Wie kan subsidies aanvragen en aan welke voorwaarden moet je voldoen?

Wie kan subsidies aanvragen voor een voortraject?

De subsidies voor een voortraject kunnen toegekend worden aan:

  • een intergemeentelijk samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid
  • een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid
  • een gemeente
  • een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm
  • een autonoom gemeentebedrijf
  • een autonoom gemeentelijk havenbedrijf
  • een provincie
  • een POM
  • een autonoom provinciebedrijf
  • een publieke rechtspersoon die de Vlaamse Regering aanwijst
  • een onderneming die aantoonbaar actief is in de (her)aanleg van bedrijventerreinen. Dit kan aangetoond worden met reeds gerealiseerde projecten of met gekwalificeerd personeel.

De steunaanvrager moet eigenaar zijn van alle gronden van het bedrijventerreinen of houder zijn van een zakelijk recht. 

Indien men voor minstens 50% eigenaar is van de gronden van het bedrijventerrein, kan men ook steun krijgen voor een voortraject als men een overeenkomst sluit met de andere eigenaar(s) of de houders(s) van een zakelijk recht op de gronden. 

Als de steunaanvrager een instelling is die een publieke taak heeft dan moet deze geen eigenaar zijn van de gronden.

Wie kan subsidies aanvragen voor de (her)aanleg van een bedrijventerrein?

De subsidies voor de (her)aanleg van een bedrijventerrein kunnen toegekend worden aan:

  • een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid
  • een gemeente
  • een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm
  • een autonoom gemeentebedrijf
  • een provincie
  • een POM
  • een autonoom provinciebedrijf
  • een universiteit
  • een publieke rechtspersoon die de Vlaamse Regering aanwijst
  • een onderneming die aantoonbaar actief is in de (her)aanleg van bedrijventerreinen. Dit kan aangetoond worden met reeds gerealiseerde projecten of met gekwalificeerd personeel.

De steunaanvrager moet eigenaar zijn van alle gronden van het bedrijventerreinen of houder zijn van een zakelijk recht dat hem toelaat opdracht te geven om de kosten die in aanmerking uit te voeren. 
Indien men geen eigenaar is of geen zakelijk recht heeft, kan er ook steun toegekend als er samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten met de andere eigenaar(s) of de houders(s) van een zakelijk recht op de gronden. 

De steun kan ook worden toegekend aan een van de begunstigden die over onteigeningsbevoegdheid beschikken op voorwaarde dat in de gerechtelijke procedure tot onteigening de inbezitstelling uitgesproken is.

Aan welke voorwaarden moet het voortraject voldoen?

Algemene voorwaarden

Het moet gaan om een knelpuntterrein, brownfield of een verouderd bedrijventerrein. Ook verouderde bedrijventerreinen die gelegen zijn binnen een afgebakend havengebied komen in aanmerking voor een voortraject.

De probleemsituatie van het terrein moet dermate gecompliceerd zijn dat het de herontwikkeling van het terrein verhindert. De complexiteit moet bestaan uit het samen optreden van verschillende problemen die de herontwikkeling bemoeilijken of uit het optreden van één enkel knelpunt dat zonder precedent en met een éénmalig karakter is waarvoor naar een oplossing moet gezocht worden.

Wetgeving overheidsopdrachten

De wetgeving overheidsopdrachten moet verplicht gevolgd worden indien aan volgende 3 voorwaarden voldaan is:

  • het geraamde opdrachtbedrag is gelijk aan of hoger dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking (Voor 2019 is deze 221.000 euro excl. btw voor diensten)
  • de opdracht wordt voor meer dan vijftig procent rechtstreeks gesubsidieerd door een aanbestedende overheid zoals bedoeld in artikel 2, 1° van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016
  • de opdracht betreft:
    • hetzij werken van civieltechnische aard, zoals vermeld in bijlage I of werken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming
    • hetzij diensten die met de hierboven vermelde werken of werk zijn verbonden.

Aangezien het steunpercentage bij voortrajecten 50% is en op voorwaarde dat er geen andere subsidies verkregen worden, moeten private ontwikkelaars bij voortrajecten de wetgeving overheidsopdrachten niet volgen. Publieke ontwikkelaars moeten de wetgeving overheidsopdrachten altijd volgen.

Private ontwikkelaars kunnen volgende alternatieve procedure volgen voor het uit te besteden onderzoek:

  • minstens 3 offertes opvragen
  • er moeten minstens 2 offertes ingediend worden. Indien men slechts 1 offerte ontvangen heeft, dan kan het agentschap advies vragen om na te gaan of de offerte een correcte prijszetting heeft
  • het uitbestede onderzoek mag niet uitgevoerd worden door een verbonden onderneming m.u.v. in house opdrachten
  • de private ontwikkelaar kiest de aanbieder van de laagste offerte om het uit te besteden onderzoek of de externe procesbegeleiding uit te voeren.

Bij de keuze van de offerte kunnen er dus geen andere criteria bepaald worden. Indien men dit toch wil dan moet men de wetgeving overheidsopdrachten volgen.

