Comfort betekent veiligheid voor vrouwen in uniform
Steeds meer vrouwen kiezen voor een carrière bij leger en politie. Het kogelwerend vest bleef intussen ontworpen op de fysionomie van de man. Het Ardooise Sioen, wereldspeler in technische textiel en beschermkledij, ziet die vraag naar aangepaste bescherming snel groeien, mee bepaald door de geopolitieke context. Met een haalbaarheidsstudie van VLAIO onderzoekt het bedrijf hoe het een kogelwerend vest kan ontwikkelen dat vertrekt vanuit de vrouwelijke lichaamsvorm, in plaats van een verkleinde mannenmaat.
De kwetsbare plek
Een kogelwerend vest bestaat meestal uit drie schillen: een harde plaat vooraan, een soepel kogelwerend paneel daaronder en een textiellaag errond. Voor een mannenlichaam is dat een beproefde solide oplossing. Voor een vrouwenlichaam ligt dat anders, vertelt Kristof Daels, die bij Sioen verantwoordelijk is voor de commerciële kant van het project. “Als je het front van een kogelwerend vest bekijkt, drukt dat vandaag vaak nauw op de borst. Voor vrouwen is dat een reëel comfortprobleem. Maar het gaat verder dan comfort alleen: tussen beide borsten ontstaat een open ruimte zonder vulling onder het kogelwerende paneel. Dat verdient extra aandacht om de impact te weerstaan zoals voor een mannenlichaam.”
Dat discomfort is niet zomaar een kwestie van draagcomfort. Wie zich beperkt voelt in zijn bewegingsvrijheid of voortdurend afgeleid wordt door een knellend vest, verliest net die aandacht die in een kritieke situatie het verschil maakt.
Om het risico van een pentrerende kogel te objectiveren, gebruikt Sioen testnormen van een Brits normeninstituut, met een testondergrond die onder een kogelwerend paneel geplaatst wordt. Het bedrijf ontwikkelde daarvoor een eigen ‘vrouwenvorm’ uit klei om intern te testen, al blijft de uiteindelijke certificering steeds bij een externe, geaccrediteerde partij liggen. Veerle Regoudt, verantwoordelijk voor onderzoek en ontwikkeling bij Sioen, vat het probleem samen: “Voor vrouwen zijn er wel oplossingen op de markt, maar die zijn zelden goed uitgewerkt. Vaak kiest men dan toch voor een maat groter, of stapelt men extra lagen. Dat maakt het net weer te dik en oncomfortabel, zeker onder de armen.”
Een eerste stap
Sioen is sinds enkele jaren partner van Defensie voor het Belgian Defence Clothing System (BDCS), een vijftienjarige samenwerking rond een modulair multilayer-systeem van operationele kledij, met inbegrip van kogelwerende bescherming. Binnen dat contract leverde Sioen voor het eerst een broek en bovenstuk die specifiek voor vrouwen ontworpen zijn, in plaats van de kleinste herenmaat. Toch bleef de vraag of een grondiger onderzoek naar een écht vrouwvriendelijk kogelwerend vest haalbaar was.
Intern bestond daarover twijfel, vertelt Veerle. “Het gaat om een kleinere markt dan onze grote volumeproducten, dus dat vraagt financieel wel een stap. We wisten niet meteen of dat financieel haalbaar zou zijn. Daarom ben ik externe hulp gaan zoeken en ben ik bij VLAIO terechtgekomen.” VLAIO-bedrijfsadviseur Tine Demoor hielp Sioen bepalen welk traject bij die vraag paste: een haalbaarheidsstudie, om eerst te onderzoeken welke materialen en werkwijze bruikbaar zijn, vóór er verder ontwikkeld wordt.
Millimeterwerk
"Het is millimeterwerk", geeft Veerle aan. "Want elke vorming beïnvloedt uiteindelijk ook de bescherming." In de haalbaarheidsstudie brengt Sioen eerst de materialen in kaart: sommige zijn van nature soepel genoeg, andere hebben net wat meer vorming nodig. Daarnaast zocht het bedrijf, via maatnames, naar de vorm die het best aansluit op een vrouwelijke torso. Die vorm bepaalt op haar beurt een specifieke mal, op maat gemaakt voor de machine waarmee Sioen het kogelwerend paneel vormgeeft.
Voor die machine werkt Sioen samen met een externe partner, actief in de confectiewereld. Geen volledig nieuwe technologie, legt Veerle uit: “Het is een machineconcept dat we kennen uit de confectie. Wij zagen dat het potentieel heeft voor wat wij willen doen, en hebben dat samen verder onderzocht.” De mal zelf is intussen in productie. Cruciaal daarbij is dat één mal verschillende maten moet kunnen bedienen: voor elke maat apart een mal laten maken, is financieel niet haalbaar.
Ook snelheid speelt mee. Een vormingsproces dat een half uur duurt, is in onze industriële omgeving niet wenselijk, zegt Veerle. “Een deel van het onderzoek is dus ook: hoeveel tijd hebben we nodig om die vorm te maken? Kunnen we dezelfde bescherming bieden, met een proces dat industrieel op te schalen is, zodat het product ook commercieel leefbaar blijft?”
Intern testen, extern bevestigen
Sioen simuleert de vereiste normtesten eerst in eigen labo, voordat het naar externe certificering stapt. Volgens Kristof haalt het bedrijf daardoor een slaagpercentage van ongeveer 95 procent bij die externe testen. “Wij gebruiken dezelfde methodologie, maar zijn zelf niet geaccrediteerd om een certificaat af te leveren”, verduidelijkt Veerle.
Rond de eigenlijke materiaalkeuze houdt Sioen de kaarten tegen de borst. Het bedrijf werkt weliswaar samen met externe partners voor gespecialiseerde onderdelen, maar deelt zijn methodiek om nieuwe materialen te beoordelen niet met leveranciers, net omdat diezelfde leveranciers ook aan concurrenten leveren. “We beschermen dat volledig”, zegt Kristof, die verwijst naar het eigen compliance-programma en de veiligheidsscreening die binnen de defensiesector gebruikelijk is.
Niet dames, maar morfologie
Sioen vermijdt bewust de term ‘damesoplossing’. Bepaalde lichaamsvormen, ook bij mannen met een uitgesproken gespierde borstkas, vragen om dezelfde aanpak. Het bedrijf spreekt daarom liever over een morfologische tegenover een uniseksoplossing. Die redenering zit al verwerkt in een bestaand contract met een Nederlandse politie-eenheid voor speciale operaties, waarbij zowel een morfologische als een uniseksversie geleverd wordt.
Een markt die niet stilstaat
De vraag naar aangepaste bescherming voor vrouwen groeit ook internationaal. Een Europese defensie-eenheid liet Sioen weten dat de behoefte aan zulke oplossingen, alleen al in één land, kan oplopen tot enkele tienduizenden stuks. Sioen bekijkt op dit moment of een vervolgtraject via een Europees defensieproject mogelijk is, maar houdt de details daarvan voorlopig nog voor zich: de markt is sterk in beweging en de concurrentie leest mee.
Voor Kristof blijft het simpel: “We hebben nauw contact met de mensen binnen defensie die met onderzoek en innovatie bezig zijn. De duw in de rug van VLAIO was daarna doorslaggevend om de juiste aanpak op punt te stellen. Uiteindelijk draait het voor Sioen niet om een apart vrouwenproduct, maar om comfort voor en bescherming van de persoon die ze het draagt.”