Beroepsbekwaamheid

Vanaf 1 januari 2018 is er de opheffing van volgende gereglementeerde beroepen: slager-groothandelaar, droogkuiser-verver, restaurateur/traiteur-banketaannemer, brood- en banketbakker, kapper, schoonheidsspecialist, masseur, voetverzorger, opticien, dentaaltechnicus, begrafenisondernemer, beenhouwer-spekslager, rijwielactiviteiten, intersectorale kennis motorvoertuigen, sectorale kennis motorvoertuigen tot 3,5 ton en sectorale kennis motorvoertuigen boven 3,5 ton.

Concreet wil dit zeggen dat men geen getuigschrift van de beroepsbekwaamheid meer nodig zal hebben voor het opstarten van een eigen zaak. Wel zal je nog steeds over het getuigschrift ‘Basiskennis Bedrijfsbeheer’ moeten beschikken.

Voor de volgende activiteiten is het bewijs van een sectorale beroepsbekwaamheid vereist. De voorwaarden zijn specifiek voor elke activiteit apart.

Bouw, elektrotechniek en aanverwante beroepen

Ruwbouwactiviteiten

Wat verstaat men onder ruwbouwactiviteiten?

Onder de activiteit verstaat men het optrekken, het herstellen of het slopen van het skelet van een gebouw. Het moet daarbij gaan om werken die betrekking hebben op de stevigheid en de weerstand van het gebouw.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Welke kennis moet u bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid:

  • bijzondere administratieve kennis:
    • de regels betreffende de ondergrondse leidingen;
    • de veiligheidsregels bij het slopen met inbegrip van de asbestverwijdering
    • en de te volgen procedures;
    • de reglementering inzake het grondverzet;
    • de milieureglementering inzake bouw- en sloopafval;
    • de energieprestaties inzake ruwbouwactiviteiten;
  • materialenkennis:
    • de onderdelen van het metselwerk : verschillende soorten bakstenen, steenblokken, steen en geprefabriceerde elementen;
    • de wapeningen voor beton;
    • het isolatiemateriaal en de dichtingsproducten voor de ruwbouwactiviteiten;
  • technische basiskennis:
    • van het terreinmeten en het waterpassen met inbegrip van de kennis van de installatie, de regeling en het gebruik van de daartoe benodigde instrumenten en hulpmiddelen;
    • van de grondwerken en funderingen met inbegrip van grondboringen en grondsondering, bronbemaling en het verlagen van de grondwaterstand, graaf- en ophogingswerken met inbegrip van het graven van putten en sleuven, rioleringswerken, het plaatsen van ondergrondse constructies zoals kelders en putten;
    • van de baksteenconstructies, de constructies met soortgelijke bouwstoffen en de gewapende betonconstructies;
    • van de stabiliteit en het stutwerk;
    • van de dakvormen met inbegrip van de meest voorkomende kapspanttypen, dakkapellen en kapplannen;
    • van de technische specificaties (STS) in verband met de ruwbouwactiviteiten;
  • kennis van de technieken voor de fundering, het metselwerk, het betonwerk, het isolatie- en het dichtingswerk, de bekisting, de afwatering, het ijzervlechtwerk, het afbraakwerk, het stutten en het schoren;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het  Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de ruwbouwactiviteiten.

Volgende documenten/tijdschriften/handboeken zijn aan te raden ter voorbereiding van het examen. Deze informatiebronnen zijn gratis te raadplegen via het internet.

FVB - Ruwbouwactiviteiten: www.constructiv.be
Handboeken ruwbouwactiviteiten: kies via de zoekmodule 'Handboeken - Ruwbouw'.

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 8 van dat KB. Voor verdere informatie over de administratieve kennis bouw kan je de syllabus raadplegen als voorbereiding op het examen bij de Centrale Examencommissie. 

Stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten

Wat verstaat men onder 'stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten'?

Onder de activiteit verstaat men:

  • het bepleisteren en het bekleden met gips, gipsplaten, mortel of cement van dragers, muren en plafonds, en het herstellen ervan,
  • het bekleden van vloeren met een specie en het herstellen ervan.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering

  • het bekleden met gipsplaten van dragers, muren en plafonds en het herstellen ervan, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk één van volgende activiteiten uitoefenen:
  • plaatsen/herstellen van schrijnwerk – glazenmaken,
  • algemeen schrijnwerk,
  • eindafwerkingsactiviteiten.
  • het bekleden en het egaliseren van vloeren met een specie, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten uitoefenen.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • materialenkennis: de soorten cement, gips en ondergrond, het isolatiemateriaal en de dichtingsproducten voor de stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten; 
  • basiskennis van de technische specificaties (STS) in verband met de stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten; 
  • kennis van de volgende technieken: de controle, de analyse, de reiniging en de voorbereiding van de ondergrond, het verwijderen van bestaande materialen, het bepleisteren, het aanbrengen van een dekvloer en het plaatsen van wanden en valse plafonds in gipsplaten; 
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten.

Volgende documenten/tijdschriften/handboeken zijn aan te raden ter voorbereiding van het examen. Deze informatiebronnen zijn gratis te raadplegen via het internet (voor het WTCB dient een code te worden aangevraagd of kunnen de voorschriften via een code van een aannemer ingekeken en/of gedownload worden)

FVB - Stukadoor: www.constructiv.be

Handboeken stukadoor: kies via de zoekmodule 'Handboeken - Stukadoor'.

WTCB: www.wtcb.be 

  • TV 199 Binnenbepleisteringen deel I
  • TV 201 Binnenbepleisteringen deel II - Uitvoering
  • TV 209 Buitenbepleisteringen
  • TV 189 Dekvloeren deel I - Materialen, Prestaties, Keuring
  • TV 193 Dekvloeren deel II – Uitvoering
  • TV 233 Lichte binnenwanden

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 11 van dat KB. 

Tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten

Wat verstaat men onder tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten?

  • het bekleden van vloeren en wanden
  • en herstellen van vloeren en wanden met:
  • keramische tegels,
  • betonnen tegels,
  • natuurstenen tegels,
  • marmeren tegels,
  • mozaïek,
  • elementen van natuursteen of marmer.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering

  • de werken met betrekking tot leisteen voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten uitoefenen,
  • kunstwerken.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • materialenkennis: de soorten ondergrond, tegels en natuursteen, de soorten zand, cement, mortel en lijm, het isolatiemateriaal en de dichtingsproducten voor de tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten;
  • technische kennis: het bedekken van trappen, het bekleden van gevels en basiskennis van de technische specificaties (STS) in verband met de tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten;
  • kennis van de volgende technieken: de controle, de analyse, de reiniging en de voorbereiding van de ondergrond, het verwijderen van bestaande materialen, de bevestigingstechnieken, het uitvoeren van uitspringende hoeken en de verbinding met andere materialen;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum

Volgende documenten/tijdschriften/handboeken zijn aan te raden ter voorbereiding van het examen. Deze informatiebronnen zijn gratis te raadplegen via het internet (voor het WTCB dient een code te worden aangevraagd of kunnen de voorschriften via een code van een aannemer ingekeken en/of gedownload worden).

FVB - Tegelzetter: www.constructiv.be. Handboeken tegelzetter vind je via de zoekmodule.

WTCB: www.wtcb.be

  • TV 179 Harde vloerbedekkingen op verwarmde vloer
  • TV 189 Dekvloeren deel I - Materialen, Prestaties, Keuring
  • TV 193 Dekvloeren deel II – Uitvoering
  • TV 196 Balkons
  • TV 213 Binnenvloeren van natuursteen
  • TV 227 Muurbetegelingen
  • TV 228 Natuursteen
  • TV 237 (Keramische binnenbetegelingen)

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie.
Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 14 van dat KB.

Dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten

Wat verstaat men onder dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten?

