Ontvankelijk- en gegrondheidscriteria

Zoals voorzien in het decreet betreffende de brownfieldconvenanten wordt er ook in 2019 een jaarlijkse oproep gehouden. De Vlaamse Regering nam op 5 april 2019 kennis van de inhoud en voorwaarden van de 9de oproep. De tekst verscheen op 25 april 2019 in het Belgisch Staatsblad.

De focus in deze 9de oproep ligt in een optimale aansluiting bij de krachtlijnen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Opnieuw wordt naast brownfields ook aandacht gevraagd voor stortplaatsen. 

Opdat een project in aanmerking komt voor het faciliterend kader dat via een brownfieldconvenant wordt geboden, wordt nagegaan of de aanvraag voldoet aan de ontvankelijk- en gegrondheidscriteria. De ontvankelijkheidscriteria hebben betrekking op de huidige toestand van het projectgebied, de vorm en samenstelling van het aanvraagdossier. De gegrondheidscriteria hebben betrekking op de noodzaak van een gecoördineerd optreden tussen overheden en de meerwaarde die het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt aan de realisatie van het project.

De minister bevoegd voor economie stelt bovendien specifiek per oproep bijkomende gegrondheidscriteria en voorwaarden die aansluiten bij de beleidsvisie, een actuele problematiek,… 

Afwegingen om in aanmerking te komen

Het facilitair kader kan een grote hefboom vormen om complexe gebiedsontwikkelingen tot een goed einde te brengen. Gelet op de voordelen die verbonden zijn aan een brownfieldconvenant, worden daarom projecten beoogd die de inzet van een brownfieldconvenant en haar faciliterend kader verantwoorden. Het moet hierbij gaan om toekomstbestendige projecten die mee uitvoering geven aan de beleidsambities die door Vlaanderen naar voren geschoven worden onder meer op vlak van:

  • de toestand/aard van het terrein
  • de beoogde invulling en het gebruik van het terrein tijdens en na herontwikkeling
  • de afstemming van de nieuwe invulling op de ligging van het terrein
  • de kwaliteitsvolle aanpak en inrichting van het terrein
  • het lange termijnbeheer 

Daarnaast is het de bedoeling dat de projecten een meerwaarde bieden op bovenlokaal niveau en/of een voorbeeldfunctie hebben. Dit kan zich op verschillende manieren uiten, zoals doorgedreven duurzaamheid, innovatief karakter, verhoogde tewerkstelling, versterking van de attractiviteit van de kernen, landschapsbeleving, herwaardering onroerend erfgoed, …

a) De toestand/aard het terrein 

Het terrein moet in eerste instantie voldoen aan de definitie van een brownfield, zoals opgenomen in het brownfielddecreet, nl. een geheel van verwaarloosde of onderbenutte gronden die slechts door structurele maatregelen opnieuw in gebruik kunnen genomen worden. Het moet gaan om een geografisch aaneensluitend geheel waarvan de oppervlakte toelaat om op een gecoördineerde manier werken uit te voeren, om, met andere woorden, op een gecoördineerde manier aan gebiedsontwikkeling te doen. 
Hierbij kan het gaan om voormalige industriële sites al dan niet met een verontreinigingsproblematiek, maar ook om bvb. militaire domeinen, voormalige ziekenhuissites, …

Daarnaast wordt opnieuw bijzondere aandacht gevraagd voor de herontwikkeling van stortplaatsen. 

Met betrekking tot het duurzaam voorraadbeheer van (voormalige) stortplaatsen keurde de Vlaamse Regering op 16 oktober 2015 een conceptnota goed. De afvalstoffen van vandaag (Urban Mining) en uit het verleden (Landfill Mining) moeten de grondstoffen worden voor een groene kringloopeconomie. Het voorraadbeheer van stortplaatsen (Enhanced Landfill Management & Mining of ELFM²) draagt bij tot de nieuwe beleidslijnen voor kringloopeconomie, duurzame ontwikkeling van ruimte en mobiliteit.

b) De beoogde invulling en het gebruik van het terrein tijdens en na herontwikkeling

Er worden projecten beoogd die maximaal en in de mate van het mogelijke (zie punt c: Afstemming van de nieuwe invulling op de ligging van het terrein) inzetten op het voorzien/realiseren van bedrijfsvastgoed en ruimte voor ondernemers. 
Afhankelijk van de ligging kan het onder meer gaan om kantoren, KMO-units of ateliers, magazijnen, incubatoren, bedrijfsverzamelgebouwen, labo’s en onderzoeksfaciliteiten, trainings- en opleidingscentra, coworking spaces, …

Zo mogelijk worden activiteiten beoogd die inzetten op de principes van Industrie 4.0, waarbij doorgedreven digitale evoluties en connectiviteit moeten leiden tot een nieuwe manier van produceren en nieuwe businessmodellen. Voor Vlaanderen is de transitie Industrie 4.0 strategisch belangrijk, omdat we ‘industriële’ activiteiten hier willen houden en zelfs versterken. Het is een activiteit die economisch toegevoegde waarde biedt, duurzame arbeid toelaat en bijdraagt aan het oplossen van de maatschappelijke uitdagingen. 

