Bedrag
De financiële steun bestaat uit een vast bedrag van € 50.000 dat tijdens de projectperiode van minstens 6 maanden moet worden ingezet. Tijdens de uitvoering van het project moet er in totaal voor minstens € 70.000 aan kosten worden gemaakt die bijdragen aan de uitvoering en voortgang van het project. De kosten kunnen bestaan uit: loonkosten, inzet van medewerkers, kosten voor externe expertise, materiaal of andere relevante uitgaven.
Hoewel een deel van deze € 70.000 kan bestaan uit niet-uitbetaalde loonkosten of eigen inzet, moet het steunbedrag van € 50.000 wel effectief worden besteed. Dit betekent dat er reële uitgaven gebeuren binnen de vennootschap. Een mogelijke manier om dit praktisch te organiseren is door het bedrag bijvoorbeeld via een rekening‑courant opnieuw ter beschikking te stellen aan de vennootschap. In dat geval wordt de loonkost niet effectief uitbetaald, maar boekhoudkundig opgenomen als een schuld in rekening-courant ten aanzien van de vennoot, die ter beschikking blijft voor verdere projectuitgaven binnen de onderneming.
Bij de aanvraag wordt gevraagd om kort toe te lichten hoe het bedrag zal worden aangewend. Deze inschatting dient om na te gaan of het project en de voorgestelde inzet van middelen logisch en haalbaar zijn, maar laat voldoende flexibiliteit toe om tijdens de uitvoering bij te sturen. De steun mag niet worden opgespaard, maar moet tijdens de projectperiode doelgericht worden ingezet voor de efficiënte en effectieve realisatie van het project.
Er wordt bij een volledige en zorgvuldige uitvoering van het project geen detail van de kosten gevraagd. Een algemeen beeld van de interne inspanningen en externe kosten komt wel aan bod in de inhoudelijke beschrijving van de resultaten voor de leverbaarheden. Wanneer de resultaten niet gehaald werden, dient dieper ingegaan te worden op het verloop van het project. In die uitzonderlijke gevallen dat het project niet volledig uitgevoerd werd of de verslaggeving ontoereikend blijkt om een duidelijk beeld van de behaalde resultaten te krijgen, behoudt VLAIO zich het recht om meer detail (ook van de gemaakte kosten) op te vragen en zal er eventueel teruggevorderd of pro-rata afgerekend worden.
Naast financiële steun krijgt de starter ook ondersteuning van een VLAIO-bedrijfsadviseur, waarbij dieper wordt ingegaan op onderwerpen zoals het businessmodel, intellectuele eigendom, financieringsmogelijkheden, expertise in het netwerk en het uitstippelen van de toekomstige R&D-roadmap.