Van database naar data space
Zogenaamde waterbommen (flash floods) zijn een bedreigend weerfenomeen. Tegelijkertijd zijn ze ook een test voor de voorspellende kracht en reactiesnelheid van onze datasystemen. Met FLOODIFY, een imec.icon-project ondersteund door VLAIO, wil een breed consortium van zeven partners voor die test slagen. Niet door nog meer sensoren te plaatsen, maar via slimmere data-uitwisseling. FLOODIFY legt de basis voor een gedeelde digitale omgeving rond flash floods.. Die moet overheden, hulpdiensten en verzekeraars in staat stellen om samen sneller en preciezer te reageren bij overstromingsgevaar. Een verhaal over virtuele sensoren, gedeelde governance en de kracht van samenwerking.
Een nacht die niemand vergeet
De beelden van 14 juli 2021 staan op ieders netvlies gebrand. Op minder dan 24 uur tijd valt op sommige plaatsen in de Vesdervallei meer dan 200 millimeter neerslag (normaal valt er 800 mm in een jaar). Water kent geen genade: straten veranderen in kolkende rivieren, mensen vluchten op daken, woningen worden meegesleurd. In België overlijden 39 mensen en de totale materiële schade loopt op tot ruim 2,5 miljard euro. Het roept meteen ook de vraag op: wat als we dit eerder hadden kunnen voorzien? Niet een paar minuten eerder, maar uren op voorhand. En wat als die kennis gedeeld was met alle partijen die ze nodig hadden? Precies die vraag ligt aan de basis van FLOODIFY. Want het blijft niet bij deze ene grote overstroming: elk jaar zijn er lokale flash floods die ergens in Vlaanderen grote impact hebben.
De verkeerde vraag
Wie flash floods wil aanpakken, stelt al snel de voor de hand liggende vraag: hebben we genoeg sensoren? Maar precies die vraag is het probleem. Om overstromingen nauwkeurig te meten en te voorspellen zou je op elke risicolocatie fysieke meetapparatuur moeten plaatsen. Dat is economisch moeilijk haalbaar, en de sector beseft dat.
“FLOODIFY vertrekt vanuit de logica dat de data er al zijn,” zegt Jan Geukens van MyCSN, projectcoördinator van het consortium. “Ze zitten in de realtime dronebeelden van Citymesh, in camerabeelden, in meldingen van hulpverleners of burgers, in neerslagdata. De uitdaging is niet langer om die data te verzamelen, maar die verspreide bronnen op een betrouwbare, gestandaardiseerde manier met elkaar te koppelen.” Het concept dat daarvan de ruggengraat moet vormen, heet een data space: een gedeelde digitale omgeving waarin organisaties data kunnen uitwisselen op basis van duidelijke afspraken, zonder het eigenaarschap of de controle over die data te verliezen. FLOODIFY bouwt zo’n data space, voor watergerelateerde data. Het project startte in 2024 en loopt tot 2027. Halverwege de looptijd leveren de eerste drie werkpakketten hun eerste resultaten op. De Proof of Concept, het grootste en meest concrete onderdeel, is recent van start gegaan in een proefgebied rond Gent. Alles wat het consortium de voorbije achttien maanden heeft onderzocht en ontwikkeld, wordt daar nu in de praktijk getest.
Samenwerken zonder controle te verliezen
Jan maakt het concreet met een vergelijking. “Een Teams-omgeving of een SharePoint-platform is een plek waar je als organisatie intern samenwerkt op bestanden. Alle data staan op één server. Een data space is fundamenteel anders: daar zit geen data in.”
Wat er dan wél in zit? Governance, met andere woorden: de spelregels die bepalen wie welke data wanneer en waarom mag opvragen. Alle betrokken partijen spreken samen af onder welke voorwaarden data beschikbaar is: wie er toegang toe krijgt, of er een vergoeding tegenover staat, en in welke omstandigheden toegang verleend of ontzegd wordt. Alle logging, alle auditing, wie wanneer welke dataset gebruikt heeft: het wordt allemaal bijgehouden.
