Investeringsreserve

Laatst gewijzigd op 20 mrt 2018 (Alle wijzigingen)

Samengevat

Voor wie
kleine vennootschappen
Voor wat
aanleg van een investeringsreserve voor herinvesteringen
Vrijstelling van vennotschapsbelasting
van 50% van het belastbaar resultaat vóór aanleg van de investeringsreserve

Wat houdt de maatregel in

De investeringsreserve die bij het verstrijken van een belastbaar tijdperk dat ten laatste afsluit op 30 december 2018 is aangelegd door kleine vennootschappen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan dat belastbare tijdperk, wordt niet als winst aangemerkt binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden (reservering en herinvestering).

Deze maatregel wordt ingevolge de fiscale hervormingen afgeschaft voor nieuwe investeringen vanaf aanslagjaar 2019, en dooft uit voor lopende investeringen.

Wie komt in aanmerking

Kleine vennootschappen zoals gedefinieerd in artikel 15, §§1 tot 6 van het Wetboek van vennootschappen (deze definitie geldt vanaf 1/1/2016): dit zijn vennootschappen die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • Jaargemiddeld personeelsbestand: 50 werknemers;
  • Jaaromzet exclusief btw: € 9.000.000;
  • balanstotaal: € 4.500.000.

Wanneer meer dan één van de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het daaropvolgende boekjaar.
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie (verhoging van de drempels met 20% tot € 10,8 miljoen omzet en € 5,4 miljoen balanstotaal).

De vennootschap moet aan deze definitie van kleine vennootschap voldoen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringsreserve is aangelegd.

Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Omvang van de belastingsvrijstelling

De vrijgestelde investeringsreserve bedraagt 50% van het belastbaar resultaat vóór aanleg van de investeringsreserve. Dit bedrag moet nog worden verminderd met:

  • de vrijgestelde meerwaarden op aandelen;
  • 25% van de meerwaarde op personenwagens;
  • de eventuele verminderingen van het gestort kapitaal;
  • de verhoging van de vorderingen van de vennootschap op aandeelhouders/bestuurders.

Het resultaat van deze berekening is beperkt tot € 37.500. En 50% van dit resultaat is de van belasting vrijgestelde investeringsreserve.

Voorwaarden

Men kan slechts genieten van de belastingvrijstelling indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • de investeringsreserve moet voldoen aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dit betekent dat zij op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief moet geboekt zijn en blijven. De reserve mag wel worden ingelijfd in het kapitaal;
  • een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet worden geherinvesteerd in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht geven op het voordeel van de investeringsaftrek;
  • de investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger zijn dan de belaste reserves ná aftrek van de investeringsreserve op het einde van het vorig belastbaar tijdperk waarin het laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten.

De herinvestering moet gebeuren binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. Zo niet wordt de reserve aangemerkt als winst.

Keuzemogelijkheden

Kmo's die in aanmerking komen, hebben de keuze tussen de investeringsreserve en de notionele intrestaftrek.
Wie kiest voor de investeringsreserve wordt in het jaar zelf waarin de investeringsreserve wordt geboekt, maar ook in de twee daarop volgende jaren uitgesloten voor het toepassen van de notionele intrestaftrek.

Aanvraagprocedure

Bij de aangifte moet de vennootschap een formulier (275R) voegen voor het aanslagjaar van aanleg van de reserve en voor de erop volgende aanslagjaren, en dit tot op het moment dat de investering moet uitgevoerd zijn.

Contact

Bijkomende informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de website van Financiën (zie Ondernemingen > vennootschapsbelasting > berekening).

Afdeling / Dienst
Contactcenter
Adres

Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
België

Telefoon