Gelet op de duurtijd van complexe brownfieldherontwikkeling, kan de site in afwachting van een definitieve herontwikkeling een tijdelijk gebruik kennen. Hierbij wordt gedacht aan een invulling in functie van circulaire economie, productie van stroom, … of kan deze reeds een bijdrage leveren aan de definitieve bestemming van het terrein zoals (goedkope) werkplekken voor starters die nadien kunnen doorgroeien op het terrein, pop-up activiteiten en functies in het kader van levendige woon-werkomgevingen die nadien een definitieve verankering in het project kunnen krijgen, …

c) De afstemming van de nieuwe invulling op de ligging van het terrein

De ligging van het terrein is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden en het te realiseren kwaliteitsvol ruimtelijk rendement. 
Het ontwikkelingsvoorstel concretiseert de beleidskeuzes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, waarbij wordt aangegeven hoe het project een kwaliteitsvolle bijdrage levert aan de ontwikkeling van de plaats rekening houdend met de knooppuntwaarde en het voorzieningenniveau ervan.

Illustratief worden hieronder een aantal suggesties van ontwikkeling geformuleerd:

  • Op locaties met een hoge knooppuntwaarde en goed voorzieningenniveau kan men, naast het voorzien van ruimte voor ondernemen en voor innovatieve productieactiviteiten en circulaire economie, inzetten op een gepaste mix van functies in het woon-werkweefsel, met aandacht voor de identiteit van de wijk en het verhogen de leefbaarheid van de kern. Aldus wordt ook bijgedragen aan een zorgvuldige omgang met de schaarse bedrijventerreinen. Voor terreinen met een goede knooppuntwaarde kan ingezet worden op het realiseren van professionele werklocaties voor niet (meer) verweefbare economische activiteiten of moeilijk verweefbare activiteiten (vb. brandweer, containerpark, …).
  • Voor terreinen die goed ontsloten zijn naar het TEN-T en/of goed multimodaal bereikbaar zijn, wordt bij voorkeur ingezet op het bundelen van logistieke en industriële activiteiten en op combimobiliteit. Zo wordt ertoe bijgedragen dat de binnenvaart en het spoorvervoer volop hun rol als duurzaam vervoermiddel kunnen spelen. 
  • Slecht ontsloten sites met onvoldoende voorzieningenniveau, kunnen herbestemd worden naar open ruimte of een andere aanvaardbare bestemming zodat zij een rol kunnen opnemen ifv biodiversiteit, waterbeheer, groenwaarden, voedselproductie, recreatie, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering en het winnen van energie, … 

d) Kwaliteitsvolle aanpak en inrichting van het brownfieldproject

Voor alle projecten wordt ook verwacht dat wordt gestreefd naar een kwaliteitsvolle aanpak en invulling, zowel op economisch, ecologisch als maatschappelijk vlak.

Van de indiener wordt daarom verwacht dat hij zijn engagement op vlak van duurzaamheid doorheen het gehele herontwikkelingsproces omschrijft in een nota. Daarbij wordt ook aangegeven op welke thema’s (vb. water, mobiliteit, …)  of onderdelen van het proces (visievorming, sanering, beheer, …) de indiener inspanningen zal leveren om tot een hoger ambitieniveau te komen dan de minimale wettelijke verplichtingen. 

Algemeen wordt daarbij, voor zover relevant, aansluiting gezocht bij de principes van de 10 kernkwaliteiten in de strategische doelstelling 3: Palet  van leefomgevingen, in de strategische visie van het beleidsplan ruimte Vlaanderen.
Tijdens de onderhandelings- en uitvoeringsfase zal aandacht zijn voor opvolging en eventuele bijsturing van de duurzaamheidsambities. 

Als leidraad voor de opmaak van de duurzaamheidsnota en de opvolging gebruikt de indiener een meetinstrument (duurzaamheidsmeter). 

Een Brownfieldproject in het kader van herontwikkeling en duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen moet aandacht hebben voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie: 

  • het duurzaam voorraadbeheer van de afvalstoffen in de stortplaatsen;
  • het hoogwaardig valoriseren van deze stoffen als materialen en/of energie;
  • het treffen van de nodige beschermingsmaatregelen en het uitvoeren van de bodemsanering overeenkomstig de geplande functie;
  • een maximale inschakeling bij structurele samenwerkingsverbanden (kennisuitwisseling).
  • De aard van de beoogde herontwikkeling van een voormalige stortplaats dient eveneens afgestemd te zijn op de ligging van het project.