Het plaatsen en herstellen van:

  • het dakgebinte,
  • de dakbedekking, uitgezonderd de bedekkingen in plantaardig materiaal, glas, doorschijnend of doorzichtig materiaal,
  • de dichtingswerken aan gevels, zijgevels, daken, dakterrassen en vloeren,
  • de voorzieningen voor het opvangen en het afvoeren van het regenwater.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering

  • het plaatsen en herstellen van voorzieningen voor het opvangen en afvoeren van het regenwater, voor zover deze werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk installaties voor centrale verwarming, klimaatregeling, gas en sanitair plaatsen.
  • de dichtingswerken aan gevels, zijgevels en vloeren met vloeibare producten, voor zover deze werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk eindafwerkingsactiviteiten uitoefenen.
  • het plaatsen en herstellen van metalen dakbedekkingen en gebinten, en voorzieningen voor het opvangen en afvoeren van het regenwater, voor zover deze werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk metalen constructies plaatsen en voor zover het werken betreft in het kader van hun eigen en exclusieve activiteit.
  • het plaatsen en herstellen van het dakgebinte voor zover deze werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk één van volgende activiteiten uitoefenen:
  • plaatsen/herstellen van schrijnwerk – glazenmaken,
  • algemeen schrijnwerk.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • specifieke administratieve kennis: de reglementering van de plaatsing van verankeringspunten en de energieprestaties van gebouwen in verband met de dakdekkers- en de waterdichtingsactiviteiten;
  • materialenkennis: materialen voor gebinten, voor dakbedekkingen, voor isolatie en dichting en voor het opvangen en afvoeren van hemelwater; 
  • technische basiskennis: het concept van dakconstructies en van een dakisolatie, het dimensioneren van gebinten, platte daken, dakgoten en van de voorzieningen voor het opvangen en afvoeren van het regenwater en de technische specificaties (STS) in verband met dakconstructies;
  • kennis van de volgende technieken: het bouwen van gebinten en platte daken, het plaatsen van een dakconstructie en van de verbindingselementen, het afdichten van een plat dak, het uitvoeren van de werken voor het opvangen en het afvoeren van het hemelwater en het bouwen van stellingen;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 17 van dat KB.

Schrijnwerker of glazenmaker

Wat verstaat men onder het plaatsen/herstellen van schrijnwerk - glazenmaker?

Het plaatsen en herstellen van:

  • ramen,
  • deuren,
  • vensterluiken of –blinden,
  • poorten,
  • trappen,
  • veranda’s,
  • keuken- en badkamermeubelen,
  • glas,
  • alle duurzame, doorzichtige materialen.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • kunst- en mozaïekwerken,
  • het plaatsen en herstellen van dakvensters en -koepels, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk dakdekkers- en waterdichtingswerken uitvoeren,
  • het bouwen en het herstellen van wanden en verlaagde plafonds in gipsplaten, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten uitoefenen.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • specifieke administratieve kennis: de CE-markering van de schrijnwerkersproducten en de energieprestaties van gebouwen in verband met de schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten;
  • materialenkennis: de isolatie- en dichtingsmaterialen voor de schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten, de glassoorten, de doorzichtige materialen en de schrijnwerkmaterialen;
  • technische basiskennis van: het dimensioneren van de structuren voor het schrijnwerk en voor het glaswerk, de technische specificaties (STS) en het kiezen van het glas en het materieel;
  • kennis van de volgende technieken: het plaatsen van ramen, deuren, poorten, trappen voor binnen of voor buiten, veranda’s, vensterluiken en -blinden, keuken- en badkamermeubelen, beglazing in een raam en glazen deuren en beschotten, het behandelen van het glas in de werkplaats en op de bouwplaats en het bewerken van het glas;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de schrijnwerkers- en de glazenmakersactiviteiten.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 20 § 1 van dat KB.

Algemene schrijnwerkersactiviteiten

Wat verstaat men onder algemeen schrijnwerk?

