IoT gestuurde mobipunten
Het project had als doelstelling een beleidstool ter ondersteuning van de implementatie en evaluatie van mobipunten te ontwikkelen met integratie van bestaande en nieuwe IOT-datasets. Hiertoe werd het project opgedeeld in verschillende werkpakketten.
- Werkpakket 1: bepalen wensen beleidsanalyse
- Werkpakket 2a: ontsluiting data
- Werkpakket 2b: framework analysetool
- Werkpakket 3: aanbesteding proof of concept
- Werkpakket 4: ontwikkeling proof of concept
Alle werkpakketten werden uitgevoerd door het project. Er trad echter wel vertraging op waardoor het project 6 maanden werd verlengd tot een totale duurtijd van 30 maanden.
Het project werd opgestart met een stuurgroep van op 23 januari 2020 in het Administratief Centrum in Aalst waarbij een ruime groep actoren werd verzameld, zowel vanuit de lokale overheden die het project opstarten, de Vlaamse administraties (Departement Mobiliteit, De Lijn, Vlaio, Digitaal Vlaanderen) als andere projecten met raakvlakken (S-LIM). De opstart van het project werd vastgelegd op 1 maart 2020.
De gevolgen van de coronapandemie waren bij de opstart van het project sterk voelbaar voor de voortgang van het project, voornamelijk omdat bij de opstart van het project en de werkpakketten 1 en 2 net een reeks participatie sessies waren ingepland. In het voorjaar van 2020 was er binnen de organisatie nog slechts beperkte ervaring met digitale alternatieve werkvormen uit te werken ter vervanging van de fysieke werksessies. Er werd beslist om de eerste 2 geplande werksessies rond het bepalen van de wensen van de beleidsanalysetool te vervangen door een digitale bevraging. Een bijkomend voordeel hiervan was dat het verzamelen van input kon worden opengetrokken tobt voorbij 6 lokale besturen die het project hadden ingediend en ook andere Vlaamse steden en gemeenten hun input konden geven. De digitale bevraging werd georganiseerd in de zomer van 2020 en verwerkt in functie van een bespreking op 2 september 2020.
Op dezelfde projectwerkgroep werd eveneens beslist om de derde werksessie wél plaats te laten hebben, zij het in een digitale alternatieve vorm. Deze sessie werd gehouden op 16 november 2020 waarbij via een digitale brainstormtool de eerste elementen voor het analysemodel werden besproken. De resultaten van de bevraging werden bovendien beschreven in een eerste rapport "Naar slimme evaluatie van mobipunten". Op deze manier werden de doelstellingen van werkpakket 1 behaald, hetzij op een licht alternatieve wijze.
Ondertussen werd een overheidsopdracht doorlopen voor de aanstelling van een externe partner voor de uitvoering van werkpakket 2. Het consortium stond vervolgens in voor de uitvoering van werkpakket 2. De werksessie van 16 november 2020 werd gebruikt om de nodige input vanuit de lokale besturen aan het studiebureau door te geven. Daarnaast was er regelmatig overleg tussen SOLVA en Geosparc voor de verdere aansturing. Het eerste rapport voor werkpakket 2 dat werd opgemaakt omvat de beschrijving van "Datasets en strategieën voor de evaluatie van mobipunten". In dit rapport werd een eerste belangrijke inhoudelijke heroriëntering van het project door het consortium aangegeven. In het originele dossier was enkel sprake van een rapport over de ontsluiting van datasets voor het gebruik in een analysemodel. De toevoeging van verschillende strategieën om met data om te gaan vormt een belangrijke meerwaarde in dit rapport. Naast het gebruik van bestaande datasets werden twee alternatieve mogelijkheden naar voren geschoven: potentiële structurele databronnen en het inschakelen van het mobipunt als sensor hub. Vooral die laatste toevoeging zal in de rest van het project van groot belang blijken.
