Samengevat
- (Para)fiscale vrijstellingen voor het gebruik van de (bedrijfs)fiets
- Belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding
- Belastingkrediet voor woon-werkverkeer (energiecrisis)
- Investeringsaftrek
- Steun voor treinabonnement
- De Testkaravaan: duurzame vervoersmiddelen uittesten
- Blijf op de hoogte
- Contact
- Ook interessant
Wat houdt de maatregel in
Om duurzaam woon-werkverkeer te bevorderen bestaan er voor de werkgever verschillende fiscale voordelen en subsidies van de Vlaamse overheid.
Werkgevers kunnen bijvoorbeeld een vergoeding uitbetalen aan werknemers die (een deel van) hun woon-werkverkeer met de fiets (al dan niet elektrisch aangedreven of de speed pedelec) afleggen. Om werkgevers aan te moedigen om de verhoogde fietsvergoeding toe te kennen, wordt er een tijdelijke fiscale compensatie voorzien in de vorm van een belastingkrediet. Om werkgevers te stimuleren om de terugbetaling van treinabonnementen te verhogen, is er een tijdelijk belastingkrediet. Voor de inrichting van fietsinfrastructuur, e.a. kan je soms een beroep doen op de investeringsaftrek.
Bekijk ook Duurzame bedrijfsmobiliteit: steun in de Subsidiedatabank.
(Para)fiscale vrijstellingen voor het gebruik van de (bedrijfs)fiets
Je kan als werkgever een vergoeding uitbetalen aan je werknemers die (een deel van) hun woon-werkverkeer met de fiets (al dan niet elektrisch aangedreven of de speed pedelec) afleggen.
Vanaf 1 januari 2026 bedraagt de maximaal fiscaal en sociaal vrijgestelde fietsvergoeding € 0,37 per effectief gefietste kilometer. Het vrijgestelde maximumbedrag voor 2026 is vastgelegd op € 3.700 (voor de bedrijfsvoorheffing geldt het bedrag van € 3.690 (zie bijlage III, KB/WIB 92). Dit maximum geldt per werkgever en per werknemer. Wordt het maximumbedrag overschreden, dan wordt het deel van de fietsvergoeding dat het grensbedrag overschrijdt, beschouwd als loon (deze bedragen moeten nog door FOD Financiën worden gepubliceerd).
Als je als werkgever een bedrijfsfiets ter beschikking stelt van je werknemer geniet je ook van een vrijstelling van belasting.
De bedrijfsfiets is voor jou als werkgever 100% fiscaal aftrekbaar (in de vennootschapsbelasting), op voorwaarde dat je medewerker de fiets gebruikt voor zijn of haar woon-werkverkeer. Als werkgever hoef je hierop dus geen belastingen te betalen. Ook voor de werknemer is het dan een volledig van belastingen vrijgesteld sociaal voordeel.
Deze vrijstelling van RSZ-bijdragen en belastingen geldt ongeacht het type fiets. Zowel stadsfietsen, gewone elektrische fietsen (tot 25 km/uur), speed pedelecs (tot 45 km/uur), mountainbikes, racefietsen, bakfietsen, … komen in aanmerking.
Deze voordelen zijn enkel vrijgesteld voor de belastingplichtigen die in hun belastingaangifte kiezen voor de aftrek van de forfaitaire beroepskosten.
Meer informatie vind je terug op de website van de RSZ en website van FOD Financiën.
Belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding
Om werkgevers aan te moedigen om de verhoogde fietsvergoeding toe te kennen, voorziet de fiscus een tijdelijke fiscale compensatie in de vorm van een belastingkrediet. Als je dus vrijwillig de fietsvergoeding binnen jouw onderneming verhoogt, kan je vanaf 1 januari 2024 ook een compensatie van deze kost bekomen.
Het gaat om een compensatie van de fietsvergoedingen toegekend voor de verplaatsingen tijdens de periode van 1 januari 2024 tot eind 2026 en die ten laatste op 31 december 2027 worden toegekend.
Je kunt het belastingkrediet krijgen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Je betaalt de fietsvergoeding zelf als werkgever.
- De verhoging van de fietsvergoeding is geen gevolg van een indexering.
- De hogere fietsvergoeding geldt voor onbepaalde duur.
- Je legt de verhoging schriftelijk vast in een ondernemings-cao, het arbeidsreglement of een individuele overeenkomst.
