Sociale Maribel: Bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector

Laatst gewijzigd op 18 mrt 2021 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kmo's & grote ondernemingen (vnl. in de non-profitsector)
Voor wat
tewerkstellen van bepaalde werknemers
RSZ-korting
het bedrag varieert van het paritair comité waaronder de werknemer ressorteert

Wat houdt de maatregel in

De sociale Maribel richt zich hoofdzakelijk tot de non-profit sector. Voor elke werknemer die aan de voorwaarden voldoet, kunnen de werkgevers van de verschillende sectoren een forfaitaire vermindering van hun sociale bijdragen aanvragen. De bedragen die door deze maatregel vrijgemaakt worden binnen een bepaalde sector, worden aangewend om bijkomende tewerkstelling in de sector te subsidiëren.

Het bedrag van de vermindering wordt door de RSZ zelf berekend en ingehouden bij de betrokken werkgevers en vervolgens doorgestort aan de daartoe opgerichte sociale fondsen. De werkgever moet evenwel rekening houden met deze inhouding sociale Maribel om het maximumbedrag aan bijdragen te bepalen dat nog in aanmerking komt voor eventuele andere verminderingen die hij kan toepassen.

Wie komt in aanmerking

Werkgevers

De maatregel is van toepassing op werkgevers die voor hun aangegeven werknemers ressorteren onder bepaalde paritaire comités:

  • Paritair comité en subcomités voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp met nr. 318, 318.01, 318.02;
  • Paritair comité en subcomités voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten met nr. 319, 319.01, 319.02;
  • Paritair Comité en subcomités voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, met uitzondering van de sociale werkplaatsen met nr 327, 327.01, 327.02, 327.03;
  • Paritair Comité voor de socio-culturele sector (329);
  • Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap (329.01) en van de Franstalige en Duitstalige Gemeenschap en het Waals Gewest (329.02);
  • Paritair subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties (329.03);
  • Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten (330), met uitzondering van de werkgevers die onder de omschrijving van het paritair subcomité voor de tandprothese vallen;
  • Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector (331) en voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector (332).

Het toepassingsgebied van de maatregel omvat ook enkele werkgevers die behoren tot de openbare sector.

Werknemers

Voor de privésector komen enkel de werknemers in aanmerking op voorwaarde dat ze volledig aan de sociale zekerheid zijn onderworpen. De werkgever moet rekening houden met een inhouding voor iedere werknemer die in het kwartaal ten minste 50% van het aantal arbeidsdagen of arbeidsuren presteert, voorzien in de betreffende sector voor een voltijdse betrekking.

In afwijking hierop is voor de beschutte werkplaatsen een minimum van 33% vereist.

Omvang steun

De forfaitaire inhouding sociale maribel bedraagt per rechtgevende werknemer:

  • € 409,37 voor de werkgevers van het paritair comité voor de diensten van gezins- en bejaardenhulp (318.xx)
  • € 507,48 voor de werkgevers van het paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten (330.xx), met uitzondering van de werkgevers die onder de omschrijving van het paritaire subcomité voor de tandprothese vallen (330.03)
  • € 498,31 voor de werkgevers die vallen onder het fonds sociale Maribel van de overheidssector
  • 539,95 EUR voor werknemers die worden tewerkgesteld in een erkende beschutte werkplaats (categorie 3 structurele vermindering)
  • € 504,10 voor alle andere werkgevers, voor elke werknemer die onder het toepassingsgebied van de sociale Maribel valt.

Aanvraagprocedure

De werkgevers moeten niets in hun aangifte vermelden. De RSZ berekent zelf het bedrag van de vermindering.

De werkgevers die behoren tot het paritair comité 330 (gezondheidsinrichtingen en diensten), 331 (Vlaamse welzijns- en gezondheidssector) en 332 (Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector) moeten bij het invullen van hun aangifte verplicht een verdere onderverdeling gebruiken (desgevallend tot op het niveau onder het Paritair Subcomité).

Cumulatie

Per werknemer die het recht opent op de sociale Maribel, moet het totaal bedrag van werkgeversbijdragen dat voor de andere verminderingen beschikbaar is, vooraf verminderd worden met het integrale forfaitaire bedrag van de sociale Maribel. Er gelden echter bepaalde uitzonderingen, zie Toegelaten cumulaties in de Administratieve instructies RSZ.

De vermindering van de sociale Maribel is niet cumuleerbaar met:

  • de doelgroepvermindering 'langdurig werkzoekenden' of één van de voor deze categorie voorziene overgangsmaatregelen,
  • de overgangsmaatregelen 'langdurig werkzoekenden' (overgangsmaatregelen banenplan voor werkzoekenden, activaplan, herinschakeling van moeilijk te plaatsen werklozen, inschakelingsprojecten);
  • de doelgroepvermindering gesubsidieerde contractuelen behalve als het gesubsidieerde contractuelen KB nr 474 betreft (DmfAPPL);
  • de doelgroepvermindering 'art. 60 §7 van de OCMW-wet' (enkel DmfAPPL);
  • de doelgroepvermindering vervangers openbare sector.

De opgesomde verminderingen kunnen dus integraal worden toegepast, zonder voorafgaandelijk het bedrag van de sociale Maribel in mindering te brengen. Indien er meerdere tewerkstellingslijnen zijn en voor een tewerkstellingslijn één van de opgesomde verminderingen wordt toegepast, moet er voor geen van de tewerkstellingslijnen voor deze werknemer rekening gehouden worden met de inhouding sociale maribel.