Overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Laatst gewijzigd op 4 aug 2022 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
zelfstandigen in hoofd- en bijberoep
Voor wat
onderbreking activiteit ten gevolge van bepaalde omstandigheden
(Gedeeltelijke) uitkering
varieert per stelsel

Bekijk ook het thema 'Moeilijkheden overwinnen' op de website van VLAIO.

Wat houdt de maatregel in

Zelfstandigen die hun activiteit stopzetten of onderbreken, kunnen in bepaalde situaties een beroep doen op het overbruggingsrecht. 

1. Het 'Klassieke overbruggingsrecht' kan je bekomen in verschillende situaties: collectieve schuldenregeling, economische moeilijkheden en gedwongen onderbreking (brand, natuurramp,...).
2. Het tijdelijke overbruggingsrecht als gevolg van het conflict tussen Rusland en Oekraïne kan worden toegepast voor de maanden maart, mei en juni 2022. Je kan dit nog aanvragen voor deze maanden tot eind 2022. Meer informatie in deze rubriek 'Overbruggingsrecht Oekraïne'.
3. Het 'Overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind' kon worden toegepast tot eind juni 2022. Je kan dit voor de maanden januari, februari en maart 2022 nog aanvragen tot 30 september 2022. Voor de maanden april, mei en juni 2022 kan dit nog tot 31 december 2022. Dit crisisoverbruggingsrecht omwille van quarantaine zal worden verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2022. Zie persbericht van de Ministerraad van 8 juli 2022.
4. Het 'Overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking ingevolge corona en het 'Overbruggingsrecht omzetdaling' ingevolge corona kon worden toegepast tot eind maart 2022. Je kan dit voor de maanden januari, februari en maart 2022 nog aanvragen tot 30 september 2022.

Klassiek overbruggingsrecht

Hierbij een overzicht van de klassieke overbruggingsrechtmogelijkheden die je kan bekomen in verschillende situaties. In dit klassieke overbruggingsrecht gelden strengere voorwaarden dan bij de regelgeving die geldig was tijdens corona:

Collectieve schuldenregeling

Wie binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling zijn zelfstandige activiteit heeft stopgezet, kan eveneens een beroep doen op het overbruggingsrecht. De periode van drie jaar start op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal dat je bent gestopt.

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-ben-failliet-wat-nu.

Economische moeilijkheden

Wie door economische moeilijkheden zijn activiteit officieel moet stopzetten, kan in bepaalde gevallen een beroep doen op het overbruggingsrecht.

Voor meer informatie zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-zet-mijn-zaak-stop-door-economische-moeilijkheden-wat-nu.

Faillissement

Wie zijn activiteit moet stopzetten door een persoonlijk faillissement of door het faillissement van de vennootschap kan een beroep doen op het overbruggingsrecht. 

Als je in deze vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot was, dan moet je kunnen aantonen dat je die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement.

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-ben-failliet-wat-nu.

Gedwongen onderbreking

Wanneer je door externe omstandigheden minstens één kalendermaand lang of definitief je activiteit moet stopzetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Het moet dan gaan over:

  • een brand;
  • een natuurramp (overstroming, aardbeving);
  • een beschadiging van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting;
  • een allergie veroorzaakt door het uitoefenen van je beroep;
  • een gebeurtenis met economische impact. 

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-moet-mijn-zaak-gedwongen-onderbreken-stopzetten-wat-nu.

Overbruggingsrecht Oekraïne

Wie tijdens de maanden april, mei en juni 2022 geconfronteerd werd met een aanzienlijke daling van het omzetcijfer als gevolg van het conflict tussen Rusland en Oekraïne, kan misschien recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling.

Wat komt in aanmerking

Je komt in aanmerking voor de uitkering als je in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor je de uitkering vraagt, een omzetdaling van minstens 40% kan aantonen, ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019.

Voor zelfstandigen die nog niet actief waren in de betrokken kalendermaand in 2019 of met abnormaal lage omzetcijfers omwille van overmacht (bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust) in die kalendermaand, kan er rekening worden gehouden met de eerstvolgende volledige kalendermaand. Als daardoor een kalendermaand vanaf maart 2020 als refertemaand zou moeten worden genomen (niet-representatieve maanden omwille van de COVID-19-crisis), dan kan een businessplan/projectie/raming worden gebruikt om de omzetdaling aan te tonen.

Als je actief bent in meerdere vennootschappen, dan moeten alle omzetcijfers worden samengeteld.

Je moet een duidelijke en rechtstreeks oorzakelijk verband aantonen tussen het omzetverlies en het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Dat rechtstreeks oorzakelijk verband moet beperkend worden geïnterpreteerd.

Dat oorzakelijk verband is voldoende aannemelijk als je aantoont dat je je bevindt in één van de volgende situaties:

  • het (totaal/substantieel) gebrek aan grondstoffen of onderbrekingen in de aanvoerketen als gevolg van de opgelegde sancties/het handelsembargo;
  • het wegvallen van (een substantieel deel van) de afzetmarkt;
  • het hebben van een handelsrelatie die rechtstreeks getroffen wordt door de opgelegde sancties/het handelsembargo.

Er zijn nog andere situaties mogelijk, die je omstandig moet verduidelijken in je aanvraag.

Wie komt in aanmerking

Je moet tijdens de kalendermaand waarvoor je een aanvraag doet als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België.

Je moet je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald hebben gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft.

Er is een uitzondering voor startende zelfstandigen. Als je nog maar twaalf voorafgaande kwartalen of minder verzekeringsplichtig bent in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen, volstaat het dat je voor twee kwartalen effectief je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen hebt betaald.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers en meewerkende echtgenoten in het maxistatuut);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor een halve uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.329,22 en € 14.658,44;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.329,22 en € 7.678,68;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.329,22 en € 14.658,44;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die niet in aanmerking komt voor de volledige uitkering en die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.329,22.
  • De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.
Omvang steun

De uitkering varieert naargelang je al dan niet personen ten laste hebt bij je ziekenfonds, in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de volledige uitkering bedraagt de uitkering:

Voor 1 mei 2022:

  • € 1.398,17 per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • € 1.747,16 per maand indien je wel gezinslast hebt.

Vanaf 1 mei 2022:

  • € 1.426,28 per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • € 1.782,28 per maand indien je wel gezinslast hebt.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de halve uitkering bedraagt de uitkering:

Voor 1 mei 2022:

  • € 699,09 per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • € 873,58 per maand indien je wel gezinslast hebt.

Vanaf 1 mei 2022: 

  • € 713,14 per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • € 891,14 per maand indien je wel gezinslast hebt.

Je kan de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt. Je moet elke maand opnieuw een aanvraag indienen.

De aanvraag moet uiterlijk op 31 december 2022 zijn ingediend.

Voor meer informatie kan je terecht bij je sociaal verzekeringsfonds.

Overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind

Wie komt in aanmerking

Tijdens de maanden januari tot en met 30 juni 2022 kon je ingevolge quarantaine of omwille van de zorg van een kind in aanmerking komen voor een tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht (pijler 3 van de nieuwe tijdelijke crisismaatregel Overbruggingsrecht). Het gedeelte omwille van quarantaine zal worden verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2022. Zie persbericht van de Ministerraad van 8 juli 2022. Zodra hierover meer informatie is wordt deze informatie aangepast:

  • de zelfstandigen die in quarantaine (verlenging tot eind 2022 in voorbereiding) worden geplaatst en daardoor hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen daadwerkelijk en volledig moeten onderbreken. Die situatie van overmacht moet aangetoond worden aan de hand van een quarantaine-attest, op eigen naam, maar ook om een attest op naam van een persoon die op hetzelfde adres staat ingeschreven als de zelfstandige.
    Wie omwille wetens en willens afgereisd zijn naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, komen niet in aanmerking voor die uitkering. Zij voldoen niet aan de voorwaarde dat het moet gaan om een situatie onafhankelijk van hun wil.
  • de zelfstandigen die omwille van de zorg voor hun kind(eren) van minder dan 18 jaar hun zelfstandige activiteit volledig onderbreekt gedurende minstens 7 kalenderdagen (niet noodzakelijk opeenvolgend) tijdens een kalendermaand of gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen die verspreid zijn over twee maanden. Dit kan in volgende omstandigheden: 
    • het kind bevindt zich in quarantaine of isolatie; 
    • door de sluiting van de school of kinderopvang als gevolg van corona beperkende maatregelen;
    • het kind moet verplicht lessen op afstand volgen als gevolg van corona beperkende maatregelen;
  • de zelfstandigen die omwille van de zorg van een gehandicapt kind ten laste (ongeacht de leeftijd) hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen (niet noodzakelijk opeenvolgend) tijdens een kalendermaand of gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen die verspreid zijn over twee maanden. Dit kan in volgende omstandigheden:
    • het kind niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan, omdat dit centrum wordt gesloten
    • er een tijdelijke stopzetting is van de intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen als gevolg van van corona beperkende maatregelen;

Indien de sluiting van de school/het kinderdagverblijf of de quarantaine van het kind 5 opeenvolgende weekdagen betreft (binnen eenzelfde maand of over twee verschillende maanden), worden de twee dagen van het weekend voorafgaand, volgend of in de periode van onderbreking ook in rekening gebracht om op die manier aan de voorwaarde van een onderbreking van 7 kalenderdagen te voldoen.

Je moet aan je sociale verzekeringsfonds een attest van quarantaine of een attest van het kinderdagverblijf, van de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen overhandigen, dat de sluiting of het verplicht volgen van onderwijs op afstand bevestigt als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus beperken. In dit attest staat de periode vermeld waarin de maatregel van toepassing is.

Je komt niet in aanmerking als je je zelfstandige activiteit van thuis uit kan organiseren. Je moet die onderbreking omstandig motiveren in je aanvraag.

Voorwaarden

Je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België. 

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de halve uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 7.678,69 (in 2022);
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29 (in 2021) en € 7.329,22 (in 2022).
Omvang steun

Het bedrag van de uitkering is afhankelijk van de duur van de onderbreking en van het al dan niet hebben van gezinslast. 

Tot en met 30 juni 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.291,69 1.614,10 645,84  807,05
tussen 21 en 27 dagen 968,77 1.210,58 484,39 605,29
tussen 14 en 20 dagen 645,84 807,05 322,92 403,53
tussen 7 en 13 dagen 322,92 403,53 161,46 201,77
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 juli 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.317,52 1.646,38 658,76  823,19
tussen 21 en 27 dagen 988,14 1.234,79 494,07 617,39
tussen 14 en 20 dagen 658,76  823,19 329,38 411,60 
tussen 7 en 13 dagen 329,38 411,60 164,69 205,80 
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 september 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.343,87 1.679,31 671,94   839,65
tussen 21 en 27 dagen 1.007,90 1.259,49 503,95 629,74
tussen 14 en 20 dagen 671,94   839,65  335,97 419,83 
tussen 7 en 13 dagen 335,97 419,83  167,98 209,92 
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 januari 2022: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.370,75 1.712,90 685,38   856,45
tussen 21 en 27 dagen 1.028,06 1.284,68 514,03 642,34
tussen 14 en 20 dagen 685,38  856,45  342,69  428,23  
tussen 7 en 13 dagen 342,69 428,23  171,35 214,12  
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 maart 2022: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.398,17 1.747,16  699,09  873,58
tussen 21 en 27 dagen 1.048,63 1.310,37  524,32 655,19
tussen 14 en 20 dagen 699,09  873,58  349,54  436,79  
tussen 7 en 13 dagen 349,54 436,79 174,77 218,40  
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 mei 2022: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.426,28 1.782,28  713,14  891,14 
tussen 21 en 27 dagen 1.069,71 1.336,71 534,86 668,36
tussen 14 en 20 dagen 713,14  891,14  356,57  445,57  
tussen 7 en 13 dagen 356,57 445,57 178,29 222,79  
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 augustus 2022: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.454,81 1.817,94  727,41  908,97 
tussen 21 en 27 dagen 1.091,11 1.363,46 545,56 681,72
tussen 14 en 20 dagen 727,41 908,97  363,71  454,49 
tussen 7 en 13 dagen 363,70 454,49 181,85 227,25  
minder dan 7 dagen 0 0 0 0
Cumulering

De uitkering kan gecumuleerd worden met met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Uitbetaling

In geval van toekenning zal de uitkering als volgt worden uitbetaald:

  • voor januari 2021: uitbetaling begin februari 2021
  • voor februari 2021: uitbetaling begin maart 2021
  • voor maart 2021: uitbetaling begin april 2021
  • enz..
Meer informatie

Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021.

Verlenging tot eind september 2021: Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)

Verlenging tot eind december 2021: Gerichte verlenging van de economische steunmaatregelen tot 31 december 2021.

Verlenging tot eind maart 2022: zie nieuwsbericht De regering verlengt de economische coronamaatregelen en steunt de evenementensector en horeca).

Overbruggingsrecht omzetdaling

Wie tijdens de periode 1 januari tot en met 31 maart 2021 geconfronteerd wordt met een aanzienlijke daling van het omzetcijfer als gevolg van de COVID-19-crisis, kan recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel 'Overbruggingsrecht bij omzetdaling' (pijler 2 van de nieuwe tijdelijke crisismaatregel Overbruggingsrecht), ongeacht de sector waarin je actief bent: 

Wie komt in aanmerking

Dit overbruggingsrecht kan aangevraagd worden op voorwaarde dat je in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor je de uitkering vraagt, een bepaalde omzetdaling kan aantonen, ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019. Je moet duidelijk de link tussen het omzetverlies en de COVID-19-crisis motiveren: 

  • de periode van 1 januari tot en met 30 september 2021: de omzetdaling moet minstens 40% bedragen.
  • de periode van 1 oktober tot en met 30 november 2021: de omzetdaling moet minstens 65% bedragen.
  • de periode van 1 december 2021 tot en met 31 maart 2022: de omzetdaling moet minstens 40% bedragen.

Voorbeeld: wie een aanvraag indient voor de maand februari 2021, moet in januari 2021 een omzetdaling van 40% hebben ten opzichte van de maand januari 2019. Als je een aanvraag indient voor de maand oktober 2021, dan moet er in september 2021 een omzetdaling van minstens 65% zijn ten opzichte van de maand september 2019. Voor wie een aanvraag indient voor de maand december 2021, moet in november 2021 een omzetdaling van minstens 40 % hebben ten opzichte van de maand november 2019.

Bij zelfstandigen die nog niet actief waren in de betrokken kalendermaand in 2019 of abnormaal lage omzetcijfers omwille van overmacht (bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust) hebben in die kalendermaand, kan er rekening worden gehouden met de eerstvolgende volledige kalendermaand.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor dit overbruggingsrecht:

  • Je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België tijdens de kalendermaand waarvoor je een aanvraag doet;
  • Je moet je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald hebben gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft. (uitzondering voor starters: als je nog maar twaalf voorafgaande kwartalen of minder verzekeringsplichtig bent in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen, volstaat het dat je voor twee kwartalen effectief je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen hebt betaald.)

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de gedeeltelijke uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 7.678,69 (in 2022);
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29 (in 2021) en € 7.329,22 (in 2022).
Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast). 

Tot en met juni 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.614,10 € 1.291,69
Gedeeltelijke uitkering
€ 807,05 € 645,85

Vanaf 1 juli 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.646,38 € 1.317,52
Gedeeltelijke uitkering
€ 823,19 € 658,76

Vanaf 1 september 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.679,31 € 1.343,87
Gedeeltelijke uitkering
€ 839,65 € 671,94

Vanaf 1 januari 2022 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.712,90 € 1.370,75
Gedeeltelijke uitkering
€ 856,45 € 685,38

Vanaf 1 maart 2022 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.747,16 € 1.398,17
Gedeeltelijke uitkering
€ 873,58 € 699,09
Cumulering

De uitkering kan gecumuleerd worden met met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je een beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Je moet elke maand opnieuw een aanvraag indienen, met vermelding van de noodzakelijke omzetcijfers.

De aanvraag voor de maanden januari, februari en maart 2021 moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden april, mei en juni 2021 moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 30 maart 2022 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden oktober, november en december 2021 moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden januari, februari en maart 2022 moet uiterlijk op 30 september 2022 zijn ingediend.

Uitbetaling

In geval van toekenning zal de uitkering als volgt worden uitbetaald:

  • voor januari 2021: uitbetaling begin februari 2021
  • voor februari 2021: uitbetaling begin maart 2021
  • voor maart 2021: uitbetaling begin april 2021
  • enz..
Meer informatie

Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021

Verlenging tot eind september 2021: Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)

Verlenging tot eind december 2021: Gerichte verlenging van de economische steunmaatregelen tot 31 december 2021

Verlenging tot eind maart 2022: zie nieuwsbericht De regering verlengt de economische coronamaatregelen en steunt de evenementensector en horeca

Overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking

Wie komt in aanmerking

Door de coronacrisis werd de toekenning van het overbruggingsrecht in het kader van overmacht (Overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking) tijdelijk versoepeld. Ook gekend onder de benaming crisis-overbruggingsrecht. Vanaf oktober 2021 tot en met maart 2022 zal deze maatregel terug kunnen worden toegepast.

Je kan in de volgende situaties een beroep doen op het deze tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht als de volgende voorwaarden worden vervuld:

  • Je zelfstandige activiteit wordt rechtstreeks beoogd door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid (federaal, regionaal, provinciaal of gemeentelijk) om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Je komt niet in aanmerking als je activiteiten niet rechtstreeks beoogd worden maar hoofdzakelijk afhankelijk zijn van een rechtstreeks beoogde zelfstandige.
  • Je wordt door die sluitingsmaatregelen gedwongen je zelfstandige activiteit volledig te onderbreken. Je komt niet in aanmerking als je een gedeelte van je activiteiten verderzet, ook niet als die verderzetting gebeurt onder de vorm van take-away of click and collect.

Er is geen minimumduur van onderbreking tijdens de kalendermaand vereist.

In de praktijk werden sectoren gedwongen gesloten in oktober 2021. De maatregel kan dus concreet worden toegepast vanaf december 2021.

Wie niet voldoet aan die voorwaarden, kan een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling, als alle voorwaarden voor de toekenning van dat overbruggingsrecht vervuld zijn.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen moet je als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen die recht hebben op de volledige uitkering of een gedeeltelijke uitkering:

Recht op de volledige uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

Recht op de gedeeltelijke uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 7.678,69 (in 2022);
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 (in 2021) en tussen € 7.329,22 en € 14.658,44 (in 2022);
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29 (in 2021) en € 7.329,22 (in 2022)
Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast). Om de gezinssituatie te bepalen is er geen attest van het ziekenfonds vereist en volstaat een verklaring op eer van de zelfstandige dat hij al dan niet een gezinslast heeft. 

November 2021: 

onderbreking van minder dan 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige  uitkering
€ 839,65  € 671,94
halve uitkering
€ 419,83 € 335,97

Vanaf december 2021 (dubbele uitkering): 

onderbreking van minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige  uitkering
€ 3.358,62  € 2.687,74
halve uitkering
€ 1.679,31 € 1.343,87

 

onderbreking van minder dan 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige uitkering
€ 1.712,90  € 1.370,75
halve uitkering
€ 856,45 € 685,38

Vanaf januari 2022 (dubbele uitkering): 

onderbreking van minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige  uitkering
€ 3.425,80  € 2.741,50
halve uitkering
€ 1.712,90 € 1.370,75

 

onderbreking van minder dan 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige uitkering
€ 1.679,31  € 1.343,87
halve uitkering
€ 839,65 € 671,94

Vanaf maart 2022 (dubbele uitkering): 

onderbreking van minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige  uitkering
€ 3.494,32  € 2.796,34
halve uitkering
€ 1.747,16 € 1.398,17

 

onderbreking van minder dan 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige uitkering
€ 1.747,16   € 1.398,17
halve uitkering
€ 873,58 € 699,09
Cumulering

Je kan de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je een beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

De aanvraag moet voor de maanden november en december 2021 uiterlijk op 30 juni 2022 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden januari, februari en maart 2022 moet uiterlijk op 30 september 2022 zijn ingediend. 

Meer informatie

Verlenging voor februari 2021: Wet van 28 februari 2021
Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021
Dubbel overbruggingsrecht bij gedeeltelijke hervatting horeca met de heropening van de terrassen voor de maand mei: Zie persbericht van de minister van 21 april 2021.
Verlenging voor februari 2021: Wet van 28 februari 2021
Verlenging tot eind september: Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)
Verlenging tot eind maart 2022: zie nieuwsbericht De regering verlengt de economische coronamaatregelen en steunt de evenementensector en horeca

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.

Contact

In de databank Fisconetplus op Myminfin kan je de Circulaire 2020/C/94 over het belastingstelsel van de financiële uitkeringen in het kader van het crisis-overbruggingsrecht raadplegen. Deze werd aangevuld met de Circulaire 2020/C/114 over de aanpassingen in het crisisoverbruggingsrecht en de invoering van het heropstartoverbruggingsrecht.

Je kan met vragen over de maatregelen voor zelfstandigen ingevolge het coronavirus terecht bij het RSVZ op het gratis telefoonnummer 0800 12 018.

Adres

Willebroekkaai 35
1000 Brussel
België

Telefoon
Website