Het belastingkrediet geldt voor het verschil tussen de fietsvergoeding toegekend op een bepaald tijdstip tussen 1 januari 2024 en 31 december 2026 en de referentiefietsvergoeding toegekend op 1 juni 2023, met een minimum van € 0,18 per kilometer. De compensatie wordt beperkt tot maximaal € 0,05 per kilometer.
Krijg je als werkgever reeds een compensatie via het Belastingkrediet voor de fietskilometervergoeding toegekend in toepassing van cao nr. 164, dan wordt enkel het surplus van de verhoogde fietsvergoeding gecompenseerd door het belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietsvergoeding.
Om hiervan te genieten, moet je een document toevoegen aan de aangifte in de inkomstenbelasting (vennootschappen en rechtspersonen). Heb je een eenmanszaak dan volstaat het om dit document ter beschikking te houden van de fiscus. Het modelattest dat je hiervoor kan gebruiken vind je terug in de Circulaire 2024/C/56.
Meer informatie in de Wet van 22 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen (1) en de Circulaire 2024/C/56 over het belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding.
Belastingkrediet voor woon-werkverkeer (energiecrisis)
Voer je als werkgever een kilometervergoeding voor woon-werkverkeer in of verhoog je een bestaande vergoeding, dan kan je daarvoor een tijdelijk belastingkrediet krijgen. Met dit tijdelijke belastingkrediet krijg je een fiscale compensatie voor de hogere brandstofkosten als gevolg van de energiecrisis.
De vergoeding heeft betrekking op woon-werkverplaatsingen tussen 1 mei en 31 juli 2026. Je kent de vergoeding uiterlijk toe op 31 oktober 2026.
Je legt de vergoeding schriftelijk vast, bijvoorbeeld via een cao, arbeidsreglement, overeenkomst, e-mail, intranet of loonbrief.
- Bij een verhoging wordt het belastingkrediet berekend op maximaal 20% van de bestaande vergoeding, met een plafond van € 0,10 per kilometer.
- Bij een nieuwe vergoeding geldt dezelfde beperking. De ingevoerde vergoeding moet daarbij minstens € 0,10 per kilometer bedragen.
Om het belastingkrediet aan te vragen, stel je een document op met:
- de kilometervergoeding die je vóór de verhoging toepaste;
- de verhoging van de kilometervergoeding;
- de verhoging die in aanmerking komt voor het belastingkrediet;
- het aantal vergoede woon-werkkilometers tussen 1 mei en 31 juli 2026;
- het bedrag van het aangevraagde belastingkrediet.
Afhankelijk van je statuut voeg je dit document toe aan je aangifte (vennootschapsbelasting of rechtspersonenbelasting) of hou je het ter beschikking van de fiscus (personenbelasting). Voor aanslagjaar 2026 gebeurt de aanvraag uitzonderlijk via een specifiek formulier. Dit formulier moet nog via een Koninklijk Besluit worden verduidelijkt.
Meer informatie vind je in de Wet houdende invoering van diverse energiemaatregelen (hoofdstuk 3).
Investeringsaftrek
Je kan als onderneming voor bepaalde investeringen een investeringsaftrek verkrijgen. Dit is een fiscaal voordeel waarbij men een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de investeringen uitgevoerd tijdens het belastbaar tijdperk, mag aftrekken van de belastbare winst. Vzw’s komen voor deze maatregel enkel in aanmerking als ze onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.
Voor de inrichting van fietsinfrastructuur, e.a. kan je een beroep doen op de basisaftrek van 10% als je voldoet aan de definitie van kleine onderneming volgens de fiscale definitie.
Via de 'verhoogde thematische aftrek' kan je in 2026 (aanslagjaar 2027) een investeringsaftrek verkrijgen van 40%. Om te kunnen genieten van deze investeringsaftrek moeten deze investeringen opgenomen zijn in de lijst 'Koolstofemissievrij vervoer' (zie Groep 2 Wegvervoer, categorie 2 Actieve mobiliteit). Voor deze aftrek moet er een attest bij de belastingaangifte worden toegevoegd.
Zo kan er een investeringsaftrek worden bekomen voor volgende investeringen:
- de aanschaf, bouw of verbouwing van onroerende goederen bestemd voor de opslag van 'rijwielen en voortbewegingstoestellen' *;
- de inrichting van een kleedkamer of sanitaire voorzieningen, met of zonder douches, voor personeelsleden die deze 'rijwielen en voortbewegingstoestellen'* gebruiken;
- de inrichting van publiek toegankelijke fiets- en voetgangersinfrastructuur die aansluit op de bestaande voetgangers- en/of fietsinfrastructuur (beperkt tot € 1 miljoen per investering).