Wat zijn de subsidievoorwaarden bij de (her)aanleg van een bedrijventerrein?

Algemene voorwaarden

  • Alle gesubsidieerde investeringen moeten samen met de bijhorende zate gratis afgestaan worden aan het openbaar domein.
  • Het bestek, de plannen en de raming moeten opgesteld worden door een gekwalificeerd ontwerper.
  • Alle wijzigingen aan het ingediende project moeten meegedeeld worden aan het Agentschap Innoveren & Ondernemen
  • De subsidie is cumuleerbaar met andere subsidies tot maximaal 85% van de aanvaarde werken en kosten.
  • Het standaardbestek 250 moet nageleefd worden. Het is te verkrijgen op de website van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Wetgeving overheidsopdrachten

De wetgeving overheidsopdrachten moet verplicht gevolgd worden indien aan volgende 3 voorwaarden voldaan is:

  • het geraamde opdrachtbedrag is gelijk aan of hoger dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking (Voor 2019 is deze 5.548.000 euro excl. btw voor werken)
  • de opdracht wordt voor meer dan vijftig procent rechtstreeks gesubsidieerd door een aanbestedende overheid zoals bedoeld in artikel 2, 1° van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016
  • de opdracht betreft:
    • hetzij werken van civieltechnische aard, zoals vermeld in bijlage I of werken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming
    • hetzij diensten die met de hierboven vermelde werken of werk zijn verbonden.

Bij de (her)aanleg van een bedrijventerrein is het belangrijk om rekening te houden met alle subsidies die de begunstigde krijgt om het subsidiepercentage te bepalen.

Daarnaast zal bij de infrastructuurwerken ook het Europese drempelbedrag een belangrijke rol spelen. Momenteel ligt dit bedrag op 5.548.000 euro zonder btw. Bij de aanleg van een bedrijventerrein moet er voor de raming van het opdrachtbedrag rekening worden gehouden met alle geplande werken, dit vanaf het bouwrijp maken tot en met de ultieme afwerking zoals verlichting, signalisatie en beplanting. Daarnaast moet er in voorkomend geval ook rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de diensten van een veiligheidscoördinator.

Indien de private ontwikkelaar niet moet voldoen aan de wetgeving overheidsopdrachten wordt volgende alternatieve procedure voorzien:

  • aantonen dat minstens 6 offertes werden opgevraagd indien de raming van de werken hoger is dan 124.000 euro exlc. btw, indien de raming lager is moeten slechts 3 offertes opgevraagd worden
  • minstens 2 offertes moeten ingediend worden; indien er slechts 1 offerte is kan het agentschap advies vragen om na te gaan de offerte een correcte prijs geeft
  • de subsidie wordt berekend op basis van de laagste offerte
  • de werken mogen niet uitgevoerd worden door een verbonden onderneming.

Bij de keuze van de offerte kunnen er dus geen andere criteria bepaald worden. Indien men dit toch wil dan moet men de wetgeving overheidsopdrachten volgen.

Kwaliteitsvoorwaarden

Het project moet aan volgende kwaliteitsvoorwaarden voldoen:

  • het bedrijventerrein wordt op een duurzame manier ingericht, uitgegeven en beheerd en is klimaatneutraal
  • de (her)aanleg houdt een intensief en zorgvuldig ruimtegebruik in, zowel op de openbare als op de private eigendommen, met het oog op de geplande economische activiteiten. Er wordt minstens rekening gehouden met de landschappelijke inplanting, de ecologie, de klimaatbestendigheid, de veiligheid en de beeldkwaliteit
  • bij de terbeschikkingstelling van de gronden worden er evaluatiecriteria opgesteld voor de kandidaat-investeerders en problematische ruimtevragers en overeenkomstig artikel 27, §1, van het decreet van 13 juli 2012 wordt een bouwverplichting binnen maximaal vier jaar en een exploitatieverplichting binnen maximaal vijf jaar nadat de akte verleden is, in de aktes van terbeschikkingstelling opgenomen
  • het openbaar domein en het privédomein worden duurzaam onderhouden.

De naleving van deze kwaliteitsvoorwaarden vereisen de opmaak en de implementatie van het (her)inrichtingsplan, het uitgifteplan en het beheerplan.

Het  inrichtingsplan omvat minstens:

  • een grafisch plan met zowel de weergave van de bestaande toestand als een plan met de algemene inrichtingsprincipes op het vlak van kavelindeling, openbaar domein of gemeenschappelijke mede-eigendom, de interne en externe ontsluitingsinfrastructuur, de nutsinfrastructuur van het bedrijventerrein en de maatregelen op het vlak van  de inpassing in de omgeving, waaronder de landschappelijke inpassing
  • een toelichting, al dan niet grafisch voorgesteld, over:
    • de stedenbouwkundige aspecten van het bedrijventerrein
    • de economische aspecten van het bedrijventerrein
    • de maatregelen op vlak van klimaatbestendigheid (zie volgend hoofdstuk)
    • de ecologische maatregelen. Deze bevatten in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein onder meer de duurzame maatregelen met betrekking tot het gebruik van materialen, de inpassing in een ecologisch netwerk, integraal waterbeheer, bedrijfsprocessen, mobiliteit
    • de veiligheidsmaatregelen. Deze bevatten in relatie tot de toestand en de bestemming van het terrein onder meer maatregelen inzake een optimale toegang voor de veiligheidsdiensten, de vestiging van Sevesobedrijven, de brandveilige aanleg, de verkeersveiligheid, de preventie criminele activiteiten, de preventie van sluikstorten. Het wordt voor advies voorgelegd aan de brandweer.
    • De maatregelen m.b.t. beeldkwaliteit. Dit zijn een samenhangend geheel van architectonische en stedenbouwkundige maatregelen met weerslag op de private en de openbare kavels van het bedrijventerrein.