Rapport 2 over de strategieën en datasets werd besproken op het projectteam van 12 maart 2021 waarbij door de projectpartners ook het belang van de strategieën werd erkend. Op hetzelfde overleg werd eveneens de inhoud van rapport 3 besproken. Dat rapport vormt de aanzet voor een maturiteitsmodel voor de evaluatie van mobipunten waarbij het rapport gebaseerd werd op de beleidsdoelstellingen zoals ze in rapport 1 waren gedefinieerd en de strategieën en datasets zoals in rapport 2 besproken. De finale versie van rapport 3 werd besproken op het projectteam op 7 mei 2021. Op deze manier werden werkpakket 1 en 2 na 14 maanden afgerond. Dat is min of meer de timing zoals ze was vooropgesteld. Er werd besloten dat het interessant was om de resultaten van deze eerste twee werkpakketten en de drie afgewerkte rapporten te bespreken op een ruime stuurgroep. Deze stuurgroep werd georganiseerd op 14 september 2021 in de bibliotheek Utopia in Aalst.
Op de stuurgroep werd opnieuw een ruime groep lokale en bovenlokale actoren verzameld om de resultaten van de eerste twee werkgroepen te bespreken en beslissingen te nemen rond de verdere uitvoering van werkpakketen 3 en 4 met de uitwerking van een proof of concept. Het studieconsortium werkte hiertoe een voorstel uit met de uitwerking van een het model zoals beschreven in rapport 3 voor 6 mobipunten in de regio en een opschaling naar de vervoerregio Aalst, maar om daarnaast ook de meerwaarde van de strategie om het mobipunt in te zetten als sensorhub verder te onderzoeken. De stuurgroep ondersteunde de visie dat dit element het meest waardevol was om het tweede projectjaar verder op door te werken. De stuurgroep besloot om deze opdracht toe te kennen aan het consortium als meeropdracht. Daarnaast gaf SOLVA aan de stuurgroep aan een initiatief te plannen om mobipunten in de regio effectief te realiseren.
De effectieve realisatie van mobipunten in de regio was doorheen het project een onverwacht groot probleem. Bij de opmaak van het dossier waren in alle 6 de steden en gemeenten van het projectgebied al concrete plannen om mobipunten in te richten. In 2020 werd echter vanuit Vlaanderen in de vervoerregio's het concept Hoppinpunten gelanceerd dat verder bouwt op deze mobipunten. De Hoppinpunten werden ingeschakeld binnen de regionale vervoersplannen en vanuit Vlaanderen werd een subsidiemechanisme voor Hoppinpunten uitgebouwd. Hoewel dit initiatief helemaal in lijn ligt met de doelstelling van het project IOT-gestuurde mobipunten lijkt het erop dat de inpassing van het concept mobipunten als Hoppinpunten ervoor zorgde dat de realisatie op het terrein sterke vertraging opliep. Begin 2023 zijn er binnen de betrokken gemeenten nog steeds geen mobipunten of Hoppinpunten gerealiseerd waardoor de geplande testomgeving in de praktijk niet bestaat. Dit vormt een belangrijke belemmering voor de goede realisatie van het geplande proof of concept. Dit blijkt een probleem dat binnen verschillende regio's bestaat. Niet alleen de inkanteling van het concept mobipunten binnen het regionaal mobiliteitsplan als Hoppinpunten zorgde voor bijkomende complexiteit en een vertraging van de uitrol op het terrein. Droegen eveneens soms bij tot een vertraging in de realisatie: het ontbreken van budgetten t.b.v. realisatie van mobipunten/Hoppinpunten in de gemeentelijke begrotingen, en de nodige afstemming van infrastructuurwerken t.b.v. mobipunten/Hoppinpunten met reeds geplande werken (eg. wegaanleg, riolering, distributie...) Om aan dit laatste tegemoet te komen, werd in de regio Leiedal ingezet op het ontwerp van een verplaatsbare mobipunt-infrastructuur. Er werden op deze manier reeds 4 mobipunten uitgerust sinds november 2022. Doelstelling hierbij is om ook in tijdelijke situaties (bvb. in afwachting van infrastructuurwerken) of wanneer een permanente installatie (nog) niet mogelijk is (bvb. nog geen duidelijkheid over finale locatie), tech te kunnen voorzien in een kwalitatieve mobipunt-infrastructuur die gebruikers een maximaal comfort biedt. Deze tijdelijke installaties kunnen eveneens als testomgeving/sensorhub functioneren. Zeker bij deze tijdelijke installaties zal het verzamelen van data over het gebruik en functioneren van het mobipunt in z'n omgeving een belangrijke rol spelen in de evaluatie en eventueel bijsturen van het mobipunt.
Daarnaast zorgt de inkanteling van mobipunten als Hoppinpunten binnen de regionale mobiliteitsplannen er eveneens voor dat de evaluatie van mobipunten niet langer zinvol is op het lokaal niveau, maar bij voorkeur eveneens door de vervoerregio Aalst kan gebeuren op regionaal niveau. Daaraan werd op de stuurgroep van 21 september al deels tegemoet gekomen door aan te geven dat een analysemodel voornamelijk op dat niveau moet kunnen werken. Het verklaart eveneens de keuze om vooral in te zetten op het mobipunt als sensorhub bij het Proof of Concept.
Na de stuurgroep werd het najaar van 2021 gebruikt door het studieconsortium om de besliste aanpak verder uit te werken met focus op de realisatie van een proof of concept rondom het concept van een sensorhub. De meeropdracht werd goedgekeurd op de Raad van Bestuur van SOLVA op 5 oktober 2021.
Om de sensorhub beter uit te werken werd op 25 januari 2022 een digitale workshop georganiseerd rondom dit thema "mijn hoppinpunt als sensorhub". De workshop bracht een diverse groep actoren van binnen en buiten de regio samen en leverde interessante inzichten op die ook gekoppeld konden worden met het VLOCA-traject rond Hoppinpunten. Met dat traject werd alle relevante informatie uit het lopende project gedeeld. Er werd getracht om vanuit dit project maximaal te participeren aan dit Vlaamse traject. Door de goedgekeurde verlenging van het project met 6 maanden kon gestreefd worden naar het realiseren van een effectieve testopstelling op het terrein. Vanuit de lokale besturen was er grote vraag om zo'n fysieke opstelling om de sensorhub zo tastbaardere te maken. Het budget dat initieel bedoeld was voor de aankoop van datasets werd ingezet om de nodige sensoren te voorzien en in april 2022 werd besloten om het station van Erembodegem (Aalst) aan te duiden als locatie voor de testopstelling.
Om diverse redenen, waaronder personeelsproblemen bij de stad Aalst, werd het Hoppinpunt in Erembodegem echter nog steeds niet gerealiseerd, hoewel de plannen in vergevorderde staat zijn. Er werd daarom besloten om de afsluitende stuurgroep van 25 augustus 2022 te organiseren in Erembodegem en meteen aan te grijpen om een plaatsbezoek uit te voeren op de geplande testopstelling. Op deze stuurgroep werd naast het plaatsbezoek aan de geplande opstelling ook een demo gegeven van de proof of concept van de ontwikkelde beleidsanalysetool.
Na het einde van de projectperiode werden in september 2022 effectief de geplande parkeersensoren op de proefopstelling in Erembodegem en de controlesensoren in de rest van Aalst aangebracht. De stad Aalst, SOLVA en Geosparc hebben afgesproken om na de opening van het Hoppinpunt in Erembodegem (planning 2023) effectief nog de nodige analyses uit te voeren om vervolgens te bekijken op welke manier parkeersensoren op duurzame wijze op alle Hoppinpunten in Aalst kunnen worden uitgerold.
Budget
Totaal projectbudget € 205.000,00
Periode
- Startdatum: 01 maart 2020
- Einddatum: 31 augustus 2022
- Duur (in maanden): 30 maanden