*Voor de definitie wordt verwezen naar het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (zie 2.15.1, 2.15.2 en 2.15.3.)
Deze lijst en alle andere informatie vind je in de maatregel Investeringsaftrek in de Subsidiedatabank.
Steun voor treinabonnement
Huidige regelingen
Om jouw werknemers aan te moedigen om de trein te nemen naar het werk bestaan er verschillende tussenkomsten:
- Derdebetalersregeling: Je sluit als werkgever een derdebetalersovereenkomst af met de NMBS. Daarbij neem je 80% van de kostprijs van een NMBS-abonnement of een gecombineerd NMBS/MIVB-abonnement van minstens één maand in tweede klasse voor je rekening. De federale overheid betaalt de overige 20%. Dit 80/20-systeem is voor werkgevers uit de privésector niet verplicht, tenzij een cao in het paritair (sub)comité van jouw sector de toepassing ervan voorschrijft.
- Cao nr. 19/9: Val je als werkgever onder deze collectieve arbeidsovereenkomst dan ben je wettelijk verplicht om voor een bepaald percentage een bijdrage te betalen als je werknemers gebruik maken van de trein en/of andere openbare vervoersmiddelen voor hun woon-werkverplaatsingen. Dit CAO is aanvullend: ze legt een na te leven minimumverplichting vast. De CAO nr. 19/11 voorziet een indexering zodat de kloof tussen de werkgeversbijdrage en de kosten voor de werknemers niet groter wordt.
- Ook bij sommige andere CAO's kan je als werkgever een forfaitaire tegemoetkoming geven aan je werknemers.
Meer informatie vind je op de website van de NMBS Derdebetalersysteem.
Nieuw belastingkrediet
Om werkgevers aan te moedigen om hun tussenkomst in treinabonnementen te verhogen, kan je gebruikmaken van een tijdelijk belastingkrediet. Heb je geen derdebetalersovereenkomst met de NMBS afgesloten en neem je als werkgever minstens 79,3% van de kostprijs van het NMBS-abonnement voor je rekening, dan komt de federale overheid bijkomend tussen voor 7,5%.
Je kunt dit belastingkrediet toepassen op de tussenkomsten die je betaalt of toekent tussen 1 januari 2024 en 31 december 2027.
Om van het belastingkrediet te genieten, voeg je een specifiek document toe aan je aangifte in de vennootschapsbelasting of rechtspersonenbelasting. Heb je een eenmanszaak, dan volstaat het om dit document ter beschikking te houden van de fiscus. Welke gegevens het document moet bevatten, lees je in de Circulaire 2025/C/25 > H. Formaliteiten.
Meer informatie vind je in de Wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen (1) (BS 29 mei 2024/ Hoofdstuk 5) en de toelichting in het Wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen (Parlementair Document 55K3865) en de Circulaire 2025/C/25 over het belastingkrediet voor de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement.
De Testkaravaan: duurzame vervoersmiddelen uittesten
De provincies West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen kennen het initiatief 'De Testkaravaan'. Hiermee kan je als bedrijf en je werknemers gratis verschillende duurzame vervoersmiddelen uitproberen gedurende drie weken. Voorbeelden hiervan zijn een speed pedelec, elektrische fiets, plooifiets, bakfiets of fietskar. Ook deelfietsen kunnen worden uitgetest. Meer informatie vind je via de respectievelijke linken. Vlaams-Brabant biedt met de Fietstest een soortgelijk initiatief voor pendelaars. In de provincie Antwerpen kan je als bedrijf uit de Vervoerregio Antwerpen (excl. Antwerpen en districten) fietsen testen via het Proefaanbod voor bedrijven. In de stad Antwerpen (incl. districten) is er het Proefaanbod fiets en openbaar vervoer, op voorwaarde dat je je aansluit bij Slim naar Antwerpen.
Blijf op de hoogte
Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.
Contact
Je kan in elke Vlaamse provincie ook terecht bij het Provinciaal Mobiliteitspunt voor gratis advies, tools en ondersteuning als onderneming en organisatie die werk wil maken van duurzame mobiliteit: