Voorloper in circulaire medische kunststoffen
In Temse staat Hubert De Backer al bijna honderd jaar voor vakmanschap in kunststof. Vandaag gaan ze nog een stap verder met de vraag of afval wél afval hoeft te zijn. Wat als je van reststromen opnieuw hoogwaardige grondstoffen kan maken, ook voor de strenge medische sector? Dat is precies waar dit familiebedrijf op inzet. Met steun van VLAIO ontwikkelen ze als eerste in Europa een proces om hun eigen productie-afval om te toveren tot herbruikbare kunststof die niet inboet op kwaliteit.
Van familie-erfgoed tot Europese marktleider
Hubert De Backer (HDB) is al drie generaties lang een begrip in het Oost-Vlaamse Temse. Wat in 1932 begon als een klein bedrijfje dat omhulsels voor lippenstiften en poederdozen produceerde, groeide uit tot een internationale speler. HDB is Europese marktleider in veterinaire intramammaire spuiten – gebruikt om bacteriële infecties bij melkvee te voorkomen – en levert wereldwijd hoogwaardige kunststofproducten voor de farmaceutische en medische sector.
Koen De Clercq is hoofd Engineering & Innovation: “We zijn een familiebedrijf dat om en bij de 200 werknemers telt. Alle winst wordt door de familie terug in het bedrijf gepompt. Dat zorgt voor snelle beslissingen – is er een nieuwe machine nodig, kunnen we die zonder tussenkomst van de banken kopen – en laat ons toe om ook te innoveren.”
En innovatie zit in het DNA van HDB. Het bedrijf ontwikkelt en produceert niet alleen producten onder de eigen merknaam, maar werkt ook heel specifieke oplossingen op maat uit voor de farmaceutische industrie. Van ontwerp en matrijzenproductie tot spuitgieten, montage en verpakking: alles gebeurt in eigen huis, met oog voor kwaliteit en precisie.
Bij Hubert De Backer wordt duurzaamheid hoog in het vaandel gedragen, niet enkel door in te zetten op hergebruik van grondstoffen, maar ook via een samenwerking met maatwerkbedrijf Wase Werkplaats. Innovatie maakt integraal deel uit van deze langetermijn visie voor het bedrijf.
Afval als nieuwe grondstof
Nu wil HDB een doorbraak realiseren op vlak van circulaire productie, meer specifiek in de circulaire verwerking van kunststofafval binnen de medische sector. Vandaag wordt eigen productieafval - zoals aanspuitkanalen, overtollig materiaal of niet-kwaliteitsconforme producten - niet hergebruikt voor medische toepassingen. Dat komt door de erg strenge regelgeving. Er is nog geen sluitend bewijs dat geregenereerde kunststof de hoge kwaliteit heeft die vereist is voor de medische wereld.
“We verkopen ons afval nu voor een paar cent per kilo, waarmee emmers of bloempotten geproduceerd worden. Maar we willen natuurlijk dat materiaal liever terug inzetten in onze eigen productie, voor eigen farmaceutische toepassingen.” HDB ontwikkelt daarom een innovatief proces om dat kunststofafval om te zetten in hoogwaardige, herbruikbare granulaten, volledig conform de strenge eisen van de medische industrie.
Dit principe wordt nog niet toegepast in de farma-industrie in Europa. Het bedrijf wil de massa vermalen en extruderen tot korrels-granulaat. Vervuiling is de grootste uitdaging. “We moeten ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld geen andere grondstoffen of onzuiverheden in die resten zitten Daarom investeerden we in een toestel dat die vervuilde korrels detecteert via röntgenstralen en ze eruit blaast. Ons doel is om zo tot geregenereerde kunststoffen te komen die voor 95% matchen met virgin materiaal.”
Aan het project waren voldoende onderzoeksrisico’s verbonden die verder gingen dan zuivere engineering en daarom kon het project rekenen op steun van VLAIO. CEO Stijn De Backer: “We wilden bewijzen dat dit kan, zowel technisch als economisch. Nu verkopen we 200.000 à 300.000 kilo kunststofafval, maar als we het merendeel daarvan kunnen hergebruiken voor hoogwaardige toepassingen, is dat niet enkel een win voor onze onderneming. Ook het milieu vaart er wel bij: denk maar – met de stijgende olieprijzen in het achterhoofd – hoeveel olie we als grondstof voor plastics kunnen uitsparen. En ook de rest van de industrie profiteert. Eens het proces op punt staat, willen we dat ook heel graag delen met de sector.”
De begeleiding van VLAIO-bedrijfsadviseur Liesbeth Peters was cruciaal. Ze hielp ons het dossier met voldoende details en diepgang uit te werken.
Een mooi kerstcadeau
Het ontwikkelingsproject startte met de indiening van het subsidiedossier in de zomer van 2025. VLAIO-bedrijfsadviseur Liesbeth Peters begeleidde HDB door het hele proces. Stijn: “Liesbeth en haar collega’s bij VLAIO hielpen ons het dossier met voldoende diepgang uit te werken. Liesbeth kwam daarvoor een aantal keer langs, stelde kritische vragen en stuurde enkele zaken bij. In december ontvingen we het goede nieuws dat we de subsidie binnenhaalden, dat was een mooi kerstcadeau!”
