Hoe een aanvraag indienen?
De subsidieaanvraag kan tot en met 26 april 2026 om 23u59 ingediend worden. De indiening gebeurt via het online indieningsplatform. Dit platform is bereikbaar via de gekende roze knop ‘Aanvragen’.
In de digitale aanvraag worden de trajecten opgesomd met aanduiding van de betrokken postcode en partners. Indien mogelijk wordt de link naar publicatie van de trajecten via de UiTdatabank toegevoegd.
Raadpleeg voor verdere details de handleiding, zie documenten.
Op maandag 17 maart om 12.30 uur is er een online infosessie over deze oproep.
Veelgestelde vragen
-
-
Wie kan aanvragen?
-
Volstaat het om 1 traject per postcode voor te leggen voor subsidie?
-
Kan een organisatie meerdere malen uitroller zijn?
-
Wat gebeurt er met STEM-activiteiten die al gestart zijn en niet beantwoorden aan de huidige communicatieverplichtingen?
-
Kunnen verschillende organisaties subsidies aanvragen voor eenzelfde postcode?
-
Wat indien overmacht de uitrol van de STEM-trajecten verhindert?
-
Moet het per postcode een andere partner zijn of kan je met 1 en dezelfde partners 5 postcodes aanspreken?
-
Moet ik voor alle trajecten/postcode, behalve het eerste traject, samenwerken met een STEM-ontwikkelaar?
-
Welke kosten komen in aanmerking?
-
Welke aankopen materiaal komen in aanmerking?
-
-
-
Kunnen aanbieders met een vaste locatie meer subsidies aanvragen dan slechts voor 1 traject?
-
Komt een school die een STEM-traject aanbiedt aan zijn leerlingen buiten de schooluren in aanmerking als uitroller?
-
Komen STEM-trajecten die reeds uitgevoerd zijn voor april 2026 in aanmerking voor subsidie?
-
Welke aanvraagformulieren moeten gebruikt worden?
-
Wat gebeurt er als de steunenveloppe van € 750.000 voor uitrollers niet toereikend is?
-
Wie mag subsidies vragen binnen een traject waar meerdere organisaties samenwerken?
-
Moet ik samenwerken met een STEM-partner?
-
Waarom moet ik de kosten kunnen toewijzen aan kostencategorieën?
-
Wat zijn overheadkosten?
-
Wie kan aanvragen?
Iedereen met een rechtspersoonlijkheid en een KBO-nummer kan deze subsidie aanvragen. Een onderneming kan deze subsidie ook aanvragen, deze activiteiten worden niet gezien als economische activiteiten en vallen onder DAB (Diensten Algemeen Belang).
Kunnen aanbieders met een vaste locatie meer subsidies aanvragen dan slechts voor 1 traject?
Aanbieders met een vaste locatie kunnen slechts 1 subsidie aanvragen, ook al rollen ze meer trajecten uit ter plekke. Ze kunnen wel subsidies aanvragen voor trajecten die ze op verplaatsing uitrollen, op voorwaarde dat dit in een andere postcode plaatsvindt.
Volstaat het om 1 traject per postcode voor te leggen voor subsidie?
Het volstaat om 1 traject per postcode voor te leggen, houd hierbij rekening met de selectiecriteria. We vragen wel om alle geplande STEM-trajecten te publiceren via de UiTDatabank.
Komt een school die een STEM-traject aanbiedt aan zijn leerlingen buiten de schooluren in aanmerking als uitroller?
Ja, een traject gericht op een groep deelnemers komt in aanmerking voor subsidies. Let wel, de school moet voor het STEM-traject ook deelnemers van buiten de school uitnodigen en het traject publiceren via de UiTDatabank.
Kan een organisatie meerdere malen uitroller zijn?