Die governance-laag is precies wat FLOODIFY voor water- en flashflood gerelateerde data bouwt. Via een catalogus van beschikbare datasets, een onderhandelingsprotocol en een systeem van toegangscontrole weet elke deelnemer precies met wie hij wat deelt en op welke basis. “Dé manier om datasoevereiniteit te behouden,” weet Jan, “terwijl je er toch de voordelen van samenwerken uithaalt.”
Zeven partners, één keten
FLOODIFY brengt zeven organisaties samen: Aquafin, Citymesh, GIM , Brandweerzone Centrum (Oost-Vlaanderen), Hydroscan, imec en MyCSN. Elke partner brengt een andere bouwsteen mee.
Zo’n complex consortium bouwen en laten samenwerken is geen sinecure. Bij de opmaak en begeleiding van dergelijke ICON‑projectdossiers bewijst de ervaring van en samenwerking tussen VLAIO Team Bedrijfstrajecten en het imec.icon-programmateam zijn meerwaarde. Die complementaire expertise — projectmatige en bedrijfsmatige ondersteuning door VLAIO-bedrijfsadviseur Marc Tiri, diepgaande onderzoeks‑ en programmakennis bij imec.icon — zorgt voor helderheid, consistentie en kwaliteit. Het verhoogt niet alleen de slaagkans van dossiers, maar draagt ook bij aan inhoudelijk sterke projecten met een duidelijke valorisatie‑ambitie.
De basis waarop het consortium voortbouwt, is niet nieuw. Hydroscan ontwikkelde eerder, samen met VITO en imec en ook met steun van VLAIO, het Flood4Cast-platform: een tool die overstromingsrisico’s tot op straatniveau kan voorspellen en haar operationele werking al bewees bijvoorbeeld voor de hele provincie Vlaams-Brabant, binnen. een Slimme Regio project. Die eerdere samenwerking toonde al hoe realtime neerslagdata, radarmetingen en overstromingskaarten gecombineerd kunnen worden tot concrete voorspellingen, tot twee à drie uur op voorhand. De kennis en technologie opgebouwd in Flood4Cast vormen een van de fundamenten waarop het consortium nu verder bouwt.
Wanneer een dreiging wordt gesignaleerd, komt de keten van FLOODIFY in beweging. “Dan kijken wij bij MyCSN naar de bedreigde locaties,” legt Jan uit. “Vindt er bijvoorbeeld een event plaats, is er een markt bezig? Zijn er kwetsbare, lager liggende gebieden, …? Op basis daarvan bepalen we of we bijvoorbeeld via BE-Alert, het officiële overheidssysteem voor burgerwaarschuwingen, mensen in de buurt proactief op de hoogte brengen: wat dreigt er, wat moeten ze doen.”
Citymesh levert op dat moment cruciale, realtime situational awareness. Afhankelijk van de situatie wordt een strategisch gepositioneerde Drone-in-a-Box of een mobiele Safety Drone ingezet. Via BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight), over de eigen mobiele connectiviteit van Citymesh, ontstaat er razendsnel een actueel en haarscherp beeld van de situatie op straatniveau. Zelfs onder extreme weersomstandigheden blijft de datastroom hierdoor gegarandeerd. GIM en imec verwerken deze beelden vervolgens met geavanceerde AI-algoritmes om het overstroomde gebied en waterdiepte in te schatten. GIM integreert deze data vervolgens met Belmap, haar 3D model van de bebouwde omgeving, en bouwt met Agentic AI een toepassing die alle data eenvoudig vindbaar en bruikbaar maakt voor niet specialisten. Samen vormen ze een keten van data die start bij een weersvoorspelling en eindigt bij een beslissing: evacueren, alarmeren, ingrijpen.
Virtuele sensoren als antwoord
Het resultaat van al die gekruiste databronnen zijn zogenaamde virtuele sensoren. In plaats van een fysiek meetpunt op elke brug of in elke gracht, combineert het systeem geavanceerde beeldanalyse, tekstberichten, neerslagdata en historische modellen om een overstromingsdiepte te reconstrueren die nauwelijks verschilt van wat een echte sensor zou meten. De wetenschappelijke lat ligt hoog: voorspellingen in minder dan vijftien minuten, met een afwijking van minder dan twintig centimeter op de waterdiepte. HydroScan gaat met deze (virtuele) sensordata aan de slag om de voorspelling van de overstromingsrisico's in Flood4Cast te verbeteren.
Dat klinkt ambitieus, maar de klimaatcontext maakt de urgentie concreet. Flash floods nemen niet alleen in hevigheid toe, de economische schade en het aantal slachtoffers stijgen mee. Volgens de projectinschatting kunnen snelle en accurate voorspellingsmodellen het aantal dodelijke slachtoffers met 75% en de schade met 25 tot 30% verminderen
Valorisatie als echte test
MyCSN is niet alleen technisch partner, maar ook projectcoördinator. Die rol brengt verantwoordelijkheden mee die verder reiken dan de technologie. “Elk van de partners moest een valorisatietraject uitwerken,” vertelt Jan. “Hoe ga je na 2027 verder met wat je hebt geleerd of gebouwd?”
Daar speelde VLAIO-bedrijfsadviseur Marc Tiri een centrale rol. Hij begeleidde elke partner bij het uitwerken en onderbouwen van dat traject: wat zijn de verwachte opbrengsten, wie zijn de potentiële klanten, welke samenwerkingen kunnen na het project verder groeien? “Marc heeft ons geholpen om die vragen scherp te krijgen,” zegt Jan, “niet alleen individueel per partner, maar ook over de partners heen. Zijn er combinaties denkbaar die samen iets kunnen opbrengen?”
Voor MyCSN is het pad duidelijk: data spaces opzetten en operationeel houden voor lokale en regionale overheden. In het eerste jaar na de Proof of Concept één of twee pilots, daarna uitschalen naar tien of meer. “De kostenstructuur van zo’n data space uitwerken is één van de grootste uitdagingen,” geeft Jan toe. “Wie betaalt wat? Is het een maandelijkse fee, pay-per-use, of draagt de overheid de basiskosten mee omdat het maatschappelijk relevant is? Die oefening maken we nu, samen met alle partners.” Ook voor Citymesh biedt FLOODIFY waardevolle inzichten over hun Drones-as-a-Service-model. Na 2027 willen zij dit geïntegreerde veiligheidsconcept met drones gekoppeld aan stedelijke noodplannen, verder uitrollen naar steden en hulpverleningszones in heel Vlaanderen.
De weg naar Europa
De ambitie reikt ook voorbij de landsgrenzen. In Duitsland bestaat al een operationele mobiliteits-data space met grote autofabrikanten. In het Verenigd Koninkrijk loopt een vergelijkbaar initiatief rond overstromingskaarten. Elders in Europa leven gelijkaardige vragen. “Het concept van de International Data Space Alliance is op Europees niveau al veel verder gevorderd dan in Vlaanderen,” zegt Jan. “Dat maakt het tegelijk een uitdaging en een kans. Wie nu leert hoe het werkt, haalt er zijn voordeel uit.”
Dat sluit aan bij een bredere Europese beweging. De Europese Commissie werkt momenteel aan veertien sectorspecifieke data spaces, van gezondheid en energie tot mobiliteit en landbouw. Het idee is dat die afzonderlijke spaces op termijn samen één Europese datamarkt vormen. Of zoals Jan het samenvat: “De uiteindelijke data space van de data spaces bestaat nog niet, maar hij komt er. En FLOODIFY is één van de bouwstenen.”