltijdse werknemers.

Deze doelgroepvermindering wordt afgeschaft via de Programmawet van 30 mei 2026 (artikel 120). Deze afschaffing geldt vanaf 1 juli 2026.

Als werkgever kan je in bepaalde gevallen een gedeeltelijke vrijstelling krijgen van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de lonen van specifieke werknemers. Deze maatregel geeft een overzicht van de meeste fiscale vrijstellingen: investeren in een steunzone, onderzoek en ontwikkeling, opleiding, ploegen- en nachtarbeid, starters,...

De Programmawet van 30 mei 2026 brengt enkele belangrijke wijzigingen aan in de fiscale vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: 1. Vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw een vrijstelling voor de gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt. De eerdere regeling die werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof, wordt nu opnieuw ingevoerd en uitgebreid tot uitzendkantoren. Je berekent die vrijstelling door € 1,30 (aanslagjaar 2027) te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde uren. De maatregel geldt voor prestaties vanaf 1 januari 2026. 2. De regeling voor ploegen- en nachtarbeid wordt inhoudelijk aangepast. De fiscale definitie van nachtarbeid wordt afgestemd op de arbeidswet van 16 maart 1971 en de vaste tijdsgrens (20u–6u) verdwijnt. Enkel prestaties die volgens de arbeidswet als nachtarbeid gelden, komen nog in aanmerking voor de vrijstelling. Deze nieuwe regels zijn van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 juni 2026. 3. Vanaf 1 januari 2027 worden al deze fiscale voordelen afgetopt om de totale kostprijs van deze vrijstellingen te beperken. Je zal dan een correctiefactor moeten toepassen van 97% in 2027, 93,35% in 2028 en 95,9% vanaf 2029.