Geuteling: de nieuwe pannenkoek, van ontbijt tot gezonde snack
Wie met de naam De Koekelaere ter wereld komt, kan onmogelijk de advocatuur in, zelfs al heeft hij het juiste diploma. Dus verovert Pieter De Koekelaere samen met zijn vrouw Lieselotte Reynvoet de bakkerijwereld met één missie: de geuteling van de vergetelheid redden.
Die ‘geuteling’ is een begrip in de Vlaamse Ardennen, maar daarbuiten kent bijna niemand het: een zacht, warm te eten gebakje van gegoten beslag. Met een ontwikkelingsproject van VLAIO en de steun van VLAIO bedrijfsadviseur Katelijne Strubbe zet Pieter De Koekelaere het productieproces duurzaam op punt en verspreidt het lekkers eerst over Vlaanderen en daarbuiten.
Een product dat geen product was
“De geuteling is een overbekend streekproduct in de Vlaamse Ardennen”, vertelt Pieter De Koekelaere, zaakvoerder van De Koek, “maar er was geen bakkerij die ze maakte. Er werden er wel verkocht, en redelijk veel, maar buiten elk officieel kader: onder de vlag van verenigingen en vrijwilligerswerk, op verschillende plaatsen, door verschillende mensen. “We zagen dat alle geutelingen die lokaal werden gebakken, niet aan de vraag konden voldoen. Eigenlijk wilden we weg van die schaarste. We wilden dit lekkers gewoon voor iedereen beschikbaar maken.” Dat vormde de motivatie voor de start van hun bakkerij.
Pieter: “Het zou jammer zijn om een product dat lokaal zo geliefd is, verloren te zien gaan omdat het productieproces niet langer houdbaar is”, vertelt hij. “Geutelingen werden gebakken op een zeer milieubelastende, arbeids- en energie-intensieve manier in oude houtovens, met een onverantwoorde uitstoot van fijn stof en CO₂.” Nuchter: “De Geuteling was eigenlijk een product zonder een product te zijn. Als je dat naar een onderneming wil vertalen zullen daar serieuze aanpassingen voor nodig zijn.”
Een parallel met een ander streekproduct dringt zich op. “Als mensen het me expliciet vragen, beaam ik dat mijn verhaal gelijkenissen vertoont met de mattentaart. Maar dan veertig jaar later”, lacht Pieter. Toch is er ook een fundamenteel verschil: bij de mattentaart waren er al bakkers die het maakten en was het vooral zaak om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Rond onze geutelingen ontbrak zelfs dat.
De eerste opdracht was helder: het productieproces rendabel maken. “Anders verdien je er niets aan”, vertelt Pieter. “We zijn overal kennis gaan verzamelen en bijleren op zoek naar technieken om geutelingen sneller en in grotere aantallen te produceren”, vertelt hij. Geld voor kant-en-klare machines was er niet, dus bouwde hij er zelf een. “Neem een slijpschijf, gebruik een lasapparaat: ik heb zelf een eerste oven gemaakt. Een carrouselsysteem, met stenen erop en branders gemonteerd. En dan: testen maar.”
Na heel veel pogingen kwam er iets uit dat op een geuteling leek. “Hier kunnen we wat mee”, dachten hij en zijn vrouw.
In bijberoep voorlopig. Want een eerste verkooptest bij de plaatselijke supermarkt, zes kilometer verderop, illustreert wat ‘lokale bekendheid’ betekent. “Die mensen kenden dat niet”, herinnert Pieter zich. “Ik kwam daar met mijn eerste zakje geutelingen af, maar de verwachtingen van de manager waren eerder beperkt: ‘zet dat hier maar eens neer, dan zien we wel.’ Diezelfde namiddag volgde er een telefoontje: of ik morgen tien pakjes kon afzetten?” Het begin van een klein netwerk van een twintigtal lokale supermarkten. “Voor ons was dat een onverwacht succes.”
Vier jaar overtuigen
Ergens in die beginjaren kruiste Pieter het pad van VLAIO-bedrijfsadviseur Katelijne Strubbe. “Ik denk dat we elkaar ergens op een event tegenkwamen”, vertelt Pieter. “Zij vond ons product en ons verhaal heel leuk, maar zag meteen dat we nog wel wat hindernissen te overwinnen hadden.”
Ik ben blij dat ik voor Pieter en Lieselotte een heel netwerk aan nuttige contacten heb kunnen ontsluiten. Van een consultant rond hun bedrijfsstrategie tot producttechnische kennis zoals dat van de Food Pilot.
Wat Katelijne snel begreep: dat het koppel supergemotiveerd was, maar nog met een resem onderzoeksvragen zat. Een VLAIO ontwikkelingsproject zou daaraan kunnen verhelpen. Maar daarvan moest Pieter nog overtuigd worden. “Wij komen uit het milieu van de kleine zelfstandige: kop in de grond en werken, alles zelf proberen oplossen zonder echt een hulpvraag te stellen”, geeft hij toe. Voeg daar een dosis weerstand tegen administratie aan toe en je begrijpt dat Katelijne vier jaar nodig had om hem over de streep te trekken.”
Twee zeecontainers
Tegenvaller: het ontwikkelingsproject was nog geen jaar bezig toen het bijna misliep. De Koek verloor zijn productielocatie in Brakel. “Pieter: “Zes maanden lang stond alles on hold, werd er niets verdiend en zat het bedrijf opgeslagen in twee zeecontainers.”
Net op tijd kwamen we een kleine, flexibele loods op het industrieterrein in Oudenaarde op het spoor. VLAIO-projectadviseur Marianne Claessens verleende hen uitstel. “Het zou maar al te spijtig zijn om wat we al onderzocht hadden, door een tegenslag te moeten weggooien”, glimlacht Pieter.
Bij de heropstart bouwde Pieter zijn oven in Oudenaarde opnieuw op, meteen verbeterd met de inzichten uit het lopende project. “Dat was net een stuk van ons project: we hebben de resultaten tijdens het project zelf al geïmplementeerd”, legt hij uit.
#onlysixingredients
De kern van het ontwikkelingsproject zie je niet: het beslag. “Ons beslag is een levend gistbeslag”, vertelt Pieter. “Dat proces onder controle houden, vraagt kennis en kunde. Ik ben er vast van overtuigd dat, zonder ons ontwikkelingsproject, iedereen voor een stabilisator zou kiezen om aan de houdbaarheid voor herverkoop te voldoen. Wij doen het zonder.” Zo werd De Koek een producent van een schaalbaar voedingsproduct waarvan de oorspronkelijke, pure ingrediënten behouden bleven. Clean label, of in de woorden van hun eigen hashtag: #onlysixingredients. Net die combinatie van ambachtelijk en puur enerzijds, en innovatief en schaalbaar anderzijds, ziet Pieter als de kracht van De Koek.
Zowel VLAIO als Flanders’ FOOD zijn waardevolle partners om ondernemers te ondersteunen. Ze zitten op een schat van kennis en hebben een uitgebreid netwerk, wat zorgt dat je stappen vooruit kan zetten.
Klankbord en netwerk
De begeleiding beperkte zich niet uitsluitend tot het subsidiedossier. Via Katelijne kwam De Koek terecht bij Food Pilot van Flanders' FOOD, voor labotests en als klankbord bij de onderzoeksvragen. “Daar zitten mensen met een schat aan ervaring en kennis”, zegt Pieter erover.
Via het Future Food-event, waar ze zich als bakker eerst wat onwennig voelden tussen onderzoekers en wetenschappers, leerden ze de FOODWIN-opleidingen kennen. “Voor iemand die graag bijleert en verbanden legt, is dat fun.
Daarnaast volgde Pieter ook een MentorMe-traject van Netwerk Ondernemen (NOA). Zijn mentor Dirk met massa’s ervaring brengt nu vooral rust en structuur. “Wat wij vooral nodig hadden, was iemand die gelooft in wat we doen”, zegt Pieter. “Hij houdt de voetjes op de grond, is kritisch maar laat je je eigen keuzes maken. Niet: ‘doe dat niet’, wel: ‘ik zou dat misschien nog eens anders bekijken’.”