Tax Shelter COVID-19

Laatst gewijzigd op 27 jul 2020 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kleine vennootschappen met 30% omzetdaling
Voor wat
aandelenparticipatie van max. € 100.000 tussen 14 maart en 31 december 2020 door particulieren
Belastingvermindering
van 20%

Wat houdt de maatregel in

Particulieren kunnen een belastingvermindering bekomen in de personenbelasting van 20% indien zij rechtstreeks nieuwe aandelen verwerven van een kleine vennootschap waarvan de omzet voor de periode van 14 maart 2020 tot 30 april 2020 met minstens 30% gedaald is ten opzichte van dezelfde periode van 2019.

De betalingen van deze aandelen komen voor maximum € 100.000 in aanmerking voor deze belastingvermindering. Een kleine vennootschap kan via deze fiscale maatregel maximaal € 250.000 fiscaal aangemoedigde inbrengen ontvangen tijdens haar bestaan.
Deze 'Belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen' kan je raadplegen in 'Hoofdstuk 8' in de Wet van 15 juli 2020

 

Wie komt in aanmerking als investeerder

Wie komt in aanmerking

De investeerder is een rijksinwoner (onderworpen aan de personenbelasting) of een niet-rijksinwoner (onderworpen aan en geregulariseerd in de belasting van niet-inwoners, natuurlijke personen). Er gelden geen uitsluitingen voor bedrijfsleiders of familieleden of werknemers.

Drempels

De betalingen van de investeerder voor deze aandelen tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020 komen voor een totaalbedrag van maximum € 100.000 in aanmerking voor de belastingvermindering.

De belastingvermindering geldt niet voor het gedeelte van de investering waarmee de investerende belastingplichtige meer dan 30% zou verwerven in de vennootschap.  Als de voormelde drempel van 30% wordt overschreden, wordt de belastingvermindering beperkt tot een investering ten belope van de eerste 30%.

Wie komt in aanmerking als begunstigde vennootschap

Definitie kleine vennootschap

Voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, moet het gaan om een kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) die voor het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt:

  kleine vennootschap
jaargemiddelde personeelsbestand 50
jaaromzet, excl. btw € 9.000.000
balanstotaal € 4.500.000

Wanneer meer dan één van de criteria wordt overschreden of niet meer wordt overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het daaropvolgende boekjaar.

In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie (verhoging van de drempels met 20% tot € 10,8 miljoen omzet en € 5,4 miljoen balanstotaal).

Omzetdaling van minstens 30%

De omzet van deze kleine vennootschap is voor de periode van 14 maart 2020 tot 30 april 2020 met minstens 30 % gedaald ten opzichte van dezelfde periode van 2019.

Voor vennootschappen die na 14 maart 2019 werden opgericht, anders dan in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen, wordt de in de periode van 14 maart 2020 tot 30 april 2020 gerealiseerde omzet vergeleken met de in het financieel plan vooropgestelde omzet voor diezelfde periode.

Andere voorwaarden

Deze maatregel richt zich tot kleine vennootschappen die gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap uit de EER die in België over een 'Belgische inrichting' beschikt.
  • De vennootschap kan niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden (omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van het WIB 92).
  • De vennootschap moet voldoen aan de definitie van een kleine vennootschap (zie hoger). 
  • De vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn*.
  • De vennootschap mag niet zijn opgericht met het oog op het afsluiten van management- of bestuurdersovereenkomsten of haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten*.
  • De vennootschap is niet beursgenoteerd.
  • De vennootschap mag de ontvangen sommmen niet gebruiken voor het doorvoeren van een kapitaalvermindering (incl. de kapitaalvermindering zoals bedoeld in artikel 537 WIB 92) of enige andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen.
  • De vennootschap mag de ontvangen sommen niet gebruiken voor de uitkering van dividenden ( de uitkering van liquidatiereserves zoals bedoeld in de artikelen 184quater en 541" van het WIB 92 zijn evenmin toegelaten) of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen*.
  • De vennootschap mag geen "rechtstreekse deelneming" aanhouden in een vennootschap gevestigd in een 'belastingparadijs'. De vennootschap doet ook geen betalingen aan vennootschappen in één van deze 'belastingparadijzen' waarvan niet kan worden aangetoond dat ze werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften en die samengenomen meer bedragen dan €100.000 per belastbaar tijdperk*.   
  • De vennootschap mag na de storting van de sommen door de belastingplichtige niet meer dan € 250.000 fiscaal aangemoedigde inbrengen ontvangen hebben tijdens haar bestaan. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.
  • De vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn.

*Aan volgende voorwaarden moet de vennootschap voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen.

Er zijn geen beperkingen naar activiteitensector waarin de vennootschap actief is.

Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting en komen dus niet in aanmerking voor deze maatregel.

Bijkomende voorwaarden

  • De maatregel heeft steeds betrekking op nieuwe aandelen uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging in de periode van 14 maart 2020 tot 31 december 2020.

  • Het moet gaan om aandelen op naam, ingeschreven in het aandeelhoudersregister gehouden door de kleine vennootschap.

  • Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal van de kleine vennootschap.

  • Zij moeten in geld zijn betaald. Inbrengen in natura zijn uitgesloten alsook converteerbare leningen. 

  • De aandelen moeten uiterlijk op 31 december 2020 volledig volstort zijn.

  • In het geval van een kapitaalverhoging met uitgiftepremie, is de belastingvermindering van toepassing op het bedrag dat werd geïnvesteerd in de betrokken aandelen, uitgiftepremie inbegrepen.

Fiscaal voordeel

De belastingvermindering van 20% kan genoten worden voor het aanslagjaar dat betrekking heeft op het inkomstenjaar waarin de investering is gebeurd. 

Deze belastingvermindering (die bij gebrek aan voldoende belastbaar inkomen) niet of niet volledig kan worden genoten is overdraagbaar. Deze overdracht is beperkt is tot de drie volgende belastbare tijdperken.

De belastingvermindering wordt evenwel niet overgedragen naar het belastbare tijdperk waarvoor een terugname van de belastingvermindering moet gebeuren.
 

Aanvraagprocedure

De betalingen van de aandelen komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat de kleine vennootschap aan de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat:

  • voldaan is aan de voorwaarden;
  • de belastingplichtige de aandelen in het belastbare tijdperk heeft aangeschaft en deze op het einde van dat belastbare tijdperk nog in zijn bezit heeft.

De formaliteiten van deze maatregel moeten nog worden vastgesteld in een Koninklijk Besluit dat nog moet worden gepubliceerd.

Cumulatie

Deze belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die reeds in aanmerking zijn genomen voor de toepassing van:

De vennootschap mag na de betaling van de sommen door de belastingplichtige niet meer dan € 250 000 hebben ontvangen via de toepassing van deze maatregel. Dit maximumbedrag van € 250 000 staat wel los van de maximumbedragen die gelden voor de belastingvermindering die geldt in het kader van de Tax Shelter voor startende ondernemingen en de Tax Shelter voor scale ups (groeibedrijven)