Voor een Brownfieldproject gelegen langs een waterloop verdient het onderzoek naar en de eventuele sanering van de waterbodem de nodige aandacht tijdens de herontwikkeling. Het belang van groen-blauwe netwerken, zowel in functie van mobiliteit, ruimtelijke ordening als leefmilieu, is een belangrijke factor bij de uitwerking van het project. Een goede waterbodemaanpak draagt bij aan een verhoogde waterkwaliteit en verhoogde gebruiksmogelijkheden van water. 

e) het langetermijnbeheer 

In het bijzonder wordt aandacht gevraagd voor een kwalitatief langetermijnbeheer van de site na herontwikkeling. In de mate dat nieuw openbaar domein wordt gecreëerd, wordt aangegeven op welke manier voldoende maatregelen zijn genomen om het periodiek en structureel onderhoud te financieren.

Hierbij denken we bvb. aan fondsvorming, opzetten van een uitgifte- en of beheercomité, invoering van instrumenten zoals terugkoop, goedkeuring doorverkoop, ... 

Naar analogie met de steunverlening voor heraanleg van bedrijventerreinen worden klimaatvriendelijke projecten beoogd, die streven naar klimaatneutraliteit. Bij indiening wordt aangegeven op welke manier hiernaar gestreefd wordt. 
 

Ontvankelijkheidscriteria

Opdat een ingediend project in aanmerking zou komen voor onderhandelingen voor het bekomen van een brownfieldconvenant, dient het aan elk van volgende ontvankelijkheidscriteria te voldoen;

  • het projectgebied voldoet aan de definitie van een brownfield zoals omschreven in artikel 2 en 3 van het decreet betreffende de brownfieldconvenanten;
  • het aanvraagdossier wordt in een in de oproep vermelde indieningsperiode ingediend;
  • het aanvraagformulier is volledig en correct ingevuld;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een financieel plan waarin de financiële haalbaarheid van het project wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een lijst met daarin de reeds uitgevoerde projecten gekoppeld aan de samenstelling en expertise van de betrokken projectteams;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een document/hoofdstuk in het aanvraagformulier waarin de kredietwaardigheid van de projectindiener(s) wordt aangetoond;
  • het aanvraagdossier – voor brownfieldprojecten waarbij (delen van) de projectgronden (potentieel) zijn verontreinigd - is vergezeld van de reeds beschikbare stukken aangaande deze (potentiële) verontreiniging (vb. oriënterend bodemonderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, …). De conclusies van deze onderzoeken volstaan;
  • het aanvraagdossier is vergezeld van een PowerPointpresentatie waarin de inhoud van het project wordt weergegeven;
  • het aanvraagformulier is minstens ondertekend door alle vermelde actoren die gezamenlijk beschikken over het eigendomsrecht of de overige zakelijke rechten (dus ook opstalrechten e.a.) die vereist zijn om toestemming te verlenen voor de handelingen en activiteiten in het kader van het brownfieldproject op meer dan 70 % van de oppervlakte van de projectgronden;
  • voor de percelen waarvoor het akkoord om mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject ontbreekt, dient de indiener aan te tonen dat het brownfieldproject zonder deze percelen niet kan worden gerealiseerd;
  • voor alle percelen in het ganse projectgebied is een recent (minder dan 2 maand oud bij indiening van project) kadastraal plan en legger toegevoegd. Mogelijke gekende afwijkingen ten opzichte van deze recente documenten dienen reeds te worden aangegeven door middel van de eigendomstitels;
  • bij de aanvraag is het schriftelijk bewijs gevoegd dat de gemeente(n) - waarin de onroerende goederen gelegen zijn - kennis heeft/hebben genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst/wensen mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject.

Gegrondheidscriteria

De inhoud van het aanvraagdossier en de bijlagen zullen geëvalueerd worden op basis van  de hieronder vermelde gegrondheidscriteria:

  • Het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt een aanmerkelijke faciliterende meerwaarde ten einde het brownfieldproject gerealiseerd te krijgen;
  • De aanvrager dient aan te tonen dat een gecoördineerd optreden tussen en van verschillende overheden noodzakelijk is;
  • Het voorgestelde project voldoet aan de criteria en randvoorwaarden van de projectoproep zoals beschreven in punt 3 “Afwegingen om in aanmerking te komen” van de oproeptekst, zijnde:
    • Een motivatie van het project waarbij wordt aangetoond dat de nieuwe invulling is afgestemd op de ligging van de terrein, rekening houden met een maximale inzet op bedrijfsvastgoed en ruimte voor ondernemers;
    • Er wordt een duurzaamheidsnota toegevoegd, opgesteld aan de hand van een gekozen duurzaamheidstool, waarin wordt aangegeven op welke manier het project hogere duurzaamheids- en kwaliteitseisen vooropstelt dan wettelijk verplicht is, en hoe aansluiting gezocht wordt bij de 10 kernkwaliteiten van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen;
    • Voor de herontwikkeling van stortplaatsen is bijkomend aandacht voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie. De herontwikkeling heeft betrekking op de totaliteit van de stortplaats en de stortplaats omvat minstens 75% van het projectgebied. Hiervan kan worden afgeweken indien wordt aangetoond dat de herontwikkeling ook een positieve impact heeft op het resterend stortareaal dat niet door het projectgebied gevat is.

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Brownfieldcel

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail