Overbruggingsrecht voor zelfstandigen (coronavirus)

Laatst gewijzigd op 8 okt 2021 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
zelfstandigen in hoofd- en bijberoep
Voor wat
onderbreking of omzetdaling ten gevolge van het coronavirus
(Gedeeltelijke) uitkering
van maximum € 1.646,38

Wat houdt de maatregel in

Zelfstandigen kunnen tijdens de coronacrisis in 2021 soms nog een beroep doen op één van de uitkeringen van het Overbruggingsrecht.

Huidige regeling
1. Het 'Dubbel corona-overbruggingsrecht' kon worden toegepast tot en met 30 september 2021. De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 31 maart 2022 zijn ingediend.   
2. Het 'Crisis-overbruggingsrecht-omzetdaling pijler 2' kon worden toegepast tot en met 30 september 2021 voor wie geconfronteerd werd met een omzetdaling van 40%. Vanaf oktober tot en met december 2021 kan dit worden toegepast bij een omzetdaling van 65%. Zie persbericht Gerichte verlenging van de economische steunmaatregelen tot 31 december 2021. Diegene kan deze uitkering aanvragen ongeacht de sector waarin deze actief is. De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 30 maart 2022 zijn ingediend. De aanvraag voor de maanden oktober, november en december 2021 moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn ingediend. 
3. Het is in bepaalde situaties ook nog mogelijk om het 'Crisis-overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind pijler 3' te bekomen. Dit werd verlengd tot eind december 2021. De aanvraagtermijnen zijn identiek aan de aanvragen van het Crisis-overbruggingsrecht- omzetdaling. 

Aanvullende premie van € 500 voor de zwaar getroffen zelfstandigen
De zelfstandigen die zwaar getroffen werden door de crisis konden een eenmalige premie van € 598,81 (netto € 500) bekomen. Hiervoor moest je tussen 1 oktober 2020 en 30 april 2021 ten minste zes maanden hebben genoten van het overbruggingsrecht. Deze eenmalige premie werd in principe ten laatste op 30 september 2021 uitbetaald door jouw sociaal verzekeringsfonds.

Crisis-overbruggingsrecht omzetdaling

Wie tijdens de periode 1 januari tot en met 31 december 2021 geconfronteerd wordt met een aanzienlijke daling van het omzetcijfer als gevolg van de COVID-19-crisis, kan recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel 'Overbruggingsrecht bij omzetdaling' (pijler 2 van de nieuwe tijdelijke crisismaatregel Overbruggingsrecht), ongeacht de sector waarin je actief bent.

Wie komt in aanmerking

Dit overbruggingsrecht kan aangevraagd worden voor de maanden januari tot en met december 2021 op voorwaarde dat je in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor je de uitkering vraagt, een bepaalde omzetdaling kan aantonen, ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019. Je moet duidelijk de link tussen het omzetverlies en de COVID-19-crisis motiveren: 

  • de periode van 1 januari tot en met 30 september 2021: de omzetdaling moet minstens 40% bedragen.
  • de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2021: de omzetdaling moet minstens 65% bedragen.

Voorbeeld: wie een aanvraag indient voor de maand februari 2021, moet in januari 2021 een omzetdaling van 40% hebben ten opzichte van de maand januari 2019. Als je een aanvraag indient voor de maand oktober 2021, dan moet er in september 2021 een omzetdaling van minstens 65 % zijn ten opzichte van de maand september 2019.

Bij zelfstandigen die nog niet actief waren in de betrokken kalendermaand in 2019 of abnormaal lage omzetcijfers omwille van overmacht (bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust) hebben in die kalendermaand, kan er rekening worden gehouden met de eerstvolgende volledige kalendermaand.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor dit overbruggingsrecht:

  • Je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België tijdens de kalendermaand waarvoor je een aanvraag doet;
  • Je moet je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald hebben gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft. (uitzondering voor starters: als je nog maar twaalf voorafgaande kwartalen of minder verzekeringsplichtig bent in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen, volstaat het dat je voor twee kwartalen effectief je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen hebt betaald.)

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de gedeeltelijke uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 ;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29.
Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast). 

Tot en met juni 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.614,10 € 1.291,69
Gedeeltelijke uitkering
€ 807,05 € 645,85

Vanaf 1 juli 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.646,38 € 1.317,52
Gedeeltelijke uitkering
€ 823,19 € 658,76

Vanaf 1 september 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.679,31 € 1.343,87
Gedeeltelijke uitkering
€ 839,65 € 671,94
Cumulering

De uitkering kan gecumuleerd worden met met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je een beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Je moet elke maand opnieuw een aanvraag indienen, met vermelding van de noodzakelijke omzetcijfers.

De aanvraag voor de maanden januari, februari en maart 2021 moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden april, mei en juni 2021 moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 30 maart 2022 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden oktober, november en december 2021 moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn ingediend.

Uitbetaling

In geval van toekenning zal de uitkering als volgt worden uitbetaald:

  • voor januari 2021: uitbetaling begin februari 2021
  • voor februari 2021: uitbetaling begin maart 2021
  • voor maart 2021: uitbetaling begin april 2021
  • enz..
Meer informatie

Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021

Verlenging tot eind september 2021 Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)

Verlenging tot eind december 2021: Gerichte verlenging van de economische steunmaatregelen tot 31 december 2021.

Crisis-overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind

Wie komt in aanmerking

Tijdens de maanden januari tot en met 31 december 2021 kom je in de volgende situaties in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind (pijler 3 van de nieuwe tijdelijke crisismaatregel Overbruggingsrecht):

  • de zelfstandigen die in quarantaine worden geplaatst en daardoor hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen daadwerkelijk en volledig moeten onderbreken. Zelfstandigen die hun activiteit van thuis uit kunnen organiseren, komen niet in aanmerking voor die uitkering.
    Die situatie van overmacht moet aangetoond worden aan de hand van een quarantaine-attest, op eigen naam, maar ook om een attest op naam van een persoon die op hetzelfde adres staat ingeschreven als de zelfstandige.
    Wie omwille wetens en willens afgereisd zijn naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, komen niet in aanmerking voor die uitkering. Zij voldoen niet aan de voorwaarde dat het moet gaan om een situatie onafhankelijk van hun wil.
  • de zelfstandigen die omwille van de zorg voor hun kind(eren) van minder dan 18 jaar hun zelfstandige activiteit volledig onderbreekt gedurende minstens 7 kalenderdagen (niet noodzakelijk opeenvolgend) tijdens een kalendermaand of gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen die verspreid zijn over twee maanden. Dit kan in volgende omstandigheden: 
    • het kind bevindt zich in quarantaine of isolatie; 
    • door de sluiting van de school of kinderopvang als gevolg van corona beperkende maatregelen;
    • het kind moet verplicht lessen op afstand volgen als gevolg van corona beperkende maatregelen;
  • de zelfstandigen die omwille van de zorg van een gehandicapt kind ten laste (ongeacht de leeftijd) hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen tijdens een kalendermaand, volledig moeten onderbreken omdat:
    • het kind niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan, omdat dit centrum wordt gesloten
    • er een tijdelijke stopzetting is van de intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen als gevolg van van corona beperkende maatregelen;

Indien de sluiting van de school/ het kinderdagverblijf  of de quarantaine van het kind 5 opeenvolgende weekdagen betreft (binnen eenzelfde maand of over twee verschillende maanden), worden de twee dagen van het weekend voorafgaand, volgend of in de periode van onderbreking ook in rekening gebracht om op die manier aan de voorwaarde van een onderbreking van 7 kalenderdagen te voldoen.

Je moet aan je sociale verzekeringsfonds een attest van quarantaine of een attest van het kinderdagverblijf, van de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen overhandigen, dat de sluiting of het verplicht volgen van onderwijs op afstand bevestigt als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus beperken. In dit attest staat de periode vermeld waarin de maatregel van toepassing is.

Je komt niet in aanmerking als je je zelfstandige activiteit van thuis uit kan organiseren. Je moet die onderbreking omstandig motiveren in je aanvraag.

Bijzondere situaties

Ook in geval van deze omstandigheden kan gebruik worden gemaakt van deze maatregel:

  • Sluiting van de scholen in de week van 29 maart 2021: de opvang van kinderen door de sluiting van de lagere en middelbare scholen ingevolge de beslissing van de bevoegde onderwijsinstanties om de paasvakantie met een week te verlengen om de verspreiding van Covid-19 te beperken.
    Die 5 dagen waarin de scholen gesloten zijn, worden beschouwd als een onderbreking van de activiteit gedurende 7 opeenvolgende kalenderdagen, dat wil zeggen van 29 maart tot en met 4 april 2021. Indien die dagen achtereenvolgend worden opgenomen, worden zij op basis van de feitelijke omstandigheden in aanmerking genomen, ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand.
  • Kleuterscholen die open blijven in de week van 29 maart 2021: de opvang van kinderen door zelfstandigen die gevolg verlenen aan de oproep van de autoriteiten om hun kind niet naar de kleuterschool te laten gaan in de week van 29 maart 2021, wordt in aanmerking genomen voor de periode van 29 maart tot en met 4 april 2021. Indien die dagen achtereenvolgend worden opgenomen, worden zij op basis van de feitelijke omstandigheden in aanmerking genomen, ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand.
  • Kinderdagverblijven die open blijven tijdens de periode van 29 maart tot en met 18 april 2021: de opvang van kinderen door zelfstandigen die gevolg verlenen aan de oproep van de autoriteiten om hun kind niet naar het kinderdagverblijf te laten gaan, wordt in aanmerking genomen tijdens de periode van 29 maart tot en met 18 april 2021, voor de dagen waarop het kind normaal ingeschreven is voor de opvang.
  • Geannuleerde sport- en vakantiekampen tijdens de paasvakantie: de opvang van minderjarige kinderen tijdens de paasvakantie als gevolg van de volledige of gedeeltelijk annulatie van een vakantiekamp of een buitenschoolse opvang in georganiseerd verband, wordt in aanmerking genomen. Hier geldt wel de voorwaarde dat het kind ten laatste op 18 maart 2021 ingeschreven was voor het kamp of voor de georganiseerde buitenschoolse opvang die werd geannuleerd.

In al die situaties moet het gaan om een daadwerkelijke en volledige onderbreking van de zelfstandige activiteit. Zelfstandigen die hun activiteit van thuis uit kunnen organiseren, komen in beginsel niet in aanmerking.

Voorwaarden

Je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België. 

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de halve uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57 ;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29.
Omvang steun

Het bedrag van de uitkering is afhankelijk van de duur van de onderbreking en van het al dan niet hebben van gezinslast. 

Tot en met 30 juni 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.291,69 1.614,10 645,84  807,05
tussen 21 en 27 dagen 968,77 1.210,58 484,39 605,29
tussen 14 en 20 dagen 645,84 807,05 322,92 403,53
tussen 7 en 13 dagen 322,92 403,53 161,46 201,77
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 juli 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.317,52 1.646,38 658,76  823,19
tussen 21 en 27 dagen 988,14 1.234,79 494,07 617,39
tussen 14 en 20 dagen 658,76  823,19 329,38 411,60 
tussen 7 en 13 dagen 329,38 411,60 164,69 205,80 
minder dan 7 dagen 0 0 0 0

Vanaf 1 september 2021: 

uitkering
volledig (€)
 
half (€)
 
Gezinslast
zonder  
met 
zonder 
met 
28 dagen of meer 1.343,87 1.679,31 671,94   839,65
tussen 21 en 27 dagen 1.007,90 1.259,49 503,95 629,74
tussen 14 en 20 dagen 671,94   839,65  335,97 419,83 
tussen 7 en 13 dagen 335,97 419,83  167,98 209,92 
minder dan 7 dagen 0 0 0 0
Cumulering

De uitkering kan gecumuleerd worden met met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Je moet elke maand opnieuw een aanvraag indienen, met vermelding van de noodzakelijke omzetcijfers.

De aanvraag moet voor de maanden januari, februari en maart 2021 uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden april, mei en juni 2021 moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 31 maart 2022 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden oktober, november en december 2021 moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn ingediend.

Uitbetaling

In geval van toekenning zal de uitkering als volgt worden uitbetaald:

  • voor januari 2021: uitbetaling begin februari 2021
  • voor februari 2021: uitbetaling begin maart 2021
  • voor maart 2021: uitbetaling begin april 2021
  • enz..
Meer informatie

Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021.

Verlenging tot eind september 2021: Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)

Verlenging tot eind december 2021: Gerichte verlenging van de economische steunmaatregelen tot 31 december 2021.

Dubbel corona-overbruggingsrecht

Wie komt in aanmerking

Door de coronacrisis werd de toekenning van het overbruggingsrecht in het kader van overmacht (Overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking) tijdelijk versoepeld. Ook gekend onder de benaming crisis-overbruggingsrecht.

Je kan in de volgende situaties een beroep doen op het dubbel corona-overbruggingsrecht in de periode januari tot en met 30 september 2021:

  • Wie zijn activiteit verplicht volledig (met uitzondering van de toegestane take-away in de horeca, de toegestane click and collect voor de niet-essentiële handelszaken en het vervroegd sluitingsuur voor de nachtwinkels) moet onderbreken naar aanleiding van de sluitingsmaatregelen opgelegd door de federale overheid, heeft recht op de financiële uitkering van het overbruggingsrecht. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het dubbel overbruggingsrecht. Er is geen minimumduur van onderbreking vereist voor deze zelfstandigen.
  • Je moet niet sluiten door de overheid maar je zelfstandige activiteit is hoofdzakelijk afhankelijk (minstens 60%) van een zelfstandige activiteit die is vermeld in het vorige punt, dan kan je ook een beroep doen op deze uitkering, maar enkel op voorwaarde dat je alle zelfstandige activiteit volledig onderbreekt tijdens de periode van gedwongen onderbreking door de sluitingsmaatregelen van de overheid.
  • Je zelfstandige activiteit behoort tot de sector van de hotels, de taxi's, de georganiseerde autocarbedrijven of de stadsgidsen, dan kan je een beroep doen op deze maatregel op voorwaarde dat je alle zelfstandige activiteiten volledig onderbreekt tijdens de volledige maand. Die specifieke regeling voor die sectoren geldt niet meer vanaf de maand juli 2021.
  • Niet-essentiële handelszaken periode van 27 maart tot en met 25 april 2021: Ben je een niet-essentiële handelszaak die zijn activiteit enkel mag verderzetten via een systeem van bestellen en afhalen, van leveren of via een systeem op afspraak dan heb je geen recht op het dubbel corona-overbruggingsrecht. Je kan wel de maatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling aanvragen als aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Als je eenzelfde zelfstandige activiteit uitoefent in verschillende ondernemingen, dan moet de zelfstandige activiteit in alle ondernemingen worden onderbroken omwille van het coronavirus. Als je verschillende zelfstandige activiteiten uitoefent, dan moeten de voorwaarden vervuld zijn voor elk van die activiteiten.

Wie niet voldoet aan die voorwaarden, kan een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling, als alle voorwaarden voor de toekenning van dat overbruggingsrecht vervuld zijn.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen moet je als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen die recht hebben op de volledige uitkering of een gedeeltelijke uitkering:

Recht op de volledige uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

Recht op de gedeeltelijke uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 7.356,08;
  • student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 7.021,29 en € 14.042,57;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 7.021,29.
Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast). Om de gezinssituatie te bepalen is er geen attest van het ziekenfonds vereist en volstaat een verklaring op eer van de zelfstandige dat hij al dan niet een gezinslast heeft. 

Tot en met juni 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige dubbele uitkering
€ 3.228,20  € 2.583,38
halve dubbele uitkering
€ 1.614,10 € 1.291,69

Vanaf 1 juli 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige dubbele uitkering
€ 3.292,76  € 2.635,04
halve dubbele uitkering
€ 1.646,38 € 1.317,52

Vanaf 1 september 2021 gelden volgende bedragen: 

 
met gezinslast
zonder gezinslast
volledige dubbele uitkering
€ 3.358,62  € 2.687,47
halve dubbele uitkering
€ 1.679,31 € 1.343,87

Het recht wordt ook toegekend indien je als zelfstandige al in het verleden genoten hebt van het maximum aantal maandelijkse uitkeringen in het overbruggingsrecht. Bovendien tellen de periodes in het kader van deze tijdelijke maatregel niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen van de maandelijkse uitkeringen in het overbruggingsrecht.

Cumulering

Tijdens de maand januari kan de uitkering onder bepaalde voorwaarden gecumuleerd worden met een ander vervangingsinkomen (pensioen, (tijdelijke) werkloosheid). Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de halve uitkering, mag de som van die gedeeltelijke uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand niet hoger zijn dan € 1.614,10. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Vanaf de maand februari 2021 kan je de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden. Dat cumulplafond geldt voor alle zelfstandigen, met of zonder de volledige uitkering.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je een beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Aanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht moet je aanvragen bij je sociale verzekeringsfonds dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

De aanvraag moet voor de maanden januari, februari en maart 2021 uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden april, mei en juni 2021 moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.
De aanvraag voor de maanden juli, augustus en september 2021 moet uiterlijk op 31 maart 2022 zijn ingediend. 

Uitbetaling

In geval van toekenning zal de uitkering als volgt worden uitbetaald:

  • voor januari 2021: uitbetaling begin februari 2021
  • voor februari 2021: uitbetaling begin maart 2021
  • voor maart 2021: uitbetaling begin april 2021
  • enz..
Meer informatie

Verlenging voor februari 2021: Wet van 28 februari 2021
Verlenging tot eind juni 2021: Koninklijk besluit van 25 maart 2021
Dubbel overbruggingsrecht bij gedeeltelijke hervatting horeca met de heropening van de terrassen voor de maand mei: Zie persbericht van de minister van 21 april 2021.
Verlenging voor februari 2021: Wet van 28 februari 2021
Verlenging tot eind september: Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)

Aanvullende premie van € 500

Wie tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021 gedurende minstens 6 maanden een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregelen overbruggingsrecht heeft gekregen, kan onder bepaalde voorwaarden een eenmalige premie van € 598,81 bekomen. Die premie geeft een bijkomende ondersteuning aan de zelfstandigen die hard getroffen zijn door de COVID-19-crisis.

Wie komt in aanmerking

Om recht te hebben op deze eenmalige premie, moet je gedurende minstens 6 maanden (niet noodzakelijk opeenvolgend) een financiële uitkering hebben gekregen in het kader van:

De financiële uitkeringen uit andere overbruggingsrecht-uitkeringen komen dus niet in aanmerking.

Het kan enkel gaan om uitkeringen die verbonden zijn aan de maanden:

  • oktober, november en december 2020
  • en januari, februari, maart en april 2021.

Je moet voor die maanden recht hebben op de volledige uitkering, wat betekent dat je in die maanden één van de volgende hoedanigheden moest hebben:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers en meewerkende echtgenoten in het maxistatuut);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

Deze hoedanigheid hoef je niet meer te hebben op het moment van de uitbetaling van de eenmalige premie. Het is zelfs mogelijk dat je op dat moment geen zelfstandige meer bent.

Omvang steun

Deze eenmalige premie bedraagt € 598,81 en kan gecumuleerd worden met een vervangingsinkomen.
De premie heeft geen impact op de toekenning of de hoogte van het bedrag van andere sociale rechten. De eenmalige premie vormt een belastbaar inkomen.

Aanvraag

Je moet zelf geen aanvraag indienen. Je sociale verzekeringsfonds zal automatisch de eenmalige premie betalen als je aan de voorwaarden voldoet.

In principe zal je socialeverzekeringsfonds je verwittigen dat de eenmalige premie aan jou wordt toegekend uiterlijk op 1 september 2021. Als je op die datum geen kennisgeving hebt ontvangen en je meent toch recht te hebben op de premie, dan kan je vóór 15 september 2021 aan je sociale verzekeringsfonds vragen om de voorwaarden te onderzoeken.

De eenmalige premie wordt ten laatste op 30 september 2021 betaald, tenzij pas later zou blijken dat je aan de voorwaarden voldoet.

Meer informatie

Meer informatie op de website van RSVZ: Eenmalige premie voor sommige begunstigden van de tijdelijke crisismaatregelen overbruggingsrecht.

Klassieke overbruggingsrecht

Hierbij een overzicht van de klassieke overbruggingsrechtmogelijkheden die je kan bekomen in verschillende situaties. In dit klassieke overbruggingsrecht gelden strengere voorwaarden:

Collectieve schuldenregeling

Wie binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling zijn zelfstandige activiteit heeft stopgezet, kan eveneens een beroep doen op het overbruggingsrecht. De periode van drie jaar start op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal dat je bent gestopt.

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-ben-failliet-wat-nu.

Economische moeilijkheden

Wie door economische moeilijkheden zijn activiteit officieel moet stopzetten, kan in bepaalde gevallen een beroep doen op het overbruggingsrecht.

Voor meer informatie zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-zet-mijn-zaak-stop-door-economische-moeilijkheden-wat-nu.

Faillissement

Wie zijn activiteit moet stopzetten door een persoonlijk faillissement of door het faillissement van de vennootschap kan een beroep doen op het overbruggingsrecht. 

Als je in deze vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot was, dan moet je kunnen aantonen dat je die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement.

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-ben-failliet-wat-nu.

Gedwongen onderbreking

Wanneer je door externe omstandigheden minstens één kalendermaand lang of definitief je activiteit moet stopzetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Het moet dan gaan over:

  • een brand;
  • een natuurramp (overstroming, aardbeving);
  • een beschadiging van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting;
  • een allergie veroorzaakt door het uitoefenen van je beroep;
  • een gebeurtenis met economische impact. 

Voor meer info zie www.rsvz.be/nl/faq/ik-moet-mijn-zaak-gedwongen-onderbreken-stopzetten-wat-nu.

Blijf op de hoogte

Wil je op de hoogte blijven van wijzigingen van deze maatregel en andere maatregelen in de Subsidiedatabank? Dat kan via de gratis 'Nieuwsbrief van de Subsidiedatabank'.