De beste plek voor een stuw? Kijk op de kaart
Vlaamse landbouwers krijgen steeds vaker af te rekenen met droogte. Water langer vasthouden op het eigen terrein kan helpen, bijvoorbeeld met kleine stuwtjes in afvoergrachten. Alleen: waar plaats je die het best? Boerennatuur Vlaanderen, de Bodemkundige Dienst en KU Leuven ontwikkelden met steun van VLAIO een stuwviewer die geschikte locaties in kaart brengt.
“Vlaanderen is een heel droogtegevoelige regio”, vertelt Steve Meuris, regiocoördinator bij Boerennatuur Vlaanderen. Er zijn weinig grote watervoerende rivieren en een groot deel van de bodem is verhard. De voorbije tien jaar kregen landbouwers bovendien meermaals met droogte te maken, met schade aan hun gewassen tot gevolg.
Kleine stuwtjes kunnen voorkomen dat regenwater te snel via afvoergrachten verdwijnt. Een stuw remt het water af, waardoor het langer ter plaatse blijft en meer tijd krijgt om in de bodem te trekken.
De maatregel is eenvoudig, maar wordt in Vlaanderen minder toegepast dan in Nederland. Een van de redenen: het was niet altijd duidelijk waar je zo'n stuw het best plaatst. Het idee om die zoektocht met een kaart te vergemakkelijken, haalden de projectpartners uit Nederlands Limburg, waar al een gelijkaardige toepassing bestond.
Niet elke gracht is geschikt
De stuwviewer bestrijkt voorlopig de Vlaamse Zandstreek en de Kempen. Niet toevallig: de vlakke, goed doorlaatbare zandbodems maken die regio's bijzonder geschikt om water via stuwen langer vast te houden.
Wat de kaart doet, is je zoekproces gigantisch vergemakkelijken, zodat je veel sneller aan de terreinfase kunt starten.
Wie inzoomt op een gebied, ziet meteen welke grachten en omliggende landbouwpercelen groen, geel, oranje of rood zijn aangeduid. Bij de grachten is vooral de helling belangrijk: hoe vlakker een gracht, hoe verder het effect van één stuw zich kan uitstrekken. Bij de omliggende percelen tellen onder meer de bodem, het reliëf en de ligging in het landschap mee.
Een groen ingekleurde gracht met groen ingekleurde percelen ernaast vormt een interessante plek om verder te onderzoeken. Of een stuw er ook echt haalbaar is, moet je vervolgens ter plaatse bekijken en bespreken met de betrokken eigenaars. “Wat de kaart doet, is je zoekproces gigantisch vergemakkelijken, zodat je veel sneller aan de terreinfase kunt starten.”
Meer dan een kaart voor landbouwers
De kaart is publiek toegankelijk. Niet alleen landbouwers kunnen ermee aan de slag, maar ook gemeenten en provinciale diensten, polders en wateringen, regionale landschappen en landbouworganisaties. Gemeenten kunnen er bijvoorbeeld locaties mee zoeken om acties uit hun hemelwater- en droogteplannen in de praktijk te brengen.
Dat gebeurt intussen al op verschillende plaatsen. Zo ging Boerennatuur Vlaanderen er samen met lokale partners mee aan de slag in onder meer Sint-Katelijne-Waver.
En doet zo'n stuw iets?
Een goede plek vinden is één ding. Maar heeft zo'n stuw daar ook echt effect? Dat onderzochten de projectpartners in vier gebieden, waar ze met sensoren en peilmetingen de grondwaterstand volgden.
De resultaten tonen een duidelijk effect, maar ook grote verschillen. De grondwaterstijging bedraagt gemiddeld tien centimeter, maar kan lokaal, dicht bij sommige grachten, oplopen tot dertig centimeter. “We zien duidelijk dat stuwen een positief effect hebben op de grondwaterstand. Maar je kunt niet zomaar zeggen: zoveel stuwen leveren zoveel grondwaterstijging op.”
We zien duidelijk dat stuwen een positief effect hebben op de grondwaterstand. Maar je kunt niet zomaar zeggen: zoveel stuwen leveren zoveel grondwaterstijging op.
Hoe groot het effect is, hangt af van verschillende factoren. De bodem en het aantal stuwen spelen een rol, maar ook de teeltkeuze, het weer, de nabijheid van grotere waterlopen en de afstand tot de stuw. Een vaste rekensom bestaat dus niet.
Een meeropbrengst bij gras en maïs kon over het algemeen aangetoond worden in de zandstreek. Daarnaast is er natuurlijk ook maatschappelijke impact: meer natuurwaarde en minder overstromingsgevoeligheid bijvoorbeeld.
Van onderzoek naar praktijk
Steve kijkt tevreden terug op het vierjarige VLAIO-landbouwtraject, zowel op de resultaten als op de communicatie en samenwerking tussen de partners. “Het VLAIO-kader werkt heel aangenaam. Natuurlijk komt er administratie bij kijken, maar die blijft goed werkbaar.” Tijdens het project kwamen er ook verschillende demonstraties op het terrein. Zo werden in Sint-Gillis-Waas alleen al meer dan vijftig stuwtjes geplaatst.
Toch zijn nog niet alle vragen beantwoord. De partners willen onderzoeken of stuwen ook op de zwaardere bodems van de zandleemstreek interessant zijn. Ook landbouwers zelf zitten nog met vragen, bijvoorbeeld over wat er met het bodemleven gebeurt als landbouwgrond in de winter langere tijd nat blijft. De partners hopen daarom een nieuw VLAIO-traject op te starten.
Oproep landbouwtrajecten
Wil je een innovatieve oplossing aanbieden voor een concreet probleem of een vraag uit de primaire land- en tuinbouwsector? Je kan jouw landbouwtraject indienen tot dinsdag 1 december 2026.