Fiscale regeling inzake auteursrechten en naburige rechten

Laatst gewijzigd op 28 jan 2019 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
zelfstandigen & organisaties
Voor wat
inkomsten uit auteursrechten
Fiscaal voordeel
inkomsten worden tot bep. bedrag belast als roerend inkomen (15%)

Wat houdt de maatregel in

Inkomsten uit auteursrechten voor zelfstandigen worden sinds 1 januari 2008 beschouwd als een zogenaamd roerend inkomen en dit tot een (bruto) bedrag van maximaal € 61.200 (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2019). Daarenboven kunnen auteurs genieten van een belangrijk kostenforfait op het ontvangen inkomen. Het saldo is onderworpen aan een bevrijdende roerende voorheffing van 15% die rechtstreeks wordt ingehouden door de schuldenaar van het auteursrecht (bijvoorbeeld de uitgeverij).

Sinds aanslagjaar 2013 moeten de inkomsten verplicht worden vermeld in de belastingaangifte, zelfs al is er correct roerende voorheffing ingehouden. Hierdoor wordt het belastingtarief verhoogd met de gemeentebelasting.

Wie komt in aanmerking

Elke natuurlijke persoon, zowel de auteur als zijn rechthebbenden zoals zijn erfgenamen bijvoorbeeld, maar ook vzw's en stichtingen.

Omvang steun

Het belastingtarief op de inkomsten uit auteursrechten bedraagt 15% voor de inkomstenschijf van 0 tot € 37.500 (€ 59.970 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2018 en € 61.200 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2019).

De schijf auteursrechten boven de € 37.500 (€ 59.970 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2018 en € 61.200 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2019) wordt beschouwd als beroepsinkomsten. Dit deel wordt toegevoegd aan de andere beroepsinkomsten en is onderworpen aan een belastingtarief per schijf.

Volgens het bericht van het Ministerie van Financiën voorziet de nieuwe regeling het volgende systeem van forfaitaire kosten:

    oor de inkomsten geïnd in 2018
    • 50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 15.990;
    • 25% op de inkomstenschijf van € 15.991 tot € 31.990;
    • boven de € 31.990 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.
    Voor de inkomsten geïnd in 2019
    • 50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 16.320;
    • 25% op de inkomstenschijf van € 16.321 tot € 32.640;
    • boven de € 32.640 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.

    Voorbeelden (voor inkomsten geïnd in het jaar 2019)

    Een auteur ontvangt € 14.000 auteursrechten

    In dit geval bedragen de onkosten € 7.000 (€ 14.000 x 50%).

    Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 7.000 (€ 14.000 - € 7.000 onkosten).

    De auteur zal dus € 1.050 belasting betalen (€ 7.000 x 15%).

    Een auteur ontvangt € 25.000 auteursrechten

    In dit geval bedragen de onkosten € 10.330 volgens volgende berekening:

    • € 16.320 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 8.160
    • € 8.680 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 2.170

    Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 14.670 (€ 25.000 bruto inkomsten - € 10.330 onkosten). De auteur zal dus € 2.200,5 belasting betalen (€ 14.670 x 15%).

    Een auteur ontvangt € 35.000 auteursrechten

    In dit geval bedragen de onkosten € 12.240 volgens de volgende berekening:

    • € 16.320 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 8.160
    • € 16.320 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 4.080
    • Geen aftrek op de schijf boven € 32.640

    Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 22.760 (€ 35.000 bruto inkomsten - € 12.240 onkosten). De auteur zal dus € 3.414 belasting betalen (€ 22.760 x 15%).

    Er moeten wel nog lokale belastingen (gemeentebelasting en/of agglomeratietaksen) worden toegevoegd aan dit tarief wanneer de auteur deze inkomsten aangeeft in zijn belastingaangifte.

    Reële of forfaitaire kosten

    Indien de auteur het wenst, kan hij voor zijn inkomsten van auteursrechten kiezen voor een aftrek van de reële kosten in plaats van de forfaitaire kosten.

    Afdeling / Dienst
    Contactcenter
    Adres

    Koning Albert II-laan 33 bus 25
    1030 Brussel
    België

    Telefoon