Alle schrijnwerkersactiviteiten die niet onder de activiteit van plaatser/hersteller van schrijnwerk – glazenmaker vallen, zoals het plaatsen en herstellen van bedekkingen van wanden en vloeren met harde materialen.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder gebouw verstaan, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • kunst- en mozaïekwerken,
  • het plaatsen en herstellen van dakvensters en -koepels, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk dakdekkers- en waterdichtingswerken uitvoeren,
  • het bouwen en het herstellen van wanden en verlaagde plafonds in gipsplaten, voor zover die werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten uitoefenen.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • specifieke administratieve kennis: de CE-markering van de schrijnwerkersproducten en de energieprestaties van gebouwen in verband met de schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten;
  • materialenkennis: de isolatie- en dichtingsmaterialen voor de schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten, de glassoorten, de doorzichtige materialen en de schrijnwerkmaterialen;
  • technische basiskennis van: het dimensioneren van de structuren voor het schrijnwerk en voor het glaswerk, de technische specificaties (STS) en het kiezen van het glas en het materieel;
  • kennis van de volgende technieken: het plaatsen van ramen, deuren, poorten, trappen voor binnen of voor buiten, veranda’s, vensterluiken en -blinden, keuken- en badkamermeubelen, beglazing in een raam en glazen deuren en beschotten, het behandelen van het glas in de werkplaats en op de bouwplaats en het bewerken van het glas;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de schrijnwerkers- en de glazenmakersactiviteiten.
  • alle schrijnwerkerstechnieken, bouwen van wanden en verlaagde plafonds, het plaatsen van parket en lambrisering en de technische specificaties (STS) in verband met de schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

 Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 20§2 van dat KB.

Eindafwerkingsactiviteiten (schilderen en behangen)

Wat verstaat men onder eindafwerkingsactiviteiten?

  • het bedekken van oppervlakken met verf, vernis of beits om ze te beschermen en te verfraaien,
  • het plaatsen van behang, schildersdoek en over hun gehele oppervlakte gelijmde soepele bekledingen,
  • het bedekken van muren en vloeren met soepele bekledingen.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • de werken in het kader van publiciteit en toneeldecor.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • materialenkennis:
  • afwerkingsmaterialen: de verven, de vernissen, de beitsen en transparante houtbeschermingen, de decoratieve coatings, de soorten behang en diverse bekledingen, de soepele vloerbekledingen en de bedekkings- en drenkingsmaterialen;
  • hulpproducten met inbegrip van lijm, egalisatie, plamuren en reparatiemiddelen, vloeistoffen en schuurmiddelen;
  • technische basiskennis van de technische specificaties (STS) voor de eindafwerkingsactiviteiten en het kiezen van de afwerkingsmaterialen en hulpproducten;
  • kennis van de volgende technieken: het reinigen, controleren, analyseren, en voorbereiden van de ondergrond en het verwijderen van bestaande afwerkingsmaterialen, met inbegrip van de kennis van het verwijderen van asbesthoudende vloerbekleding en lijmen;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf en van de kwaliteitsstandaarden voor de eindafwerkingsactiviteiten

Volgende documenten/tijdschriften/handboeken zijn aan te raden ter voorbereiding van het examen. Deze informatiebronnen zijn gratis te raadplegen via het internet.

FVB - Eindafwerking: www.constructiv.be. Handboeken Eindafwerking: kies via de zoekmodule.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 23 van dat KB.

Installatieactiviteiten voor centrale verwarming, klimaatregeling, gas en sanitair

Wat verstaat men onder installatieactiviteiten voor centrale verwarming, klimaatregeling, gas en sanitair?

Het plaatsen en het herstellen, met inbegrip van alle leidingen, van:

  • centrale verwarmingsinstallaties. Dit wil zeggen: installaties die bestaan uit een centrale verwarmingsbron, waarbij de warmte wordt verspreid door leidingen met water, lucht of stoom.
  • gastoestellen voor verwarming.
  • artikelen en apparaten voor sanitair gebruik.
  • klimaatregelinginstallaties waarvoor alleen water of lucht wordt gebruikt als koelmiddel.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal, bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • het plaatsen en herstellen van zonnecollectoren voor warmwatervoorziening, voor zover deze werken worden uitgevoerd door ondernemingen die hoofdzakelijk dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten uitoefenen,
  • het installeren, onderhouden en herstellen van rioleringen,
  • de activiteiten die behoren tot de beroepswerkzaamheid van een installateur-frigorist.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • materialenkennis: de verschillende soorten buizen, de pompen en de hydroforen, de regelingssystemen, de isolatiematerialen die betrekking hebben op de activiteiten waarvan sprake in artikel 25, § 1 en basiskennis van de systemen en toestellen voor verwarming, voor het produceren van warm water en voor sanitaire doeleinden;
  • technische basiskennis van: het dimensioneren van de leidingen, de warmwatertoestellen, de sanitaire installaties, en de verwarmings- en klimaatregelingsinstallaties, en de technische specificaties (STS) voor de activiteiten waarvan sprake in artikel 25, § 1;
  • kennis van de technieken: het plaatsen van leidingen, elektrische schakelingen, het afstellen van de toestellen en het vaststellen en herstellen van pannes;
  • algemene kennis van de technische voorlichtingsnota’s en de kwaliteitsstandaarden van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf, in verband met de activiteiten waarvan sprake in artikel 25, § 1;
  • energieprestaties

Volgende documenten/tijdschriften/handboeken zijn aan te raden ter voorbereiding van het examen. Deze informatiebronnen zijn gratis te raadplegen via het internet.

FVB - Installatieactiviteiten: www.constructiv.be. Handboeken installatieactiviteiten: kies via de zoekmodule.
Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 26 van dat KB.

Elektrotechnische activiteiten

Wat verstaat men onder 'elektrotechnische activiteiten'?

  • het herstellen van elektrische toestellen,
  • het plaatsen en herstellen van alle elektrische installaties voor:
  • stroomvoorziening,
  • verlichting,
  • lichtreclame,
  • verwarming,
  • andere klimaatregeling dan deze voorzien voor de installatieactiviteiten voor centrale verwarming, klimaatregeling, gas en sanitair,
  • domotica,
  • communicatie,
  • signalisatie,
  • opname en weergave van beelden of geluiden,
  • beveiliging tegen overspanning, brand of diefstal.

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • het plaatsen en herstellen van buizen en leidingen voor elektriciteitsvoorziening, zonder het bekabelen noch het aansluiten, indien dit gebeurt door ondernemingen die daarvan hun hoofdactiviteit maken,
  • het plaatsen en herstellen van fotovoltaïsche panelen, indien dit gebeurt door ondernemingen die dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten uitoefenen, voor zover dit gebeurt zonder ingreep op de elektriciteitsvoorziening,
  • het herstellen van elektrische toestellen waarvan het vermogen 2 kilowatt niet overschrijdt, door de ondernemingen waarvan de verkoop van elektrische toestellen de hoofdactiviteit is,
  • het aansluiten van toestellen op een sterkstroominstallatie, indien dit een noodzakelijke dienst na verkoop is van een onderneming waarvan de hoofdactiviteit de verkoop is van dergelijke toestellen, voor zover die aansluiting kan gebeuren op een bestaand aansluitpunt,
  • de activiteiten die behoren tot de beroepswerkzaamheid van een installateur-frigorist.

Welke kennis moet je bewijzen? 

  • specifieke administratieve kennis: het algemeen reglement op de elektrische installaties, het opmaken en lezen van plannen en schema’s voor de activiteiten vermeld in artikel 28, § 1, veiligheid in het omgaan met elektriciteit, noties van rationeel energieverbruik en van systemen om de kwaliteit te waarborgen, de regelgeving in verband met de beveiligingsinstallaties;
  • materialenkennis, het gebruik en de verwerking van bekabelingsystemen, beveiligingen, spanningsregelaars, bedieningsapparaten, programmeerbare afstandsbedieningen, verlichtingssystemen, elektrische motoren en stroomaggregaten, alternatieve energieopwekking (photovoltaïsch, warmtepomp,…);
  • grondige kennis van elektriciteit: gelijkstroom, wisselstroom, wet van ohm, spanningen,  stroomsterkte, vermogen, arbeidsfactor, éénfase-, tweefase- en driefasestroom met of zonder nulgeleider, magnetisme en elektromagnetisme, motoren met gelijk- en wisselstroom, differentiële bescherming, automaten en schakelaars;
  • basiskennis van het dimensioneren van de elektrische installaties, van de elektrische verwarmingsinstallaties, van de conceptie van verlichtingssystemen, van energiebeheer, elektromagnetische compatibiliteit, harmonische fenomenen, inductie, overspanning, van programmering en van componenten, van installaties met hoogspanning en van de technische specificaties (STS) voor de elektrotechnische activiteiten;
  • kennis van de volgende technieken: het leggen van elektrische leidingen, het doorboren en het bevestigen, elektrische schakelingen, het afstellen van elektrische toestellen, het uitvoeren van stroommetingen en het interpreteren ervan en het vaststellen en herstellen van pannes.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 29 van dat KB.

Algemeen aannemer

Wie de activiteit van algemeen aannemer wil uitoefenen, moet naast de basiskennis bedrijfsbeheer ook de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen. Hij moet bovendien de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen voor één van de andere gereglementeerde activiteiten uit de bouwsector.

Wat verstaat men onder algemeen aannemer?

Een algemeen aannemer staat in voor het (ver)bouwen of laten (ver)bouwen van een gebouw zodat dit afgewerkt wordt, en waarvoor een beroep wordt gedaan op meerdere onderaannemers.  Dit gebeurt namens en voor rekening van derden, in uitvoering van een aannemingscontract.

De activiteiten hebben rechtstreeks betrekking op het optrekken, herstellen of slopen van een gebouw of op het aanbrengen van een roerend goed in een gebouw zodat het onroerend wordt door incorporatie.

Voor de toepassing van dit besluit verstaan we onder gebouw, een onroerend goed van duurzaam materiaal bestemd voor:

  • bewoning door de mens,
  • administratieve doeleinden,
  • industriële doeleinden,
  • commerciële doeleinden,
  • medische doeleinden,
  • culturele, sportieve of religieuze doeleinden,
  • land- en tuinbouwdoeleinden.

Welke kennis moet je bewijzen? 

  • de volgende specifieke administratieve kennis: de regelgeving van de stedenbouwkundige vergunningen, van de veiligheidscoördinatie, van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale en fiscale schulden, de voornaamste bepalingen van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, en de energieprestaties van gebouwen in het algemeen;
  • de volgende technische kennis: basiskennis van stabiliteit en van de voornaamste constructieonderdelen, en de kwaliteitsstandaarden van de andere gereglementeerde activiteiten uit de sector bouw;
  • kennis van de beheers-, plannings- en coördinatietechnieken van de verschillende bouwberoepen en van het beheer van de veiligheid.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de administratieve kennis vastgelegd in artikel 5, 2° van het KB van 29/1/2007 en over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 29 van dat KB.

Installateur-frigorist

Wat verstaat men onder de activiteit van installateur-frigorist?

Hij of zij die gewoonlijk en zelfstandig voor rekening van derden volgende producten vervaardigt, in elkaar zet, onderhoudt en/of herstelt:

  • koelkringen in huishoudelijke toestellen,
  • koelkringen van commerciële en/of industriële installaties,
  • koeleenheden.

Met koelkring wordt hier bedoeld het geheel van de technische werkwijzen om temperatuur te verlagen in lichamen, gassen of fluïda:

  • hetzij met een gascompressiemachine,
  • hetzij met een machine gebaseerd op absorptiesystemen,
  • hetzij met een ander procédé volgens de ontwikkeling van de techniek terzake.

Welke kennis moet je bewijzen?

  • Technologie.
  • Kennis van de metalen en de grondstoffen, hun herkomst, hun samenstelling en hun toepassing.
  • Kennis van de op dit gebied gebruikte handelsmaten.
  • Kennis van de werktuigen, de machines.
  • Gebruik, onderhoud.
  • Algemene beschrijving van de koelinrichtingen.
  • Compressoren, verdampers, condensors, pijpleidingen en hulpstukken.
  • Koelingstheorie.
  • Elementaire theorie van de warmteoverdracht, geleiding, convectie, straling; begrippen over soortelijke, -- waarneembare, latente warmte.
  • Fysische en chemische grondslagen.
  • Koudeverwekkende fluïda, hun gebruikswijze.
  • Thermisch rendement, meettoestellen.
  • Elementaire berekening van de warmteverliezen.
  • Berekening van koelinrichtingen in 't algemeen.
  • Beroepspraktijk.
  • Montage, de juiste praktijk, werktuigen.
  • Eenvoudige begrippen over elektriciteit.
  • Eenvoudige veiligheids-, controle- en regelapparatuur.
  • Pompen, ventilatoren, motoren.
  • Bestekken en normen.
  • Berekenen van koelinrichtingen in 't algemeen.
  • Berekenen van begrotingen, opmaken van plans.
  • Sociale verplichtingen in verband met het beroep.
  • Burgerlijke aansprakelijkheid in verband met het beroep.

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op twee manieren bewezen worden:

Wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 4 van het koninklijk besluit van 21/12/1974