Eerste onderzoeken voor evaluatie handelsvestigingsbeleid bijna afgerond
Het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 zet sterk in op administratieve vereenvoudiging en vermindering van regeldruk. VLAIO kreeg daarom de opdracht om het integraal handelsvestigingsbeleid grondig te evalueren, met een bijzondere aandacht voor de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten. De eerste onderzoeken en analyses zijn nu zo goed als afgerond. Ook handelaars en lokale besturen zijn bevraagd over hun visie en ervaringen met dit beleid.
Eerder schakelde VLAIO de dienstverleners Idea Consult en CityD-WES al in om de evolutie van publiek toegankelijke functies tussen 2009 en 2023 onder de loep te nemen. Hun onderzoek toonde aan dat het aantal winkels flink is gedaald, vooral door schaalvergroting en online shoppen. Tegelijkertijd is ook de leegstand gestegen, vooral in de kernwinkelgebieden en andere binnenstedelijk winkelgebieden. Uit het onderzoek bleek ook dat er een duidelijk verband is tussen het aantal inwoners en de hoeveelheid winkelvloeroppervlakte in een bepaald bedieningsgebied. Toch zijn er ook zones waar er opvallend meer winkelvloeroppervlakte is dan je op basis van het aantal inwoners zou verwachten. Dat zorgt voor extra verkeersbewegingen. Bovendien blijkt dat de meeste winkels in Vlaanderen een Mobiscore onder 9 hebben, wat erop wijst dat ze vooral op locaties liggen waar de auto de voorkeur krijgt.
Mogelijke juridische gevolgen bij afschaffen vergunning
Vervolgens onderzocht advocatenkantoor Stibbe wat de juridische gevolgen zouden zijn als het integraal handelsvestigingsbeleid afgeschaft wordt. In Wallonië is de aparte kleinhandelsvergunning intussen opgenomen in de stedenbouwkundige regelgeving. Toch geldt er daar geen echte deregulering, omdat men dezelfde beoordelingscriteria blijft toepassen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd de kleinhandelsvergunning wel volledig afgeschaft. Hoewel de ruimtelijke context daar anders is met een dichtbebouwd stadsgebied zonder echte periferie, kan de Brusselse ordonnantie met vergunningsplichtige gebruikswijzigingen Vlaanderen inspireren.
Volgens Stibbe zullen veel handelsactiviteiten, ook als het integraal handelsvestigingsbeleid verdwijnt, toch vergunningsplichtig blijven via de stedenbouwkundige regels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit geldt vooral bij bouwen, uitbreiden of het wijzigen van de functie. Kleinschaligere activiteiten, zoals wijzigingen in de kleinhandelscategorieën, kunnen echter vergunningsvrij worden. Dat maakt het sturen op zulke activiteiten minder evident.
Toetsen van de regeldruk
Binnen het regeringsbrede project ‘Regelrecht’ onderzoekt het Interuniversitair Centrum voor Wetgeving (ICW) de regeldruk van de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten. Afgelopen najaar organiseerde het ICW werksessies met vertegenwoordigers uit zowel de publieke als private sector. Beide groepen pleiten voor vereenvoudiging, maar leggen de klemtoon anders. Private spelers willen vooral minder en eenvoudigere regels, zodat ze flexibeler en met meer zekerheid kunnen ondernemen. Publieke actoren daarentegen vragen vooral om een betere toepassing van de bestaande regels, meer ondersteuning en extra initiatieven vanuit Vlaanderen.
Uit een korte bevraging van ICW en VLAIO bij enkele retailers blijkt dat vooral het verzamelen van alle benodigde informatie als het meest belastende aspect van een vergunningsaanvraag wordt gezien. Toch vinden de meeste bevraagde handelaars een aparte omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten zinvol. Wel merken ze op dat het instrument nu nog onvoldoende bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen rond kernversterking en baanwinkels.
Het ICW analyseert momenteel hoe de argumentatie in vergunningsbeslissingen wordt opgebouwd. Daarbij kijkt men of er overlap is tussen de beoordeling van de kleinhandelsactiviteiten en de beoordeling van de stedenbouwkundige handelingen. De regeldruktoets zal naar verwachting in de loop van 2026 helemaal afgerond worden. Tegelijk zoeken VLAIO en het Departement Omgeving naar mogelijke alternatieven voor het huidige beleid rond handelsvestigingen.
Wat leren de bestaande vergunningsaanvragen?
VLAIO raadpleegde ook het Omgevingsloket om de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten nader te bestuderen. Tussen 6 december 2018 en 31 augustus 2025 werden er 2.186 aanvragen ingediend. Bijna vier op de vijf aanvragen (78%) werden gecombineerd met stedenbouwkundige handelingen en/of ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Dit betekent dat bij het eventueel wegvallen van het integraal handelsvestigingsbeleid, het grootste deel van de aanvragen toch nog beoordeeld zal worden. Bij ruim 20% van de aanvragen voor een nieuwe kleinhandelsactiviteit beperkt de vergunningsaanvraag zich tot het kleinhandelsluik. Dit betekent dat redelijk wat winkels, bewust of onbewust, al actief waren zonder de vereiste kleinhandelsvergunning, terwijl het pand zelf wel stedenbouwkundig was vergund voor detailhandel. Opvallend is dat 18% van de dossiers als onvolledig of onontvankelijk wordt verklaard en nog eens 15% door de aanvrager ingetrokken of stopgezet wordt. Dit lijkt erop te wijzen dat aanvragers vaak onvoldoende vertrouwd zijn met de regelgeving. Vooral bij gecombineerde aanvragen is de doorlooptijd sinds 2019 toegenomen. Ongeveer één op de tien dossiers krijgt in eerste aanleg geen vergunning.