Investeringssteun groene warmte, restwarmte en biomethaan

Laatst gewijzigd op 5 mrt 2019 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kmo's & grote ondernemingen
Voor wat
investeringen in groenewarmte-installaties uit biomassa, diepe geothermie, restwarmtegebruik , warmtenetten of de productie (en injectie) van biomethaan
Subsidie via oproep
van 20% tot 65% afhankelijk van het type en grootte onderneming

Wat houdt de maatregel in

Ondernemingen en entiteiten die in het Vlaamse Gewest investeren in nieuwe groenewarmte-installaties groter dan 300 kWth, diepe geothermie groter dan 1 MWth, restwarmtegebruik, warmtenetten of de productie (en injectie) van biomethaan, kunnen via een oproep subsidies ontvangen.

Het Vlaamse Gewest engageert zich om te voldoen aan de bindende Europese doelstellingen inzake het aandeel van hernieuwbare energie en de verhoging van de energie-efficiëntie tegen 2020. Groene warmte en biomethaan als hernieuwbare energiebron en restwarmtegebruik dragen bij tot het invullen van deze doelstellingen. 

Jaarlijks wordt er in het begin van het jaar een oproep gelanceerd. De oproep 2019 liep van 15 januari t.e.m. 15 februari 2019.

Wie komt in aanmerking

Ondernemingen en andere aanvragers (bv. gemeenten) komen in aanmerking voor steun. De definitie van een onderneming kan je raadplegen op dit document: www2.vlaanderen.be/economie/energiesparen/milieuvriendelijke/ondernemingAGVV-def.pdf

De steun wordt niet verleend aan een aanvrager die tot een doelgroep behoort waarvoor de Vlaamse Regering een energiebeleidsovereenkomst (EBO) definitief heeft goedgekeurd, en die de aanvrager niet heeft ondertekend of die hij niet naleeft.

Als het gaat om de benutting van restwarmte binnen een bedrijf dat kan toetreden tot de EBO, voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiënte in de Vlaamse energie-intensieve industrie (voor VER- en niet-VER-bedrijven), komen de maatregelen enkel in aanmerking indien het bedrijf voor deze vestiging is toegetreden tot de EBO en de EBO ook naleeft, en voor zover het bedrijf niet verplicht is om deze maatregel uit te voeren om te voldoen aan de verplichtingen van die EBO.

Indien de aanvraag gebeurt door een grote onderneming dient de aanvrager aan te tonen dat aan één of meer van de volgende criteria is voldaan:

  • een wezenlijke toename van de omvang van het project of de activiteit als gevolg van de steun;

  • een wezenlijke toename van de reikwijdte van het project of de activiteit als gevolg van de steun;

  • een wezenlijke toename van de totale uitgaven van de begunstigde voor het project of de activiteit als gevolg van de steun;

  • een wezenlijke toename van de snelheid waarmee het betrokken project of de betrokken activiteit wordt voltooid.

Een project met indieners die in aanmerking komen voor deze maatregel én indieners die in aanmerking komen voor 'de ecologiepremie +' of 'de strategische ecologiesteun', kunnen onder bepaalde voorwaarden als een gemeenschappelijk project in aanmerking komen voor steun.

Wat komt in aanmerking

De investeringen moeten gebeuren in het Vlaams Gewest. Het betreffen installaties waaraan geen groenestroomcertificaten of geen warmtekrachtcertificaten werden toegekend of kunnen worden toegekend én niet in aanmerking komen voor 'de ecologiepremie +' of 'de strategische ecologiesteun'. De investeringen hebben betrekking op nuttige groene warmteinstallaties uit biomassa of uit diepe geothermie, de benutting van restwarmte of de productie (en injectie) van biomethaan.

Nuttige groene warmte
  • nieuwe nuttige-groenewarmte-installaties met een bruto thermisch vermogen van meer dan 300 kWth (of een uitbreiding van meer dan 300 kWth):
    • uit biomassa;

    • uit geconcentreerd zonlicht (CST) met een apertuuroppervlakte van meer dan 600 m²;

    • uit grootschalige zonneboilers met een apertuuroppervlakte van meer dan 425 m² waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van serres, een geïntegreerd geheel vormt met de collector;

    • uit boorgat-energie-opslag (inclusief een warmtepomp);

    • uit koude-warmteopslag (inclusief een warmtepomp);

    • grootschalige warmtepompen.

  • nieuwe nuttige-groenewarmte-installaties met een bruto thermisch vermogen van meer dan 1 MWth (of een uitbreiding van meer dan 1 MWth) uit aardwarmte uit de diepe ondergrond of een aangesloten Organische Rankinecyclys met een bruto elektrisch vermogen van minstens 300 kWe; 

  • een aangesloten stadsverwarming of –koeling die gevoed wordt door ten minste 50% hernieuwbare energiebronnen, 50% restwarmte of 50% uit een combinatie van beide.

Komen niet in aanmerking:

  • projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%;

  • installaties waarvan de warmte wordt toegepast voor het aandrijven van een absorptiekoelmachine;

  • installaties die gebruik maken van directe luchtverwarming van gebouwen, die geen woon- of kantoorgebouwen zijn.

Benutting van restwarmte
  • nieuwe of vernieuwde installaties;

  • een aangesloten stadsverwarming of –koeling die gevoed wordt door ten minste 50% hernieuwbare energiebronnen, 50% restwarmte of 50% van een combinatie van beide;

  • een Organic-Rankine-Cycle-installatie met een elektrisch vermogen van minstens 300 kWe; 

  • installaties waarvoor geen steun voor de productie van nuttige groene warmte (zie hierboven) werd toegekend of kan worden toegekend;

  • de oorsprong van de warmte is proceswarmte, die vrijkomt uit een proces dat:

    • niet tot doel heeft warmte, elektriciteit of mechanische energie te produceren,

    • niet stuurbaar is in functie van de warmtevraag;

  • wat de toepassing van de restwarmte betreft, dient het te gaan om:
    • een toepassing die niet tot gevolg heeft dat de benutting van reeds beschikbare restwarmte wordt verminderd,

    • een toepassing die niet kan leiden tot het toekennen van groenestroom- of warmte-krachtcertificaten,

    • een bijkomende benutting van restwarmte voor:

      • het invullen van de energiebehoefte van een ander proces,

      • het op temperatuur houden van opgeslagen stoffen,

      • de verwarming van woon- of kantoorgebouwen,

      • de verwarming van gebouwen, andere dan woon- en kantoorgebouwen, met uitzondering van verwarming van deze gebouwen door middel van directe luchtverwarming,

      • de productie van koude waarbij de nuttige restwarmte wordt bepaald als de nuttige geproduceerde koude gedeeld door een referentieperformantiecoëfficiënt van 250%.

Komen niet in aanmerking: projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%.

Warmtenet

Investeringen in energie-efficiënte warmtenetten. Dit zijn warmtenetten die gebruik maken van minstens:

  • 50% warmte uit hernieuwbare energiebronnen;

  • 50% restwarmte;

  • 50% uit een combinatie uit beide.

Productie (en injectie) van biomethaan
  • nieuwe of vernieuwde installaties;

  • installatie voor de productie en injectie van biomethaan in het aardgasdistributienet of vervoernet;

  • installaties voor de productie van biomethaan voor de toepassing als biobrandstof.

Komen niet in aanmerking:

  • projecten met een interne opbrengstvoet (IRR) die groter is dan of gelijk is aan 15%;

  • productie van biomethaan op basis van voedingsgewassen, wanneer het biomethaan toegepast wordt als transportbrandstof;

  • biomethaan geproduceerd uit biomassa dat niet voldoet aan de duurzaamheidsvoorwaarden uit het Koninklijk Besluit van 26 november 2011.

Meer info kan je raadplegen op www.energiesparen.be/investeringen-call.

Omvang steun

Steunpercentages & plafonds

De steun wordt toegepast op het aanvaarde percentage van de in aanmerking komende kosten.

Het maximum aan te vragen steunpercentage hangt af van het type investering, de grootte van de onderneming/ andere aanvragers

Type investering
 ko
 mo
 go
andere aanvragers

Nuttige-groenewarmte-installaties 

 65%

 55%

 45%

 65%

Benutting van restwarmte en warmtenetten

 50%

 40%

 30%

 50%

Productie (en injectie) van biomethaan

 65%

 55%

 45%

 65%

Maximaal € 1.000.000 per investeringsproject voor:

  • installaties die groene warmte produceren;
  • installaties voor de productie (en injectie) van biomethaan.

Maximaal € 2.000.000 per investeringsproject voor:

  • installaties die gebruik maken van groene warmte uit diepe geothermie;
  • warmtenetten.
Komen in aanmerking

De in aanmerking komende kosten worden berekend als de extra investeringskosten van de installatie ten opzichte van de investeringskosten van een referentie-installatie zonder de exploitatiekosten en –baten in rekening te nemen:

  • uitgaven aan de installatie waarvan de uitgaven gerelateerd zijn aan de bouw of aan de vernieuwing van de installatie die dateren van na de principebeslissing van het Vlaams Energieagentschap, tenzij een nieuwe principe-aanvraag werd ingediend voor projecten die reeds een positieve principebeslissing hadden gekregen maar hun recht op steun zijn verloren;
  • uitgaven gerelateerd aan ontwerp, engineering of vergunningsaanvragen van na de principeaanvraag, ook als ze dateren van voor de principebeslissing van het Vlaams Energieagentschap.
Beschikbaar budget

Voor de oproep van 15 januari t.e.m. 15 februari 2019  bedraagt het beschikbaar budget:

  • € 7.017.114 voor groene warmte (biomassa en diepe geothermie), aangesloten warmtenet of aangesloten organic rankine cycle;

  • € 7.017.115 voor installaties voor de benutting van restwarmte, aangesloten warmtenet of aangesloten organic rankine cycle én voor energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling (warmtenet);  

  • € 1.000.000 voor installaties voor de productie (en injectie) van biomethaan.

Aanvraagprocedure

De aanvrager dient een principeaanvraag in via het elektronisch formulier van het Vlaams Energieagentschap.

  • Het gebruik van dit aanvraagformulier is verplicht;
  • Het formulier moet volledig en correct worden ingevuld;
  • Per installatie kan hoogstens één steunaanvraag ingediend worden binnen deze call.

Na de uiterste datum van indiening kunnen geen aanvragen meer worden ingediend in het kader van deze oproep. Er zijn dan ook geen wijzigingen meer mogelijk in de ingediende projectvoorstellen.

Projecten die geen steun krijgen toegekend omwille van een uitputting van het budget, kunnen bij een volgende call een nieuwe principeaanvraag indienen door de reeds ingediende principe-aanvraag

te herbevestigen, indien de gegevens nog actueel zijn. Het tijdstip waarop de eerste principeaanvraag ontvankelijk werd verklaard blijft behouden als indientijdstip.

Evaluatieprocedure

Het Vlaams Energieagentschap onderzoekt de ontvankelijke principe-aanvragen. Principe-aanvragen die aan alle voorwaarden voldoen, worden gerangschikt op basis van de aangevraagde steun uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten.

Het totaal steunpercentage is gelijk aan de aangevraagde steun vermeerderd met de financiële steun van andere ondersteuningsmaatregelen (bij volledige benutting) gedeeld door de in aanmerking komende investeringskosten. Projecten met een lager totaal steunpercentage worden beter gerangschikt. Projecten met éénzelfde totaal steunpercentage worden gerangschikt op indientijdstip, waarbij een vroeger indientijdstip beter gerangschikt wordt. De best gerangschikte projecten worden gesteund tot het budget van de oproep is opgebruikt.

Contact

Afdeling / Dienst
Graaf de Ferrarisgebouw
Adres

Koning Albert II-laan 20 bus 17
1000 Brussel
België

Telefoon