Steun land-en tuinbouwsector (coronavirus)

Laatst gewijzigd op 14 jan 2021 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
Ondernemingen in de land-en tuinbouwssector
Voor wat
ondersteuning tijdens de coronacrisis
Subsidies & Waarborg
steun varieert per instrument

Wat houdt de maatregel in

Ter ondersteuning van de land- en tuinbouwsector werden er ingevolge de coronacrisis verschillende maatregelen uitgewerkt door de Vlaamse Regering.  

Deze maatregel geeft een overzicht van een aantal maatregel die Vlaamse overheid heeft uitgewerkt voor deze sector. Voor een volledig overzicht kan je best de website van het Departement Landbouw & Visserij raadplegen 'Corona: maatregelen en veelgestelde vragen voor landbouw, tuinbouw, en zeevisserij'.

VLIF-waarborgregeling slechte conjunctuur

Omschrijving van de maatregel

Land- en tuinbouwbedrijven die kampen met liquiditeitsproblemen ten gevolge van de huidige slechte conjunctuur kunnen voor een krediet voor werkingsmiddelen en herfinanciering in het kader van deze uitzonderlijke gebeurtenissen rekenen op een tijdelijke waarborg via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Deze maatregel werd via het Ministerieel Besluit van 15 december tijdelijk geactiveerd.

Tot en met 30 september 2021 kunnen land- of tuinbouwers een steunaanvraag indienen.

De-minimis

Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Het steungedeelte of het bruto-subsidie-equivalent die de land- en tuinbouwers onder de de-minimisvrijstelling ontvangen, mag in een periode van drie belastingsjaren niet hoger zijn dan € 20.000. Meer informatie over deze regelgeving.   

Meer informatie

Meer informatie kan je terugvinden op de website van het Departement Landbouw & Visserij VLIF-waarborgregeling slechte conjunctuur.

Afgelopen steunacties

Crisismaatregelen Europa

Marktstabilisatiemaatregelen aardappel-, sierteelt- en zuivelsector: De Europese Commissie staat een tijdelijke afwijking toe op de normale mededingingsregelgeving voor sierteelt, aardappelen bestemd voor de verwerking en voor de zuivelsector. Meer informatie kan je vinden op Landbouwbeleid/Landbouwbeleid EU/Certificaten, restituties en interventies/Interventie/Marktstabilisatiemaatregelen aardappel-, sierteelt- en zuivelsector.

Particuliere opslag van zuivelproducten en vlees: Soms worden producten uit de markt gehaald om ongewenste prijsdalingen te voorkomen en de landbouwmarkten te ondersteunen, bv. in crisissituaties. Die producten worden weer op de markt gebracht als de situatie voldoende verbeterd is.
In deze crisis laat Europa het toe om voor bepaalde producten dergelijke interventies uit te voeren. Meer informatie over de particuliere opslag van vlees, boter, kaas en mageremelkpoeder kan je terugvinden op lv.vlaanderen.be/nl/landbouwbeleid/landbouwbeleid-eu/certificaten-restituties-en-interventies/interventies-4.

Vlaams noodfonds sierteelt en aardappelsector

Het Vlaams noodfonds heeft € 35 miljoen toegekend aan de sierteelt- en de aardappelsector, die zwaar getroffen werd door de coronacrisis:

  • Professionele siertelers die minstens 50% van hun omzet uit sierteeltproductie halen, komen in aanmerking voor een vergoeding als ze door de COVID-19 maatregelen in de periode 16 maart tot 30 mei 2020 per sierteeltgroep of teelt een omzetdaling hadden van minimaal 30 of 50% (afhankelijk van de categorie) ten opzichte van dezelfde periode in 2017, 2018 en 2019. Aanvragen kon tot uiterlijk 11 september 2020.
  • Aardappeltelers kunnen uit het COVID-steunfonds een vergoeding krijgen voor de vrije bewaaraardappelen die nog in stock lagen op 15 mei 2020. Aanvragen kon tot uiterlijk 28 augustus 2020.
VLIF-waarborgregeling Covid 19

Land- en tuinbouwbedrijven die kampten met financiële problemen, konden voor een krediet voor werkingsmiddelen en herfinanciering in het kader van deze uitzonderlijke gebeurtenissen rekenen op een tijdelijke waarborg via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Aanvragen kon tot uiterlijk 30 september 2020. Meer informatie over deze waarborg kan je raadplegen op: VLIF-waarborgregeling Covid19.

Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de minimis-regelgeving. Het steungedeelte of het bruto-subsidie-equivalent van het gewaarborgd kredietgedeelte bedraagt maximaal € 20.000. Voor de primaire productie bedraagt de toegelaten de-minimissteun per onderneming maximaal € 20.000 per periode van drie belastingjaren. Zie ook de begunstigde ondertekent de de-minimisverklaring.