Een organisatie kan slechts één keer een aanvraag indienen als uitroller, ook als er meerdere doelgroepen bediend worden. Concreet: rolt de organisatie een traject uit voor 8-jarigen in postcode X en een traject voor 14+ eveneens in postcode X, dan kan de organisatie slechts éénmaal het bedrag van € 1.500 ontvangen. Om als netwerk sterk naar voor te komen vragen we om alle trajecten te publiceren via de UiTDatabank.rajecten (zie engagement STEM-academie bij erkenning) te publiceren via de UiTDatabank.
Komen STEM-trajecten die reeds uitgevoerd zijn voor april 2026 in aanmerking voor subsidie?
Ja, ook trajecten die reeds zijn uitgevoerd voor april 2026 maar na 1 januari 2026 komen in aanmerking voor subsidie, mits aan de voorwaarden is voldaan.
Wat gebeurt er met STEM-activiteiten die al gestart zijn en niet beantwoorden aan de huidige communicatieverplichtingen?
Activiteiten die al gestart zijn worden verwijderd uit de STEM-kalender, maar blijven wel staan in de onderliggende UiTDatabank, waartoe VLAIO toegang heeft. Het niet zichtbaar tonen van het ZieZo-label voor 17 03 2026 zal geen effect hebben op het al dan niet toekennen van de subsidie. Publicatie via UiTdatabank en het label stemactiviteit blijft net als de voorbije oproepen een voorwaarde tot goedkeuring.
Welke aanvraagformulieren moeten gebruikt worden?
De indiening gebeurt volledig digitaal, er zijn geen aparte aanvraagformulieren op te laden.
Kunnen verschillende organisaties subsidies aanvragen voor eenzelfde postcode?
Ja, verschillende organisaties kunnen actief zijn in éénzelfde gemeente en elk een subsidie aanvragen. Het moet uiteraard wel gaan om verschillende trajecten en niet om één traject dat door meerdere organisaties uitgerold wordt. De subsidies zijn niet gelimiteerd per postcode, wel per aanvrager.
Wat gebeurt er als de steunenveloppe van € 750.000 voor uitrollers niet toereikend is?
Alle organisaties die hun aanvraag correct hebben ingediend voor 26 april 23u59 komen in aanmerking voor steun. Bij ontoereikend budget worden de goedgekeurde trajecten van de subsidieaanvragen gerangschikt. Om de diversiteit in het aanbod alle kansen te geven en starters te ondersteunen wordt het basisbedrag steeds toegekend, indien voldaan aan de voorwaarden. Daarna worden de trajecten uitgerold in samenwerking met unieke partners. Vervolgens komen trajecten in samenwerking met dezelfde partners aan bod. Dit zijn trajecten waarbij dezelfde partner(s) meerdere keren terugkomen.
De goedgekeurde trajecten worden toegewezen aan een categorie en in deze volgorde gefinancierd totdat het beschikbare budget volledig is opgebruikt.
Wanneer het beschikbare budget niet volstaat om een volledige categorie trajecten een subsidie toe te kennen zal het totale resterende budget gelijkmatig verdeeld worden over alle trajecten in de betrokken categorie. Zo krijgt elke geselecteerde activiteit alsnog een proportioneel deel van de middelen, ook al kan het standaardbedrag van 1.500 euro per traject niet volledig worden toegekend.
Wat indien overmacht de uitrol van de STEM-trajecten verhindert?
We verwachten dat in eerste instantie inspanningen geleverd worden om de trajecten te verplaatsen in tijd en/of ruimte of aangepast worden aan nieuwe omstandigheden.
Om toch voor subsidie in aanmerking te komen moeten de veranderingen gemotiveerd voorgelegd worden en zal case per case beslist worden. Als de overmacht (bv. pandemie) voor iedereen geldt, zal er een globale beslissing genomen worden binnen de wettelijke mogelijkheden.
Wie mag subsidies vragen binnen een traject waar meerdere organisaties samenwerken?
Slechts één organisatie kan de subsidie aanvragen indien meerdere organisaties samenwerken aan hetzelfde traject. Het maakt niet uit wie de subsidie aanvraagt maar alle partners dienen wel opgenomen te worden in de aanvraag.
Moet het per postcode een andere partner zijn of kan je met 1 en dezelfde partners 5 postcodes aanspreken?
