Deze maatregel is aangemeld onder de Europese Tijdelijke Kaderregeling COVID-19, artikel 3.12 en zal in werking treden na goedkeuring door Europa.

Meer informatie over het globalisatiemechanisme

Voor welke ondernemingen?

De onderneming is een vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut, die voor 2019 een jaarrekening heeft neergelegd. De vereniging en de stichting moeten een economische activiteit uitoefenen.

De onderneming heeft:

  • op 30 september 2020 een actieve exploitatiezetel in het Vlaams Gewest opgenomen in de Kruispuntbank voor Ondernemingen
  • heeft in de periode van 1 april 2019 tot en met 31 december 2019 een omzet exclusief btw, van minstens € 450.000
  • in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% gekend 
  • in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een boekhoudkundig verlies geleden

Volgende ondernemingen zijn uitgesloten:

  • ondernemingen die zich in een niet-actieve toestand bevinden ingevolge  faillissement, vereffening, stopzetting of ontbinding
  • holdingvennootschappen
  • patrimoniumvennootschappen (verhuur en exploitatie van eigen of geleased niet-residentieel onroerend goed, exclusief terreinen)
  • managementvennootschappen
  • ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder of vennoot verbonden is met een andere onderneming die de subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen
  • ondernemingen die zich op 31 december 2019 volgens de Europese definitie in moeilijkheden bevonden
  • kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België

Welke omzetdaling dient aangetoond te worden?

De omzetdaling is de daling van de omzet, exclusief de btw en op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdregistratie in de periode van 1 april tot en met 31 december 2020 ten opzichte van de omzet in de periode  van 1 april tot en met 31 december 2019.

Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de laatste drie kwartalen van 2019 wordt de gerealiseerde omzet in de periode van  1 april tot en met 31 december 2020 vergeleken met de verwachte omzet van diezelfde periode, vermeld in het financieel plan. 

Uitzonderlijke en éénmalige opbrengsten of inkomsten worden niet meegeteld voor de berekening van de omzetdaling.

Hoeveel steun kan toegekend worden?

De steun bedraagt 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode van 1 april tot en met 31 december 2019.

Deze steun wordt beperkt tot 90% voor kleine ondernemingen en 70% voor middelgrote en grote ondernemingen van de niet gedekte vaste kosten in de periode van 1 april tot en met 31 december 2020. Niet gedekte vaste kosten is  het verlies vóór aftrek van de belastingen, volgens code 9903 van de jaarrekening.

Het maximale steunbedrag wordt bepaald op 2 manieren.

1° op basis van de verruimde tewerkstelling in de laatste 3 kwartalen van 2019 en de omzetdaling

Verruimde
tewerkstelling 

Omzetdaling
van 60 % tot 69%

Omzetdaling
van 70% tot 89%

Omzetdaling
van 90% en meer

1 tot 4 werknemers

€ 15.000

€ 30.000

€ 50.000

5 tot 19 werknemers

€ 25.000

€ 50.000

€ 100.000

20 tot 49 werknemers

€ 50.000

€ 100.000

€ 250.000

50 tot 199 werknemers

€ 250.000

€ 500.000

€ 1.000.000

> 199 werknemers

€ 500.000

€ 1.000.000

€ 2.000.000

2° op basis van de minimale RSZ-tewerkstelling in de laatste 3 kwartalen van 2019, de minimale omzet in de laatste 3 kwartalen van 2019  en de omzetdaling

Minimale
RSZ-tewerkstelling

Minimale
omzet

Omzetdaling
van 60% tot 69%

Omzetdaling
van 70% tot 89%

Omzetdaling
van 90% en meer

1 werknemer

€ 1.125.000

€ 25.000

€ 50.000

€ 100.000

5 werknemers

€ 3.000.000

€ 50.000

€ 100.000

€ 250.000

10 werknemers

€ 9.000.000

€ 250.000

€ 500.000

€ 1.000.000

20 werknemers

€ 25.000.000

€ 500.000

€ 1.000.000

€ 2.000.000

Bovendien worden altijd de corona hinderpremie, de corona compensatiepremie, de corona ondersteuningspremie en de subsidie in het kader van het Vlaams Beschermingsmechanisme in mindering gebracht van de subsidie.

Wat is de RSZ-tewerkstelling?

De RSZ-tewerkstelling is het gemiddelde van de kwartaalgemiddelden in de drie laatste kwartalen van 2019 van het aantal bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdsequivalent personeel.
Voor ondernemingen die gestart zijn vanaf het derde kwartaal van 2019 worden de kwartalen waarin de onderneming actief was in aanmerking genomen. 

Wat is de verruimde tewerkstelling? 

De verruimde tewerkstelling bestaat uit:

  • de RSZ-tewerkstelling 
  • het gemiddelde van de kwartaalgemiddelden in de drie laatste kwartalen van 2019 voltijdsequivalent bij de onderneming tewerkgestelde:
    • uitzendkrachten, aangesteld via een uitzendkantoor of een sociaal bureau voor kunstenaars
    • jobstudenten, waarvoor geen RSZ verschuldigd is
    • medewerkers van dienstenleveranciers

Het aantal voltijdsequivalent tewerkgestelde medewerkers van dienstenleveranciers wordt bepaald op basis van de gefactureerde bedragen, exclusief btw, voor diensten door de voormelde medewerkers die ingezet worden voor de uitvoering van de activiteiten van de onderneming. Een gefactureerd bedrag van 50.000 euro, exclusief btw, in de drie laatste kwartalen van 2019, wordt gelijkgesteld met één voltijds equivalent. Maximaal 5 voltijdsequivalenten worden in aanmerking genomen. 

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail