Duidelijkheid over toekomstige transitiecontracten voor de industrie
De Vlaamse Regering heeft de krijtlijnen vastgelegd voor de toekomstige oproepen voor transitiecontracten. Hiermee wordt duidelijk hoe bedrijven de komende jaren effectief steun kunnen krijgen voor grootschalige projecten die investeren in CO₂-afvang en -opslag of in CO₂-arme technologie.
Het ondersteuningsprogramma voorziet 2 miljard euro over 10 jaar om de Vlaamse industrie te begeleiden in de transitie naar een groenere toekomst. De transitiecontracten bieden langdurige investeringszekerheid en helpen bedrijven de hoge investerings- en operationele kosten van klimaattechnologieën te overbruggen.
Transitiecontracten: krijtlijnen voor een structureel ondersteuningsprogramma voor de industrie
De aanpak bestaat uit twee sporen:
1. een éénmalige grootschalige oproep voor CO₂-afvang en -opslag (CCS) in de energie-intensieve industrie
Voor heel wat bedrijven in de energie-intensieve industrie is CCS vandaag één van de weinige haalbare opties om uitstoot substantieel te reduceren. Tegelijk gaan deze projecten gepaard met hoge investeringskosten en aanzienlijke risico’s, onder meer door de nood aan nieuwe transport- en opslaginfrastructuur.
Vlaanderen kiest daarom voor een gecoördineerde aanpak met één grote oproep, waarbij meerdere projecten gelijktijdig worden geselecteerd. Zo moet voldoende schaal worden gecreëerd om ook de opstart van de CO₂-waardeketen en bijhorende infrastructuur mogelijk te maken. De oproep wordt ten laatste in 2028 gelanceerd. Voor deze oproep is een indicatief bedrag van 100 miljoen euro per jaar voorzien.
VLAIO bestudeert nog of:
- een deelname van afvalverbrandingsinstallaties aan een CCS-oproep mogelijk is.
- een steunperiode van 10 jaar voldoende lang is om de meest relevante risico’s af te dekken, met inbegrip van de budgettaire effecten ervan. Dit gebeurt in lijn met het advies van Klimaatsprong voor de Industrie.
2. meerdere technologieneutrale decarbonisatie-oproepen
De oproepen voor decarbonisatie van industriële processen staan zowel open voor de energie-intensieve industrie als een ruime groep industriële bedrijven. De oproep laat een brede waaier aan technologieën toe.
De overheid schrijft daarbij geen specifieke oplossingen voor: projecten worden geselecteerd op basis van hun kost per vermeden ton CO₂. Daardoor krijgen de meest efficiënte en impactvolle investeringen voorrang. De projectoproepen werken met standaardcategorieën. Voor ambitieuze projecten die niet in een standaardcategorie passen, werkt VLAIO een aanvullende route uit.
Vlaanderen trekt hiervoor indicatief een budget van 800 miljoen euro uit over 10 jaar uit, gespreid over twee tot drie oproepen in 2027, 2028 en/of 2029. De lancering van de eerste oproep wordt verwacht voor de zomer van 2027 met een budget van 200 miljoen euro.
Bij de uitwerking wordt de combinatie met Europese steun toegestaan en aangemoedigd, in de mate dat dit in overeenstemming is met de Europese staatssteunregeling.
Programma Klimaatsprong voor de industrie
De uitrol van de transitiecontracten kadert binnen het programma Klimaatsprong voor de industrie, waarmee Vlaanderen de transitie naar een klimaatneutrale energie-intensieve industrie wil versnellen en de competitiviteit wil behouden. Overheid, bedrijven en kennisinstellingen werken daarin samen aan oplossingen voor verregaande CO₂-reductie in de chemie-, staal- en raffinagesector. De nieuwe oproepen bouwen voort op onder meer de benchmarkstudie over de inzet van bijpascontracten in de buurlanden, de ervaringen uit een eerste pilootoproep in 2025, en op aanbevelingen van Klimaatsprong.
De samenwerking mondt nu uit in een structureel instrument dat investeringen op het terrein kan doen versnellen, zowel voor de energie-intensieve industrie als een ruime groep van andere industriële bedrijven.
Via bijpascontracten ( ‘contracts for difference’)
De middelen die toegekend worden via transitiecontracten worden toebedeeld via het concept van tweezijdige bijpascontracten (‘contracts for difference' of CfD's). Ondernemingen ontvangen een subsidie evenredig met de vermeden CO2-uitstoot. In dit systeem wordt de steun over meerdere jaren gegeven en gekoppeld aan bepaalde economische paramaters bijvoorbeeld de kost van emissierechten. Het rendement van de investering wordt zo tijdens de volledige steunperiode binnen bepaalde grenzen gegarandeerd.
Bij het gebruik van bijpascontracten wordt gewerkt met het principe van tweezijdige bijpascontracten, waar ook een deel van de steun terug kan vloeien naar de overheid als de investering vanaf een bepaald moment rendabel blijkt te zijn.
Volgende stappen
Als volgende stap werkt VLAIO de praktische modaliteiten van beide oproepen uit.
Voor de oproep voor CO₂-afvang en -opslag (CCS) organiseert VLAIO een voorafgaandelijke consultatie.
Voor de decarbonisatie-oproepen bekijkt VLAIO de komende maanden in de uitwerking hoe bedrijven het best geïnformeerd en geconsulteerd kunnen worden.
VLAIO zal beide oproepen tegen eind 2026 voor principiële goedkeuring aan de Vlaamse Regering voorleggen.