Ontvankelijk- en gegrondheidscriteria
Het decreet betreffende de brownfieldconvenanten voorziet een jaarlijkse oproep voor het indienen van projectaanvragen. De Vlaamse Regering nam op 7 november 2025 kennis van de inhoud en voorwaarden van de 16e oproep. Download hier de tekst van de 16e oproep en het aanvraagformulier.
Een project komt in aanmerking voor het faciliterend kader dat via een brownfieldconvenant wordt geboden, als de aanvraag voldoet aan de ontvankelijk- en gegrondheidscriteria. De ontvankelijkheidscriteria hebben betrekking op de huidige toestand van het projectgebied, de vorm en samenstelling van het aanvraagdossier. De gegrondheidscriteria hebben betrekking op de noodzaak van een gecoördineerd optreden tussen overheden en de meerwaarde die het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt aan de realisatie van het project.
De minister bevoegd voor economie stelt bovendien specifiek per oproep bijkomende gegrondheidscriteria en voorwaarden vast. Oproepspecifieke criteria kunnen betrekking hebben op de doelstellingen van het brownfieldproject of de aard van de geplande herontwikkeling, de karakteristieken van de projectgronden of het gebied waarin het brownfieldproject gelegen is, of de aard of samenstelling van de projectstructuur.
Oproepspecifieke criteria in oproep 16
Gelet op de voordelen die verbonden zijn aan een brownfieldconvenant, worden in elk geval projecten beoogd die de inzet van een brownfieldconvenant en haar faciliterend kader verantwoorden.
Voor deze oproep dienen de projecten aantoonbaar mee uitvoering te geven aan de beleidsambities die door Vlaanderen naar voren geschoven worden, op vlak van:
- ruimtelijke kwaliteit
- realisatie en beheer van diverse types van bedrijfshuisvesting
- duurzaamheid en circulariteit
- bijzondere aandacht voor herontwikkeling van stortplaatsen
Ruimtelijke kwaliteit
De Vlaamse Regering keurde op 14 juli 2025 de conceptnota van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed. De Vlaamse Regering herbevestigt hiermee de doelstelling om bijkomend ruimtebeslag te doen dalen naar nul tegen 2040.
Het BRV verankert de bouwshift verder in het omgevingsinstrumentarium en stuurt naar een systeemverandering van ruimtelijk uitbreiden naar het herinrichten van de reeds ingenomen ruimte. De conceptnota zet de hoofdlijnen uit voor het Vlaamse ruimtelijke beleid. Drie ‘ruimtelijke transformatieopgaves’ en het ruimtelijk kompas met de ‘zes ontwikkelingsprincipes’ vormen de basis voor het ruimtelijk beleid op korte, middellange en lange termijn.
De herontwikkeling van brownfields draagt er via ruimtelijke transformaties binnen het bestaande ruimtebeslag toe bij om tot een toekomstbestendig en kwaliteitsvol ingericht Vlaanderen te komen. Brownfieldherontwikkeling is daarmee bij uitsteek een kans om bij te dragen aan de grootste ruimtelijke transformatieopgave nl. het transformeren van het bestaande ruimtebeslag. Dit richt zich op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, efficiëntie en rendement door bijvoorbeeld hergebruik, intensivering en verweving van functies in goed gelegen gebieden. Dat zal, door maatwerk, leiden tot een verhoging van de leefomgevingskwaliteit, een klimaatrobuuste omgeving, tot meer basisvoorzieningen in de directe omgeving en tot een betere bereikbaarheid
Het ruimtelijk kompas kan als toetsingskader gebruikt worden om de juiste ruimtelijke keuzes te maken naar ontwikkelingsmogelijkheden en het te realiseren kwaliteitsvol ruimtelijk rendement binnen zes ruimtelijke ontwikkelingsprincipes:
- het fysisch systeem is sturend;
- kwaliteitssprong;
- geïntegreerde aanpak over sectoren heen;
- verweven wat kan, scheiden wat moet;
- zorgvuldig ruimtegebruik;
- knooppuntwaarde en voorzieningenniveau zijn sturend.
Het projectvoorstel concretiseert de beleidsambities en –principes, afgestemd op de vooropgestelde dynamiek, de knooppuntwaarde, het voorzieningenniveau en de directe omgeving.
Slecht ontsloten sites met een onvoldoende voorzieningenniveau, kunnen (ev. deels) herbestemd worden naar open ruimte of een andere aanvaardbare bestemming zodat zij een rol kunnen opnemen ifv biodiversiteit, waterbeheer, groenwaarden, voedselproductie, recreatie, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, het winnen van groene stroom, …
Realisatie en beheer van diverse types van bedrijfshuisvesting
Het Decreet Ruimtelijke Economie (13 juli 2012) vormt het kader om een duurzaam en geïntegreerd economisch locatiebeleid mogelijk te maken. Daarbij worden instrumenten voorzien voor het behoud en beheer van bedrijfsruimte op lange termijn.
Op 23 mei 2025 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan het ‘Actieplan ruimte voor bedrijvigheid: beschikbaarheid bedrijventerreinen – aanpak en krijtlijnen’. Dit actieplan focust op de acties die Vlaanderen zal nemen om meer ruimte te creëren voor bedrijvigheid. Daarbij wordt in hoofdzaak uitgegaan van transformaties van bestaande bedrijventerreinen, met het oog op het verhogen van ruimtelijk rendement. Via het brownfieldconvenant kunnen sites met een saneringsproblematiek of andere complexe situaties opnieuw in circulatie gebracht worden.
Bedrijven zorgen voor toegevoegde waarde, werkgelegenheid, inkomsten en welvaart. Maar om te kunnen ondernemen, is ruimte nodig. Bedrijventerreinen en bedrijfspanden zijn noodzakelijk voor een duurzame economische groei. Daarom is in het bijzonder voor sites met een economische bestemming of met een voormalige economische functie het blijvend inzetten op het behoud (en het langetermijnbeheer) van ruimte om te ondernemen – in de ruime zin – een voorwaarde.
Er wordt van de projecten verwacht dat onderzocht wordt hoe maximaal kan ingezet worden op een invulling met (een aandeel aan) werklocaties en ruimte voor economische activiteiten. Het aanbod wordt afgestemd op de behoefte in de regio en het uitgiftebeleid wordt daarop afgestemd. Het type bedrijfshuisvesting houdt rekening met de vooropgestelde dynamiek, de knooppuntwaarde, het voorzieningenniveau en de directe omgeving. Het kan onder meer gaan om kantoren, kmo-units of ateliers, magazijnen, incubatoren, bedrijfsverzamel-gebouwen, labo’s en onderzoeksfaciliteiten, trainings- en opleidingscentra, coworking spaces, …
Om de site ook na herontwikkeling te behouden voor de vooropgestelde doelgroep, of te laten voldoen aan de vooropgestelde kwaliteitseisen en functies, is het belangrijk vooraf na te denken over het lange termijn beheer. Hierbij denken we bv. aan fondsvorming, een uitgiftebeleid, beheerstructuren, invoering van instrumenten zoals terugkoop, goedkeuring doorverkoop, ...
Duurzaamheid en circulariteit
Op 26 november 2021 keurde de Vlaamse Regering de vierde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO4) goed. Deze vierde strategie sluit aan op het Decreet duurzame ontwikkeling van 18 juli 2008 dat de continuïteit van het beleid rond dat thema wil garanderen.
Op 29 april 2022 keurde de Vlaamse regering het beleidsprogramma “Op weg naar circulair bouwen 2022 – 2030” goed. Dit plan legt de principes vast van circulair bouwen en welke stappen we willen zetten om dit te bereiken.
De beleidsnota Economie, Wetenschap, Innovatie en Industrie 2024 – 2029 bevestigt dat de reconversies van verouderde terreinen en brownfields opportuniteiten bieden voor de verduurzaming van de bedrijventerreinen.
Van alle projecten wordt een kwaliteitsvolle aanpak en invulling, zowel op economisch, ecologisch als maatschappelijk vlak, verwacht.
In het bijzonder in de fase van de projectrealisatie, vormen brownfields – door de aanwezigheid van bestaande gebouwen en infrastructuur – de ideale plek om circulaire strategieën in de praktijk om te zetten.
Zo’n 30 tot 40% van het afval in Vlaanderen komt uit de bouw. De wijze waarop we bouwen en wonen heeft bovendien een grote impact op onze CO2-voetafdruk. Daarom maakt een gezamenlijke omslag naar circulair bouwen een groot verschil.
Circulaire strategieën stomen de bouwsector klaar voor de toekomst. Door met minder materialen en/of minder producten aan eenzelfde behoefte te voldoen, ontstaan er CO2-winsten in de ontginning, productie, het transport en de afvalverwerkingsfase van deze (vermeden) producten. Ook hergebruik speelt hier een sleutelrol: door minder nieuwe grondstoffen en materialen te gebruiken, voldoen we met minder aan eenzelfde behoefte.
Circulaire strategieën slaan daarom op het benutten van mogelijkheden om (delen van) bestaande gebouwen en infrastructuur te hergebruiken of te recycleren. Bij de constructie van nieuwe gebouwen of infrastructuur is er aandacht voor het beperken van het materiaalgebruik en de daarmee verbonden milieu-impact over de hele levenscyclus van de constructie en zijn onderdelen. Een toekomstgericht circulair ontwerp houdt rekening met de flexibiliteit van het bouwwerk, zowel naar de functionaliteit en indeling toe als in het kader van toekomstige renovatie en afbraak.
