Gewijzigde maatregelen

Ook als ondernemer kan je financiële ondersteuning krijgen voor investeringen in onroerend erfgoed. Hier geven we een overzicht van de belangrijkste steunmogelijkheden zoals de erfgoedlening met lage rentevoet (looptijd 3 tot 20 jaar en max. € 250.000), de subsidies via de erfgoedpremie (max. € 500.000 per 5 jaar) en de erfgoedpremie via oproep.

1. Op 17 december 2025 werd de Oproep voor meerjarenpremieovereenkomsten: iconisch erfgoed gelanceerd. Deze oproep richt zich op grote of langdurige werken aan beschermd onroerend erfgoed of erfgoedlandschappen. De Vlaamse overheid wil projecten ondersteunen die het gemeenschapsgevoel versterken en de fierheid op ons erfgoed aanwakkeren. Zowel overheidspartners als private actoren kunnen een project indienen. Het project moet een gefaseerde uitvoeringstermijn van maximaal vijf jaar hebben en een kostenraming tussen € 5 miljoen en € 7,5 miljoen (excl. btw). Het maximale premiebedrag bedraagt € 6 miljoen. Je kan een dossier indienen tot en met 1 juni 2026. Het aanvraagformulier is momenteel nog in opmaak en zal in februari 2026 beschikbaar zijn. 2. De 'erfgoedlening – investeringskrediet' is een lening voor investeringen in onroerend erfgoed in eigendom van ondernemers (incl. zelfstandigen in hoofberoep), publieke entiteiten en openbare besturen. De erfgoedlening kan gebruikt worden voor de restauratie, renovatie of herbestemming van het erfgoed. Voor 2026 is het maximumbudget intussen bereikt en kunnen er geen nieuwe aanvragen voor een erfgoedlening behandeld worden. Er wordt geen wachtlijst gemaakt. 

Een zelfstandige betaalt elk kwartaal sociale bijdragen in ruil voor een reeks sociale rechten. Om deze financiële last voor bepaalde startende zelfstandigen in hoofdberoep draaglijker te maken kunnen zij lagere sociale bijdragen betalen gedurende de eerste vier kwartalen.

De sociale bijdragen voor 2026 werden aangepast in deze maatregel.

Deze doelgroepvermindering kent een vermindering van de werkgeversbijdragen toe aan werkgevers gedurende de tewerkstellingsperiode van een kunstenaar. Dit zowel aan kunstenaars verbonden met een arbeidsovereenkomst; als aan kunstenaars die, niet verbonden met een arbeidsovereenkomst, tegen betaling van een loon artistieke prestaties leveren en/of in opdracht artistieke werken produceren.

De ondergrens van het refertekwartaalloon voor deze doelgroepvermindering werd verhoogd vanaf het eerste kwartaal van 2026 door de verhoging van het GGMMI (overschrijding van de spilindex).

Dit is een automatische trimestriële vermindering van de werkgeversbijdragen voor alle werknemers in de private sector die volledig aan de sociale zekerheid onderworpen zijn. Het bedrag van de vermindering varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn prestaties.

Door een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand december 2025, wijzigen een aantal loonplafonds voor de berekening van deze bijdragevermindering. 

Ondernemers met een eenmanszaak die hun eigen vermogen verhogen, kunnen hiervoor een belastingkrediet krijgen. Dit belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting en het eventuele saldo is terugbetaalbaar. Het wordt berekend op de aangroei van het eigen vermogen in vergelijking met het hoogste bedrag op het einde van één van de drie voorgaande belastbare tijdperken.

De Wet houdende diverse bepalingen (1) voorziet ook wijzigingen aan deze maatregel, die in werking treden vanaf aanslagjaar 2026: 1. Om zelfstandigen extra te ondersteunen voorziet de federale regering een verdubbeling van deze incentive voor eigen middelen naar 20%. 2. Ook het maximumbedrag van € 3.750 werd verdubbeld naar € 7.500. De fiscus publiceerde hierover ook de Circulaire 2026/C/5 over het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen.