Van wildparkeren naar slimme oplossingen: Rivierenland toont de weg voor veilig vrachtwagenparkeren
Vrachtwagens die noodgedwongen parkeren in woonwijken, op bedrijventerreinen of langs gewestwegen: het is een herkenbaar probleem in heel Vlaanderen. Het City of Things-project Vrachtwagenparkeren bewijst dat er meer nodig is dan extra parkeerplaatsen alleen. Zeven gemeenten uit de regio Rivierenland werkten samen met IGEMO aan een geïntegreerde aanpak die fysieke infrastructuur, digitale ondersteuning en interbestuurlijke samenwerking combineert. Het resultaat is geen nieuwe app of een gerealiseerde parking, maar wel een stevig onderbouwd kader waarmee lokale besturen en beleidsmakers vandaag al aan de slag kunnen om het tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen structureel aan te pakken.
Een groeiend probleem voor mobiliteit en leefbaarheid
De regio rond de A12 en E19 behoort tot de meest belaste vrachtwagenparkeerzones van Vlaanderen. Dagelijks vinden er meer dan 300 langdurige parkeerbeurten plaats, terwijl veilige en geschikte parkeerlocaties schaars zijn. Dat leidt niet alleen tot overlast voor buurtbewoners, maar ook tot veiligheidsrisico's voor chauffeurs en andere weggebruikers. Daarom bundelden Bornem, Puurs-Sint-Amands, Willebroek, Mechelen, Sint-Katelijne-Waver, Duffel en Putte de krachten. Met IGEMO als projectcoördinator gingen ze op zoek naar een regionale oplossing voor een probleem dat de gemeentegrenzen overstijgt.
Van app-idee naar geïntegreerde aanpak
Bij de start van het City of Things-project lag de focus op de ontwikkeling van een digitale toepassing die beschikbare parkeerplaatsen zou helpen vinden en reserveren. Al snel bleek echter dat vrachtwagenchauffeurs en transportbedrijven hiervoor al bestaande commerciële toepassingen gebruiken. Een nieuwe app ontwikkelen zou weinig meerwaarde bieden en het landschap verder versnipperen. Het project stuurde daarom zijn koers bij en koos voor een bredere aanpak met drie sporen: het zoeken naar geschikte locaties voor vrachtwagenparkings, het beter benutten van bestaande digitale oplossingen via standaarden en data-uitwisseling, en de uitbouw van een structureel samenwerkingsplatform tussen overheden en private partners.
Deze bijsturing is een van de belangrijkste lessen uit het project. Niet elke maatschappelijke uitdaging vraagt om een nieuwe digitale toepassing. Soms ligt de grootste meerwaarde in het creëren van afspraken, standaarden en samenwerking die bestaande oplossingen beter laten functioneren.
Sterke samenwerking als motor
Het project bracht overheden, bedrijven, kennisinstellingen en burgers samen. Lokale besturen namen de regierol op zich, terwijl Vlaamse partners zoals het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en het Agentschap Wegen en Verkeer mee zorgden voor afstemming met het Vlaamse beleid. Transportbedrijven, logistieke spelers en sectororganisaties leverden praktijkkennis aan via regionale werktafels. Hun input was bepalend voor de uiteindelijke oplossingsrichting. Ook signalen van inwoners over sluikparkeren, geluidsoverlast en verkeersonveiligheid werden meegenomen in de analyse.
Concrete resultaten voor Vlaanderen
Hoewel het project geen parking heeft gebouwd, levert het wel een reeks concrete resultaten op die rechtstreeks inzetbaar zijn voor vervolgtrajecten. Zo werd een objectieve methodiek ontwikkeld om locaties te identificeren en te beoordelen. Dat leidde tot drie concrete kansrijke locaties: Gansbroekstraat in Puurs-Sint-Amands, Fortsesteenweg in Sint-Katelijne-Waver en Klein-Boom in Putte. Voor deze locaties werden reeds schetsontwerpen en capaciteitsramingen uitgewerkt.
Daarnaast ontwikkelden de partners een intergemeentelijk vereffeningsmodel dat de kosten en baten van een vrachtwagenparking eerlijk verdeelt tussen gemeenten. Ook werd een juridisch kader uitgewerkt voor publiek-private samenwerking bij de realisatie en exploitatie van toekomstige parkings.
Op digitaal vlak resulteerde het project in een herbruikbare VLOCA-referentiearchitectuur voor vrachtwagenparkeren. Die beschrijft onder meer hoe registratie, reservatie, toegangscontrole en monitoring op een gestandaardiseerde manier kunnen worden georganiseerd. Hierdoor kunnen andere regio's en lokale besturen verder bouwen op de opgedane kennis zonder opnieuw van nul te moeten beginnen.
Een opvallend resultaat is ook de GIS-toepassing die momenteel samen met Vlaamse partners wordt ontwikkeld. Die gebruikt de methodiek van het project om elders in Vlaanderen automatisch geschikte locaties voor vrachtwagenparkeren op te sporen.
Van lokaal experiment naar Vlaams beleid
De impact van het project reikt intussen verder dan Rivierenland. De resultaten worden besproken binnen het Vlaamse Overlegplatform Vrachtwagenparkeren en vormden mee de basis voor een advies van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) aan het Vlaams Parlement. Ook binnen het netwerk van Vlaamse intercommunales groeit de interesse voor de ontwikkelde aanpak.
City of Things: van experiment naar opschaling
Vrachtwagenparkeren is een mooi voorbeeld van waar de oproepen City of Things voor bedoeld zijn: lokale besturen ondersteunen bij het ontwikkelen van datagedreven oplossingen voor complexe maatschappelijke uitdagingen. Sinds 2018 stimuleert VLAIO via City of Things steden en gemeenten om nieuwe technologieën, data en samenwerking in te zetten voor thema’s zoals mobiliteit, leefomgeving, dienstverlening en economie. Daarbij staan schaalbaarheid, herbruikbaarheid, open standaarden en kennisdeling centraal, zodat ook andere lokale besturen kunnen leren van de opgedane ervaring.
Met Vrachtwagenparkeren toont Rivierenland hoe een lokale mobiliteitsuitdaging kan uitgroeien tot een Vlaamse leerervaring. Niet door één slimme technologie te ontwikkelen, maar door samen te werken aan een gedragen aanpak die klaar is voor verdere uitrol.