Voor verouderde bedrijventerrein wordt een herinrichtingsplan opgesteld dat naast de elementen van het inrichtingsplan ook volgende onderdelen bevat:

  • een schets van de problematiek op het bedrijventerrein
  • de maatregelen die zullen gelden bij elke nieuwe ingebruikname van een kavel of bedrijfsgebouw;

Het uitgifteplan omvat minstens:

  • de bezwarende maatregelen met betrekking tot de kavels met het oog op een rationeel en zuinig ruimtegebruik naargelang van de activiteiten van de bedrijven en met aandacht voor de plaatsing van de gebouwen
  • de evaluatiecriteria voor de kandidaat-investeerders
  • de evaluatiecriteria met betrekking tot de toelating van de Sevesobedrijven en van de andere problematische ruimtevragers
  • een bouwverplichting binnen een termijn van maximaal vier jaar nadat de akte van terbeschikkingstelling verleden is
  • een exploitatieverplichting binnen een termijn van maximaal vijf jaar nadat de akte van terbeschikkingstelling verleden is
  • de voorwaarden die het toezicht en het beheer verzekeren zoals bepaald in artikel 25 tem 34 van het decreet ruimtelijke economie
  • de stedenbouwkundige verplichtingen
  • de aspecten van het (her)inrichtingsplan met weerslag op de uitgifte van de kavels
  • de bezwarende maatregelen met betrekking tot de kavels met het oog op de klimaatneutraliteit van het bedrijventerrein;

Het beheerplan omvat minstens de volgende elementen:

  • de maatregelen die gericht zijn op een duurzaam onderhoud van zowel het openbaar als het privédomein
  • de aspecten van het (her)inrichtingsplan die een weerslag hebben op het beheer.

Klimaatneutraliteit

Een klimaatneutraal bedrijventerrein is een bedrijventerrein dat aangepast is aan de gevolgen van het gewijzigde klimaat, waarvan de bijdrage tot de klimaatopwarming tot een minimum wordt herleid. Het bedrijventerrein moet voldoen aan volgende voorwaarden:

Om beschouwd te worden als een klimaatneutraal bedrijventerrein, is de begunstigde verplicht om maatregelen te nemen:

  • voor de vermindering van de verharde oppervlakte
  • met het oog op duurzame en leefbare werklocaties
  • met het oog op meer groene ruimten
  • met het oog op meer ruimte voor water
  • met het oog op hernieuwbare energie en CO2-neutraal elektriciteitsverbruik.

Specifieke voorwaarden

Specifieke voorwaarden zijn mogelijk in de volgende gevallen:

  • aanvaarding van andere werken dan deze op de lijst van subsidiabele investeringen
  • toekenning van een verhoogd subsidiepercentage
  • erkenning van het strategisch karakter van een terrein
  • toekenning van steun aan een terrein dat op basis van de grondexploitatie geen normaal rendement realiseert.

Deze voorwaarden kaderen in de beleidsvisies rond bedrijventerreinen.

Voor de erkenning als strategisch bedrijventerrein geldt steeds de specifieke voorwaarde dat er een beheercomité moet opgericht worden waarin een vertegenwoordiger van het Agentschap Innoveren & Ondernemen met een vetorecht, waarover gerapporteerd wordt aan de minister, opgenomen wordt.

Voor dit beheercomité gelden de volgende voorwaarden:

  • minstens 1 stemgerechtigde vertegenwoordiger van elke betrokken partij die betrokken is bij de uitgifte of het beheer van het bedrijventerrein moet erin opgenomen worden
  • 1 stemgerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente indien geen betrokken partij
  • de stemgerechtigde leden kunnen andere leden opnemen met raadgevende stem
  • de stemgerechtigde leden duiden onderling een voorzitter en ondervoorzitter aan die niet tot dezelfde partij kunnen behoren
  • het beheercomité stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens het volgende regelt:
    • het doel van het beheercomité, namelijk waarborgen dat de bepalingen in het uitgifteplan en in het beheerplan effectief nageleefd worden
    • de wijze waarop de bedrijven op het terrein betrokken worden
    • de wijze van vergaderen en stemmen
    • het verplichte verslag van de vergaderingen van het beheercomité.    

Extra documentatie in de vorm van handleidingen en voorbeeldplannen kunnen opgevraagd worden via ruimtelijke.economie@vlaanderen.be.

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Dienst Ruimtelijke Economie

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail