Basiskennis bedrijfsbeheer

Wil je ondernemer worden? Dan moet je basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen. Voor sommige gereglementeerde beroepen moet je ook beroepsbekwaamheid aantonen. Vrije, dienstverlenende en intellectuele beroepen vereisen een specifiek diploma.

Iedere handels- of ambachtsonderneming (zowel natuurlijk persoon als rechtspersoon) moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen bij de aanvraag tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het is van geen belang of het gaat om een activiteit in hoofd- of bijberoep.

Bij de opstart van je onderneming moet je bewijzen dat je basiskennis van bedrijfsbeheer hebt via:

  • diploma’s en getuigschriften
  • praktijkervaring
  • een examen voor de centrale examencommissie
  • een derde persoon, onder bepaalde voorwaarden
  • ENKEL VOOR STUDENTEN: Je kan een getuigschrift Bedrijfsbeheer behalen tijdens je bacheloropleiding bij heel wat universiteiten en hogescholen. Je moet met vrucht een cursus van minstens 128 lesuren gevolgd hebben, verspreid over minstens 3 maanden. Programma en manier van aanbieden verschillen. Vraag details na bij je instelling.
 

Vanaf 1 september 2018 zal een attest basiskennis bedrijfsbeheer niet meer vereist zijn om een zaak op te starten.

 

Wat houdt de basiskennis bedrijfsbeheer in?

Het ondernemingsloket waar je de inschrijving in de KBO vraagt, moet nagaan of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.

De basiskennis bedrijfsbeheer omvat noties van ondernemend denken en ondernemerscompetenties en elementaire kennis van:

  • recht
  • boekhoudkundige, financiële en fiscale aspecten
  • commercieel beheer
  • wetgeving

Het volledige programma vind je in art. 6 van het koninklijk besluit van 21/10/1998.

Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De onderneming is een natuurlijk persoon

Bij voorkeur het ondernemingshoofd zelf. Als dat niet mogelijk is, kan één van volgende personen de basiskennis bedrijfsbeheer in zijn plaats bewijzen:

  • de echtgenoot of echtgenote,
  • de wettelijk samenwonende partner,
  • de partner met wie hij minstens zes maand samenwoont,
  • een personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur,
  • een zelfstandig helper, die met het zelfstandig ondernemingshoofd verwant is in de eerste, tweede of derde graad en een verklaring voorlegt van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen waaruit blijkt hij zelfstandige helper is van het betrokken ondernemingshoofd.

De onderneming is een rechtspersoon (vennootschap)

De natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur uitoefent. Bijvoorbeeld:

  • in een bvba: de zaakvoerder,
  • in een nv: de afgevaardigd bestuurder

De onderneming voldoet aan de vereiste zolang de natuurlijke persoon die de basiskennis bedrijfsbeheer bewijst, er actief blijft. Wanneer hij de onderneming verlaat, moet de onderneming haar situatie binnen de zes maand na dat vertrek regulariseren, bij een ondernemingsloket.

Ingevolge de zesde staatshervorming: Voor het afleggen van het examen via de Centrale Examencommissie wordt voor het Vlaamse Gewest een transitieperiode voorzien. Voor inschrijvingen vanaf 1 oktober 2014 moeten inwoners van het Vlaamse Gewest hun examen in het Nederlands afleggen

Hoe kan u de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De basiskennis bedrijfsbeheer kan op twee manieren bewezen worden.

Een diploma of akte

Artikel 7 van het koninklijk besluit van 21/10/1998 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u daar niet terugvindt, kunt u de diplodatabank consulteren.

Voldoende praktijkervaring

Enkel praktijk opgedaan in de laatste vijftien jaar in één van de volgende ondernemingen komt in aanmerking:

  • in een nijverheidsonderneming,
  • in een handelsonderneming,
  • in een ambachtsonderneming,
  • in een onderneming met land- of tuinbouwactiviteiten.

U moet als zelfstandig ondernemingshoofd volgend aantal jaren ervaring bewijzen:

  • in hoofdberoep: drie jaar
  • in bijberoep: vijf jaar

Als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur zonder arbeidsovereenkomst moet je volgend aantal jaren ervaring bewijzen:

  • in hoofdberoep: drie jaar
  • in bijberoep: vijf jaar

Als bediende in een leidende functie: vijf jaar
Als zelfstandig helper: vijf jaar

Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland

Zij kunnen de basiskennis bedrijfsbeheer ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene.

Centrale Examencommissie

Wie geen geldig diploma of voldoende praktijkervaring heeft, kan het examen basiskennis bedrijfsbeheer afleggen bij de Centrale Examencommissie. 

Basiskennis bedrijfsbeheer moet je bewijzen bij een erkend ondernemingsloket

Alleen een erkend ondernemingsloket is bevoegd en dat naar aanleiding van een aanvraag tot inschrijving als handels- of ambachtsonderneming in de KBO.

U bent niet akkoord met de beslissing van het erkende ondernemingsloket?

Wanneer het ondernemingsloket de aanvraag tot (wijziging van) de inschrijving weigert, kan de onderneming tegen die beslissing in beroep gaan bij de Vestigingsraad. Dat moet gebeuren binnen de dertig dagen na betekening van de weigeringsbeslissing door het loket. De Vestigingsraad is een administratief rechtscollege dat, in hogere aanleg, beroepen onderzoekt tegen de beslissingen van de ondernemingsloketten die de inschrijving van ondernemingen van natuurlijke personen of rechtspersonen in de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben geweigerd. De weigeringbeslissingen van de ondernemingsloketten vermelden de mogelijkheid om in beroep te gaan, de termijn waarin men de mogelijkheid heeft om dit beroep in te dienen (30 dagen) en het adres van de Vestigingsraad.

Hoeveel kost een inschrijving bij het erkende ondernemingsloket?

Het inschrijvingsrecht bij het ondernemingsloket bedraagt 85,50 euro voor:

  • de inschrijving als handels- of ambachtsonderneming van een natuurlijke of rechtspersoon,
  • de inschrijving van een bijkomende vestigingseenheid (per vestigingseenheid),
  • de wijziging of de doorhaling (per vestigingseenheid).

Wat gebeurt er als u de vestigingsvoorwaarden overtreedt?

De onderneming die in overtreding is, kan worden veroordeeld tot een geldboete, zelfs tot sluiting.