Liesbeth Peters vult aan: “Bij een kmo zit de informatie vaak verspreid bij verschillende mensen. Het was belangrijk om alles samen te brengen en het dossier goed te onderbouwen, met een duidelijk onderscheid tussen steunbare en niet-steunbare activiteiten. Dat vraagt tijd en expertise, maar het loont. Ik raad andere ondernemers ook aan om die begeleiding te zoeken, want soms zie je door de bomen zelf het bos niet meer. Een externe blik helpt dan om scherpe keuzes te maken en je dossier sterker te maken.”
Familie als ruggengraat
HDB mikt uiteindelijk op 0% productie-afval uit haar eigen productieproces. De volgende stap is dan ook om te onderzoeken hoe ze ook kunststofafval uit de markt kunnen terughalen en hergebruiken. Koen: “Dat is natuurlijk nog een heel ander verhaal, want dan moeten we dat afval ook reinigen. We denken wel al na om hier pilootprojecten rond op te starten.”
“Het voordeel van een familiebedrijf is dat je niet jaren hoeft te wachten op budget”, zegt Koen. “Toen ik in 2018 startte, vroeg Stijn De Backer me om verbeterpunten aan te reiken. Bij multinationals duurt het soms jaren voor je budget krijgt, maar hier zei Stijn: ‘Als je buikgevoel zegt dat het goed is, bestellen we het onmiddellijk.’ Zo hebben we toen de solventen om drukcilinders te reinigen, vervangen door detergenten. Zonder eerst een uitgebreide ROI-berekening te eisen. Dat is volgens mij typisch voor een familiebedrijf: als het goed is voor de mensen en het bedrijf, doen we het. Natuurlijk doen we hier niet alles op buikgevoel, maar het toont wel aan dat ons bedrijf andere accenten kan leggen en beslissingen op een andere manier kan nemen.”
Daarnaast zorgt ook de continuïteit binnen de familie – van oprichter Hubert De Backer, over zoon Jan, tot de huidige CEO Stijn De Backer – voor een sterke bedrijfscultuur.
Stijn: “Ik ben de derde generatie die het familiebedrijf leidt. We zijn op heel wat vlakken wendbaarder dan een multinational en investeringsgroep, en kunnen daardoor andere accenten leggen. Innovatie is er daar een van.”
“Anderzijds is ook mijn band met het bedrijf en de medewerkers anders. Ik ben eigenlijk altijd bereikbaar, mocht er zich een probleem voordoen. Dat kan om iets technisch gaan, maar even goed een persoonlijk probleem van een van onze medewerkers.”
Hubert De Backer is anno 2026 een heel ander bedrijf dan het bij de opstart was. Stijn De Backer: “Er werken nu 200 mensen en een heel aantal externen, waarop we beroep kunnen doen bij grotere projecten. Dat betekent ook een andere manier van people management en besturen dan mijn grootvader of ouders deden. De tijden zijn ook veranderd. Waar werknemers in de tijd van mijn grootvader moesten luisteren en uitvoeren wat werd gevraagd, houden we nu natuurlijk ook rekening met hun welbevinden. Het voorbeeld over de solventen hierboven is een mooie illustratie. We willen dat onze mensen op een veilige manier kunnen werken en doen aanpassingen waar nodig.”
Hoewel Hubert De Backer duidelijk een innovatief bedrijf is, deden zij pas recent beroep op VLAIO innovatiesteun. Dat komt omdat ze meestal heel snel beslissingen kunnen nemen, als familiebedrijf en niet wachten op externe ondersteuning. Een goede begeleiding is belangrijk om het onderscheid te duiden tussen activiteiten waar nog onderzoeksrisico’s aan verbonden zijn en engineeringsactiviteiten, waarmee het bedrijf al vertrouwd is.
Over generaties
Stijn mag dan wel verantwoordelijk zijn voor het dagdagelijkse management van het familiebedrijf, dat betekent niet dat de vorige generatie niet meer meevolgt: “Mijn ouders zijn nog altijd bezig met het bedrijf, en kijken mee over mijn schouder. Dat levert wel eens pittige gesprekken op. Ze mogen niet vergeten dat de wereld heel erg veranderd is en dat we – op het vlak van kunststofproductie, maar even goed op het vlak van communicatie en omgaan met mensen – in een stroomversnelling zitten.
Daar moeten we in meegaan, en dat is niet altijd gemakkelijk omdat zij andere tijden meegemaakt hebben.”
Stijn: “Dat ik bij het familiebedrijf zou komen werken, lag al lang vast. Maar ik werd pas in 2013 CEO, als opvolger van mijn vader Jan. Gelukkig kreeg ik hele goede begeleiding en ben ik omringd door mensen met kennis van zaken.”
“Ik ben nu 48 en heb dus nog wat jaren te gaan. Maar uiteraard denk ik al na over de toekomst van het bedrijf. Of dat dan onder leiding van een van mijn vier dochters gebeurt, zien we wel. Ze mogen zelf kiezen. Liefst van al zou ik hebben dat ze eerst ergens anders ervaring opdoen, voor ze hier starten. En als ze hier beginnen te werken, zullen ze ook onderaan starten en het bedrijf zo moeten leren kennen. Maar alles op zijn tijd, zo ver zijn we nog niet.”