Van volatiliteit naar voorsprong
Er waait een stevige energiewind door de Europese industrie met zonne- en windparken die als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar met die hernieuwbare stroom komen ook nieuwe uitdagingen: stroomprijzen die op één dag kunnen doorschieten van min 500 naar plus 500 euro per megawattuur, bijvoorbeeld. Wie dan niet beweegt, betaalt. Wie zijn verbruik slim kan verschuiven, wint. Met de steun van VLAIO positioneert het Mechelse Entras zich precies daar: zij zorgen ervoor dat industriële bedrijven veel meer rechtstreeks voordeel halen uit zonne- en windenergie.
Net zoals je thuis met je zonnepanelen, je elektrische auto en je wasmachine je factuur zo laag mogelijk probeert te houden, doen wij dat voor complexe industriële sites – alleen is de puzzel daar veel groter.
Van wasmachine tot WKK
Om uit te leggen wat Entras doet, begint Frank Alaerts, oprichter en CEO, bewust aan de keukentafel: “Stel dat je thuis zonnepanelen en een elektrische auto hebt,” zegt hij, “dan wil je die auto optimaal laden. Dat betekent op de momenten dat de stroom goedkoop is of wanneer je zelf veel energie produceert. En wellicht bedenk je dan dat je wasmachine en je droogkast idealiter ook op dat lage-energiekost-punt opstarten. Alles wat je maar kan bedenken om je factuur te drukken.”
“Dat energiebesparende verhaal vindt vandaag zijn weg naar de huiskamer en wij trekken het door tot achter de fabrieksmuren. Met andere uitrustingen en andere processen doen wij hetzelfde voor de industrie met datzelfde doel: de energiekosten en tegelijk de CO₂-uitstoot zo laag mogelijk houden.”
Bij Entras draait die sturing volledig automatisch in de cloud, gekoppeld aan de procesbesturingssystemen van de klant. “Al wat je thuis misschien nog met de hand doet, laten wij bij industriële bedrijven automatisch plannen en uitvoeren,” zegt Frank. “Onze klanten krijgen een visualisatie van wat er morgen zal gebeuren, zodat ze op voorhand weten wat wij gaan doen. Ze kunnen dat laten lopen of tegenhouden als ze daar een reden voor hebben, maar in principe ontzorgen we hen volledig.”
Energy flexibility as a service
Die ontzorging is geen vrijblijvende consultancy, maar een doorlopende dienstverlening. “We noemen het eigenlijk ‘complex plant optimisation as a service’,” zegt Frank. “Het is een software-as-a-serviceformule met jaarcontracten. Enerzijds verandert de installatie bij zo’n bedrijf niet elke maand, maar anderzijds veranderen hun energiecontracten wel en veranderen de regels op de elektriciteitsmarkt. Denk maar aan het recente voorbeeld waarbij de gekende uurtarieven naar kwartierprijzen veranderden. Ons softwareplatform vangt de complexiteit van die verandering op.”
Entras richt zich bewust op energie-intensieve kmo’s en grote industriële bedrijven. Op sites waar de echte complexiteit zit: industriële drogers, warmtepompen met warmte- en koudeopslag, warmtekrachtkoppelingsinstallaties, elektrische boilers, elektrolysers en combinaties daarvan. In zo’n omgeving is flexibiliteit geen gimmick, maar een strategische hefboom.
“Europa investeert massaal in hernieuwbare energie,” zegt Frank. “Klimaat is één reden, strategische autonomie en prijs zijn andere. Maar dat maakt de stroomprijzen heel volatiel. Om dat op te vangen, moet alles en iedereen in Europa eigenlijk flexibel worden: elk huishouden, elk groter gebouw, elke fabriek. Flexibiliteit kan niet alles oplossen, maar wij schatten dat ze goed is voor ongeveer tien procent van het probleem. En vraag maar aan netbeheerders als Fluvius en Elia hoe belangrijk die 10% flexibiliteit is.”
Van consultant naar softwarebedrijf
Het Entras-verhaal begint niet met code, maar met advies. “We zijn gestart als consultants, omdat dat was wat we konden,” blikt Frank terug. “We deden investeringsanalyses en haalbaarheidsstudies, vooral rond WKK en energieprojecten. Maar gaandeweg kregen we het gevoel: hier ontbreekt iets. Er moet een sturing komen om die complexiteit aan de gewenste flexibiliteit te koppelen.”
Die aha-erlebnis valt samen met een concrete klantcase: een industriële site met biomassaverbrandingsinstallaties die warmte en elektriciteit produceren en flexibel inzetbaar zijn. “We kwamen er in contact met Rik Candries, bedrijfsadviseur van VLAIO” vertelt Frank. “Hij heeft ons van meet af aan gechallenged. Toen hebben we de knoop doorgehakt en beslist om zelf een prototype te creëren van software die zo’n installatie flexibel kan aansturen.”
Dat eerste idee, onderzocht in een haalbaarheidsstudie en verankerd met een ontwikkelingsproject, valt niet meer te vergelijken met de software van vandaag. Maar het was wel een noodzakelijke stap. De echte uitdaging kwam pas erna: hoe commercialiseer je wat je hebt ontwikkeld? Hoe zet je het in de markt?”
Die omschakeling van ingenieursbureau naar softwarebedrijf bleek een stevig leertraject. “De talenten die je nodig hebt om van een idee en een prototype naar commerciële software te gaan, zijn helemaal anders,” zegt hij. “En dan moet je nog naar de markt. We zijn gelijkaardige fabrieken gaan opzoeken en hebben daar verschrikkelijk veel gepitcht, gepivoteerd, gewijzigd en gefinetuned. Soms bouwden we iets dat voor een specifieke klant nagenoeg gratis was, maar voor ons bijzonder waardevol. We hebben die oplossingen dan één à twee jaar laten lopen om zeker te zijn dat ze robuust waren.”
AI onder de motorkap
Vandaag staat er een product dat tegelijk hightech én sterk verankerd in de realiteit is. “In alles wat te maken heeft met voorspellen, gebruiken we AI en machine learning,” legt Frank uit. “We moeten van elk bedrijf, van elke plant een zicht krijgen op welke producten ze produceren. Op basis van die productiestroom en voorspellingen van bijvoorbeeld buitentemperatuur berekenen we dan de toekomstige energievraag. Eens we dat weten, berekenen we de optimale sturing voor alle toestellen die energie maken, gebruiken of opslaan.”
Artificiële intelligentie zit dus in de rekenmotor, maar helpt ook achter de schermen. “Intern gebruiken we AI-tools om onze ontwikkelprocessen te versnellen,” zegt hij. “Eén van onze grote uitdagingen nu is de opleversnelheid per plant te verhogen. Dat doen we door ons platform verder te ontwikkelen én door in de ontwikkeling zelf met zeer specifieke AI-tools te werken.”
Entras blijft daarnaast consultancy doen, maar veel meer gefocust. “We leveren nog advies rond flexibiliteit en energietransitie,” zegt Frank. “Als een bedrijf wil elektrificeren, betekent dat dat het meer elektriciteit zal verbruiken en dus meer blootstaat aan volatiele prijzen. Dan is de vraag: hoe ontwerp je dat concept zo dat het financieel optimaal draait? Wij verzorgen dan haalbaarheidsstudies: hoe groot moeten warmtepomp, opslag, elektrolyser zijn, wat zijn de financiële stromen als je optimaliseert? En als de installatie uiteindelijk gebouwd wordt, hebben we meteen de nodige info om de sturing te doen.”
Kapitaal ophalen: 75 gesprekken en een scherpe keuze
In juli haalde Entras 1,5 miljoen euro kapitaal op om zijn softwareverhaal op te schalen. Dat bedrag staat op één lijn met de ambitie, maar ook met het huiswerk dat eraan voorafging. “We hebben bewust beslist dat Jeroen Vanfraechem, onze CFO, zich fulltime op de kapitaalronde zou concentreren,” legt Frank uit. “Zo kon ik mij intussen focussen op sales en onze interne werking. Jeroen heeft in totaal vijfenzeventig partijen gesproken. Zo’n ronde is veel werk, dat mag je niet onderschatten.”
In dat financieringstraject nam Entras ook deel aan een VLAIO FINMIX-panel. “Een divers panel van financieringsexperts gaf kosteloos feedback op onze pitch. Uiterst leerrijk en je komt buiten met extra contacten,” zegt Frank. “De belangrijkste leerschool was: er zijn verschrikkelijk veel types investeerders, met elk hun eigen verwachtingen. Je moet leren bij wie je past en bij wie niet.”
Uiteindelijk koos Entras niet voor klassiek venture capital, maar voor een groep privé-ondernemers die hun kapitaal bundelen. “Dat is de formule waar we mee verdergaan,” zegt Frank. “Onze nieuwe investeerders leggen de nadruk op schaal: de markttoegang versnellen, sales een stevige boost geven. Tegelijk blijven we investeren in het product en de opleversnelheid.”
Sinds de eerste contacten met VLAIO groeide Entras van één medewerker naar een ploeg van twaalf. “We hebben vandaag een stuk of twaalf commerciële realisaties lopen,” zegt Frank. “Als ik het vergelijk met vroeger, kunnen we nu met veel meer zekerheid zeggen: we hebben een product-marketfit. Onze software heeft een duidelijke plaats in de markt.”
Europees speelveld, Vlaamse wortels
Het speelveld van Entras is van bij de start Europees. “De prijsmechanismes die het interessant maken om flexibiliteit in te zetten, gelden in de hele Europese Unie,” legt Frank uit. “Je vindt ze niet alleen in België of Vlaanderen, maar ook in de buurlanden en in landen als bijvoorbeeld Italië, Zweden of Polen. Ook sommige niet-EU-landen zitten mee in dat systeem. Ons verhaal is dus absoluut Europees.”
Toch blijft de groei bewust gefaseerd. Vandaag ligt de focus op Vlaanderen en volgen ze bestaande klanten over de grens. “Als we iets doen voor een Vlaamse klant en die heeft een vestiging in een ander Europees land, dan hoeven we daar geen aparte marketing voor te doen,” zegt hij. “We groeien met onze klanten mee. Tegen 2030 hoop ik dat we voor industriële flexibiliteit een gevestigde waarde zijn in Europa.”