Bazel III-akkoord en de toekomst

Het Bazel III-pakket bouwde verder op de principes van Bazel II en introduceerde nog striktere vereisten voor het eigen vermogen van banken. Daarnaast werden ook nieuwe regels toegevoegd om te verzekeren dat banken steeds een voldoende hoeveelheid liquide middelen in huis hebben.
 
De kern van dit akkoord uit de periode 2010-2011 was dat banken dus nog meer kapitaal moesten aanhouden tegenover hun uitstaande beleggingen. De implementa­tie van dit akkoord in Europa resulteerde in een verdere verstrenging van de toekenningscriteria voor kredieten, waardoor in sommige landen aanzienlijk minder leningen aan ondernemingen werden verstrekt. In België is de banksector er evenwel in geslaagd om ondanks deze nieuwe regulatoire verwachtingen het krediet aan ondernemingen te blijven verstrekken aan tarieven die tot de laagste in Europa behoren.
 
Maar ook Bazel III was voor de internationale toezichthouders een onafgewerkt project. In december 2017 werden er verdere wijzigingen aan de akkoorden afgesproken. Volgens de architecten van dit laatste akkoord is het de bedoeling om de “final touches” aan te brengen aan Bazel III en om een duidelijke implementatieperiode vast te leggen die loopt van 2022 tot 2027. Inhoudelijk moet echter worden vastgesteld dat dit laatste akkoord de kapitaaleisen nog eens lijkt te verstrengen. Het is hierom dat het ook wel bekend gaat als “Bazel IV”. In hoeverre dit akkoord zal wegen op de capaciteit van de banksector om ook in de toekomst krediet aan ondernemingen te blijven verstrekken, zal afhangen van de manier waarop deze laatste standaard wordt omgezet in Europese wetgeving.