Decoratief

Innovatie in de zorg

m-health & apps in België en Vlaanderen

Telegeneeskunde zit in de lift

Als het op technologie, apps en data in de zorgsector aankomt, draagt Alexander Olbrechts, ‘Business Group Leader HealthTech’ bij Technologiefederatie Agoria’ graag ook zijn visie bij. Die HealthTech community telt momenteel 170 Belgische ondernemingen. En die hebben het voorbije jaar niet stilgezeten.

Telegeneeskunde
Processen en ideeën die al langer in de pipeline zaten, zoals de teleconsultatie, zijn door COVID-19 versneld uitgerold. We stellen nu met z’n allen vast dat ze ook effectief zijn. Ik ga er vanuit dat we post-corona op de ingeslagen weg verder gaan.
Alexander Olbrechts
Alexander Olbrechts
Business Group Leader HealthTech - Agoria

De les van Fahrenheit

Mogelijkheden dus voor ambitieuze ondernemers om in die nieuw gecreëerde omgeving met innovatieve oplossingen te komen. Alexander: “Ik moet daarbij denken aan het verhaal van Gabriel Fahrenheit en zijn kwikthermometer, dat ik recent hoorde. In 1724 botste die uitvinding op heel wat weerstand bij patiënten omdat ze de vertrouwde handoplegging door de huisarts verving. Door ze aanvankelijk aan artsen cadeau te doen, groeide het succes. Vervolgens ontstond er een hele business rond het produceren en verdelen van thermometers. Ik denk dat we met data en technologie in de zorg ook op dat punt aanbeland zijn. We hebben gemerkt hoe technologie en data ons vooruit kunnen helpen, ons snel relevante inzichten bieden. Laten we dat nu op een slimme manier inzetten.”

De opportuniteiten zijn er, grijp ze, luidt de conclusie. Alexander: “Er is wat mij betreft niets mooier dan ondernemen in de zorg. Omdat het resultaat ervan altijd heel concreet en voelbaar is. Op het eind van de rit zijn er altijd patiënten, hun gezin en familie die van jouw dienst of product beter worden, een kwalitatiever leven hebben. De voldoening die dat geeft!”

Tele- en de tijdsfactor

De telegeneeskunde heeft zondermeer een boost gekregen. Naast teleconsultaties – (beeld)bellen met je huisarts of therapeut – kregen ook tele-expertise en telemonitoring wind in de vleugels. 

Alexander: “Laten we toch nog even op die teleconsultaties ingaan. Ik vermoed dat we de voordelen daarvan wel ervaren hebben. Je moet niet voor alles onmiddellijk op consultatie bij je arts of specialist. We zullen daar evolueren naar een hybride model, want soms is dat contact met je huisarts, dat een-op-een gesprek met een expert wél relevant, natuurlijk. Maar neem nu de lange wachtlijsten bij dermatologen. Daar zou je je een triagesysteem bij kunnen voorstellen, waarbij de specialist op basis van teleconsultatie bepaalt of je een afspraak nodig hebt. Dat alles moet natuurlijk goed geregeld worden, zodat daar geen misbruiken kunnen ontstaan.”

Onder tele-expertise verstaan we de snelle uitwisseling van informatie en kennis tussen artsen onderling, tussen huisarts en specialist, binnen eenzelfde ziekenhuis of binnen een expertisedomein. Alexander: “Momenteel loopt er bij het RIZIV een veelbelovend proefproject rond het uitwisselen van kennis tussen huisartsen en dermatologen. Want vanzelfsprekend wil je dat zoiets gecontroleerd, beveiligd en met respect voor de privacy gebeurt. Je wil – bij wijze van spreken je data niet via Whatsapp of Messenger verstuurd zien, natuurlijk. Maar ik ben er van overtuigd dat we op dat vlak snel stappen vooruit gaan zetten de volgende jaren.”

Ziekenhuis zonder bedden?

Met telemonitoring mikt de gezondheidssector erop patiënten minder lang of helemaal niet in het ziekenhuis te moeten opnemen, door hen vanop afstand met de nodige zorg te omringen. Alexander: “Het meest extreme voorbeeld daarvan vind je momenteel in de Verenigde Staten, het “Hospital with no beds”. Het Mercy Virtual Hospital monitort al haar patiënten vanop afstand. Zo’n vaart zal het hier zeker niet lopen, maar als we één ding geleerd hebben, dan is het wel dat ziekenhuiscapaciteit cruciaal is. Als je die kan vergroten door patiënten met bepaalde pathologieën beter thuis op te volgen dan zullen we daar in de toekomst zeker meer op inzetten. De wearables, de apps en de interconnectiviteit zijn er al voor een groot deel.”

 

Coronalert  

De onderzoeksgroep COSIC van KU Leuven ontwikkelde vorig jaar de Coronalert app. Bij de totstandkoming van de app was de uitgebreide expertise op het vlak van cybersecurity en privacy cruciaal. Coronalert hanteert een privacy-by-design benadering voor het traceren van contacten en maakt gebruik van het DP3T protocol (Decentralized Privacy-Preserving Proximity Tracing). Na een positieve test delen gebruikers hun signalen (meer precies, de sleutels om deze signalen te genereren) anoniem met een centrale server, die ze verspreidt onder alle telefoons. Hierdoor kunnen telefoons lokaal contacten met een hoog risico identificeren. Deze cartoon legt uit hoe privacy-veilige contact-tracing werkt. 

 

 

Digitale geletterdheid

Maar het betekent wel dat ook de opleiding van artsen en verpleegkundigen zal evolueren. Alexander: “Je ziet nu al grote verschillen in digitale geletterdheid. Dat is niet uitsluitend een generationeel gegeven, maar heeft ook met vakgebieden te maken. De radiologie bv. is het gewend om veel informatie te verwerken. Daar is de stap naar artificiële intelligentie snel gezet. Terwijl andere zorgdomeinen veel minder vertrouwd zijn met data. Daar moeten nog stappen gezet worden.”

De validatiepiramide van mhealth applicaties

In haar Europese helikoptervlucht wijst Birgit Morlion er al op, maar België is met haar mHealth platform voor certificering van digitale medische hulpmiddelen koploper in Europa. Vanuit Agoria werkt Alexander mee aan dit unieke platform.

Alexander: “Health applicaties zijn naast teleconsultatie, tele-expertise en telemonitoring de vierde en verst ontwikkelde poot van onze telegeneeskunde. Bingli, MoveUp, FibriCheck, Epihunter, die namen spreken allicht tot de verbeelding.

 

De Bingli Chatbot bereidt patiënten voor op hun doktersbezoek

In dit interview vertellen Bingli-founders Tom Van De Putte en Piet Van de Steen hoe Corona tegelijkertijd de geesten rijp maakt voor meer digitalisering in de zorg, maar de realisatie ervan ook bemoeilijkt.

 

mHealth Belgium valideert mobiele applicaties en centraliseert daarna alle relevante en noodzakelijke informatie over CE-markering, gegevensbescherming, veiligheid van de communicatie, interoperabiliteit met andere ICT systemen en de financiering. mHealth Belgium werkt daarbij met een validatiepiramide van 3 niveaus. Alexander: “Concreet komt het erop neer dat je als ondernemer met jouw applicatie drie hordes neemt. Voor de eerste horde, je toegangsticket als het ware, kijkt het FAGG (het federaal Agentschap voor  Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten) naar veiligheid, kwaliteit, werkzaamheid en doeltreffendheid. Momenteel zijn er 26 applicaties die aan die terecht strenge normen voldoen. Op een tweede niveau kijken we naar je interoperabiliteit of hoe secuur de data-uitwisseling gebeurt. Welke waarborgen bouwt jouw applicatie in op het vlak van informatieveiligheid, privacybescherming en het respect van het medisch beroepsgeheim? Het derde niveau, bewaakt door het RIZIV, kijkt dan naar de terugbetaling: hoe past jouw medische toepassing in het zorgtraject van patiënten?

Daarmee staan we in België heel erg ver, omdat we ondernemers een solide kader aanreiken waarbinnen ze hun applicaties kunnen bouwen.”