Tijdens de onderhandelings- en uitvoeringsfase zal aandacht zijn voor opvolging en eventuele bijsturing van de duurzaamheidsambities. De overheid kan zich daarbij laten bijstaan door externe partijen. De indiener moet aantonen te beschikken over de nodige expertise in het team om inspanningen op vlak van duurzaamheid en circulaire strategieën doorheen de looptijd van het project te waarborgen. Het aanstellen van een duurzaamheidsadviseur of een vergelijkbare expert wordt sterk aangemoedigd, in het bijzonder voor omvangrijke projecten met grote impact op de omgeving.
Herontwikkeling van stortplaatsen – indien van toepassing
Met betrekking tot het duurzaam voorraadbeheer van (voormalige) stortplaatsen keurde de Vlaamse Regering op 16 oktober 2015 een conceptnota goed. De afvalstoffen van vandaag (Urban Mining) en uit het verleden (Landfill Mining) moeten de grondstoffen worden voor een groene kringloopeconomie. Het voorraadbeheer van stortplaatsen (Dynamic Landfill Management) sluit aan bij het omgevingsdenken en draagt bij tot de nieuwe beleidslijnen voor kringloopeconomie, duurzame ontwikkeling van ruimte en mobiliteit.
De afvalverwerking uit het verleden zadelt Vlaanderen op met ruim 2.500 stortplaatsen (zie ovam.vlaanderen.be/overzicht-stortplaatsen). Vaak zijn deze gelegen aan waterwegen, invalswegen of nabij dorpskernen. Ze vormen ideale locaties om te werken of wonen, of voor natuur of recreatie, maar de risico’s en kosten verbonden aan de sanering belemmeren de herontwikkeling.
Een Brownfieldproject in het kader van herontwikkeling en duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen moet aandacht hebben voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie:
- het duurzaam voorraadbeheer van de afvalstoffen in de stortplaatsen;
- het hoogwaardig valoriseren van deze stoffen als materialen en/of energie;
- het treffen van de nodige beschermingsmaatregelen en het uitvoeren van de bodemsanering overeenkomstig de geplande functie;
- een maximale inschakeling bij structurele samenwerkingsverbanden (kennisuitwisseling).
Voor de herontwikkeling van stortplaatsen is bijkomend aandacht voor de stortinhoud, het stortoppervlak, de stortomgeving en de algemene beleidsstrategie.
Ontvankelijkheidscriteria
Opdat een ingediend project in aanmerking zou komen voor onderhandelingen voor het bekomen van een brownfieldconvenant, dient het aan elk van volgende ontvankelijkheidscriteria te voldoen:
- het projectgebied voldoet aan de definitie van een brownfield zoals omschreven in artikel 2 en 3 van het decreet betreffende de brownfieldconvenanten;
- het aanvraagdossier wordt in een in de oproep vermelde indieningsperiode ingediend en bevat volgende elementen:
- een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier;
- een financieel plan dat de financiële haalbaarheid van het project aantoont;
- een lijst met daarin de reeds uitgevoerde projecten gekoppeld aan de samenstelling en expertise van de betrokken projectteams;
- voor brownfieldprojecten waarbij (delen van) de projectgronden (potentieel) zijn verontreinigd - is vergezeld van de reeds beschikbare stukken aangaande deze (potentiële) verontreiniging (vb. oriënterend bodemonderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, …). De conclusies van deze onderzoeken volstaan;
- een presentatie waarin de inhoud van het project wordt weergegeven. Deze zal gebruikt worden bij de toelichting van het dossier aan de beoordelaars;
- een mede-ondertekening als actor of een toestemming om de aanvraag in te dienen van alle houders van zakelijke rechten (eigendom, opstalrechten e.a.) op minstens 70% van de oppervlakte van de projectgronden;
Voor de percelen waarvoor het akkoord om mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject ontbreekt, dient de indiener aan te tonen dat het brownfieldproject zonder deze percelen niet kan worden gerealiseerd;
- een recent (minder dan 2 maand oud bij indiening van project) kadastraal plan en legger voor alle percelen in het ganse projectgebied. Mogelijke gekende afwijkingen ten opzichte van deze recente documenten dienen reeds te worden aangegeven door middel van de eigendomstitels;
- een schriftelijk bewijs dat de gemeente(n) - waarin de onroerende goederen gelegen zijn - kennis heeft/hebben genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst/wensen mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject.
Door de indiening gaat de projectindiener akkoord met een onderzoek naar zijn kredietwaardigheid. Op verzoek van het permanent secretariaat moet daarvoor de nodige informatie worden aangeleverd.
Gegrondheidscriteria
De inhoud van het aanvraagdossier en de bijlagen zullen geëvalueerd worden op basis van de hieronder vermelde gegrondheidscriteria:
- de aanvrager toont aan dat het afsluiten van een brownfieldconvenant een aanmerkelijke faciliterende meerwaarde biedt voor de realisatie van het brownfieldproject;
- de aanvrager toont aan dat een gecoördineerd optreden tussen en van verschillende overheden noodzakelijk is;
- de aanvrager toont aan dat het voorgestelde project voldoet aan de criteria en randvoorwaarden van de projectoproep zoals boven beschreven.