Voorwaarden om te starten in bijberoep

 Je kan je vestigen als zelfstandige in bijberoep wanneer je aan één van de volgende voorwaarden voldoet. 

Je bent al werknemer in hoofdberoep

  • Je bent voor minstens 50% in dienst als loontrekkende (bijvoorbeeld een bediende die bijverdient als kapper). 
  • Wanneer je ambtenaar bent, moet je minstens 50% tewerkgesteld zijn en moet je activiteit ten minste over 8 maanden of 200 dagen lopen. Let op, als ambtenaar heb je de uitdrukkelijke toestemming van je werkgever nodig om een activiteit uit te oefenen als zelfstandige in bijberoep.
  • Je staat in het onderwijs en je hebt als statutair lesgevend personeelslid minstens 60% van een voltijdse functie. Ben je niet vast benoemd dan volstaat 50%.
  • Je werkt minstens 235 uren per kwartaal indien je tewerkgesteld bent op interimbasis.

Je krijgt een ziekte-uitkering

Je kan een zelfstandig bijberoep starten als je arbeidsongeschiktheid minstens 50% bedraagt en je moet de toelating van de adviserende arts krijgen. De ontvangen ziekte-uitkering moet ook minstens gelijk zijn aan het minimumpensioen van een alleenstaande zelfstandige.

Je bent werkloos 

Als werkloze mag je altijd een zelfstandige activiteit in bijberoep starten in de artistieke sector.  

Als uitkeringsgerechtigde werkloze kan je ook een nevenactiviteit beginnen in een andere sector  en gedurende 12 maanden je werkloosheidsuitkering behouden. Dit voordeel heet 'Springplank naar zelfstandige'.  

Je volgt een individuele beroepsopleiding (IBO) 

Wie geen werkloosheidsuitkeringen ontvangt tijdens de IBO, maar een productiviteitspremie en eventueel een opleidingsuitkering, kan niet beschouwd worden als een zelfstandige in bijberoep. Je zal dus automatisch het statuut van zelfstandige in hoofdberoep krijgen.  

Je bent gepensioneerd 

Als je met pensioen bent, mag je nog bijverdienen. Hoeveel juist, hangt af van een aantal elementen zoals je leeftijd, je beroepsloopbaan en het soort pensioen dat je krijgt.  

Bruggepensioneerden mogen in principe niets bijverdienen als zelfstandige in tegenstelling tot andere gepensioneerden.   

Je mag werken zonder je activiteit te beperken in de volgende situaties: 

  • Je bent 65 en krijgt ofwel een rustpensioen, ofwel een rust- en overlevingspensioen; 
  • Je bent jonger dan 65 en kan aantonen dat je minstens 45 jaar hebt gewerkt op de ingangsdatum van je eerste rustpensioen. 
  • Je krijgt een overgangsuitkering. 

Als je recht hebt op een rustpensioen aan het gezinsbedrag, mag je echtgeno(o)t(e) een aanvullend inkomen ontvangen, maar dat inkomen is beperkt, of je echtgeno(o)t(e) 65 jaar is of niet. 

Je mag beperkt bijverdienen in de volgende situaties: 

  • Je bent 65 en krijgt enkel een overlevingspensioen; 
  • Je bent jonger dan 65, maar je kan niet aantonen dat je minstens 45 jaar hebt gewerkt op de ingangsdatum van je eerste rustpensioen. 

Blijf je werken als zelfstandige of helper, dan moet je sowieso ook: 

  • aangesloten zijn/blijven bij een sociale verzekeringsfonds 
  • bijdragen betalen 

Meer informatie over je pensioen en bijverdienen als zelfstandige