Projectsteun voor (semi) publieke laadinfrastructuur (CPT-programma)

Laatst gewijzigd op 16 sep 2022 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
ondernemingen, overheden, organisaties
Voor wat
investeringen in laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
Subsidie via oproep volgens thema
max. € 300.000 - 20 % subsidie - max. € 1.000 per equivalent laadpunt

Wat houdt de maatregel in

Met het actieplan 'Clean Power for Transport (CPT)' wil de Vlaamse overheid inzetten op de omschakeling naar zero-emissievervoermiddelen en vervoermiddelen aangedreven door alternatieve brandstoffen. Ter uitvoering van CPT wordt een projectsubsidie verleend voor een aantal thema's rond laadinfrastructuur via jaarlijkse oproepen. 

Momenteel staat er geen oproep open voor het aanvragen van steun. De vorige oproep liep van 23 juni tot en met 15 september 2022 voor laadinfrastructuur voor personenwagens, bestelwagens en vrachtwagens.

Wie komt in aanmerking

Deze maatregel richt zich zowel tot ondernemingen, besturen en organisaties in het Vlaams Gewest. 

Wat komt in aanmerking

Welke laadinfrastructuur komt in aanmerking

Publieke en semi-publieke laadinfrastructuur voor elektrische personenwagens & bestelwagens 

(Semi-)publieke laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor elektrische personenwagens en bestelwagens op plaatsen die niet behoren tot het publiek domein of behoren tot het publieke domein, waarbij de privaatrechtelijke rechtspersoon een zakelijk recht heeft op een deel van het publiek domein of in parkeergebouwen die behoren tot het publiek domein.

Voorbeelden: Concreet wordt hierbij gedacht aan parkings van supermarkten, parkeergebouwen, sportterreinen, recreatiedomeinen, scholencomplexen, winkelketens, bedrijventerreinen, tankstations, …

Met normaal vermogen worden de laadpalen bedoeld met een vermogen tot en met 22 kW. Met hoog vermogen worden de laadpalen bedoeld met een vermogen van boven 22kW. De laadpunten moeten uitgerust zijn met standaard connectoren (type 2 en type Combo 2).

Niet publieke laadinfrastructuur voor bestelwagens met het oog op emissievrije stedelijke logistiek

Het gaat om laadinfrastructuur voor normaal en hoog vermogen voor bestelwagens die niet publiek toegankelijk is, voor zover ze wordt toegepast om stadskernen emissievrij te beleveren. Dit beperkt zich niet enkel tot centrumsteden. Onder bestelwagens vallen alle voertuigen die als hoofddoel hebben om goederen te vervoeren met een MTM lager dan 3,5 ton.

Alle sectoren (afval, bouw, horeca, kleine leveringen B2B en B2C, food retail, non-food retail, servicediensten en installatie en facilitaire leveringen) komen in aanmerking om gebruik te maken van deze call.

Daarnaast wordt deze laadinfrastructuur niet gebruikt voor individueel of collectief personenvervoer.

Zowel traagladen als snelladen komt in aanmerking. Laadpunten voor vrachtwagens met het oog op emissievrije stedelijke logistiek vallen onder een andere rubriek.

Voorbeelden: Enkele voorbeelden zijn laadpunten voor bestelwagens in stadsrandmagazijnen en laadpunten voor pakketdiensten waarbij er een duidelijke link kan aangetoond worden met de belevering van een kerngebied van een stad. Ook laadpunten voor bestelwagens van stadsdiensten komen in aanmerking.

(Semi-) publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

Hieronder valt laadinfrastructuur voor vrachtwagens die publiek of semi-publiek toegankelijk is. Semi-publieke laadinfrastructuur is minstens 10 uur per etmaal beschikbaar voor alle partijen die er gebruik van kunnen maken. Publieke laadinfrastructuur is 24/7 beschikbaar.

Voor locaties die eigendom zijn van Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) gelden specifieke eisen: Voor locaties waarvoor een concessie werd uitgegeven is toelating nodig van de concessionaris. Deze stemt voorafgaand aan het indienen de plannen af met AWV. AWV stelt enkele locaties in eigen beheer open voor mogelijke projectaanvragen.

Een hoger maximaal steunbedrag is beschikbaar indien er wordt voorzien in een systeem dat reservaties van de parkeerplaats mogelijk maakt. Het gaat om fysieke barrières die andere vrachtwagens weerhouden om de parkeerplaats, horende bij een laadpunt, in te nemen.

Voorbeelden: Laadinfrastructuur voor vrachtwagens die (deels) publiek beschikbaar zijn. Deze kan gelegen zijn op eigen terreinen, op terreinen van openbare besturen of in industrie- en havengebieden. Enkele voorbeelden zijn laders op laadpleinen, nabij rustplaatsen en dienstenzones voor vrachtwagens en private terreinen die een link hebben met logistieke activiteiten.

Niet publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

Hieronder valt laadinfrastructuur die niet publiek toegankelijk is. Deze wordt enkel ter beschikking gesteld voor de eigen vloot of voor logistieke activiteiten die verband houden met industriële activiteiten in de omgeving. Niet publieke laadinfrastructuur wordt niet ondersteund op locaties van AWV.

Voorbeelden: Zowel laders exclusief in dienst van de eigen vloot (bijv. depotladers) als laders voor partners (opportunity chargers bij laad-en loskaaien) als laadpunten op private vrachtwagenparkings komen in aanmerking.

Voorwaarden

Publieke en semi-publieke laadinfrastructuur voor elektrische personenwagens en bestelwagens

  • De laadpunten zijn minstens 10 uur per dag publiek toegankelijk. Ook in het weekend. Tijdens die periode moeten alle gebruikers van een elektrische wagen of bestelwagen die kunnen opladen.
  • Alle gebruikers van elektrische voertuigen kunnen er via een ad-hoc oplaadmogelijkheid laden, zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant.
  • Concreet betekent dit dat je aan de laadpaal kan laden zonder laadpas. Je regelt de betaling dan via een betaalterminal, een QR-code, een app of sms.
  • Aan de laadpunten kan geladen worden met de meest gangbare laadpassen en de prijzen moeten marktconform zijn.
  • De laadpunten worden voorzien van groene stroom.
  • Dit kan bijvoorbeeld door eigen voorziening zoals door een PV-installatie of door een energiecontract met groenestroomleverancier.
  • Bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe.
  • De toelichting van de toe te passen DNSH principes kan u terugvinden in het DNSH-sjabloon.

De informatie over de laadpunten, zoals locatie, vermogen en toegankelijkheid wordt in open dataformats en via open data-uitwisselingsprotocollen ter beschikking gesteld aan Eco-movement((opent in nieuw venster)). De meeste CPO’s bezorgen hun gegevens al aan Eco-movement.

    Niet-publieke laadinfrastructuur voor bestelwagens met het oog op emissievrije stedelijke logistiek

    • Het principe van marktconforme prijzen wordt gerespecteerd.
    • De palen worden van groene stroom voorzien.
    • Bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe.
    • De laadinfrastructuur wordt uitsluitend aangewend voor voertuigen die bestemd zijn voor emissievrije belevering van stedelijke kernen.
    • Met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

    (Semi-) publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

    • De laadpunten zijn minstens 10 uur per dag publiek toegankelijk. Ook in het weekend. Tijdens die periode hebben alle potentiële gebruikers toegang tot de laadinfrastructuur.
    • Alle gebruikers van elektrische voertuigen kunnen er via een ad-hoc oplaadmogelijkheid laden, zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant.
    • De principes van interoperabiliteit met betrekking tot de uitbating en marktconforme prijzen worden gerespecteerd.
    • De palen worden van groene stroom voorzien.
    • De statische en dynamische informatie over de oplaadpunten wordt gedeeld door middel van beheersystemen die een digitale gegevensuitwisseling mogelijk maken.
    • Bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe.
    • Er is een principiële goedkeuring voor het plaatsen en uitbaten van de laadinfrastructuur van de eigenaar, beheerder en/of de concessiehouder van het domein.
    • Met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

    Niet publieke laadinfrastructuur voor hoog vermogen voor elektrische vrachtwagens

    • Het principe van marktconforme prijzen wordt gerespecteerd.
    • De palen worden van groene stroom voorzien.
    • Bij het plaatsen en de uitbating van de oplaadpunten wordt rekening gehouden met het ‘do not significantly harm’ (DNSH) principe.
    • Er is een principiële goedkeuring voor het plaatsen en uitbaten van de laadinfrastructuur van de eigenaar, beheerder en/of de concessiehouder van het domein.
    • Met het oog op het delen van best-practices stemt de indiener in om ten laatste in 2025 deel te nemen aan een onderzoek naar het gebruik van de laadinfrastructuur. De noodzakelijke data voor dit onderzoek wordt ter beschikking. Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.
    Beoordeling

    Publieke en semi-publieke laadinfrastructuur voor elektrische personenwagens en bestelwagens

    Bij het beoordelen wordt rekening gehouden met de mate waarin de laadinfrastructuur bijdraagt aan de doelstellingen uit de laadstrategie en de CPT-visie 2030, de geografische spreiding en schaalgrootte.

    Er wordt op de volgende manier voorrang gegeven aan de projecten:

    • Projecten waarbij de projectindiener geen gebruik kan maken van de fiscale aftrek van laadinfrastructuur in het kader van de vennootschapsbelasting.
    • Projecten voor de uitrol van publieke laadinfrastructuur, (laadinfrastructuur die 24/7 toegankelijk is).
    • Projecten die worden uitgerold op parkings of plaatsen, die niet voornamelijk bedoeld zijn om de eigen bedrijfsvoertuigen te parkeren.

    Vracht gerelateerde projecten

    Deze projecten worden beoordeeld op basis van:

    • bijdrage aan de doelstellingen uit het beleidskader;
    • de haalbaarheid en resultaatgerichtheid.

    Bij de beoordeling zal in de volgende volgorde voorrang worden gegeven aan:

    • projecten waarbij de projectindiener kan aantonen dat er twee jaar na de kennisgeving van de selectie van het project aan de betrokken laadpalen een verzekerde afname is van elektriciteit door de eigen vloot of door de vloot van een klant;
    • projecten waarbij de projectindiener kan aantonen dat er geen verzwaring van het elektriciteitsnet nodig is.

    Commercieel gevoelige informatie zal vertrouwelijk behandeld worden.

    Omvang steun

    Oproep 2022
    • De maximale steun is € 300.000 per project en het budget per oproep is max. € 10.000.000.
    • De investeringen worden vergoed voor de plaatsing en slimme aansluiting van laadinfrastructuur en dit aan 20% van de kosten met een maximum van € 1.000 per gerealiseerde charge point equivalent (CPE).
    Bepaling Charge Point Equivalent (CPE)
    • Een laadpaal met een beperkt vermogen (3-11 kW) komt overeen met 1 CPE. Bij een laadpaal met een hoger vermogen (22kW) zijn dat 2 CPE, bij een AC-snellaadpunt (43 kW) zijn dat 4 CPE, bij een DC-snellaadpunt (50 kW tot minder dan 150 kW) zijn dat 5 CPE en bij een ultrasnellaadpunt (150 kW en meer) zijn dat 10 CPE. Een laadpaal van 300 kW telt voor 20 CPE.
    • Indien er bij snelladers meerdere laadpunten aan één laadpaal zijn, telt het aantal CPE per punt, maar enkel voor die punten waaraan gelijktijdig kan worden geladen en waar daar ook parkeerruimte voor voorzien is. Daarbij wordt ook het piekvermogen van de laadpaal in overweging genomen (bv. een ultrasnellader van 300 kW met twee laadpunten van 150 kW telt voor 20 CPE).

    Deze berekening geldt voor publieke laadpunten voor personenwagens en bestelwagens die 24/7 toegankelijk zijn (zie art 4 punt 1 tot 3). Semi-publieke laadpunten voor personenwagens en bestelwagens, die minstens 10 uren per etmaal (dus ook in het weekend) voor iedereen toegankelijk zijn, tellen voor de helft. Laadpunten die minder dan tien uren per etmaal toegankelijk zijn, komen niet in aanmerking voor projectsteun.

    Indien het gaat om laadinfrastructuur voor emissievrije stedelijke logistiek of laadinfrastructuur voor vrachtwagens geldt er geen onderscheid op basis van publieke beschikbaarheid. De CPE worden daarbij enkel op basis van vermogen bepaald.

    Bij projecten voor (semi-) publieke laadinfrastructuur voor vrachtwagens, die voorzien in een reservatiesysteem in combinatie met een installatie die op fysieke wijze de aan de laadinfrastructuur bijhorende parkeerplaats vrijhoudt, wordt de maximale steun opgetrokken naar € 1.100 per CPE. De maximale subsidie per project blijft € 300.000.

    Welke kosten

    Alleen de investeringskosten voor de plaatsing en slimme aansluiting van laadinfrastructuur komen in aanmerking voor projectsteun. Het gaat dan over de laadinfrastructuur zelf, de bekabeling, een eventuele verzwaring en de nodige aanpassing van de elektriciteitsinstallatie en de plaatsingskosten.

    Bij de projecten rond laadinfrastructuur voor vrachtwagens komen eveneens het reservatiesysteem en de bijhorende fysieke barrières om parkeerplaatsen te reserveren in aanmerking.

    Uitgesloten kosten: Overhead-, exploitatie- en operationele kosten komen NIET in aanmerking. Verder zijn ook de kosten voor alle grondwerken, die niet rechtstreeks nodig zijn voor het plaatsen van de laadpaal, uitgesloten. De kosten voor het aanbrengen van signalisatie en voor de (her)aanleg van parkeerplaatsen zijn eveneens uitgesloten. Ook de kosten voor de aanleg van pv-installaties komen niet in aanmerking.

    Aanvraagprocedure

    Momenteel staat er geen oproep open voor het aanvragen van steun. De vorige oproep (2022) stond open van 23 juni tot en met 15 september 2022 voor laadinfrastructuur voor personenwagens, bestelwagens en vrachtwagens. Alle informatie over de projectoproep 2022 vind je hier.

    Enkel projecten die gerealiseerd worden in het Vlaamse Gewest nà de goedkeuring van de aanvraag (d.i. de kennisgeving) komen in aanmerking voor de projectsubsidies.
    Dit betekent dat enkel de uitgevoerde werken, gemaakte kosten en gedane betalingen van nà de kennisgeving van de selectie in aanmerking komen voor de berekening van de projectsubsidies. Uitgevoerde werken, gemaakte kosten en gedane betalingen van vóór de kennisgeving kunnen niet in rekening worden gebracht. Voorbereidende stappen, zoals het aanvragen van een vergunning, toestemming bekomen van de eigenaar of concessionaris kunnen wel al gezet worden.

    Meer informatie vind je op de webpagina's Wat zijn de termijnen? en Hoe aanvragen indienen?.

    Uitbetalingsprocedure

    De projecten hebben een maximumduur van 2 jaar, te rekenen vanaf de kennisgeving van de selectie van het project.

    Blijf op de hoogte

    Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.