Een lokale partner per postcode geniet de voorkeur, maar is niet verplicht. Bij eventuele overschrijding van het totale oproepbudget krijgt het samenwerken met unieke partners voorrang.
Moet ik samenwerken met een STEM-partner?
De partner(s) waar je mee samenwerkt moet(en) een bijdrage leveren aan het uitrollen van de STEM-trajecten. Dit kan een organisatie zijn die
- zorgt voor het bereiken van de doelgroep
- mee organiseert
- deel van het budget betaalt
- de infrastructuur ter beschikking stelt
- de trajecten heeft ontwikkelt
- de STEM-activiteiten begeleidt
- ...
Moet ik voor alle trajecten/postcode, behalve het eerste traject, samenwerken met een STEM-ontwikkelaar?
Vanaf een tweede traject/postcode moet er voor ieder traject/postcode een ontwikkelaar als partner in de samenwerking zijn opgenomen.
Waarom moet ik de kosten kunnen toewijzen aan kostencategorieën?
De subsidie mag alleen gebruikt worden voor kosten die direct bijdragen aan het doel van de oproep, namelijk het realiseren van een divers en toegankelijk aanbod van STEM-activiteiten in de vrije tijd. Het ‘principe van additionaliteit’ betekent dat de subsidie alleen wordt toegekend als ze leidt tot extra effecten die anders niet zouden plaatsvinden.
De aanvrager moet bij de uitbetaling aangeven welke kostencategorieën gefinancierd werden, zonder direct bewijsstukken mee te sturen maar deze wel beschikbaar houden voor controle.
Welke kosten komen in aanmerking?
Toegestane kosten zijn:
- Inhuren expertise
- Vergoeding van de begeleiders (in welke vorm ook)
- Promotie- en communicatiekosten
- Huren infrastructuur bij derden
- Aankoop materiaal
- Verplaatsingskosten (openbaar vervoer en officieel vastgelegde km vergoedingen)
Het subsidiebedrag mag niet worden ingezet voor de algemene werking van de aanvrager, zoals forfaits en overheadkosten.
Wat zijn overheadkosten?
Overheadkosten zijn:
- Huur en onderhoud van interne gebouwen en parkings, lokalen en vergaderzalen met inbegrip van de normale kantooruitrusting, -benodigdheden en apparatuur, de kosten voor verwarming, verlichting, gas, elektriciteit, water, internet, telefoon, fax, kopieën, correspondentie en postzegels, verzekering van de gebouwen en andere algemene verzekeringen.
- Kosten van interne administratie, beheer, sociaal secretariaat.
- De interne ontwikkeling- en onderhoudskosten van een website.
- Algemene abonnementen, representatiekosten, beroepskledij, restaurantkosten.
- Relatiegeschenken.
- Andere kleine kosten of niet voor 100% aan het project of de gesubsidieerde activiteiten toewijsbare kosten voor zover ze rechtstreeks, direct en uitsluitend verband houden met, betrekking hebben op en te relateren zijn aan het project of de gesubsidieerde activiteit
Deze kosten voor algemene werking komen niet in aanmerking om het subsidiebedrag te verantwoorden.
Welke aankopen materiaal komen in aanmerking?
Alle verbruiksgoederen komen in aanmerking, alsook investeringen in toestellen op voorwaarde dat de aankoopprijs kleiner is dan 1.000 euro per stuk.
Aankopen boven de 1.000 euro per stuk kunnen op basis van het volledige aankoopbedrag niet in één keer, maar via een proportionele afschrijving in aanmerking komen. De kern is dat alleen het deel van de afschrijvingen dat tijdens de uitrolperiode en voor de trajecten is gebruikt, gesubsidieerd wordt. Als de aankoop van het materieel al voor het kalenderjaar is gekocht, mag je enkel de afschrijvingskosten inbrengen die vallen binnen de betrokken subsidieperiode.
Tweedehands materieel is aanvaardbaar indien aangekocht aan marktconforme voorwaarden van een derde.