Voorwaarden voor het aanvragen van Landbouw-trajecten

Landbouw-trajecten zijn gericht op kennisdoorstroming naar een brede doelgroep en dienen hierdoor aan specifieke voorwaarden te voldoen.

Wie kan aanvragen?

Een LA-traject kan enkel aangevraagd worden door een Vlaamse instelling van hoger onderwijs, een onderzoeksorganisatie of een praktijkcentrum, voor zover deze laatste daartoe door de Vlaamse overheid erkend is. Om als (mede)aanvrager van een LA-traject te kunnen optreden, moet een organisatie voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie zoals gesteld in de Communautaire Kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2006/C 323/01). Zij kunnen zelfstandig als projectaanvrager optreden, of in een samenwerkingsverband. De hoofdaanvrager vormt samen met de medeaanvrager(s) een projectconsortium. Er wordt een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt die de onderlinge afspraken regelt.

Hoe wordt samengewerkt?

Het consortium (hoofd- en medeaanvragers) kan daarnaast ook beroep doen op bijkomende expertise. Er zijn verschillende vormen van samenwerkingen mogelijk binnen een LA-traject.

  1. Onderaanneming
    De aanvrager(s) kunnen beroep doen op onderaannemers om specifieke competentie/expertise in te brengen in het project (specifieke diensten, analyses/testen, softwareontwikkeling, IE- en marktonderzoek,…). Een onderaannemer ontleent de facto geen rechten uit het project.
     
  2. Samenwerking met bedrijven
    Samenwerking met bedrijven uit de toeleverings- en/of de verwerkende industrie wordt aangemoedigd. Dit kan als onderaanneming (zie boven),  door het opzetten van een gemeenschappelijk project met één of meerdere bedrijven, of door het creëren van een spillover effect naar bedrijven in de agrovoedingsketen. Bij een samenwerking met één of een beperkt aantal bedrijven moet het innovatietraject van de bedrijven leiden tot nieuwe kennis, die praktisch kan toegepast worden en zo bijdraagt tot economische en eventueel ruimere maatschappelijke toegevoegde waarde.
     
  3. Samenwerking met niet-Vlaamse partners
    Niet-Vlaamse partners kunnen ingeschakeld worden indien hun expertise vereist is. De relevantie hiervan dient aangetoond te worden. Niet-Vlaamse partners kunnen enkel optreden als onderaannemer. 

Wie is de doelgroep? 

De doelgroep van de LA-trajecten zijn in eerste instantie de land- en tuinbouwbedrijven uit de primaire sector. Het creëren van een spillover effect naar bedrijven in de agrovoedingsketen wordt aangemoedigd, maar mag niet de focus van het traject zijn. De finaliteit van een LA-traject moet steeds gericht zijn op het duurzamer en competitiever maken van de land- en tuinbouwsector.

Wat verwachten we? 

Aanpak 

Kenmerkend voor LA-trajecten is dat men het volledige traject van kennisverwerving tot kennisoverdracht en het concreet toepassen van die kennis bij de doelgroep bedrijven kan integreren in één project. Het werkprogramma wordt modulair samengesteld in functie van de behoeften/noden. 
Er dient een duidelijk plan van aanpak voor een ruime verspreiding van de kennis en valorisatie van de resultaten voorgelegd te worden bij de indiening van een projectaanvraag. Voor het opvolgen van het verloop/succes van het project moet een set van relevante indicatoren en bijhorende streefcijfers opgesteld worden, met bijzondere aandacht voor de concrete innovaties/veranderingen die bij de doelgroep worden nagestreefd.

Functionele gebruikersgroep

Om de interactie met de doelgroep te stimuleren dient een functionele gebruikersgroep opgericht te worden, die een representatieve vertegenwoordiging van de doelgroep is en op regelmatige tijdstippen samenkomt. De gebruikersgroep bewaakt de realisatie van de projectdoelstellingen,  heeft een rol in de aansturing en uitvoering van het project en bij de kennisdoorstroming en valorisatie van de projectresultaten. 

Valorisatie

Valorisatie houdt in dat de ontwikkelde kennis reeds tijdens het traject effectief gebruikt wordt door de bedrijven en/of organisaties uit de doelgroep. En dat de veranderingen die met het implementeren van deze kennis gepaard gaan, aanleiding geven tot een economische meerwaarde voor de doelgroep-bedrijven. 

Hoe lang duurt een LA-traject?

De projectduur van een LA-traject bedraagt in principe 4 jaar, maar LA-trajecten kunnen een looptijd hebben van minimaal 2 tot maximaal 6 jaar, met een tussentijdse evaluatie om de 2 jaar. Voor projecten met een doorlooptijd langer dan 4 jaar worden voor de tussentijdse evaluatie na 4 jaar externe deskundigen ingeschakeld.

Hoeveel personeel mogen werkzaam zijn op een LA-traject? 

Er mogen maximaal 8 VTE’s tewerkgesteld worden. Dit mag echter geen streefdoel op zich zijn. Het aantal VTE’s  dient in verhouding te staan met de na te streven doelstellingen. Bij samenwerking tussen partners moet erover gewaakt worden dat de inzet van personeel en middelen niet teveel wordt versnipperd. 

Contact

Adres
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Afdeling Innovatiesteun

Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
België

Telefoon
E-mail