Kunnen gefermenteerde erwten ons koffieritueel redden?
Met Koppie ontwikkelt Daan Raemdonck een koffiealternatief op basis van lokaal geteelde, zorgvuldig gefermenteerde erwten. Niet als gimmick, maar als antwoord op een structureel probleem: koffie is na vlees en cacao het meest CO₂-intensieve voedingsproduct ter wereld. En tegelijk groeit de wereldwijde vraag sneller dan het aanbod met prijsstijgingen tot gevolg.
Ramingen geven aan dat we tegen 2030 wereldwijd met een stevig koffietekort zullen moeten rekenen. En het grootste probleem zit niet in transport of branding, maar in de manier waarop koffie geteeld wordt: focus op kwantiteit, niet op kwaliteit. Met technologie, fermentatie en … de steun van VLAIO en Flanders’ FOOD wil Koppie dat systeem doen kantelen.
Eigenlijk proberen we het koffieritueel te redden door géén koffie te maken.
Van Alpro naar alternatief
Daan Raemdonck is handelsingenieur en werkte vijf jaar in strategische consultancy, gevolgd door vijf jaar bij Alpro, waar hij als marketingdirecteur verantwoordelijk was voor het portfolio melkalternatieven. Trends detecteren, innovaties lanceren, nieuwe categorieën ontwikkelen: het zat in zijn DNA. Na tien jaar loondienst nam hij tijd om na te denken over wat hij écht wilde doen. Tijdens die periode stootte hij op een studie van de Universiteit van Oxford die voedingsproducten rangschikte volgens hun CO₂-impact. “Dat cacao en koffie zo hoog stonden, wist ik niet.”
Hij begon de bestaande koffiealternatieven in de winkels te testen. Wat hij vond, stelde teleur: monotone smaken, vaak instant, weinig innovatie. “Veel producten leken rechtstreeks uit de jaren 70 te komen.” Het idee groeide en kreeg vorm: als koffie zelf het probleem is, dan moeten we misschien durven denken aan een alternatief dat wél werkt, qua smaak, qua beleving én op vlak van duurzaamheid.
Een boon van gele erwten
Samen met medeoprichter Pascal Mertens, doctor in de bio-ingenieurswetenschappen en met meer dan 20 jaar ervaring in ontwikkeling van innovatieve voeding en dranken, ging hij aan de slag. Hun oplossing: lokale erwten fermenteren via een gepatenteerde technologie.
Daan: “Door het fermentatieproces wijzigen we de interne samenstelling van de erwt en vormen op natuurlijk wijze de precursoren die nodig zijn om de juiste smaak te verkrijgen bij het roosteren terwijl de erwt intact blijft. Daardoor kan die, net als koffie, geroosterd, gemalen en gezet worden met bestaande koffiemachines. Dat is het unieke aan onze aanpak. Andere koffiealternatieven zijn typisch poeders of instantvarianten. Met Koppie willen we een echte boon ontwikkelen die je plug-and-play kan gebruiken in bestaande koffiesystemen.
”De technische uitdaging was enorm. Drie jaar ontwikkeling, talloze mislukte tests en soms absurde momenten. “In de begindagen spatte een Aeropress brouwsel plots in het rond bij een demo bij een klant. Dat was geen fijne dag”, kijkt Daan er nu laconiek op terug.
Maar stap voor stap verfijnden ze hun product: smaak, fysische eigenschappen, extractie, voedselveiligheid, schaalbaarheid. “Je moet smaak, aroma, mondgevoel, zetgedrag én shelf life onder controle krijgen. Dat is complexer dan mensen denken.”
Smaak blijft natuurlijk persoonlijk. “Je kan nooit iedereen overtuigen. Sommige mensen hebben al beslist dat het niets voor hen is nog vóór ze proeven.” Toch is de feedback van echte koffiedrinkers opvallend positief. “Van koffiemensen horen we heel vaak: dit is het lekkerste alternatief dat we ooit geproefd hebben. Dat is voor ons het grootste compliment.”
Koppie combineert innovatie met visie: ze starten vanuit een reëel probleem, bouwen op samenwerking en brengen dat samen in een overtuigend verhaal.
“Zonder VLAIO en Flanders’ FOOD stonden we hier niet”
De eerste fase financierde Daan zelf. Hij investeerde eigen middelen en sleutelde avonden en weekends aan het idee. Maar al snel werd duidelijk dat verdere ontwikkeling meer middelen én meer expertise zou vragen. Via een contact met wie hij eerder al over foodideeën had gespard, leerde hij VLAIO-bedrijfsadviseur Katelijne Strubbe kennen. Dat gesprek bleek een kantelpunt. “Zij wees ons op innovatieve starterssteun. Dat was voor ons de eerste echte hefboom.”
Via dat traject kwam Koppie ook in contact met Flanders’ FOOD, de speerpuntcluster voor de agrovoedingsindustrie en Kevin Winnen de innovatiemanager daar. Daan: “Die begeleiding door en samenwerking met Kevin en Katelijne versterkte onze aanvraag zondermeer. En de steun van 50.000 euro bood ons de ruimte om de eerste technische hypotheses grondig te testen. Dat geld was belangrijk. Maar even belangrijk was het feit dat iemand kritisch naar je project kijkt en zegt: dit is innovatief genoeg, dit is de moeite waard.” Ondertussen bouwde Daan kosteloos verder aan het project, de steun gebruikten ze enkel om externe hulp in te huren.
