TransFormMaker > resultaten
Laatst gewijzigd op 23 januari 2026
Het TransFormMaker (TFM) living lab functioneerde drie jaar lang als een proeftuin om de transitie van de regionale meubelsector van een lineair 'Take-Make-Waste'-model naar een circulaire economie te bewerkstelligen.
Doelstellingen
De algemene doelstelling van het TFM living lab was om samen met ontwerpers, onderzoekers, bedrijven, beleidsmakers en experts te experimenteren in de ontwikkeling van circulaire producten, diensten en systemen.
De belangrijkste inhoudelijke doelstellingen waren:
- De transitie naar een circulaire meubelsector in Vlaanderen tastbaar maken.
- Een duurzame sector creëren die tegelijk competitief blijft in een geglobaliseerde markt.
- Bouwen aan een toekomst waarin grondstoffen blijven circuleren en vakmanschap, innovatie en regionale tewerkstelling hand in hand gaan.
- Het lineaire Take-Make-Waste-patroon doorbreken door de afstand tussen ontginning, productie en gebruik te verkleinen tot regio Vlaanderen.
- Circulaire demonstratoren ontwikkelen en tentoonstellen.
- Een platform creëren voor designtalent en experimenteren met de principes van een meubelpaspoort om de waardeketen transparant te maken.
- De TFM Atlas opzetten om de regionaal beschikbare grondstoffen, bedrijven en ontwerpers in kaart te brengen en te verbinden, met als doel nieuwe verbindingen te creëren tussen alle actoren in de waardeketen.
Belangrijkste leerlessen en resultaten
Het traject leidde tot tastbare resultaten en inzichten die de sector veerkrachtiger, duurzamer en toekomstbestendiger moeten maken.
Belangrijkste resultaten:
- TFM Atlas: Dit instrument bracht de regionaal beschikbare grondstoffen, bedrijven en ontwerpers in kaart en verbond hen met elkaar, wat de basis vormde voor een veerkrachtig regionaal ecosysteem.
- Co-creatie en Demonstratoren (LAB 1): Een intensief co-creatietraject met vijf designtalenten en meubelproducenten uit de regio resulteerde in vijf circulaire cases/prototypes die mogelijke toekomstscenario's voor de sector tastbaar maakten.
- Pilootproject en Circulair Businessmodel (LAB 3): In samenwerking met meubelfabrikant Indera ontwikkelde ontwerper Frederik Aerts een circulair productiesysteem. Dit systeem is gebaseerd op het principe van 'Design for Disassembly'. Het resulterende product, de 'Ecoline', is niet alleen een nieuw product, maar vormt de start van een circulair businessmodel en collectie gericht op onderhoud en herstel.
- Kennisdeling: Het project resulteerde in verschillende expo-formats en workshops, zoals de Enzo Mari Hackathons, die 43 jongeren op een laagdrempelige manier lieten kennismaken met circulair ontwerp en het gebruik van lokale houtreststromen. Deze resultaten werden digitaal gearchiveerd en dienden als basis voor de documentatie op de TFM-website.
- Educatie: Om de circulaire ontwerpers van de toekomst te klaar te stomen, werden verschillende circulaire designstrategiën aangereikt en ingebed in het curriculum van de opleiding Productdesign te LUCA School of Arts Campus C-mine/Genk.
Belangrijkste leerlessen:
- De rol van de ontwerper is systemisch: Een cruciaal inzicht is dat ontwerpers niet alleen meubels, maar ook netwerken, relaties en systemen vorm kunnen geven. Dit onderstreept het belang van de ontwerper als katalysator in de waardeketen.
- Flexibiliteit is cruciaal: Het living lab toonde aan dat aanpassingsvermogen een sleutelfactor is. Bij de opstart van LAB 3 (Furniture As A Service) faalde een van de partners, Veldeman Bedding, door een faillissement. Ondanks deze tegenslag kon het project de oorspronkelijke inhoudelijke doelstellingen handhaven en de ontwikkeling van het circulaire productiesysteem succesvol voortzetten met de overblijvende partner, Indera.
- Waarde van een frisse blik: De co-creatie toonde de grote waarde aan van een onbevangen, frisse blik op bestaande bedrijfsprocessen. De samenwerking met designtalent en partners met een andere achtergrond (zoals een lederatelier) opende het perspectief op o.a. de reststromen van het bedrijf, wat leidde tot onverwachte en inspirerende experimenten.
- Regionale verankering werkt: De experimenten, zoals de Enzo Mari Hackathons, toonden aan dat de samenwerking met lokale partners en het gebruik van regionale reststromen kan leiden tot een functionerend, geïntegreerd circulair netwerk binnen een specifieke regio.
Foto door Michael Warf op Unsplash.com