Wat is de oproep ‘Innovatieve state-of-the-art apparatuur’ en welke projecten verwachten we?
Deze oproep is gericht op het verhogen van onderzoeks- en innovatiecapaciteit door het realiseren van innovatieve state-of-the-art onderzoeks- of demonstratieapparatuur. Deze apparatuur moet toelaten om innovatieve toepassingen te laten doorstromen naar Vlaamse ondernemingen. Flankerende investeringen, zoals de inrichting of aanpassing van lokalen waarin de apparatuur wordt ondergebracht en digitale ondersteunende toepassingen, zijn toegelaten. Gelinkte externe prestaties zijn eveneens mogelijk. Deze oproep is niet gericht op werkingsactiviteiten. Werkingskosten, personeelskosten en overhead zijn dus niet toegestaan.
Het verspreiden van kennis naar Vlaamse ondernemingen via innovatieve apparatuur kan op verschillende manieren gebeuren. Hieronder een overzicht van mogelijke acties:
- Demonstratie- en belevingsruimtes waarbinnen in bepaalde sectoren technologische innovaties gedemonstreerd worden. Dergelijke belevingsruimtes moeten op een laagdrempelige manier de ondernemingen wegwijs maken in de technologische mogelijkheden binnen de sector.
- Mobiele demonstratoren als laagdrempelige methode om innovatieve toepassingen te demonstreren aan een beperkte groep van (micro-)ondernemingen. Dergelijke mobiele opstellingen bieden ook vaak mogelijkheden inzake upgraden van apparatuur, wat de duurzaamheid van het project ten goede komt.
- Innovatieve onderzoeks- en analyseapparatuur: apparatuur die door kennisinstellingen en bedrijven kan worden aangewend voor onderzoeksdoeleinden met het oog op de valorisatie van innovatieve toepassingen.
- Ontwikkelen en implementeren van (hoog)technologische applicaties met een maatschappelijke meerwaarde. Technologische evolutie leidt tot een sterk gewijzigd takenpakket en profiel op de werkvloer. Van werknemers wordt dan ook steeds meer technologische kennis en efficiëntie gevraagd. Dit zorgt ervoor dat een deel van de (toekomstige) werknemers uit de boot dreigt te vallen. Het is in deze context dat technologische innovaties eveneens aangewend worden voor werknemers die fysieke (bijvoorbeeld exoskeletten, automatisch geleide voertuigen – AGV’s) of cognitieve (bijvoorbeeld pick to light systemen) ondersteuning nodig hebben. Ook hier mikken we op de ontwikkeling van producten en diensten die inherent innovatief zijn en niet nog uitgerold zijn in Vlaanderen.
- Uitbreiding van investeringen bij de bestaande kenniscentra, op voorwaarde dat deze voldoen aan bovenstaande kenmerken.
- Uitbreiding van investeringen bij de bestaande clusterorganisaties (waaronder de erkende speerpuntclusters). Clusterorganisaties beschikken reeds over een sterk draagvlak. Bijkomende investeringen in technologische innovaties moeten de sector die de clusterorganisatie vertegenwoordigt naar een hoger niveau tillen.
- Uitbreiding van capaciteit bij ondernemingen, met als expliciete doelstelling om deze infrastructuur op niet-discriminatoire basis en tegen marktconforme prijzen te delen.
- De (fysieke) uitbouw van living labs en proeftuinen waar innovatieve toepassingen ontwikkeld en getest worden met oog op overdraagbaarheid naar ondernemingen, met voldoende mechanismen voor verspreiding van kennis. Het moet daarbij gaan om kennis die breed toepasbaar is en individuele cases overstijgt.
- Om installaties en hardware optimaal te laten draaien, is vaak bijbehorende digitale en rekencapaciteit nodig. Dergelijke kosten (als investeringen of externe prestaties) kunnen ook in aanmerking komen. Let wel: een dergelijke investering is enkel mogelijk indien die is gekoppeld aan een installatie of hardware die eveneens deel uitmaakt van het EFRO-project. Het project kan dus niet louter bestaan uit digitale capaciteit (servers enzovoort), maar digitale capaciteit kan er wel deel van uitmaken.
Concreet beoogt het EFRO-programma installaties die aangewend kunnen worden voor dienstverlening aan derden (en dan vooral ondernemingen). Het gaat dus om installaties die voor piloot- of co-creatieactiviteiten aangewend kunnen worden. Op die manier kunnen de innovatieve toepassingen een ingang vinden bij de ondernemingen, wat een expliciete doelstelling van het programma is.
De uitbouw van pilootlijnen en demonstratiecapaciteit is vaak de laatste stap in de richting van vermarkting. In de praktijk kan dit aanleiding geven tot de uitbouw van pilootfabrieken die een boost betekenen voor de gehele sector waarin de pilootfabriek opereert. Hoger omschreven acties moeten vooral gericht zijn op de prioritaire domeinen van de Vlaamse Slimme Specialisatie (zie lager) en de voorziene transities rond industrie, klimaat en circulaire economie. Deze domeinen worden gekenmerkt door een aanzienlijk draagvlak en hebben een groot groeipotentieel. Dit potentieel betekent eveneens dat grote technologische evoluties zullen plaatsvinden, waarbij ondersteuning van ondernemingen bij het implementeren van deze innovaties noodzakelijk zal zijn.
De prioritaire domeinen van de Vlaamse Slimme Specialisatie zijn de volgende:
- Duurzame chemie
- Geavanceerde materialen
- Slimme maakindustrie
- Gezondheid
- Gespecialiseerde logistiek
- Agrovoedingsindustrie
- Elektronische systemen, Internet of Things, fotonica
- Energie
- Cleantech
- Blauwe economie
Raadpleeg de laatste versie van de slimme specialisatiestrategie op: Vlaamse Slimme Specialisatiestrategie