Daarop volgde een haalbaarheidsstudie waarin één vraag centraal stond: is dit technologisch écht schaalbaar en industrieel haalbaar? Met een positief antwoord op die vraag kon Koppie een ontwikkelingsproject indienen bij VLAIO om de technologie in de Food Pilot verder te verfijnen en richting markt te brengen. Ook werd via Flanders’ FOOD een en ander in beweging gezet. Een introductie bij een voedingsbedrijf leidde tot samenwerking en technische opschaling werd mogelijk via de Food Pioneers Accelerator-subsidie die door Flanders’ FOOD werd aangereikt. “Zonder die trajecten waren we hier niet. Punt.”
Maar volgens Daan zit de grootste meerwaarde niet uitsluitend in die financiering. “De begeleiding is minstens even belangrijk. Mensen als Katelijne bij VLAIO of Kevin bij Flanders’ FOOD hebben al tientallen trajecten gezien. Zij stellen vragen waar je zelf niet aan denkt. ‘Heb je dit al getest? Heb je die risico’s afgedekt? Hoe ga je dat opschalen?’ Dat soort feedback is goud waard.”
Omdat het basisproduct van nature geen cafeïne bevat, richt Koppie zich in eerste instantie op de markt van koffie-alternatieven zonder cafeïne. In het ontwikkelingsproject worden o.a. methodes ontwikkeld om functionaliteit (zoals energieboost via cafeïne of alternatieven) toe te voegen.
De kracht van het innovatie-ecosysteem
Zowel VLAIO als Flanders’ FOOD brachten Koppie in contact met hun netwerk. Daan: “Via dat netwerk kwamen we bij acceleratoren zoals Biotope (VIB) terecht, en uiteindelijk zelfs bij het Coffee Excellence Center in Zürich, wereldwijd toonaangevend in de koffiewetenschap. Die onderzoekers bestuderen al dertig jaar welke reacties aroma en smaak van koffie bepalen.” Dat soort expertise kan je als start-up onmogelijk zelf opbouwen.” Ook onverwachte contacten bleken waardevol: professoren uit India, onderzoekers aan KU Leuven, experten uit andere domeinen. “Soms komt de grootste doorbraak uit een totaal andere hoek dan je verwacht.”
Team, markt en technologie overtuigen investeerders
In de pre-seed fase investeren kapitaalverschaffers vooral in drie zaken: het team, de markt en de technologie. “Pascal en ik vormen een complementair duo”, zegt Daan. “Hij brengt de technologische diepgang, product- en industriële ervaring, ik meer de strategie, marketing en businesskant.”
Daarnaast is er de markt. De wereldwijde koffiemarkt vertegenwoordigt meer dan 200 miljard euro consumentenomzet per jaar, terwijl de druk op beschikbaarheid en duurzaamheid toeneemt. “Dat investeerders dit probleem ernstig nemen, zie je ook aan concurrenten in de VS en Azië die al tientallen miljoenen ophaalden.”
De derde pijler is technologie. Nog vóór de kapitaalronde had Koppie een octrooiaanvraag ingediend, waardoor investeerders de de achterliggende technologische basis van het product konden inkijken. “Ze zagen dat dit geen marketingverhaal was, maar echte technologie.”
Opvallend: in Europa probeerden op dat moment nog enkele spelers tevergeefs geld op te halen in koffiealternatieven. Koppie slaagde erin hun ronde wél te sluiten. Inmiddels haalde het bedrijf meer dan twee miljoen euro op. Daarbij speelden ook subsidies een rol als hefboom. “Investeerders zien VLAIO-steun als een kwaliteitslabel. Het toont dat je dossier technisch en economisch grondig geëvalueerd is. Dat geeft vertrouwen.”
B2B eerst, consument volgt
Vandaag is Koppie klaar voor de markt. In eerste instantie met een focus op B2B: koffiebranderijen, hotels, kantoren die hun koffie willen mengen met het alternatief. “Je kan ons product perfect combineren met koffie. Het maakt koffie-blends duurzamer, zachter, en mogelijk goedkoper zonder in te boeten op kwaliteit.” De eerste producten met Koppie erin zullen waarschijnlijk op de markt verschijnen zonder dat de naam zichtbaar is. “Dat is oké voor ons.”
Parallel lanceren ze binnenkort een eigen consumentenmerk met een andere propositie: hier mikt het team niet op het vervangen van koffie, maar het uitbreiden van het koffiemoment. Ze bewaren het lokale & duurzame karakter in een alternatief en van nature caffeine-vrij drankje dat nieuw, noterig en minder bitter smaakt. België en Nederland krijgen de primeur, met Europa als ambitie. Daan: “We hopen de Europese nummer één te worden in koffiealternatieven. Waarom zouden we ons beperken tot ons eigen land?”
Het koffiesysteem herdenken
Koppie wil koffie niet vervangen uit rebellie. Ze willen het systeem duurzamer maken. “Als wij een deel van de vraag kunnen opvangen, kan koffie terug focussen op kwaliteit. Dan krijgen boeren misschien een eerlijke prijs. Dan wordt het ritueel opnieuw waardevol.”
Recent ontdekten ze nog een nieuwe vorm van innovatie: door de boon extreem fijn te malen ontstaat een poeder dat zich gedraagt als bv/ matchapoeder. Zo kan 100% van de grondstof benut worden. “Bij klassieke koffie gebruik je maar 2 à 3%. De rest gaat weg. Wij kunnen alles gebruiken,” vertelt Daan.Het typeert hun aanpak: niet alleen een alternatief bouwen, maar een systeem herdenken. Of zoals Daan het samenvat: “Als we binnen vijf jaar echt impact hebben op hoe mensen koffie beleven, en tegelijk een sterke Vlaamse foodinnovator zijn, dan is onze missie geslaagd.”