Europa mee op de fiets: hoe EFRO fietssnelwegen in Oost-Vlaanderen vooruithelpt
Wie in Oost-Vlaanderen de fiets neemt naar het werk, het station of de school, merkt het misschien niet altijd. Maar achter een vlotte rit schuilt vaak een stevige samenwerking tussen Europa, Vlaanderen, de provincie, steden en gemeenten. Dankzij EFRO-steun worden missing links op fietssnelwegen weggewerkt: met bruggen, tunnels en veilige aansluitingen die duurzame mobiliteit elke dag makkelijker maken. Koen De Visscher, projectingenieur kunstwerken fietssnelwegen bij de Provincie Oost-Vlaanderen, en Kristof Wieme, projectmanager bij het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), vertellen hoe zulke investeringen het verschil maken.
Waarom zijn fietssnelwegen vandaag zo belangrijk?
Koen: “Fietssnelwegen zijn veel meer dan snelle fietsverbindingen. Ze zijn de ruggengraat van een netwerk dat mensen op een veilige, comfortabele en logische manier naar hun bestemming brengt. In Oost-Vlaanderen verbinden ze sterke kernen zoals Gent, Sint-Niklaas, Lokeren, Dendermonde, Aalst, Oudenaarde en Deinze. Als je wil dat meer mensen de fiets nemen voor dagelijkse verplaatsingen, moet de route betrouwbaar aanvoelen van begin tot einde.”
De kracht van één ontbrekende schakel
Waar maken bruggen en tunnels het grootste verschil?
Kristof: “Een fietssnelweg lijkt soms vanzelfsprekend, tot je aan een spoorlijn, kanaal of drukke gewestweg komt. Net daar wordt de kwaliteit van de hele route bepaald. Moeten fietsers omrijden, wachten of een moeilijk kruispunt oversteken, dan haken sommigen af. Met een fietsbrug of -tunnel halen we zo’n barrière weg. Plots wordt de route veiliger, vloeiender en aantrekkelijker.”
Wat doet EFRO daar concreet voor?
Koen: “EFRO maakt het mogelijk om sneller en gerichter te investeren in die cruciale schakels. Europese middelen versterken de Vlaamse, provinciale en lokale inspanningen. Voor fietsers is dat heel tastbaar: een tunnel waar vroeger een onveilige oversteek lag, een brug waar een omweg nodig was, of een verbinding die eindelijk logisch doorloopt.”
Goede fietsinfrastructuur verbindt routes, mensen en dagelijkse bestemmingen.
Samen bouwen aan routes die kloppen
Hoe krijg je zo’n project gerealiseerd?
Koen: “Geen enkele partner kan dit alleen. De provincie werkt aan het bovenlokale fietsnetwerk, maar bij kunstwerken zoals bruggen en tunnels heb je vaak ook gemeenten, steden, Vlaanderen, AWV, spoor- of waterwegbeheerders en Europa nodig. De meerwaarde zit net in die samenwerking: iedereen brengt een stukje expertise, financiering of terreinervaring in. Zo groeit een verzameling projecten uit tot één samenhangend fietsnetwerk.”
Landegem: comfortabel over het Schipdonkkanaal
Wat verandert er voor fietsers in Landegem?
Koen: “Op zo’n locatie gaat het om meer dan een brug alleen. Een fietssnelweg moet comfortabel en logisch aanvoelen, ook wanneer ze een kanaal of spoorweg kruist. Vandaag moeten fietsers in Landegem nog via een smal en steil dienstpad langs de spoorbrug. De nieuwe fietsbrug over het Schipdonkkanaal maakt de F6 tussen Gent en Brugge veiliger en aantrekkelijker. De investering bedraagt ongeveer 5,3 miljoen euro, met 1,2 miljoen euro EFRO-steun.”
Beveren: veilig onder de N70
Waarom is de fietstunnel in Beveren zo belangrijk?
Koen: “De F4 Gent–Antwerpen is een belangrijke woon-werkroute. Maar een drukke gewestweg zoals de N70 kan voor fietsers een harde onderbreking vormen. De nieuwe fietstunnel maakt van die barrière een veilige, ongelijkgrondse kruising. Daardoor wordt niet alleen één punt veiliger, maar wint de volledige fietssnelweg aan kwaliteit. De investering bedraagt ongeveer 2,7 miljoen euro, waarvan 0,7 miljoen euro EFRO-steun.”
Oudenaarde: vlot over de Ronseweg
Wat maakt de fietsbrug over de N60 in Oudenaarde bijzonder?
Kristof: “De Ronseweg is een drukke verkeersas. Voor fietsers op de fietssnelweg vormt zo’n weg een duidelijke onderbreking. Met de nieuwe stalen fietsbrug zorgen AWV, de Provincie Oost-Vlaanderen en de stad Oudenaarde voor een veilige en conflictvrije oversteek. De brug wordt ongeveer 375 meter lang. Tegelijk leggen we 1,4 kilometer nieuwe fietssnelweg aan op een oude spoorwegbedding tussen Onderbos en de Watermolenstraat. Zo ontstaat een comfortabele verbinding tussen Kortrijk, Ronse, Oudenaarde en Gent. De investering bedraagt ongeveer 6,8 miljoen euro, met 1 miljoen euro EFRO-steun.”
Zelzate, Gent en Dendermonde: kleine schakels, grote impact
Waarom zijn ook lokale schakels zo waardevol?
Koen: “Omdat een fietsroute pas echt werkt als ze overal goed aansluit. In Zelzate leidt een fietstunnel onder spoorlijn 55 fietsers veiliger naar de F423, de F41 en de grens met Nederland. In Gent versterkt een brug over de Leie aan de Fabiolalaan de fietsverbindingen in een drukke stedelijke omgeving. Dendermonde toont mooi hoe één tunnel een heel knooppunt kan versterken. Vijf fietssnelwegen komen er samen: F44 Gent–Mechelen, F43 Aalst–Sint-Niklaas, F19 Dendermonde–Boom, F221 Dendermonde–Asse en F413 Lokeren–Dendermonde. De tunnel verbindt het station met het Kalendijkgebied en met functies zoals AZ Sint-Blasius, Huis van het Kind en de Federale Politie. Dat is precies de kracht van goede fietsinfrastructuur: ze verbindt niet alleen routes, maar ook mensen, wijken en dagelijkse bestemmingen.”
Meer fietsers, meer overtuiging
Zie je dat effect ook in de cijfers?
Koen: “Ja. De Oost-Vlaamse fietssnelwegen worden intensief gebruikt. In 2024 telden dertien vaste fietstelpalen samen meer dan 3,49 miljoen fietsers. Sinds de eerste tellingen in 2018 is het fietsgebruik op die locaties met ruim 50% gestegen. Dat bevestigt wat we op het terrein voelen: als je missing links wegwerkt, groeit het vertrouwen in de fiets als dagelijks vervoermiddel.”
Meer dan beton, staal en asfalt
Wat betekent zo’n brug of tunnel voor de dagelijkse fietser?
Kristof: “Een brug of tunnel is natuurlijk een technisch werk. Maar voor de gebruiker gaat het vooral over comfort, veiligheid en voorspelbaarheid. Je hoeft niet te wachten aan een druk kruispunt, je hoeft geen ingewikkelde omweg te maken en je voelt dat de route klopt. Dat maakt fietsen vanzelfsprekender.”
Europa wordt zichtbaar langs de fietsroute
Waarom passen deze projecten zo goed binnen EFRO?
Koen: “Van de F4 tussen Gent en Antwerpen tot de F6 richting Brugge, van de Vlaamse Ardennen tot de Denderstreek en van de Gentse stationsomgevingen tot North Sea Port: elk project haalt een barrière weg. Samen maken ze van de fiets een veilig, comfortabel en geloofwaardig alternatief voor steeds meer verplaatsingen. Zo rijdt Europa elke dag een stukje mee.”
Kristof: “Omdat Europese steun hier letterlijk zichtbaar wordt in de publieke ruimte. Het gaat om infrastructuur die mensen elke dag gebruiken: een brug op weg naar het werk, een tunnel aan het station, een veilige verbinding tussen twee gemeenten. Zulke projecten versterken duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en leefbaarheid tegelijk.”
Europese steun wordt hier zichtbaar in infrastructuur die mensen elke dag gebruiken.